Download eens een auto

Een nieuwe manier van auto's produceren, met verregaande gevolgen

De auto is zowat het symbool van de moderne industriële consumptiesamenleving. Maar het maken van wagens zou op een fundamenteel andere manier kunnen gebeuren, met verregaande gevolgen op het vlak van ecologie en duurzaamheid.

  • CC Local Motors De Rally Fighter van Local Motors, gebouwd in een microfabriek op basis van open design. CC Local Motors

Het bestaande systeem, gebaseerd op het werk van Henry Ford, is algemeen bekend: in reusachtige fabrieken, waarvoor heel veel kapitaal nodig is, worden miljoenen wagens geproduceerd, die met enorme financiële steun van de overheid (infrastructuur, subsidies, benzine-toelagen) en via peperdure massamarketing aan de man worden gebracht.  Maar de ecologische gevolgen van het enorme industriële wagenpark zijn dramatisch.

Sinds een paar jaar echter duikt het fenomeen van peer to peer en commons ook op in de wereld van de auto-productie. Local Motors is een Amerikaans bedrijf dat massaal crowdsourcing toepast: het werkt met een coöperatief design, ontworpen door zijn eigen gebruikers en enthousiaste hobby-ingenieurs ontworpen. De productie van de wagens gebeurt in een aantal micro-fabrieken.

 

Het eerste model van het Wikispeed project werd gemaakt door een paar tientallen vrijwillige medewerkers in 12 landen op 3 maanden tijd, gebruik makend van een nieuwe hypersnelle designmethodologie, xtreme manufacturing, die deze gemeenschap toelaat om elke week een nieuwe ontwerp te produceren. De Wikispeed sportwagen heeft alle veiligheidsattesten om legaal de straat op te rijden, is vijf keer zo energiezuinig als industriële wagens en kan op een paar dagen tijd in een micro-fabriek gemonteerd worden. WikiSpeed is dus niet alleen maar een nieuwe wagen, maar vooral een nieuw productie systeem, net zoals Ford niet alleen de auto, maar ook een nieuwe productie-methode introduceerde.

De Tabby is een elektrische wagen, gesteund door de Duitse overheid, die met de juiste lokale apparatuur, in een uur gemonteerd kan worden. Naar verluidt wordt er met een Chinese investeerder onderhandeld voor productie op industriële schaal. Het engelse RiverSimple, een wagen die op waterstof rijdt, heeft op zijn beurt geïnnoveerd met een nieuwe vorm van zelfbestuur, waarbij zelfs de natuur een zetel heeft in het ‘multi-stakeholder’ bestuur.

Er is dus duidelijk iets gaande. De auto is niet alleen meer het symbool van het begin van het tijdperk van de massaconsumptie en industrialisatie, maar ook van zijn einde.

Open design

Het allerbelangrijkste aspect van de nieuwe ontwikkelingen is het open design: er wordt gewerkt met een gemeenschappelijke pool van technische kennis, de zogenaamde commons, die openstaat voor bijdragen van specialisten en vrijwilligers uit de hele wereld. Deze wagens worden niet beschermd door patenten, maar iedereen met de nodige kennis kan eraan meewerken.

Waarom is dat zo belangrijk? Voor de designfase is slechts minimaal kapitaal nodig, en een gemeenschap die niet voor de markt werkt, hoeft geen artificiële schaarste (planned obsolescence) in te bouwen om de marktspanning hoog te houden. Dus: een inclusief design, uit zichzelf ecologisch en duurzaam en dat niet via massamarketing aan de man moet gebracht worden.

De wagens zelf kunnen lokaal via micro-fabrieken gebouwd worden. Zo wordt er gebouwd on demand, op basis van de echte vraag, en is er geen artificiële push economie die consumptie moet stimuleren. Ook in de fase van de productie zelf is door het concept van de micro-fabriek veel minder kapitaal nodig. Denk aan het monteren van zo’n wagen als een Lego-achtig system, die ook kan gecombineerd worden met het gebruik van 3D-printers.

Reuzesprong richting duurzaamheid

Door zo’n open productiemechanisme te combineren met bijvoorbeeld autodelen (dat op zichzelf ook 80 procent minder kapitaal en energie verbruikt voor hetzelfde aantal kilometers), of te combineren met nieuwe vormen van publiek transport, zou men dus een reuzesprong naar duurzaamheid kunnen maken, en toch de vrije mobiliteit bewaren die de moderne mens verwacht.

Deze wagens zijn ook modulair opgebouwd, soms zelfs al met biologisch afbreekbaar materiaal. Technische vooruitgang hoeft niet de wachten op het imprimatuur van een kapitalistische directie die eerst het oude kapitaalgoederen wil gebruiken en bijgevolg het designproces op die wijze aanstuurt dat permanente consumptie wordt aangemoedigd.

Doorbraken in duurzaamheid worden op de lange baan geschoven omdat men niet duurder wil zijn dan de concurrent. Het bewust vernietigen van de elektrische auto in de jaren negentig ligt nog vers in het geheugen. Vooraleer een technische innovatie effectief in een geproduceerde wagen te vinden is, moet men in het huidige productiemodel gemiddeld vijf jaar wachten en vooruitgang in duurzaamheid wordt slechts met mondjesmaat toegelaten.

In het systeem van microfabrieken daarentegen, gecombineerd met globale open design gemeenschappen, kunnen alle technische innovaties onmiddelijk wereldwijd en lokaal toegepast worden. Zoals het ontwikkelingssysteem van Wikispeed aantoont, wordt er ook methodologisch geïnnoveerd. En dit is belangrijk, want het Fordistische systeem is ook een sociaal system. Iedere week een verbeterde en nog ecologisch duurzamere auto te kunnen aanbieden, is in het bestaande industriële systeem gewoon onmogelijk.

Achilleshiel

Toch is alles niet rozegeur en maneschijn. Het belangrijste probleem is schaalgrootte. Ondanks alles heeft men toch nog substantieel kapitaal nodig om deze systemen wereldwijd te verspeiden. Maar welk privékapitaal wil investeren in wagens zonder patenten, die heel lang meegaan, alleen geproduceerd worden op aanvraag, en geen hiërarchisce controle op de medewerkers toelaten, en die dus de bestaande industriële en onduurzame markt ondermijnen? U kan het antwoord waarschijnlijk wel raden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3081   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Stichter P2P Foundation

    Michel Bauwens is de stichter van de P2P Foundation, een collectief observatorium dat onderzoek stimuleert naar ‘peer productie’ en nieuwe vormen van governance en eigendom.