Een migratiesprookje

Een eigenzinnige hete meneer

© Brecht Goris

Ching Lin Pang

Eén van mijn doctoranda die onderzoek doet naar Hmong-vluchtelingen uit Laos is net teruggekeerd van een congres aan het befaamde Max-Planck instituut. ‘Ik weet niet’, zegt ze, ‘waarom worden vluchtelingen toch altijd in een slachtofferrol geduwd? Mijn ervaring tijdens het veldonderzoek komt niet overeen met dit beeld’. Ja, ze komen uit een precaire situatie en velen ook erg getraumatiseerd door de oorlog. Toch zijn de meesten slagvaardig en steken de handen uit de mouwen. Ze slagen er in om een eenvoudig maar goed bestaan uit te bouwen. Gewoon maar toch tevreden’.

Ik kan haar alvast het lotgeval van “Mr. Sriracha” meegeven, dat inderdaad een ander licht werpt op het vluchteling-zijn. In 2013 maakte een Amerikaanse regisseur een kortfilm over de Sriracha saus en kwam hij erachter, tegen zijn intuïtie in, dat de inmiddels iconische sriracha saus niet in Thailand is gemaakt maar wel in Irwindale, Californië.

De ontstaansgeschiedenis van deze pikante saus leest als een migratiesprookje. In 1979 bracht het Taiwanese vrachtschip Huey Fong ene David Tran samen met zijn familie en meer dan 3000 andere lotgenoten naar Hong Kong. Hij nam de benen uit angst voor vervolging door zijn Chinese migratieachtergrond in het nieuwe communistisch Vietnam. In Hong Kong kreeg hij asiel en een jaar later vertrok hij met zijn familie richting Amerika.

De beginperiode in Boston was bikkelhard. Het harde werken schrok hem niet af maar dat hij ondanks de vele beproevingen zelfs geen deftige maaltijd kon eten, zat hem dwars. Hij miste vooral de pikante smaak van de Vietnamese keuken.

Toen hij hoorde dat hij pikante pepers kon telen in Californië twijfelde hij geen moment en vertrok hij met zijn familie naar de Westkust. Hij had geen geld, geen plan en geen hulp. Hij begon op zijn eentje te experimenteren met verschillende soorten saus.

Dat de rode saus met de typische pikante kick zou uitgroeien tot één van de absolute klassiekers in de wereld van pikante sauzen, kon niemand voorspellen.

Zijn eerste saus was niet meteen een schot in de roos. Maar toen hij een saus samenstelde op basis van jalapeño-pepers, azijn, suiker, zout en knoflook en de naam “Sriracha” gaf schreef hij geschiedenis, hoewel hij dat toen niet besefte.

Dat de rode saus met de typische pikante kick, die nazindert met azijnzurige toets en knoflooknasmaak en met de haan als logo, zou uitgroeien tot één van de absolute klassiekers in de wereld van pikante sauzen, kon niemand voorspellen, en in het minst hijzelf.

Het bedrijf draagt de naam Huy Fong, een Verengelsing van Huey Fung en een ode aan het vrachtschip met dezelfde naam dat hem en duizenden anderen uit Vietnam bracht. Het sjofele éénmansbedrijf is in vier decennia uitgegroeid tot een sausimperium, gehuisvest in een gebouw van 60.000 vierkante meter.

Een interessant detail voor de Chineestaligen onder de lezers: Huey Fung is de Cantonese transcriptie voor Hui Fong, wat zoveel betekent als “de accumulatie van rijkdom” en tussen haakjes ook de Chinese naam van HSBC.

Jaarlijks wordt 45 miljoen kilo jalapeño-pepers gemalen voor de productie van deze saus. Meneer Sriracha zelf is blij verrast met zijn succes.

Toen men hem vroeg wie zijn haanlogo ontworpen heeft, schertste hij: ‘Dat weet ik niet. Waarschijnlijk een Vietnamese straatartiest die ik ontmoet heb in de jaren 70. Omdat ik niet wist dat de saus zo beroemd zou worden, heb ik al de spullen van toen niet bijgehouden.’ Het beeld van de haan was welbewust gekozen en verwijst naar zijn geboortejaar in 1945, het jaar van de Haan volgens de Chinese astrologie.

Ondanks zijn plotse succes is hij een bescheiden man gebleven, ogenschijnlijk immuun voor het groot geld. Hij heeft bewust de groothandelsprijs van zijn saus behouden door de jaren heen, zodat vele restaurantketens hem trouw zijn gebleven.

De saus is goedkoop en origineel. Dit blijkt een goede strategie te zijn voor de na-apers in de wereld van de pikante sauzen. Inderdaad: het merk Sriracha is niet beschermd. Iedereen kan een saus met die naam lanceren. Bovendien was hij niet de eerste die deze naam gebruikte. In Thailand bestond een gelijknamige saus reeds in 1949.

Naast de imitatoren kan meneer Sriracha ook rekenen op een hele resem van fans, die het niet nalaten reclame te maken voor deze saus. Sommigen hebben een tatoeage van de iconische fles op hun lichaam, astronauten nemen de saus mee in de ruimte, anderen maken een reportage.

Ik kan talloze voorbeelden geven van migrantenfamilies die door hard te werken toch een goed bestaan hebben kunnen uitbouwen.

Hijzelf blijft weg van elke vorm van publiciteit. Hij is evenmin geïnteresseerd om zijn bedrijf te verkopen aan grote multinationals. Hij zegt: ‘Ik heb mijn droom om een rustig en goed leven uit te bouwen voor mijn familie al lang vervuld. Ik heb nooit de bedoeling gehad om miljonair te worden. We hebben het goed. Ik ben nu halfweg in de zeventig. Mijn zoon heeft de zaak overgenomen als bedrijfsleider en mijn dochter is zijn rechterhand. Ik heb niets meer te wensen.’

Zijn levensverhaal leest als een modern sprookje. Maar velen zullen opwerpen dat hij eerder een uitzondering dan wel de regel is. Ik ben daar niet zo zeker van. Uiteraard wordt niet iedereen zo onmetelijk groot als hij, maar ik kan talloze voorbeelden geven van migrantenfamilies die door hard te werken toch een goed bestaan hebben kunnen uitbouwen.

Dichter bij huis is er het even hartverwarmend verhaal van Long, ook een Vietnamese vluchteling, die een goed draaiende cateringzaak uitbaat in Leuven. En er zijn zoveel andere voorbeelden. Misschien moeten we zulke verhalen meer vertellen, uit het leven gegrepen: mensen die het gemaakt hebben maar die het moeizame begin niet vergeten zijn. Migratiesprookjes van de 20ste en 21ste eeuw.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Antropologe

    Ching Lin Pang is antropologe verbonden met Universiteit Antwerpen en KU Leuven. Met een open blik bestudeert ze de hedendaagse ontwikkelingen in Azië met een focus op China.