'Wat iemand stemt, raakt ons allen, dus waarom kunnen we er niet over praten?'

Een filosofische stemwijzer

© Brecht Goris

Anya Topolski

Terwijl de collegezaal mijn natuurlijk habitat is, bracht ik deze week tijd door in een kleuterklas voor een les filosofie voor kinderen. Kleuters zijn, anders dan veel van mijn universiteitsstudenten en een jammerlijk groot aantal volwassenen, nog niet gedwongen om hun ogenschijnlijk aangeboren nieuwsgierigheid en verwondering voor de wereld af te leren. Iedereen die aanzienlijke tijd heeft doorgebracht met een kleuter, heeft ongetwijfeld de oneindige reeks ‘maar waarom?’-vragen aangehoord. Deze kinderlijke nieuwsgierigheid is, naar mijn mening, een van de mooiste facetten van de mensheid. (Ook al kan ik er soms horendol van worden, bijvoorbeeld wanneer mijn eigen kinderen het bewust doen.)

De vaardigheid om een waarom-vraag te bedenken of te stellen, zouden we moeten verder stimuleren in ons onderwijs. Het is immers iets wat we allemaal kunnen en het is essentieel voor het proces van collectieve besluitvorming.

Een filosofische stemwijzer zou u achter moeten laten met meer vragen dan u voordien had en bovenal moet hij u aansporen na te denken.

De aanstaande Belgische verkiezingen zijn natuurlijk een goed voorbeeld van collectieve besluitvorming. Ik denk daarom dat we wel een filosofische stemwijzer kunnen gebruiken. Het grootste gevaar voor een democratie is dat de leden van de politieke gemeenschap stoppen met waarom te vragen of te denken. Filosofen zouden net als Socrates anderen moeten stimuleren om hun aangeboren nieuwsgierigheid weer te laten ontwaken, om kritisch te zijn, om vragen te stellen, om outside the box te denken.

Een filosofische stemwijzer is dan een vroedvrouw of een “gadfly”. Met andere woorden: een filosofische stemwijzer zou u achter moeten laten met meer vragen dan u voordien had, meer verlangen om te discussiëren met anderen, en bovenal moet hij u aansporen na te denken. (Ja, dat betekent ook dat het u achter kan laten met meer hoofdpijn.)

Laat me beginnen met mijn lezers teleur te stellen (iets wat filosofen vaak doen). Ik lever geen kant-en-klare stemwijzer met algoritmes die tot afgebakende stemadviezen leiden, zoals de stemwijzers van veel kranten of deze stemwijzer die zich richt op vraagstukken rondom seks, gender en welzijn. Filosofen zijn niet heel goed met algoritmes en specifieke antwoorden. Nee, mijn filosofische stemwijzer zou bestaan uit open vragen. Ik wil mensen eerst laten nadenken over waar politiek om draait, over wat van belang is in onze politieke gemeenschap, over hoe verschillende issues met elkaar verbonden zijn.

Daarna (en niet eerder) wil ik dat mensen zich wenden tot de partijprogramma’s en lezen hoe de partijen deze vraagstukken willen aanpakken – en als de programma’s geen antwoorden geven, alsnog uitleg eisen.

In een ideale democratie zouden we allemaal starten met een filosofische stemwijzer om te voorkomen dat het debat wordt geframed door de dominante partijen en door de media (die helaas vaak bedgenoten zijn). Een voorbeeld van dit ideaal is wat nu gebeurt in de Duitstalige gemeenschap van België.

Problematisch

Dus, terwijl ik oprecht kan genieten van het invullen van stemwijzers, zijn ze politiek gezien vrij problematisch. Ze weerhouden mensen ervan echt na te denken. Ik zeg niet dat we dit soort stemwijzers helemaal niet mogen hebben – we hebben immers ook plezier met het invullen van testen die ons laten zien welk Game Of Thrones-personage we zouden zijn. Ik zeg wel dat we moeten starten met een filosofenstemwijzer. Politieke partijen – de mijne inbegrepen – zullen daar misschien niet blij mee zijn, want deze test vertelt mensen niet simpelweg op wie ze moeten stemmen. Maar zoals ik vaak heb geschreven: politiek is meer dan stemmen. Ik heb liever dat alle stemmers nadenken over bepaalde vragen dan dat ze allemaal mijn voorkeurspartij steunen.

Laat mij u een indruk geven van hoe een filosofenstemwijzer eruit zou zien. Mijn inspiratie is John Rawls’ theorie van rechtvaardigheid, specifiek zijn idee van een ‘sluier van ontwetendheid’.

Als een kritische politiek-filosoof die zich bezighoudt met macht, moet ik deze sluier wel aanpassen aan de werkelijkheid (anders dan Rawls, die uitgaat van een ideaal dat onrechtvaardigheden uit het heden en verleden ontkent).

De eerste vraag die ik aan iedereen voor zou leggen (om zichzelf te stellen en om met anderen te bediscussiëren), is geworteld in het idee van relationaliteit en positionering. Het idee is om u in te beelden dat u een ander persoon bent in deze samenleving en te overwegen hoe deze “positie” uw ervaring en kansen in de wereld zou beïnvloeden. Een “positie” kan dan bijvoorbeeld betekenen dat u zich verplaatst in een welvarende witte transvrouw van eind vijftig, met een diploma middelbare onderwijs, geboren in Brugge, met een voltijdse baan en zonder kinderen. Denkt u dat de samenleving dan net zo uitnodigend en rechtvaardig is als nu in uw beleving?

Of u zou een theoretisch opgeleide, cis-vrouwelijke alleenstaande moeder van middelbare leeftijd kunnen zijn, die vier dagen per week werkt, en een migratieachtergrond heeft. Denkt u dat u zich hier kunt ontpoppen en hoop kunt hebben voor de toekomst van uw kinderen? Of hoe zou u de Belgische samenleving beoordelen als u een cis-man van kleur van in de twintig was, met een universiteitsdiploma, worstelend om een permanente baan te vinden?

Politiek zou moeten draaien om hoe we onze collectieve samenleving het beste kunnen organiseren voor iedereen, en niet alleen voor “mij”.

De waarheid is dat, ook al proberen we onszelf er in het Westen tegen te beschermen, uw positie van de ene op de andere dag kan veranderen. Zou niet iedereen zich hier thuis moeten voelen, ongeacht hun positie?

De sleutel is dat we in staat moeten zijn ons in de schoenen te plaatsen van andere mensen, met wie we een samenleving zullen bouwen. Het gaat vooral om het gedachteproces dat voortkomt uit het inbeelden van alternatieve posities (bovenop de empathie en het begrip waar het hopelijk tot leidt). Politiek zou moeten draaien om hoe we onze collectieve samenleving het beste kunnen organiseren voor iedereen, en niet alleen voor ‘mij’. De samenleving is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid – voor het verleden, heden en de toekomst.

We moeten serieus nadenken over hoe we de vele problemen oplossen, die we hebben gecreëerd door niet na te denken of door onverschilligheid en hoe we collectief een gezamenlijke toekomst kunnen bouwen. Alle partijen hebben een visie van hoe de samenleving eruit zou moeten zien. En alle democratische partijen moeten in staat zijn deze visie te schetsen zonder groepen burgers uit te sluiten. Anders, zoals in het geval van Israël, moet hun democratische zelf-identificatie in twijfel worden getrokken.

We zijn een zeer geletterde samenleving, dus waarom behandelen zoveel partijen – en de media – stemmers alsof ze niet in staat zijn te denken?

Ik vind het vooral problematisch hoe een groot deel van de media en veel politieke partijen doen alsof vraagstukken los van elkaar staan. Zoals ik een paar maanden geleden in een column schreef, is het bijvoorbeeld cruciaal om in te zien hoe migratiebeleid samenhangt met zowel klimaatbeleid als onderwijs en vraagstukken rondom inclusie en racisme.

We zijn een zeer geletterde samenleving, dus waarom behandelen zoveel partijen – en de media – stemmers alsof ze niet in staat zijn te denken? Hoe verkiezingen worden verdraaid tot een oppervlakkige, individualistische populariteitswedstrijd, is hier een uitstekend voorbeeld van (en het is geen verrassing dat de top 3 bestaat uit witte mannen, schijnbaar hebben we nood aan meer boeken en films zoals de nieuwe Avengers-film om te breken met onze beperkte opvattingen van hoe leiders eruit kunnen zien).

Andere vragen die ik zou toevoegen aan mijn filosofenstemwijzer gaan over de affectieve of emotionele aspecten van politiek. Mensen zouden niet moeten worden gedwongen om te kiezen tussen rede en emotie. Onze schoonheid ligt in de interactie tussen de twee.

Collectieve besluitvorming kan worden geleid door angst of hoop. Wat heeft onze voorkeur, en waarom? We moeten over deze vraag nadenken en praten, want zij vormt de basis van veel kritische politieke debatten. Ik denk vaak na over het verschil tussen deze emoties als ik peins over de toekomst die we onze kinderen en de volgende generaties geven. Ik wil dat alle kinderen, niet alleen mijn eigen, zich kunnen identificeren met en trots zijn op onze leiders. Nog een reden om te zorgen dat de groep leiders diverser wordt.

Wat iemand stemt, raakt ons allen, dus waarom kunnen we er niet over praten?

Hoewel ik liever optimistisch zou eindigen, kan ik dat niet door de recente omslag in veel verkiezingen in Europa. Dus ik zal eindigen zoals Socrates deed: met een vraag die de meeste lezers niet zullen waarderen. In België en de Verenigde Staten, twee landen waar ik veel tijd heb doorgebracht, vinden mensen het onbeleefd om te vragen wat mensen hebben gestemd. Dat vind ik vreemd. Wat iemand stemt, raakt ons allen, dus waarom kunnen we er niet over praten?

Als u niet wilt vertellen op welke partij u heeft gestemd, ga alstublieft bij uzelf na waarom. Waarom probeert u uw denken over uw rol in het collectieve-besluitvormingsproces, te verbergen? Is het omdat u alleen aan uzelf denkt (en aanneemt dat u nooit op een andere positie achter de sluier van onwetendheid zult belanden)? Naar welke emoties handelt u en waarom? Of, en dit is momenteel mijn grootste angst, is het omdat u simpelweg niet hebt nagedacht over uw keus? Wat het antwoord ook is, het is nooit te laat om te beginnen. Dus alstublieft – in het belang van de gedeelde wereld – probeer het.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • politiek filosofe

    Dr. Anya Topolski, geboren en getogen in Canada, is associate professor in de Politieke Filosofie en Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.