Een generaal is geen dichter

Het is wat met onze defensie. Druppelsgewijs lekt document na document van de ‘toekomstoefening’ die men bij het leger en het kabinet doet in de emmer van VRT-journalist Jens Franssen. We zouden ons kunnen afvragen of die ‘oefening’ niet door middel van een politiek en maatschappelijk debat – en dus openbaar – zou moeten gebeuren.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Het uitgelekte meesterwerk van ‘de Generaals’ - De Belgische Defensie van de toekomst: Horizon 2030 – is een recent voorbeeld. De titel van dit rapport is dezelfde als die van het lovenswaardig initiatief van defensieminister Vandeput om in februari 2015 een aanzet te geven tot een meer publiek debat over de toekomst van defensie met een “raad van wijzen”. Het rapport gaat echter een andere kant uit: het krijgt een homerische invulling.

Met de nodige bravoure worden “vormgevingen” neergepend.

In het genoemde rapport “Horizon 2030” speurt de legertop de einder af op zoek naar de toekomstige lotsbestemming van ons leger. De donkere wolken pakken zich duidelijk samen en met de nodige bravoure worden scenario’s – vormgevingen in hun woorden – neergepend. Daarbij wordt niet gemaald om omgevingsanalyses of strategische doelstellingen.
Met een arsenaal van technische gegevens schetsen ze drie doembeelden (bij ongewijzigd budget) en één walhalla (bij een verdubbeling van het budget). Het is bijna op het dichterlijke af. Maar een dichter is geen generaal, en een generaal geen dichter. Dat leerde de Griekse wijsgeer Plato ons.

Tussen inspiratie en kennis

Sta me toe kort de dialoog ‘Ion’ van Plato te schetsen. Die tweespraak leert ons iets over onze generaals. De hoofdrolspeler in de dialoog is, zoals steeds, Socrates. Hij gaat een gesprek aan met Ion, die een verteller is, iemand die het werk van dichters voordraagt. Ion is gespecialiseerd in de heldendichten van Homerus. Hun gesprek gaat over de verhouding tussen inspiratie en kennis in de dichtkunst en de voordrachtkunst.

Via de metafoor van een magneet legt Socrates uit hoe een verteller de oorspronkelijke inspiratie van de muze aan het publiek overbrengt. Het werkt als volgt: de muze inspireert de dichter, vervolgens vertolkt de verteller het werk van de dichter en het publiek wordt erdoor ontroerd. Inspiratie, dat is waar het volgens Socrates om draait bij de dicht- en vertelkunst.

Wat een generaal zou moeten zeggen

Ion, de talentrijke verteller, wil echter vooral erkenning voor zijn kunde en vakmanschap: hey, Socrates, ik ben wel de beste verteller van Griekenland! En niet alleen dat, ik begrijp ook wat dichters willen zeggen, wat ze bedoelen. Maar, antwoordt Socrates hem, dichters schrijven over de meest diverse onderwerpen – over weven, paardrijden, musiceren, zelfs oorlog voeren – en het is toch zo dat de experts in die onderwerpen – de wever, de ruiter, de muzikant en de generaal – daar het best uitleg over kunnen geven? Daar is Ion het mee eens.

Wat maakt dan dat jij, een verteller of een dichter, dat ook kan? En Ion stelt zelfverzekerd: zelf zou ik wel weten wat een generaal zou moeten zeggen. Nadien pocht hij dat zijn strategisch inzicht gelijk is aan dat van een generaal.

Vervolgens moet hij om consistent te blijven, beweren dat hij expert is op het gebied van oorlogvoering, zoals een generaal. Socrates antwoordt: als je de beste verteller van Griekenland bent, dan ben je dus ook de beste generaal van Griekenland. Vooruit, bied je diensten aan voor het Vaderland! U begrijpt dat Ion in nesten zit, hij krabbelt terug en zegt: ‘echte kennis bezit ik eigenlijk niet, ik word vooral gedreven door inspiratie: een dichter is inderdaad geen generaal.’

Dialoog op basis van argumenten

De Griekse samenleving was doortrokken van de homerische heldencultuur: de helden uit onder meer de Trojaanse oorlog vervulden voorbeeldfuncties, ze werden geëerd en geroemd. Oorlogshelden stonden model voor de deugden waar mensen naar streefden. Plato valt in zijn dialoog vooral die autoriteit van Homerus aan. Hij vindt dat homerische verhalen geen goed model zijn voor maatschappelijke ontwikkeling. Hij vindt dialoog op basis van argumenten een beter politiek model.

Niet gespeend van enige tunnelvisie, heeft het werkstuk van de legertop veel weg van een dreigement.

Wat de generaals hebben voorbereid voor hun minister is, op zijn homerisch, behoorlijk overtrokken. Zoals Jens Franssen – misschien wel de Socrates in dit verhaal – al aangaf in een opiniestuk schetst het rapport geen visie voor onze defensie, maar enkel onwenselijke of onhaalbare opties. Niet gespeend van enige tunnelvisie, heeft het werkstuk van de legertop veel weg van een dreigement. Niet echt de sterkste uitgangspositie om een debat aan te gaan als je het mij vraagt.

Weinigen stellen het belang van defensie op zich in vraag. Het enige waar burgers en middenveld terecht naar vragen is een gearticuleerde, doordachte en beargumenteerde visie: waarom, hoe en wat. In die volgorde. Vele andere stemmen in het debat nemen die vraag sinds enige tijd ernstig. Nu de generaals nog.

Ik ga er van uit dat ook de legertop in nesten zou zitten indien ze Socrates tegen het lijf zouden lopen. ‘Echte kennis delen wij eigenlijk niet, wij worden vooral gedreven door bestaande belangen’. Hun werkstuk “Horizon 2030” kan de leidraad niet zijn voor een debat over de toekomst van onze defensie. Ik vind – samen met Plato – dat dialoog op basis van argumenten een beter politiek model biedt. Generaals horen immers geen dichters of vertellers te zijn, maar civil servants die het algemeen belang dienen en met overtuigende argumenten over de brug komen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Directeur Vlaams Vredesinstituut

    Tomas Baum leidt het Vredesinstituut, een onafhankelijke onderzoeks- en adviesinstelling die het Vlaams Parlement ondersteunt.