Verandering gaat traag

Een gezonde portie ongeduld

© Charis Bastin

Naima Charkaoui

‘Ik ben de laatste om te zeggen dat jongeren geduld moeten hebben’, schrijft Naima Charkaoui in haar nieuwe column. Er gebeurt te weinig en verandering gaat te traag. ‘Maar eerder dan geduld hebben we volharding nodig. Daarom is het belangrijk dat er regelmatig een nieuwe generatie aan de startmeet komt. Hun vuur werkt aanstekelijk en houdt het vuur van anderen brandend’.

Enkele jaren geleden deelde ik als deelnemer aan een gesprekstafel over racisme mijn frustratie over hoe weinig vooruitgang ik zag. Een vriendelijke dame (ik schatte haar een tiental jaar ouder dan mezelf), wees me terecht. Ik moest geduld hebben, want langzaam maar zeker veranderde er wel degelijk iets. Om haar punt te illustreren vertelde ze hoe de recente aanwerving van een nieuwe collega – met een migratieachtergrond – leidde tot meer openheid bij haar en andere witte mensen.

Haar uitspraak wakkerde mijn ongeduld nog aan. Het is meer dan zestig jaar geleden dat “gastarbeiders” naar hier werden gehaald om onze economie te redden. Hun achterkleinkinderen hebben nog steeds te maken met discriminatie. Onze samenleving is er nog altijd niet in geslaagd diversiteit te realiseren in haar verschillende geledingen. Het vaak gehoorde mantra van gelijke kansen wordt zelden in ambitieuze beleidskeuzes vertaald.

Mensen die elke dag de gevolgen van die realiteit ondervinden, die bovendien merken dat ook hun kinderen opnieuw op diezelfde muren botsen, mogen best ongeduldig zijn. Geduld is dan een privilege van zij die maatschappelijk op een stoel zitten waar ze weinig last hebben van ongelijkheid. Het is een makkelijk excuus om achterover geleund geen moeite te hoeven doen, te wachten tot alles vanzelf goed komt.

Een jaar geleden hadden we de mond nog vol van #BeterNaCorona, vandaag is duidelijk dat de ongelijkheid zowel in eigen land als internationaal alleen maar groter is geworden.

Maar het komt niet vanzelf goed. Het verbaast me dat er ook vandaag nog mensen geloven dat racisme vanzelf zal verdwijnen met de nieuwe generatie kinderen en jongeren. Ze hebben het dan vooral over kinderen die opgroeien in superdiverse steden.

Het zal wel kloppen dat er vandaag meer jongeren zijn dan vijftig jaar geleden die zich thuis voelen in de diversiteit. Dat betekent nog niet dat ze automatisch ook alert zijn voor allerlei vormen van uitsluiting en weten hoe ertegen te reageren. En dus ook niet dat het “vanzelf” goed komt wanneer zij later als volwassenen aan het stuur van de samenleving komen.

Laat ons bovendien niet vergeten dat er ook vandaag nog altijd veel jongeren helemaal niét mee zijn. Ze krijgen ook op school bitter weinig inzicht mee over zaken als racisme of de geschiedenis van kolonisatie en van migratie.

Toch geeft de nieuwe generatie ook mij hoop. Niet wanneer ze braaf wachten op verandering die er als op magische wijze zou komen. Wel wanneer ze in actie komen om die verandering op te eisen. We zagen het eerst heel duidelijk met de lead die jongeren namen in klimaatprotesten wereldwijd. Het laatste jaar kreeg de antiracismebeweging met #BlackLivesMatter een nieuw elan. En onlangs kwam het protest tegen de Israëlische kolonisatie van Palestina weer op de voorgrond. Telkens laten jongeren hun stem horen, op straat en op sociale media.

En ze zijn ongeduldig. Er gebeurt te weinig en te traag. Hoezo we zijn een jaar na de #BlackLivesMatter protesten en er is nog niets veranderd? Waar blijft dat ambitieus klimaatbeleid? Hoe is het mogelijk dat Israël wegkomt met zijn annexatie- en apartheidsbeleid?

De eindmeet is zelden in zicht en er staan geen wegwijzers die met zekerheid zeggen hoe je die kan bereiken.

Ik zou hen kunnen uitleggen dat verandering traag gaat. Dat machtsstructuren hardnekkig zijn. Ik zou kunnen waarschuwen dat wat even een momentum leek, straks alweer een gemiste kans kan zijn. Het zijn lessen die ik leerde sinds ik zelf als tiener in actie kwam tegen racisme, het kapotmaken van de natuur en de bezetting van Palestina. Drie onderwerpen waar het zelfs erger is dan de spreekwoordelijke processie van Echternach: die gaat met telkens drie stappen voorwaarts en twee achterwaarts tenminste nog vooruit.

Na al die jaren is het daarom soms moeilijk om te blijven geloven dat die vooruitgang er ooit komt. Zeker op momenten dat de actualiteit overweldigend is, zoals de voorbije weken. Er waren – onder meer! – de situatie in Palestina, de populaire steungroepen voor een extreemrechtse terreurverdachte, de aanhoudende schande van het Europees grensbeleid en de blijvende weigering om in het vaccinatiebeleid de wereldwijde volksgezondheid voorrang te geven op monsterwinsten voor gesubsidieerde farmabedrijven. Een jaar geleden hadden we de mond nog vol van #BeterNaCorona, vandaag is duidelijk dat de ongelijkheid zowel in eigen land als internationaal alleen maar groter is geworden.

Na al die jaren besef ik dat streven naar sociale verandering geen sprint is. Maar het is ook geen marathon. Het is een marathon gevolgd door een sprint waarna een nieuwe marathon begint – steeds opnieuw. De eindmeet is zelden in zicht en er staan geen wegwijzers die met zekerheid zeggen hoe je die kan bereiken. Onderweg durft de energie al eens zakken.

Daarom is het zo belangrijk dat er regelmatig een nieuwe generatie aan de startmeet komt. Ze nemen gretig het stokje van de lead over van de generaties voor hen. Hun vuur werkt aanstekelijk en houdt het vuur van anderen brandend.

Ik ben de laatste die hen gaat zeggen dat ze geduld moeten hebben. Nee, laat ze maar ongeduldig zijn. Geduld mag dan wel een schone deugd genoemd worden, zonder ongeduld verandert er niets. Het is waar dat verandering traag gaat. Maar eerder dan geduld hebben we daarom volharding nodig. Daarvoor is fris en hoopvol ongeduld in de rangen een meer dan welkome steun.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift