Iets over de trein, de tussenplek en de reis die geen vlucht is

Een innerlijke reis

© Brecht Goris

Jan Mertens

Het gevoel dat bijna alles weer “mag” heeft ook iets verwarrends. Waar willen we dan zo snel weer terug naartoe? Zou er ook een ander soort reis mogelijk zijn? En zegt dat iets over de liefde?

Ik was zo gelukkig toen ik de voorbije weken eindelijk weer in de trein mocht zitten. Andere mensen willen misschien zo ver mogelijk weg blijven van een trein, ik had hem gemist. Soms ging ik gewoon eens kijken of het station er nog was en probeerde ik me alle vertrekuren weer te herinneren van de treinen die ik normaal zo vaak neem. Normaal. Het is een ingewikkeld woord. Dat heeft de trein me ook geleerd.

Toen ik de eerste keer weer naar Brussel ging om daar een dagje te gaan werken, was die reis de belangrijkste ervaring van de dag. Ik kon helemaal in die ervaring zijn. Het ontroerde me hevig dat alles er gewoon nog was. Een comfortabel plekje bij het raam. Het landschap dat precies op me gewacht had, en tegelijk ook niet. De geuren en geluiden in het station in Brussel. De stemmen en talen op het perron.

De trein ook die een tussenplek was. Tussen daar en hier. Je werkt, daar, je loopt naar het station, je wacht op de trein, kijkt naar de mensen, hoe mooi ze zijn, je stapt in de trein, als een ritueel, je bent even in een ruimte onderweg waar je alleen bent met je gedachten, je stapt uit, loopt door de stad, je doet de voordeur open, en je bent weer thuis, hier.

Zo vaak was het in de periode daarvoor dat ik maar enkele meters moest zetten om van de werkkamer naar de woonkamer te gaan. (Het is een luxe die heel veel mensen die niet alleen wonen helemaal niet hadden de voorbije weken.) Ik lette er wel op dat ik nooit in de woonkamer ging werken, om toch een beetje het gevoel te hebben om van hier naar daar te kunnen gaan, even in mijn hoofd iets te hebben tussen die twee plekken.

Tussenplek

De tussenplek is een plek in je lichaam. Daar komt het verdriet dat je voelt als de dood daar buiten het oude verdriet aanraakt dat zich in je lichaam heeft ingeschreven. Daar voel je je sterfelijkheid en het besef dat gezond zijn geen vanzelfsprekendheid is. Daar komt de verwarring wanneer je rustig probeert te kijken naar hoe je lichaam omgaat met zoveel codes van veilig of onveilig. Sommige mensen – ik ben er een van – hebben een lichaam dat niet spontaan heeft geleerd wat veilig en geborgen is. Elke aanraking kan als het ware “gevaarlijk” zijn. Wanneer je dan langs alle kanalen hoort dat vanaf nu aanrakingen ook officieel en echt gevaarlijk zijn, geeft dat kortsluiting in je lichaam. Ik vermoed dat iedereen de voorbije weken wel haar of zijn variant van kortsluiting heeft ervaren. Dat is ook normaal.

Thuis blijven – in mijn geval de hele tijd helemaal alleen – in een wereld die stilgelegd is, maakt het in zekere zin mogelijk om alle dingen uit elkaar te rafelen. Je kunt niet zomaar weglopen van je angst of je verlangen. Het is er, hier, en je kunt proberen ernaar te kijken. Om het onder ogen te zien. Het was en is natuurlijk anders voor mensen die helemaal niet alleen konden zijn, en zich vaak opgezogen voelden in een plekloosheid. Maar ook zij konden misschien ergens in hun lichaam zien hoe die plek zou kunnen zijn, als ze de kans zouden krijgen om even daar te zijn. Misschien waren ook zij daarom blij dat ze terug af en toe in de trein konden zitten.

Misschien is het soms ook wel goed dat je niet weg kunt lopen van die plek waar je jezelf in al je naaktheid tegenkomt.

Dat wat we normaal noemden voor de huidige crisis was het in heel veel opzichten helemaal niet. Velen van ons hebben ondertussen beseft hoe druk dat normale eigenlijk was. Hoe je permanent een overdaad aan indrukken en prikkels krijgt in een omgeving waar heel veel dingen tegelijk gebeuren.

Omdat het zoveel tegelijk was, beseften we vaak niet meer hoeveel afzonderlijke kleuren en geuren en indrukken er mogelijk zijn. Als je bij wijze van spreken alles weggomt en er alleen een treinreis is, merk je ineens wat dat allemaal kan betekenen. Ik voel geen enkele behoefte om de voorbije crisisperiode te romantiseren. Voor te veel mensen was het een periode van ellende, en het ergste moet waarschijnlijk nog komen. (Als ik sommige nieuwsitems in het journaal zie, blijft het me verbazen hoezeer veel mensen die werkelijkheid weg kunnen duwen, als een soort dissociatie.)

Maar los daarvan waren die weken ook een kans om dingen te zien die vol van waarde zijn. En misschien heb je daarvoor wel een klein beetje af en toe zo’n tussenplek nodig. Misschien is het soms ook wel goed dat je niet weg kunt lopen van die plek waar je jezelf in al je naaktheid tegenkomt. Daar zie je je eigen kwetsbaarheid, je verbrokkelde en tegelijk vloeiende identiteit. Daar zie je de dingen die je verbinden met andere mensen. Misschien dat we ook daarom ineens zagen wie er naast ons woont en zo bewust dag gingen zeggen, of ook echt wilden weten hoe het met iedereen ging.

Ik merkte hoe ik in de war was toen het ineens precies allemaal “snel” begon te gaan. Allerlei maatregelen werden plots versoepeld. Veel dingen “mochten” weer. Bij mijn dagelijkse fietstochtjes merkte ik hoe er ineens weer files waren. Auto’s die stonden aan te schuiven en toeterden omdat alles niet snel genoeg vooruit ging. Oei, moet dat allemaal zo snel? Dat ging er door mijn hoofd. Het was waarschijnlijk mijn lichaam dat sprak.

Misschien zegt dat dan ook alleen iets over mij. Ik vroeg me af waarom ik het moeilijk vond. Een van de redenen was dat al die dingen in de wereld daarbuiten, zo snel weer tegelijk zouden bezig zijn. Ze zouden weer in een onontwarbaar kluwen zitten. En door de ontrafeling tijdens de lockdown beseffen we beter hoe jachtig en alles tegelijk het zogenaamd normale is.

We zijn ook misschien nog beter gaan beseffen hoe waardevol en intens dingen kunnen zijn die we nu moeten missen, zoals in mijn geval: gewoon in de schouwburg kunnen zitten, verdwijnen in de mooie muziek op het podium, en tussendoor even tegen de schouder leunen van wie met me mee is gegaan naar het concert. Soms hoop ik dat we iets van dat besef zouden kunnen overeind houden in de tijd die komt. Om nooit te vergeten wat echt waardevol is.

Zou het geen mooi idee zijn als we zouden proberen om deze zomer na te denken over een invulling van het begrip reis die geen vlucht is?

Ik voelde dezelfde verwarring ook bij de beelden van mensen die zo snel mogelijk en met zoveel gretigheid weer in dat vliegtuig wilden zitten. De vluchten werden hernomen. Misschien is het geen toeval dat het woord “vlucht” daar in zit. In de vanzelfsprekende drukte van het alles tegelijk en met het zogenaamde “recht” op vliegen kun je gewoon terug in de tredmolen van het zogenaamd normale stappen en “weg” gaan, vluchten van hier als het ware.

En misschien zegt dat ook wel iets over de consumptiecultuur die we als normaal zijn gaan beschouwen. Zo gelukkig maakte die ons trouwens niet, dat wisten we al voor deze crisis. Zoveel mensen lijden onder een gevoel van zinledigheid dat ze proberen te stillen door zichzelf steeds opnieuw op te jagen, met nieuwe prikkels, steeds meer, steeds groter, steeds verder, steeds heftiger, … Om maar niet dat wankele naakte zelf in de spiegel van het stilstaan in een lege ruimte te moeten zien.

Zou het geen mooi idee zijn als we zouden proberen om deze zomer na te denken over een invulling van het begrip reis die geen vlucht is? We zouden kunnen proberen om niet te vluchten voor de immense ecologische impact van het zogenaamd normale toerisme. We zouden kunnen proberen om niet te vluchten voor de sociaal kwetsbare situatie van de mensen die in de onderwereld van de luchthaven in moeilijke omstandigheden en een laag loon met onze koffers sleuren omdat wij vinden dat we recht hebben op zo’n goedkoop vliegtuigticket. We zouden ons kunnen afvragen wat we eigenlijk gaan zoeken op die andere plek en welke waarden daarmee verbonden zijn.

De tussenplek is de plek waar je in je breekbaarheid kunt staan. Het is de plek waar je aanraakbaar bent, voor iemand die gewoon bij je wil zijn, niet jou hebben. In de verwarrende lagen van aanwezigheid en afwezigheid in je huid. De plek waar je kunt leren wat het is om veilig te zijn, met al je littekens. Wat je daar kunt zien en leren en voelen kan je ook helpen in de wereld net voorbij jouw huid. De reis binnen en de reis buiten.

Het kan zijn dat het de moeite is om op reis te gaan naar even niet meelopen met alles en iedereen en jezelf in je kwetsbaarheid zien. Misschien is dat niet eenvoudig, maar het kan wel een authentieke ervaring worden, het kan je ongekende continenten van jezelf leren zien. Om dat te kunnen heb je misschien niet meer nodig dan een aantal dagen fietsen of stappen, waardoor je rustig in die ene ervaring kunt blijven, zonder te moeten vluchten.

Misschien is het genoeg om ergens een plekje te zoeken waar je uren kunt blijven lezen in dat boek dat ook andere werelden voor je kan openen en je zo een dieper soort vrijheid kan bezorgen. De vrijheid die we verbinden met het idee van toerisme is in de feiten vaak immers bijzonder onvrij. Je doet exact wat alle anderen doen, waardoor je soms veel meer herhaalt waar je van weg wilde dan je zelf beseft.

De vlucht terug naar het normale is misschien niet in alle opzichten de goede weg als het een vlucht is weg van jezelf en je lotsverbondenheid met alle andere mensen. Hoe moeilijk het soms ook was, ik vond het ook goed om in de stilte van mijn huis op mezelf geworpen te worden. De rafels in je eigen lichaam zien, je verdriet en je verlangen, je pijn en je geluk. Zien hoe onveiligheid ook in je lichaam kan zitten, met alle angst die daarbij hoort.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Daarvan wegvluchten in de overweldigende en verslavende drukte van het zogenaamd normale is verleidelijk, maar het is misschien niet de beste weg voor jezelf. Waartoe dat soort rusteloosheid kan leiden, zien we onder meer uitvergroot vandaag in de wereld in pijnlijke vormen van narcisme van vermoeiende en gevaarlijke venten. In kleinere en veel meer onschuldige vorm voelen we zelf hoe de gejaagdheid van het normale ons ook ongelukkig en leeg achter kan laten. Het kopen van 400 paar sneakers kan dat niet zomaar oplossen, integendeel. Dat besef kan ons misschien wel helpen bij het organiseren van onze reizen deze zomer, reizen die geen vlucht zijn.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.