Een kei van een pater

Column

‘Het is beter te leven buiten de legaliteit dan binnen de legaliteit te sterven’

Een kei van een pater

Een kei van een pater
Een kei van een pater

MO*columnist Geert Van Istendael haalt herinneringen op aan één van de meest indrukwekkendste mensen die hij ooit heeft ontmoet. 'Een dak overbrugt de kloof tussen wanhoop en hoop. Een dak, ook een slecht dak, is altijd een sprong voorwaarts.'

© Konstantinos Tsanakas

‘Josse van der Rest leerde onder meer me dat het beter is te leven buiten de legaliteit dan binnen de legaliteit te sterven.’

© Konstantinos Tsanakas

MO*columnist Geert Van Istendael haalt herinneringen op aan één van de meest indrukwekkendste mensen die hij ooit heeft ontmoet: een Belgische pater die in Chili ‘slechte huizen’ bouwde. ‘Want een dak overbrugt de kloof tussen wanhoop en hoop. Een dak, ook een slecht dak, is altijd een sprong voorwaarts.’

Deze column is ook te beluisteren:

Vorige dinsdag keek ik naar Canvas, naar een reportage uit de reeks Wij zijn Europa, gemaakt door de even voortreffelijke als goedlachse fotografe Lieve Blanquaert. Ze rotst ons halve, wat zeg ik, onze hele continent af. In Finland bezocht ze een opvang voor daklozen, uitstekend georganiseerd, die opvang, zoals bijna alles in Finland. Een man, zwaar verleden, met wie ze sprak, zei dat hij zich op die plek eindelijk weer mens voelde.

Dat ene zinnetje van een onbekende Fin flitste me naar de andere kant van de planeet, meer dan tienduizend kilometer ver, naar Santiago, de hoofdstad van Chili.

Ik zat weer tegenover een van de indrukwekkendste kerels die ooit mijn pad heeft gekruist. Zowat vijftien jaar geleden zal het geweest zijn. O, geen spierbundel, hoor, geen mannetjesputter, geen macho. Lang was hij wel, en Belg en jezuïetenpater. En edelman, telg van de hoogst notabele familie Van der Rest, die een officieel blazoen heeft, die fabrieken bezat in binnen- en buitenland, die een gouverneur van de nationale bank heeft geleverd en ook nog eens een nationale voorzitter van de werkgevers.

Niet hij. Hij was een ander soort ondernemer.

Je kunt niet geloven wat het verschil is tussen een dak boven je hoofd en géén dak boven je hoofd.

Je construis de mauvaises maisons, zo begroette Josse van de Rest S.J. mij, ik bouw slechte huizen. Zijn accent was onmiskenbaar Brussels, wat mij als muziek in de oren klonk, hier op de smalle strook tussen Andesgebergte en Stille Oceaan.

Een jaar of tachtig schatte ik hem, maar hij zag er niet uit als een brekelijke bejaarde. Een boom van een vent, wars van kapsones en vooral wars van theorieën. Niet lullen, aanpakken, in het Frans dan, altijd voor de ellendigste van de ellendige schepselen van deze ellendige planeet. Geen geloof zonder gerechtigheid, zo luidde het credo van deze jezuïetenpater.

Hij ontving me in een kaal kantoortje. Er stond een soort keukentafel, waarrond een paar simpele, harde stoelen. In een hoek achter hem kon een stapel kartonnen maquettes zich nog net overeind houden. Ik zou gauw vernemen dat in dit Chileense kamertje van niks een wereldwijd bedrijf was gevestigd.

Slechte huizen bouwen, dat is mijn levenswerk, vertelde hij. Je kunt niet geloven wat het verschil is tussen een dak boven je hoofd en géén dak boven je hoofd. Een dak overbrugt de kloof tussen wanhoop en hoop. Een dak, ook een slecht dak, is altijd een sprong voorwaarts.

Je kunt je niet voorstellen hoe groot die sprong voorwaarts is. Dus eerst moet dat slechte huis boven de grond. Niet later, ooit wel eens een keer. Nee, nu. Pas daarna kan een goed huis een realistisch doel worden.

Hij wees met zijn duim over zijn schouder. Driehonderd dollar per stuk kosten die huizen (even herinneren: dit gebeurde vijftien jaar geleden). Driehonderd dollar maken het verschil tussen uitzichtloosheid en perspectief.

We bouwen vaak op land dat we stelen. Ik persoonlijk heb hier in Chili grond gepikt van de kardinaal. Of we bezetten het terrein. Om er huizen op te bouwen. Voor de armsten. Ze hebben me in de gevangenis gestopt. Één of twee dagen. Maar ik ga door. We bouwen die huizen niet met duizenden, niet met tienduizenden, maar met honderdduizenden.

Kent u Ecuador? Wel, in Guayaquil, de grote havenstad, hebben we er 140.000 gebouwd. We werken in vijftig landen. Chili. Guatemala. De Filippijnen. Rwanda. Huizen voor weduwen en wezen. Die kunnen ze daar best gebruiken, me dunkt.

Tien jaar geleden had zijn Fundación Vivienda, vrij vertaald stichting wonen, maar liefst drie miljoen huizen gebouwd in Latijns-Amerika, Afrika en Azië. Ik vraag me af welke bouwondernemer een vergelijkbaar resultaat kan voorleggen.

Voor de mensen van de pater was de vooravond de beste tijd om erop uit te trekken. Met lichte vrachtwagens brachten ze geprefabriceerde elementen naar de bouwplaats. In een mum van tijd stonden daar huisjes van net geen twintig vierkante meter, liefst voor dertig, veertig of meer gezinnen.

De dagen die erop volgden, slaagde de politie er gewoonweg niet in om hen weg te jagen. Tegenstribbelende grondeigenaars stelde Pater van der Rest voor voldongen feiten. Hij was een betonharde onderhandelaar. Afblaffen kon hij als weinig anderen.

De pater van de noodwoningen

Ze noemden hem el padre de los garabatos, de pater van wat volgens het woordenboek van de Koninklijke Spaanse Academie in zijn achtste betekenis wil zeggen: schimpscheuten. Toen hij in Chili aankwam, 1958, sprak hij geen gebenedijd woord Spaans. Hij leerde de taal in de krottenwijken, zonder spraakkunst of woordenboek, vandaar. Een andere bijnaam: de pater van de noodwoningen.

Hij mocht dan nog uit een traditioneel katholieke familie van de Belgische industriële adel komen, in zijn jeugd weigerde hij vaak ter kerke te gaan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging hij bij het verzet en daarna als vrijwilliger in het leger. Naar het schijnt was hij een gevreesd scherpschutter.

Als soldaat belandde hij, toen het duizendjarige rijk van de nazi’s omver donderde, samen met de oprukkende geallieerden in een of ander Duits dorp. Daar zag hij een Heilig Hartbeeld met afgebroken armen, het gevolg van bombardementen. Een Amerikaanse GI had erop geschreven: I have no hands but yours, ik heb geen handen behalve de jouwe.

Dat was de roeping van de niet zo geweldig vrome jonge Belg. Hij heeft die begrepen als: ik moet mijn handen uit de mouwen steken voor de verworpenen der aarde. Nooit is hij die roeping ontrouw geworden. Zijn leven lang is hij blijven vechten tegen grondspeculatie en voor de uitgestotenen die door die speculatie geen fatsoenlijke plek hebben om te wonen.

Pater Josse van der Rest S.J. overleed in 2020, 96 jaar oud, aan de gevolgen van covid. Vorige maand zou hij honderd jaar zijn geworden.

Ook in ons steenrijke landje en vooral in de steenrijke hoofdstad van ons steenrijke koninkrijk leven daklozen.

Ik schrijf dit hier niet alleen om een waarlijk groot man te herdenken. Het is al vreemd genoeg dat net ik, vergrijsd in het papen vreten, een jezuïetenpater wil bewieroken. Hijzelf zou er smakelijk om hebben gelachen.

Terzijde: iedereen kan nog altijd een bijdrage leveren aan de organisatie die zijn rebelse titanenwerk voortzet. Voor wie het wil weten, ze heet Selavip — zie ik daar een ironische verwijzing in naar de combinatie C’est la vie en Very Important Person? Ach nee, de afkorting betekent gewoon Servicio Latinoamericano, Africano y Asiático de Vivienda Popular, Latijns-Amerikaanse, Afrikaanse en Aziatische dienst voor volkshuisvesting. Ik sluit deze terzijde.

Ook in ons steenrijke landje en vooral in de steenrijke hoofdstad van ons steenrijke koninkrijk leven daklozen. Ik weet het, België is niet Chili of Rwanda of een Filipijns eiland. Ons vaderland is veel welvarender. Des te meer zou hier de grondgedachte van Pater van der Rest moeten gelden: een dak boven je hoofd is het hele verschil tussen hoop en wanhoop.

Er is nog iets anders. Staatssecretaris Nicole de Moor heeft vluchtelingen en asielzoekers de straat op gestuurd. Die komen wél uit landen waar pater Van der Rest en zijn medewerkers hun slechte, maar o zo noodzakelijke huisjes bouwden en bouwen.

En hier in ons, nogmaals, rijke landje, zouden zij géén aanspraak kunnen maken op een enigszins fatsoenlijk onderdak? Het spreekt vanzelf dat staatssecretaris Nicole de Moor geen hutten met een lessenaarsdak moet beginnen te bouwen, geen mauvaises maisons. Daar gaat het helemaal niet om. Het gaat om elementaire menselijke waardigheid en die begint met een dak boven je hoofd, dat heb ik daar in Chili geleerd.

Josse van der Rest heeft me nog iets anders geleerd. Hij zei: het is beter te leven buiten de legaliteit dan binnen de legaliteit te sterven.