Een ontoegankelijke wereld binnentreden

Catherine Vuylsteke was in deze column van plan om over Syrië te schrijven, maar het moest heel onverwacht ergens anders heen. Naar een zomerse late ochtend in Haarlem, en naar een man die niet meer is maar erg zal worden gemist. RIP, Joost Zwagerman (52).

  • © Brecht Goris © Brecht Goris
  • Maurice / Flickr (CC by-nc-sa 2.0) Joost Zwagerman tijdens het Crossing Border Festival in 2013 Maurice / Flickr (CC by-nc-sa 2.0)

Ik had het hier over de vluchtelingen willen hebben, over waarom enige duizenden mensen opnemen ons heus geen crisissituatie oplevert, zeker niet als je bedenkt dat Turkije 1,9 miljoen Syriërs opvangt, dat Libanon zijn bevolking met maar liefst één vierde zag aanzwellen en Jordanië met één vijfde.
Ik wilde uitleggen dat jonge Syriërs hier vooral onderwijskansen zoeken en wat wij te winnen hebben bij het verstrekken daarvan.

Zij moeten het nu al vier jaar zonder school doen en dreigen een verloren generatie te worden, jongens en meisjes zonder toekomstperspectief en dus ideale recruten voor totalitaire organisaties.

Mijn verontwaardiging had ik willen uiten over de goedkope uitspraken en idiote voorstellen van NVA-politici – maar hadden we van hen iets anders verwacht? En ik had het tenslotte ook over het trieste gevoel willen hebben dat me bekroop toen andermaal bleek dat beelden van een kinderlijkje in Bodrum meer vermochten dan kisten vol gefundeerde analyses. 

En toch zal ik dat nu niet doen. Niet omdat ik niet opsta en ga slapen met gedachten over die onfortuinlijke mensen – de gigantische tas met handdoeken en toiletartikelen staat nog steeds in de gang. Voorlopig heeft niemand er nood aan, dus beperk ik me tot een overschrijving. 

Maar nu moet het over één man gaan, over één definitief vertrek dat ons zoveel armer maakt. Joost Zwagerman. Afgelopen dinsdag – een grijze en kille dinsdag – in Haarlem gestorven. 

We hebben er te weinig van, van dat soort leraren die bescheiden en welbespraakt een schilderij voor je kunnen openvouwen

Met hem verloren we een zeldzaam erudiet man, een bibliotheek van kennis waar menige Ikea-kast voor nodig zou zijn geweest. In 2008 kreeg hij voor zijn volledige oeuvre van meer dan 25 boeken de Gouden Ganzenveer en bij de lauwering werd hij een ‘bruggenbouwer tussen kunst, literatuur en samenleving’, genoemd. Dat was hij ook. Of het nu over beeldende kunst ging, dan wel over literatuur, Amerikaanse subcultuur of integratievraagstukken, Zwagerman had er immer een genuanceerde en gefundeerde mening over.

We hebben er te weinig van, van dat soort leraren die bescheiden en welbespraakt een schilderij voor je kunnen openvouwen, die het oeuvre van een schrijver vlijmscherp, helder en toch liefdevol kunnen analyseren en die even boeiend kunnen schrijven over Madonna als over Rothko. 

Zwagerman behoort niet tot mijn intimi. Ik moet tot mijn schade bekennen dat ik zijn vernuft pas echt heb ontdekt in 2012, met het verschijnen van “Kennis is Geluk”, hoewel hij decennia eerder al veel succes had met romans als “De Buitenvrouw”.

Eén keer, nu twee jaar geleden, mocht ik een zonovergoten late ochtend met hem delen, op een terras in het hart van Haarlem. De Morgen stuurde me erheen voor een van de grote zomerinterviews. Ik moest hem vragen welke boeken voor hem bepalend waren geweest. Zwagerman kwam met Philip Roth’s “Portnoy’s Complaint”, de Rabbit-cyclus van John Updike en “Voer voor psychologen” van Harry Mulisch, dat hij veel beter vond dan het werk van W.F. Hermans of Gerard Reve. 

‘Voor het laatste boek’, zo zei hij toen, ‘wil ik graag naar een onderwerp dat mij koos, al is het een cliché om het zo te stellen, met name zelfmoord. Ik kwam het tegen door de wonderlijk genoeg mislukte pogingen van mijn eigen vader en van mijn vriend Rogi Wieg, die er “Kameraad scheermes” (2003) over schreef.’ 

Wat te groot was voor het hart, liet hij dissecteren door het hoofd.

Zwagerman vond dat het moeilijk was verder te gaan met iemand ‘die de banden met jou wou doorknippen’, en dus ging hij er op zijn heel eigen manier mee om. Wat te groot was voor het hart, liet hij dissecteren door het hoofd. Hij kocht in antiquariaten alles wat ze hadden over het onderwerp en lachtte tijdens ons gesprek in Haarlem dat hij onderhand over een heuse zelfmoordbibliotheek beschikte.

Hij las er niet alleen over, hij schreef er ook twee boeken over. De roman “Zes sterren” (2002) en de bijzonder lezenswaardige non-fictiebundel “Door eigen hand” (2005). Daarin sprak hij met Jeroen Brouwers, Heleen van Royen, Wouter van Oorschot en Renate Dorrestein over de drama’s in hun naaste omgeving en hoe die hun leven voor altijd veranderden.

Maurice / Flickr (CC by-nc-sa 2.0)
Joost Zwagerman tijdens het Crossing Border Festival in 2013
Maurice / Flickr (CC by-nc-sa 2.0)

‘Wat ik er bovenal uit leerde’, zo zei Zwagerman, ‘was dat mijn onmacht geen schande was. Ja, we hebben allemaal het recht om onszelf naar de knoppen te laten gaan. Maar tegenover dat recht wil ik de opgave plaatsen om de aspirant-zelfmoordenaar op andere gedachten te brengen’.

Als ik “Door eigen hand” nu herlees, haper ik bij de passage waarin hij vertelt wat het voor de Israëlische schrijver Amos Oz betekende om op zijn twaalfde zijn 38-jarige moeder te verliezen aan zelfmoord. Hij vraagt zich af of hij wel een aardig kind was geweest, ‘of ze hem te dom vond en een eind aan haar leven maakte uit schaamte en ontevreden over hém, haar zoon’. En vooral: Oz is niet zeker dat ze wel van hem heeft gehouden ‘en als dat zo is, dan was die liefde blijkbaar niet sterk genoeg om voor hem in leven te blijven’.

Zwagerman stapte dinsdag uit het leven en laat drie kinderen na. Wat zullen ze denken als ze dit ooit lezen? Ach, waarschijnlijk was het voor hun vader zoals voor A. Alvarez, die hij in het boek citeert. ‘Iemand die besloten heeft zelfmoord te plegen, gaat een afgesloten, voor anderen ontoegankelijke wereld binnen’.

Zwagerman is weg. Ons resten zijn boeken, zijn tv-optredens, en zijn mooie, heldere stem. In het najaar verschijnt zijn laatste werk, andermaal een bundeling van essays over kunst. En we kunnen hem zien in oude opnames van Zomergasten of naar hem luisteren in de podcasts van het Klara-programma Pompidou. Daar kwam hij in juni van vorig jaar omstandig praten over zijn tweedelige magnus opus  “Americana”.

RIP Joost. Wie had kunnen denken dat jij in 2015 een van de 30.000 Nederlanders zou zijn die zich proberen van het leven te beroven. En dat het je nog zou lukken ook.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Auteur, journalist, filmmaker & China-expert

    Catherine Vuylsteke is journaliste, ze schreef boeken en maakte films over China, (Marokkaanse) homo’s, Brussel en niet-begeleide minderjarigen.