Godsvrede, al het andere is van geen tel

Een regering met 50 procent vrouwen is geen pr-operatie

© Brecht Goris

Geert Van Istendael

We hebben eindelijk een regering, schrijft Geert Van Istendael. En stel je dat toch eens voor, die regering regeert! We waren bijna vergeten dat zoiets nog mogelijk was in ons onmogelijke landeke.

We hebben eindelijk een regering met een stevige meerderheid. En stel je dat toch eens voor, die regering regeert! We waren bijna vergeten dat zoiets nog mogelijk was in ons onmogelijke landeke. We hadden zelfs afgeleerd het woord regering in de mond te nemen. Kibbelkabinet, zeiden we en we grijnsden. Naar het schijnt heeft de VRT een potkast met die titel de wereld ingestuurd, maar dat potkastengedoe is mij te ingewikkeld. Rompkabinet zeiden we daarna.

Een magere, ernstige dame met lang haar leidde een spartelend kluwentje ministertjes, die allemaal samen konden rekenen op zegge en schrijve achtendertig kamerleden op honderdvijftig, dat is 25,3 procent van de verkozenen des volks. In een normaal democratisch stelsel, één dat steunt op absolute parlementaire meerderheden, is dat een acrobatennummer. Reken maar uit. Het zouden erop zijn minst zesenzeventig kamerleden moeten zijn, exact het dubbele.

Ik zie de magere dame al voor me, gehuld in een glitterbadpak, dansend op een slap touw, terwijl ze op haar linker- en rechterhand een stapel porseleinen soepborden in wankel evenwicht probeert te houden. De overige artiesten kijken niet naar haar virtuoze act. Ze hebben het veel te druk met dolken in elkaars rug steken. Intussen staat onze zwart-geel-rode circustent in lichterlaaie.

Op 23 maart 2020, kort na het begin van Keizerin Corona’s schrikbewind, schreef ik op deze plek:

Indien de magere, ernstige dame met lang haar erin slaagt, met steun van de verzamelde virologen, de verschrikkelijke Keizerin te verjagen, zal zij de geschiedenis ingaan als een van de grootste Belgische regeringsleiders sinds de Bevrijding.

Heimelijk hoopte ik dat het haar zou lukken. Het heeft niet mogen zijn. Ze is te toegeeflijk geweest, de magere dame, ze heeft te goed geluisterd naar lobbyisten met een bord voor hun egoïstische kop.

Het is niet zozeer dat zij de enige was die de teugels vierde in Europa. In alle landen om ons heen zien we vandaag hoe keizerin Corona zegevierend de in de zomermaanden verwaarloosde verdedigingslinies doorbreekt.

Van alle Europese landen is ons landje er het ergst aan toe, behalve misschien Tsjechië. België, hyperbevolkt, hypergeconnecteerd, hypergekruispunt, België schudt op zijn grondvesten. We zijn afgelopen zomer te laks geweest en dat wordt genadeloos bestraft. De magere, ernstige dame met lang haar had misschien het voorbeeld kunnen volgen van mevrouw Berx, de klaarziende, efficiënte en dus gestrenge gouverneur van de provincie Antwerpen. Nogmaals, het heeft niet mogen zijn.

Maar nu hebben we dus een echte regering. En wat voor een.

Onze kranten waren niet onder de indruk, ook niet na bijna vijfhonderd dagen beschamend vertoon van gretig rondgetwitterde navelstaarderij. Nieuwe regering? Onze politieke waarnemers schreven meesmuilende commentaren, in de trant van: veel pr en weinig inhoud, ouwe socialist uit de mottenballen, wat een armoe, te weinig vrouwen in de kern, zeven partijen, die zingen het nooit uit tot de volgende verkiezingen, de boel hangt aaneen als los zand, kortom, vreugdeloos geleuter, van De Standen tot De Morgaard, van het Belang van Antwerpen tot Gazet van Limburg. Hoe meer ik las, hoe meer ik baalde.

Voor wie klaagt over te weinig vrouwen in het kernkabinet, in de vorige regeringwaren het er 0. Nul.

Het is niet zozeer dat een plots toeslaande dementie mij heeft gedegradeerd tot beaat bewonderaar van ’s lands gezag. Nog veel minder vind ik dit het ideale kabinet. Echter, ideale kabinetten dien je te wantrouwen. De neiging om al wie buiten de meerderheid blijft te negeren, wordt al gauw onweerstaanbaar en drijft je tot excessen van groot ideologisch gelijk, ten koste van het algemeen welzijn en de lieve vrede.

Dat mag allemaal waar zijn, toch vind ik dit in menig opzicht een verfrissend kabinet.

Toen de vorige regering, die van Charles Michel, aantrad in oktober 2014 heb ik, ook al op deze plek, een woedend stuk geschreven. Niet zozeer tegen het onversneden rechtse regeringsprogramma, maar tegen de samenstelling van het kabinet. Ik gebruikte woorden als feodale macho’s, zelfgenoegzame mannetjesputters en hanen met oogkleppen. Dat klopte voor 78 procent. Er zaten in die regering vier vrouwen, dat is 22 procent. In onze nieuwe regering zitten 50 procent vrouwen en dat is, geachte commentatoren van welke strekking ook, géén pr-operatietje. Dat is zoals het hoort.

Laten we vooral de symbolische betekenis van die 50 procent niet onderschatten. De Croo en zijn ploeg zeggen ons klaar en duidelijk: Waarde landgenoten, België is aangekomen in de eenentwintigste eeuw. Dat hadden onze politici twintig jaar geleden al moeten afkondigen, onder het eerste paars-groene kabinet, maar blijkbaar is deze evidente gedachte toen bij geen enkele van de heren opgekomen.

Voor wie klaagt over te weinig vrouwen in het kernkabinet, in de vorige regeringwaren het er 0. Nul. Ce n’est qu’un début, continuons le combat. Dit is een begin, wij gaan door met de strijd, riepen wij in 1968.

Internationaal heeft de benoeming van Petra De Sutter behoorlijk wat lovende commentaren gekregen. Ons land heeft de eerste trans minister in Europa, daar mogen wij trots op zijn, te meer omdat zij duizelingwekkend competent is, wat ze ook aanpakt. Het invloedrijke Brusselse, maar Engelstalige tijdschrift Politico noemt De Sutters ministerschap een milestone, een mijlpaal, en dat is het ook.

In hetzelfde stuk uit 2014 gebruik ik tevens de woorden: wat een bende bleeksmoelen. De diversiteit van België liet in de regering Michel niet het geringste spoor achter. In welk land woonden Charles Michel en de zijnen eigenlijk? Keken die gasten nooit om zich heen op straat? Of kwamen ze misschien nooit op straat? Het leek wel of onze regenten kleurenblind waren. De Croo is niet kleurenblind. Ook dit is een begin.

Onze kranten zijn weken lang blijven dooremmeren over het harde lot dat Kristof Calvo getroffen zou hebben. De gekste sombere machinaties in groene achterkamertjes werden verondersteld, de ene al fantasierijker dan de andere. Hoezo hard lot? Sentimenteel psycho-gezwets vulde de krantenkolommen en daarbij was het ook nog eens ouwe koek. Zéér ouwe koek.

In de jaren omstreeks de geboorte van Kristof Calvo heb ik als politiek journalist alle mogelijke slinkse manoeuvres en listen en lagen en gebroken beloftes en misverstanden de revue zien passeren in alle mogelijke politieke partijen. Politiek is een bikkelhard geworstel. Wie niet tegen de hitte kon, nou, die moest maar uit de keuken blijven. Dat is duidelijk niet veranderd.

Het bewijst alleen maar dat Groen een partij is zoals de andere partijen en dat niets menselijks de groenen vreemd is Daar is niks mis mee. En voor de rest, onze bewindslieden hebben dezer dagen waarlijk wel iets belangrijkers aan hun hoofd. Calvo zelf heeft dat trouwens briljant bewezen tijdens het investituurdebat in de Kamer.

Nu hádden we eindelijk eens eenheid van commando, nu wérd de bevolking eindelijk eens helder toegesproken en nu kan Vlaams minister-president Jambon het niet laten om tegen te sputteren.

Alles voor Vlaanderen, zo kun je Jambons diepste overtuiging samenvatten. Het toevoegsel voor Kristus is vervangen door het nieuwe opperwezen: voor de economie.

Jambon hoefde niet dwars te liggen in naam van de door N-VA’ers zo vaak bejubelde Vlaamse grondstroom. Genoeg Vlamingen lieten weten dat striktere maatregelen noodzakelijk waren. Kinepolis bijvoorbeeld sloot uit eigen beweging zijn bioscoopzalen en van de familie Bert kun je een toch echt niet zeggen dat het een stelletje een linkse heethoofden is. Ook de Vlaamse provinciegouverneurs drongen eenparig aan op een strakke koers. Bij die gouverneurs zijn er twee van N-VA obediëntie.

Het gaat over iets heel anders. Tot zijn afgrijzen moest Jambon toezien hoe de federale regering in een mum van tijd opnieuw de supreme gloedkern van Belgische macht werd. Had je iets dergelijks nog maar twee maanden geleden voorspeld, elke rechtgeaarde N-VA’er zou je in je gezicht hebben uitgelachen.

Jambon heeft twee drijfveren in zijn politieke leven. De eerste is zijn rabiaat flamingantisme (Belzjikske nikske), de tweede is zijn slaafse onderwerping aan de eisen van VOKA.

Alles voor Vlaanderen, zo kun je Jambons diepste overtuiging samenvatten. Het toevoegsel voor Kristus is vervangen door het nieuwe opperwezen: voor de economie. Binnen Vlaanderen is de economie alles. Maar de kreet economie is alles, die geldt als hopeloos achterhaald. Zulk ideologisch gedram onder het mom van allesbehalve objectieve wetenschap hoort thuis in vorige eeuw, zelfs al blijven in deze eenentwintigste eeuw nog veel te veel economen en werkgevers (gelukkig lang niet alle) zich vastklampen aan die obsessie.

Wat Vlaanderen betreft, ik neem aan dat minister-president Jambon, Vlaams-nationalist sinds de wieg, vertrouwd is met de geschiedenis van de Vlaamse beweging. Dan kent hij ongetwijfeld het middel waarmee ooit de Vlaamse beweging onoverbrugbaar lijkende tegenstellingen naar de achtergrond probeerde te verwijzen in naam van een hoger ideaal.

Dat middel droeg de wat ouderwets klinkende naam Godsvrede. Na de Eerste Wereldoorlog wilden prominente flaminganten door middel van Godsvrede de onverzoenlijke tegenstelling tussen katholieken en vrijzinnigen milderen, met altijd als doel een democratisch pluralisme te vrijwaren en zodoende het hoogste belang te dienen, de Vlaamse emancipatie.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Dat alles ligt ver achter ons. We leven in andere tijden. De Vlaamse emancipatie is een feit, al jaren. Maar wat ouderwets klinkt, is daarom nog niet onbruikbaar.

Vandaag is het hoogste belang overduidelijk: de strijd tegen Keizerin Corona. Met andere woorden, ons aller vege lijf redden. Ik kan niet aannemen dat een verstandig man als minister-president Jambon dat niet inziet. Laten we dus de eenheid van commando respecteren, ook al is die federaal.

Laten we alstublieft de Godsvrede bewaren tussen Vlaanderen, Wallonië, Brussel en België. Al het andere is van geen tel, toch niet de eerstvolgende maanden. Laten wij de wijsheid van de eerbiedwaardige Vlaamse beweging gebruiken in ons eigen voordeel.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver & voormalig journalist

    Geert van Istendael (°Ukkel, 1947) studeerde sociologie en wijsbegeerte. Hij werkte bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, over ruimtelijke ordening.