#belastingparadijzen: waarom lekken niet tot revoluties leiden

Zolang de angst voor migratie groot blijft, is het fantoomgeld van de elites veilig

© Krijn Ter Beek

Ewald R. Engelen

Het is natuurlijk niks nieuws: de constatering dat onze cijfers over mondiale buitenlandse investeringen ernstig gecorrumpeerd worden door de immense kapitaalstromen die multinationals door en naar belastingparadijzen laten vloeien. Er zijn sinds de crisis meerdere “lekken” van het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) geweest – #luxleaks, #swissleaks, #panamapers, #offshoreleaks, #mauritiusleaks – die burgers met de neus op de onwelriekende feiten van grootschalige belastingontduiking door particulieren en belastingontwijking door multinationals hebben gedrukt.

In 2017 was er het boek, The Hidden Wealth of Nations, van Gabriel Zucman die op basis van data van het IMF becijferde dat rijke particulieren pakweg acht procent van het mondiale vermogen – een slordige 8000 miljard dollar – in belastingparadijzen hadden verstopt. De omvang van het bedrag dat multinationals jaarlijks aan de fiscus weten te onttrekken is lastiger te ramen.

De misgelopen vennootschapsbelasting bedraagt mondiaal tussen de 200 en 600 miljard dollar per jaar.

Zucman liet aan de hand van de casus van de Verenigde Staten zien dat dat gigantisch moet zijn. Amerikaanse multinationals laten pakweg een kwart van hun buitengaatse winsten neerslaan in belastingparadijzen. Ongeveer de helft daarvan eindigt in gecertificeerde Europese doorsluisparadijzen als Luxemburg, België, Nederland en Ierland.

En er is geen reden om aan te nemen dat Duitse, Franse, Nederlandse of Belgische multinationals hun belastingplichten minder agressief proberen te ontlopen: zowel hier als daar heeft de aandeelhouder het voor het zeggen en die wil vooral hoge en snelle koerswinsten. Waardoor de misgelopen vennootschapsbelasting mondiaal zo tussen de 200 en 600 miljard dollar per jaar bedraagt.

Het impliceert dat de kloof tussen de nominale vennootschapsbelastingtarieven (de percentages die in het wetboek staan) en de feitelijk betaalde tarieven door het gebruik van complexe belastingconstructies waar jurisdicties als Belgie, Luxemburg, Ierland en Nederland in zijn gespecialiseerd steeds groter wordt. In het Amerikaanse geval is dat meer dan een halvering. Terwijl het nominale tarief 40 procent is, betalen multinationals feitelijk maar 15 procent.

Net als in de VS bleken Europese multinationals ware meesters te zijn geworden in belastingontwijking.

In een vorig jaar verschenen rapport van de Europese groenen werd hetzelfde gedaan voor de lidstaten van de Europese Unie. De resultaten waren onthutsend. Net als in de Verenigde Staten bleken Europese multinationals – bijgestaan door keurige dienstverleners als Deloitte, PwC, Ernst & Young en KPMG – ware meesters te zijn geworden in belastingontwijking, of, in het verhullende jargon van het grootbedrijf: belastingoptimalisatie. Ook hier meer dan vijftig procent verschil tussen de tarieven in het wetboek en de feitelijk betaalde tarieven: 14 tegen 34 procent in België, tien tegen 25 procent in Nederland, en twee (!) tegen 29 procent in Luxemburg.

En deze week publiceerde het IMF in samenwerking met de Universiteit van Kopenhagen de volgende nagel in de doodskist van de Europese belastingparadijzen. Op basis van een nadere analyse van de mondiale investeringsstromen concludeerden de auteurs dat een groot en groeiend deel van die stromen niets met investeringen en alles met belastingontwijking te maken heeft. Fantoomkapitaal noemen ze het.

Bijna veertig procent van de mondiale investeringsstromen gaat om in de complexe infrastructuur van brievenbusmaatschappijen, holdings en interne financieringsmaatschappijen die zijn bedacht door de fiscalisten van KPMG, Deloitte, PwC, Ernst & Young en die zijn gevestigd in Ierland, Belgie en – vooral – Luxemburg en Nederland. En dan hebben we het over het ongelooflijke bedrag van 15000 miljard dollar, per jaar wel te verstaan. Nederland en Luxemburg staken met kop en schouders boven de andere belastingparadijzen uit.

Bijna de helft van het mondiale fantoomkapitaal is juridisch gevestigd in deze twee jurisdicties: 4000 miljard dollar in Luxemburg en 3500 miljard dollar in Nederland, een factor vier tot tien groter dan de andere belastingparadijzen uit de top 10 die het IMF had samengesteld.

Tegen de achtergrond van een biljoenen kostende bankencrisis die overheden het afgelopen decennium via bezuinigingen en lastenverzwaringen op de burger hebben afgewenteld, moet het koren op de politieke molen van de critici van het mondiale kapitalisme zijn: oftewel, alles wat in Europa links zegt te zijn.

Al veertig jaar dalen de tarieven van de vennootschapsbelasting, terwijl de lastendruk voor burgers alleen maar is gestegen.

De sociaaleconomische gevolgen van mondialisering zijn immers groot, voor multinationals positief en voor burgers grotendeels negatief geweest: tegenover stagnerende inkomens, stijgende ongelijkheden en groeiende armoede staan recordwinsten van het grootbedrijf, uit hun voegen barstende reservekassen die worden gebruikt voor het spekken van de eigen aandelenkoers of het doen van onzinnige overnames, en ongekende salarieringsexcessen voor de bedrijfsleiding.

Bovendien heeft de politiek de lasten voor het grootbedrijf steeds verder verlaagd, en de gederfde inkomsten voor de schatkist op burgers verhaald. Al veertig jaar dalen de tarieven van de vennootschapsbelasting: bedroegen die eind jaren zeventig gemiddeld nog zo’n vijftig procent, veertig jaar later zijn ze vrijwel overal gehalveerd. Terwijl de lastendruk voor burgers in diezelfde periode alleen maar is gestegen. Het onderhoud van de nationale infrastructuur – rechtszekerheid, volksgezondheid, onderwijs, wegen, kabels, pijpen en leidingen – moet immers worden betaald.

En toch blijft het stil. Sterker, links is medeplichtig aan het doen ontstaan van een internationale belastingorde waarin burgers de infrastructuur betalen die het grootbedrijf het hardste nodig heeft, terwijl datzelfde grootbedrijf meer en meer kan kiezen of het belasting betaalt. Met als motto’s: wel de lusten niet de lasten, en voor ons een plicht en voor hen een keuze.

Zo ondertekenden de Nederlandse sociaaldemocraten in 2014 nog een motie die het kabinet opriep om te strijden tegen de betiteling van Nederland als belastingparadijs. En heeft de sociaaldemocratische minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem, in Brussel actief de onderhandelingen gefrustreerd die moesten leiden tot Europese afspraken over de bestrijding van belastingontwijking door multinationals. En verdedigde de sociaaldemocratische minister van buitenlandse zaken, Frans Timmermans, in 2014 een workshop die erkende belastingontwijkers als DLA Piper (een aanbieder van belastingontwijkingsconstructies) en Nova i (een beheerder van brievenbusmaatschappijen) in de Nederlandse ambassade in Kiev belegden om rijke Oekraïners ervan te overtuigen hun financiële zaken via het Nederlandse belastingparadijs te laten lopen.

De onvrede met de gevestigde politieke partijen tiert weliswaar welig, maar manifesteert zich politiek vooral als racisme, xenofobie en Islamofobie.

De legitimering: het levert werkgelegenheid op. Het maakt voor deze neoliberale sociaaldemocraten kennelijk niet uit dat het alleen ten goede komt aan een handjevol duurbetaalde fiscalisten en dat het andere jurisdicties honderdduizenden verpleegkundigen en onderwijzers kost. Tot zover de internationale solidariteit die de sociaaldemocratie zo hoog in het eigen vaandel zegt te hebben staan.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
In Nederland blijft het ondertussen politiek angstvallig stil na het mediabommetje van het IMF op het Nederlandse belastingparadijs. Het bericht stond prominent op de voorpagina van de Financial Times, bereikte een dag later de Nederlandse evenknie van de Britse krant, Het Financieele Dagblad, maar verder bleef het stil: geen woedende commentaren in de grote Nederlandse dagbladen, geen verhitte discussies in de praatprogramma’s op tv, geen boze parlementariërs die de protestante minister van financiën ter verantwoording roepen, en geen burgerprotesten op de pleinen en in de parken van Nederland. De onvrede met de gevestigde politieke partijen tiert weliswaar welig, maar manifesteert zich politiek vooral als racisme, xenofobie en Islamofobie.

De grootzakelijke elite staat erbij, kijkt ernaar en hoeft vervolgens niets te vrezen: haar fantoomkapitaal is veilig zolang de misplaatste angst voor de vluchteling groter blijft dan de terechte woede om de kapitalist.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift