Freemium games plunderen uw bankrekening

Ann Meskens is een technofiel: in tegenstelling tot wat men van een filosofe verwacht, omarmt ze nieuwe technologie zonder moeite. Maar toen bleek dat haar zoon afgelopen maand ‘met echt geld meer nepdiamanten had gekocht dan hij ooit in zijn leven bij elkaar zal zien’, moest ze wel even slikken. ‘Veel gezinnen krijgen in jaren niet bijeengespaard, wat iemand in enkele uren op zijn tabletje kan uitgeven.’

  • © Brecht Goris 'De digitale wereld is net zoals de gewone wereld en ze is tegelijkertijd ook geheel anders. Dat is misschien de samenvatting, de zwakte en de kracht van het hele gebeuren.' © Brecht Goris

U zag mij misschien onlangs op televisie? Ik poseerde voor een kast boeken in boekhandel De Zondvloed terwijl Stefaan Van Brabandt mij vroeg om enkele belangrijke filosofen te noemen inzake opvoeding.

Zoals het hoort in de wijsbegeerte begon ik een stuk terug in de tijd, zelfs heel wat eeuwen voor Christus. Eerst noemde ik de Griekse filosoof Aristoteles die veel pragmatischer bleek dan Plato, en die het eerste moraalfilosofische werk, de Ethica, speciaal voor zijn zoon schreef.

Ik eindigde bij de hedendaagse Franse denker Michel Serres die vorig jaar De wereld onder de duim. Leve de internetgeneratie! uitbracht, vooral geschreven voor zijn kleinkinderen. Mijn enthousiaste reactie over dat pamflet werd gekozen, gemonteerd en getoond. Serres is dan ook een geweldige denker. Hij reist rond de wereld, doceert overal en over alles, gebruikt computer en tablet. Hij heeft vier kinderen, elf kleinkinderen en zes achterkleinkinderen. Hij heeft recht van spreken.

Opnieuw achttien zijn

De digitale wereld is net zoals de gewone wereld en ze is tegelijkertijd ook geheel anders.

Michel Serres wilde maar dat hij opnieuw achttien jaar zou zijn, zo bekent hij in interviews, dan kon hij nog meedenken aan de nieuwe digitale wereld die vandaag de oude wereld eindelijk onderuithaalt. Hij meent dat door de recente media-ontwikkelingen de wereld opnieuw moet worden uitgevonden en en ziet hierin geweldige mogelijkheden voor de mens. Filosofen moeten volgens hem meegaan met hun tijd en voor nieuwe opduikende problemen nieuwe oplossingen bedenken, vooral politieke oplossingen, net zoals de 18de en 19de eeuwse filosofen utopisch en idealistisch durfden te denken over een gehele nieuwe wereld die eraan zat te komen. ‘Kennis, politiek, onderwijs: alles zal anders worden.’ Vooral in de nieuwe machtsverhoudingen ziet hij kansen.

Bij het verschijnen van zijn boek zei Serres in het weekblad Vrij Nederland dat de technologische ontwikkelingen sowieso om ons heen waren en dat we ze best accepteerden. ‘Maar je moet ze positief beïnvloeden: technologische veranderingen zullen alleen maar de goede kant op gaan als wij ze de goede kant op sturen. Daar moeten we over nadenken: hoe wíj willen dat die nieuwe democratie eruit ziet. Mijn kinderen en kleinkinderen lopen in die nieuwe wereld rond. Mijn studenten ook. We kunnen ze maar beter helpen om de wereld beter te maken dan moord en brand te schreeuwen over alles wat er gebeurt.’

Ik ben het met hem eens. Ik ben wat men noemt een technofiel, iemand die de nieuwe technieken makkelijker omarmt dan ervan weg te rennen. Dat is vrij uitzonderlijk voor een filosoof, maar verder ben ik even klungelig en ouderwets als de meesten onder ons. Ik gebruik Apple vooral omdat ze gebruiksvriendelijker zijn dan veel andere apparatuur maar toegegeven – ook stomweg omdat de apparatuur nu eenmaal zoveel mooier is. Het lukt mij aardig, maar ik het gevoel dat mijn filosofisch verstand te kort schiet, als ik bijvoorbeeld over vernieuwende ethische toepassingen op het internet moet nadenken.

Kijk, de digitale wereld is net zoals de gewone wereld en ze is tegelijkertijd ook geheel anders. Dat is misschien de samenvatting, de zwakte en de kracht van het hele gebeuren, zo dacht ik enkele dagen geleden. In plaats van zo’n allesomvattende wijsheid te bedenken, had ik beter een recente digitale editie van Soccernews gelezen waarin men de ouders ernstig waarschuwt dat het voetbalspel FIFA 15 ouders duizenden euro’s kan kosten.

Lionel Messi

Wist mijn zoontje veel toen hij pakketten binnenhaalde in de hoop dat Lionel Messi erbij zat, wist ikzelf veel.

Wist mijn zoontje veel toen hij pakketten binnenhaalde in de hoop dat Lionel Messi erbij zat, wist ikzelf veel. Ook Michel Serres had het kunnen overkomen.

Hij geeft zelf toe geen expert te zijn. Het zijn vooral zijn kleinkinderen die hem veel leren. ‘Wetenschap en kennis, dat is iets wat je overdraagt van ouders op kinderen. Maar technologie, dat leren ouders juist van hun kinderen of kleinkinderen. Dus als ik iets niet snap, leggen zij me alles uit, ja.’

Ja, ik heb de laatste dagen mijn zoon om uitleg gevraagd. Hij is inmiddels elf jaar, heeft een Xbox en een mini ipad en bespeelt de digitale wereld met zijn duimen beter dan dat hij een bladzijde in een boek kan omslaan. Het is een geweldig kind. Hij zou over zijn leeftijd niet durven te liegen als hij in het station een treinkaartje koopt, maar hij kiest, als men zijn leeftijd op het internet vraagt, zoals de meeste kinderen zonder nadenken tussen 16, 18 of 24, at random. Wachtwoorden werken voor hem in die wereld niet als veiligheidsloten op deuren, maar het zijn gewoon deurklinken die nodig zijn om je van de ene naar de andere plek te begeven, hij tikt ze automatisch in.

Natuurlijk vertellen we hem wel eens dat de digitale wereld in zijn veilig kamertje even gevaarlijk is of nog erger als de echte wereld daarbuiten, maar ik vraag me af of we dat zelf wel geloven. Vorige maand zaten we nog als pedagogisch verantwoorde ouders met ons kind samen toen mijn man uit de media vernam dat een Deense vader steil achterover was gevallen van het FIFA-factuur van zijn zoon. Zoals vaak het geval is verscheen dat de maand erop op de VISA-account van de ouders.

Onze opgroeiende zoon vond onze vervelende vragen vooral heel erg overbodig en de Deense jongen beschouwde hij als een domme idioot. Wisten we wel dat hij een pro was? Schouderophalend trok hij naar zijn kamer, wellicht regelrecht naar zijn ipad waarop hij een liedje van The Beatles speelde, dat wij met plezier voor hem hadden betaald. Inmiddels is hij zo geschrokken dat hij nog nauwelijks het internet op durft. Hij heeft mij met tranen in de ogen getoond hoe je met één klikje in een kleurrijk boerderijspelletje bloemkolen bestelt. Wat in het oog springt, is de 25 % extra die je krijgt. Bovenaan de speelse lay-out staat een bedrag in punten, en onderaan staat verder ook nog een prijsje: 99 euro. Opeten, invriezen of doorverkopen van deze groenten is natuurlijk niet mogelijk.

Diamanten

Deze maand kocht hij helaas met echt geld meer nepdiamanten dan hij ooit in zijn leven bij elkaar zal zien.

Mijn zoon speelt verder even speels voetbal met het geweldige FIFA 15. Het is zo levensecht dat ik, wanneer ik de kamer binnenloop, meermaals vraag welke match er speelt, en dat het wel erg regent, niet? FIFA is niet enkel het populairste spel onder de tieners, maar het is volgens de kranten, die ik ondertussen via google er op nalas, ook een spel dat al veel ouders tot wanhoop dreef, financiëel dan. Ik besef dat het ernstiger was als mijn zoon Messi ‘echt’ had aangekocht, al hadden we deze sterspeler dan nog snel terug op de markt kunnen gooien. Maar je denkt toch; is het zo sportief om als bedrijf je geld te verdienen aan kleine en grote mensen wanneer je het betaalverkeer wel erg makkelijk en bijna onzichtbaar maakt en het onderscheid tussen punten en euro’s evenmin erg duidelijk is? Is dit dan niet, wat men met een ouderwets term noemt, ter kwader trouw handel drijven?

Ach, mijn zoontje speelt helaas ook Clash of Clans. Het zou natuurlijk verschrikkelijker zijn als hij in de ‘echte’ wereld ten oorlog zou trekken, in een land als Syrië bijvoorbeeld. Daar is vooralsnog weinig kans voor, zo blijkt, mijn kleine ridder is nog het meest geïnteresseerd in diamanten waarmee hij wellicht getekende wapens of grafische afsluithekkens koopt. Hij kan het woord diamanten trouwens nog maar twee jaar behoorlijk uitspreken, voor die tijd zei hij altijd kinderlijk enthousiast ‘Mama, dinamanten!’. Deze maand kocht hij helaas met echt geld meer nepdiamanten dan hij ooit in zijn leven bij elkaar zal zien.

Hoe maak je hem al die verschillen duidelijk? Meestal is een eenmalige ingave van je creditcard nodig zodat je kinderen zich min of meer vrij kunnen bewegen op het internet, hoe slim, maar wie beseft terdege dat die eenmalige ingave vanaf dan soms genoeg blijkt om nooit meer ‘werkelijk’ aan geld te moeten denken terwijl je aan het spelen bent? Op de VISA-factuur staan enkel lange M-nummers en de naam van een betaalprovider vermeld, bij ons is dat itunes, zodat mijn man vorige maand meende dat ik mij eens flink te buiten was gegaan aan muziekaankopen en wijselijk zweeg.

 Ik leerde intussen om de aankooplijsten per account, dus per gezinslid, op internet te bekijken, en kijk, daar zie je plotseling wel de specificaties van de aankopen. Ik bekeek ze gisteren met een opkomende misselijkheid die evenredig steeg met mijn zoons recente aankoopbedrag.

  • Stapel edelstenen - 4,99
  • Buidel edelstenen - 19,99
  • Doos edelstenen - 49,99
  • Bak edelstenen - 89,99

Bij herhaling.

(Im)moreel?

De wetten en beperkingen hinken hopeloos achter op de realiteit, dat is altijd zo geweest.

Wellicht dekken deze freemium-games (gratis spelletje, maar…) – ik kan wel een betere naam verzinnen – zich wettelijk in met saaie en juridisch veilige voorwaarden met leeftijdsbeperkingen, kleine lettertjes en voorafgegeven toestemmingen voor de zogenaamde in-app-aankopen (tijdens het spelen worden je extra items aangeboden die meestal erg duur zijn) – ook daar kan ik een betere term voor bedenken. Aan mijn zoon alle nuances van immoreel en illegaal gedrag verduidelijken, is moeilijk, maar ik probeerde hem toch aan het verstand te brengen dat deze speelbedrijven meesterlijk zijn in het bespelen van de grens legaal en illegaal en zeker ook in het onderscheid moreel-immoreel.

De wetten en beperkingen hinken hopeloos achter op de realiteit, dat is altijd zo geweest. Voor een Facebook-account moet je vandaag 13 jaar zijn, maar mijn zoon heeft gelijk als hij beweert dat bijna iederéén van zijn klas een eigen pagina heeft! Ik las dat 1/3 van de van de 9- tot 12-jarigen in het bezit zijn van een account. Wel, hoe ga je als maatschappij om met een zogenaamd verstandig verbod waar iedereen even gezwind overstapt omdat het niet aangepast is aan onze manier van leven en het leven van onze kinderen?

Natuurlijk loopt dat fout.

En denk niet dat je dan als boze ouder zoals in vroegere tijden naar een adres kunt stappen waar je iemand treft om jouw woede te luchten of waar je met de deuren kan slaan. Denk evenmin dat het je zou lukken om Mijnheer Fifa op te bellen of Mevrouw Clash-of-Clans aan de lijn te krijgen om te vertellen dat jouw zoon blijkbaar iets heeft uitgespookt en om meer informatie te vragen. Ze zouden trouwens lachen, dat is juist de bedoeling, begrijpt u dat niet?

Dank aan Evert Jan

De digitale wereld op zich is niet zozeer gevaarlijk, het is er vaak goed vertoeven.

Gelukkig heb ik Evert Jan, een vriendelijke Nederlander bij Apple-Care die voor mij aan het nakijken is of hij iets kan doen. Hij is in elk geval een reëel mens met begrip voor de situatie. Dat is al iets. Ik red me wel, dacht ik zo, ik ben voldoende verstandig en evenwichtig, ik kan hulp vragen, ik ben omringd door familie en vrienden, ik hoef maar driehonderd columns te schrijven om mijn schuld in te lossen, maar wat met de meest kwetsbaren in onze maatschappij?

Dat vroeg ik me de laatste dagen met onrust in het hart af, hoe komen zij zo’n onzin die zoveel geld kost ooit te boven? Veel gezinnen krijgen in jaren niet bijeengespaard, wat iemand in enkele uren op zijn tabletje kan uitgeven. En dan? Zijn er steunpunten, zelfhulpgroepen, leningen op maat?

Test Aankoop wordt de laatste tijd meer en meer door gedupeerde ouders aangesproken, zo las ik. Ik ben benieuwd. We moeten toch meer doen dan moord en brand schreeuwen, denk ik dan met de filosoof Michel Serres in het achterhoofd. Ik weet nog niet wat ikzelf zal of kan doen om dit als filosoof met liefde voor de techniek, in onze maatschappij aan te kaarten, maar het zal toch meer moeten behelzen dan enkele filosofische wijsheden te uiten over bijvoorbeeld, de Realiteit versus de Digitaliteit.

En toch. Ik zeg u alvast. U moet vooral opletten bij de grens tussen realiteit en digitaliteit. De digitale wereld op zich is niet zozeer gevaarlijk, het is er vaak goed vertoeven, net zoals het meestal goed verblijven is in de reële wereld. Er is in beide een onderwereld, goed om weten, maar het verschil tussen de twee werelden is meestal duidelijk. Zelfs kleuters kunnen dit al erg jong op wonderlijke wijze en de meeste kinderen kunnen ook later goed met dit onderscheid omgaan. Het verschil kennen tussen feit en fictie is trouwens één van de mooiste menselijke kenmerken en het onderscheidt ons op feestelijke wijze van het dier. De gelijkenis en het onderscheid tussen de feitelijke en ficitieve wereld is het begin van alle kunst en poëzie, van spel en vermaak, van boven onszelf en onze eigen wereld uitstijgen.

Maar. Dit neemt niet weg dat het oppassen geblazen is waar de digitale wereld van binnenskamers plots op een slinkse wijze overgaat in de reële wereld daarbuiten. Bedrijfshoofden, computerprogrammeurs en game-ontwikkelaars worden daarvoor opgeleid. Zij weten u met hulp van marketingstrategieën en psychologische kennis te vinden: en o wee, als u verstrooid of opgewonden bent, als u verslaafd bent of nog een kind.

Aan de grenzen die zij uit manipulatiedrang en ijdelheid maar vooral uit winstbejag instellen, staan geen ouders of politieagenten, er zijn nauwelijks waarschuwingsborden, ethische codes of bestaande wetten die u beschermen. Kinderen en jongeren, verslaafden en kwetsbare volwassen lopen er gewoon doorheen als door een onzichtbare wand, maar helaas net zo goed meer oplettende mensen zoals u en ik. Ik weet intussen al uit ervaring, ook al bent u uw kamer niet uitgeweest, plotseling bevindt u zich aan de andere kant van de grens toch wel in de echte wereld, en dat kan erg reëele gevolgen hebben. U bent gewaarschuwd.

Voetnoot: wie zich niettemin fictieve diamanten, luchtbloemkolen of animatievoetbalspelers wil aanschaffen, gelieve contact met mij op te nemen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance auteur en freewheelend ethica

    Ann Meskens (1965) studeerde wijsbegeerte en toegepaste ethiek aan de KULeuven en de Universiteit van Nice. Ze is auteur van de boeken Jacques Tati, Eindelijk buiten en The making