Fu Manchu en de kwalijke mythe van het gele gevaar

Column

Een racistische grap over Chinezen maken is méér dan een uiting van slechte smaak

Fu Manchu en de kwalijke mythe van het gele gevaar

Fu Manchu en de kwalijke mythe van het gele gevaar
Fu Manchu en de kwalijke mythe van het gele gevaar

Anti-Chinese sentimenten flakkeren op door de coronapandemie, en dat getuigt van een gebrek aan historische kennis, schrijft columniste Ching Lin Pang. De pandemie is eerder een aanleiding dan een oorzaak voor de heropleving van Chinezenhaat, die diepgeworteld is in de westerse maatschappij.

© Brecht Goris

Ching Lin Pang

© Brecht Goris

Sinds de wereld vorig jaar kennis maakte met het coronavirus en het “normale leven” abrupt werd onderbroken, zijn sluimerende anti-Chinese sentimenten aan de oppervlakte gekomen. Incidenten waarbij Chinezen verweten worden voor de uitbraak verantwoordelijk te zijn en vereenzelvigd worden met het virus doken overal op.

Dit uit zich in verschillende vormen: van racistische opmerkingen over actief mensen mijden tot zelfs fysiek geweld. Meer dan een jaar na datum is de Chinezenhaat verre van uitgeraasd. Integendeel: de dodelijke schietpartij vorige week in de drie massagesalons in Atlanta bevestigt helaas deze trieste trend.

President Biden merkt terecht op dat woorden – lees: beledigingen – bestaande vooroordelen voeden en aanzetten tot haat en geweld. Een uitgesproken beschuldigende vinger aan het adres van zijn voorganger, die China en de Chinezen de schuld gaf voor de pandemie. In plaats van het virus wordt China als vijand voorgesteld.

Fu Manchu staat voor de lafhartige meestermisdadiger, die wrede methodes aanwendt om zijn vijanden om te brengen.

Het zou getuigen van gebrek aan historische kennis om de pandemie aan te wijzen als de oorzaak van anti-Chinese sentimenten. Het is eerder een aanleiding voor de opflakkering van Chinezenhaat die diep geworteld is in de westerse maatschappij.

De pandemie heeft deze onderstroom geactiveerd en uitvergroot. De huidige beschuldiging van ‘virusverspreider’ is de meest recente belediging aan het adres van China en Chinezen, die gekaderd kan worden in de kwalijke mythe van het “Gele Gevaar”.

Deze mythe ontstond zo’n 150 jaar geleden en is gebaseerd op de valse aanname dat er een Chinese samenzwering zou bestaan om de westerse maatschappij omver te werpen en zelf de macht in handen te nemen. Daarbij zouden de Chinezen gebruik maken van vuige praktijken zoals infiltratie, corruptie, vervuiling en het aanzetten tot verslaving.

De verpersoonlijking van deze mythe is Fu Manchu, het personage dat in het leven werd geroepen door de Engelse auteur Sax Rohmer in het gelijknamig boek begin vorige eeuw. Fu Manchu staat voor de lafhartige meestermisdadiger, die wrede methodes aanwendt om zijn vijanden om te brengen door bv. wilde dieren op hen los te laten of erger nog, bacteriën en schimmels te verspreiden.

Steve / Flickr (CC BY-NC-SA 2.0)

Met Fu Manchu, de lafhartige meestermisdadiger creëerde de Amerikaanse schrijver Sax Rohmer het stereotype van de onbetrouwbare Oosterse man: lang, mager, gehuld in traditionele kledij met spleetogen, lange dunne snor en lange nagels.

Steve / Flickr (CC BY-NC-SA 2.0)

Het snode plan van deze Oosterse superschurk om de wereld te veroveren wordt echter succesvol gefnuikt door commissaris Smith en zijn rechterhand Dr. Petrie. Ze vormen een duo dat een beetje aan Sherlock Holmes en Dr. Watson doet denken.

In de verfilming van deze verhalen krijgt het stereotype beeld van de onbetrouwbare Oosterse man vaste vorm: lang, mager, gehuld in traditionele kledij, met spleetogen, een lange dunne snor en lange nagels. De Chinese vrouw wordt in de films neergezet als de gevaarlijke verleidster met slechte intenties. Een schijnbaar gehoorzaam porseleinen popje dat de argeloze Westerse man om de tuin leidt.

De romans, films en stripverhalen van Fu Manchu hebben de racistische toon gezet voor andere gelijkaardige boeken en films en aldus werd het negatieve stereotype van de Chinese man en vrouw kritiekloos verspreid in de Angelsaksische wereld. Ontmenselijking van de Chinezen door taalgebruik waarbij ze met insecten vergeleken werden, was ook schering en inslag. De Chinese migratie van koelies of semi-slaven naar Amerika of Australië werd vaak vergeleken met een “insectenplaag”.

De uitbraak van het coronavirus in Wuhan heeft alle registers van deze mythe opengetrokken

Dehumanisering is een veelbeproefde techniek om racisme en zelfs uitroeiing te verantwoorden. Deze voorstelling kadert volledig in de negentiende eeuw toen China werd afgebeeld als de zieke man van Azië. In de jaren ‘80 van de vorige eeuw is dit stereotiepe beeld geleidelijk weggedeemsterd, met de opkomst van het Japanse economisch mirakel, gevolgd door de economische opgang van Singapore, Zuid-Korea, Hong Kong en Taiwan en vanaf het nieuwe millennium China.

Maar sinds een tiental jaren is het waanbeeld van het gele gevaar opnieuw opgedoken, mede door de geopolitieke conflicten tussen Amerika en China. Voor de komst van het coronavirus werd China neergezet als de neokoloniale macht die leningen aan Afrika en andere landen van het Zuiden verschaft om na wanbetaling de regio te annexeren.

Los van individuele dossiers met specifieke problemen kadert deze algemene interpretatie van China als de neokoloniale grootmacht in de samenzweringstheorie van het Gele Gevaar.

De redenering gaat als volgt: China bindt andere zwakkere landen aan zich door hen verslaafd te maken aan het creëren van overheidsschuld. Ook de hysterie rond 5G, ontwikkeld door Huawei en andere broodje-aapverhalen passen in dit plaatje.

De uitbraak van het coronavirus in Wuhan heeft alle registers van deze mythe opengetrokken en daarbij worden verderfelijke vooroordelen en versleten stereotypes uit het stof gehaald. Dat de voormalige president van Amerika in alle vrijheid racistische laster kon blijven verkondigen, was olie op het vuur gooien, met dramatische gevolgen voor Chinezen in Amerika en elders.

Dat oude vooroordelen uit de koloniale periode zo snel, zo gretig en zo kritiekloos worden opgepikt, verspreid en geconsumeerd in het tijdperk van het postkolonialisme enerzijds en China als wereldspeler anderzijds moet toch tot nadenken stemmen.

Een racistische grap over Chinezen maken, is meer dan een uiting van slechte smaak maar een totaal gebrek aan kennis van de wereldgeschiedenis en reflectie over de nieuwe mondiale verhoudingen van de eenentwintigste eeuw. Sensibilisering alleen is onvoldoende. Er moeten structurele oplossingen komen om openheid en kennis van de wereldgeschiedenis te bevorderen.