Geen cheerleaders, graag

Column

Geen cheerleaders, graag

Geen cheerleaders, graag
Geen cheerleaders, graag

Of het komt door de eerste zonnestralen en de daarbijhorende kortere rokjes van vrouwelijk schoon is onduidelijk, maar Ben Caudron stelt in zijn column vast dat (de pompons van) cheerleaders zijn blik vernauwen en daardoor een hindernis vormen die hem het leven moeilijker maken.

Een haantje-de-voorste was ik niet. Op de speelplaats stond ik aan de kant. Ik keek liever toe dan deel te nemen aan wat jongetjes ook doen om zich groter te wanen dan ze zijn. Mijn ouders haalden ook geen arsenaal aan ballen in huis waar kon tegen getrapt of geklopt worden. Ze gingen liever op strooptocht in de tweedehandszaak waar ze karrevrachten boeken voor kinderen indeden.

Encyclopedieën met vergeelde randen, of series met beloftevolle titels zoals “hoe en waarom”. Een reeks tijdelijke helden passeerde de revue. Wist ik veel dat Napoleon niet alleen de fiere Corsicaan op het helse paard was maar ook een man met bloed aan de handen. Dat voor elke succesrijke veldtocht die het Romeinse leger ondernam nogal wat onschuldigen voor de bijl gingen, daar stond ik toen nog niet bij stil.

Dat inzicht kwam er pas toen ik me boog over de slachtingen die hun reïncarnatie in Midden-Amerika organiseerde.

…ze maakten geen deel uit van de cheerleaders die in mallotige pakjes de billen ontblootten…

Het zal u dan ook niet verbazen dat de populaire meisjes niet meteen veel oog voor me hadden. Daar gaf ik niet echt om. Wel om meisjes, maar niet om de populaire variant die vrij regelmatig aan de hand van een andere lokale krachtpatser mocht paraderen. Beiden hadden wellicht wel een reden om fier te zijn, maar die kende ik niet. Bovendien had ik geen tijd om me daar het hoofd over te breken. Ik had het te druk met stiekem verliefd te zijn op meisjes die me wel fascineerden.

Die waren niet alleen feeëriek en een beetje mysterieus, ze kwamen mij vooral zeer onbereikbaar voor. Als ik ze zag, liepen ze net als ik alleen. Geen groepje gegiechel, geen kwameisjeslawaai. En ze maakten geen deel uit van de cheerleaders die in mallotige pakjes de billen ontblootten en met pompons zwaaiden om het testosteron aan te moedigen. Dat vooral niet.

Toen ik wat ouder was en in het jeugdhuis mijn wereld zag verbreden, waren ze er ook. Ze waren net als ik een beetje bedachtzaam, en – omdat ik wat moed had weten te verzamelen – iets minder ontoegankelijk. Heel af en toe ontspon zelfs een gesprek. Waarover precies ben ik vergeten, wellicht over iets waarmee we de wereld zouden verbeteren. Misschien zelfs iets kritisch!

Ik bespaar u de verdere avonturen die ik meemaakte en beland in het nu. Nu ben ik de gelukkigste man ter wereld. Een godin is ze. Ze is mooi, zo mooi. Maar vooral: Ze is slim. Ik geniet van de woorden die ze met me deelt. Van de poëzie die ze van mijn dagelijks bestaan heeft gemaakt. En ik vind het nog steeds heel aangenaam dat ze nooit cheerleader is geweest.

Dit alles om u duidelijk te maken dat ik het niet zo begrepen heb op cheerleaders. Niet op de variant die in het zweet van de six-packs huppelen, maar evenmin op de soort die op podia klimmen om het economisch belang van één of ander merk te verhullen in verhalen over de redding die nabij is. Dankzij de nieuwe app. De laatste wearable.

De verschillen tussen beiden lijken dan wel groot, bij nader toezien vertonen ze toch vooral overeenkomsten. Zo is hun taak dezelfde: ze moeten ervoor zorgen dat de klant weet wanneer welke reactie gepast is. Juich nu! Roep awoert! Applaudisseer! Wees verrukt! Ze zorgen voor de eendracht die we zo belangrijk vinden.

Cheerleaders vangen onze aandacht en vestigen die op dat wat gezien moet worden.

Cheerleaders vangen onze aandacht en vestigen die op dat wat gezien moet worden. Zij kiezen wat we wanneer zien. Ze veren recht, springen op en neer en leiden zo onze blikken naar het succes dat door hen gedefinieerd wordt. Ze wijzen naar een werkelijkheid die ze zo ontdoen van achtergrond, van aanloop, van geschiedenis.

We houden van cheerleaders. We houden onze begerige blikken gericht op de attributen die ze verleidelijk in de strijd gooien. We houden van de illusies die ze ons voorhouden, omdat ze ons het excuus geven niet na te denken over achtergrond, over keuzes, over consequenties.

Alleen, ik kan het niet laten me af te vragen wat ik niet zie omdat de pompons mijn blik vernauwen. Daarom vind ik cheerleaders ergerlijke hindernissen in mijn schamele pogingen om te begrijpen.

Tags