Geen mening

Hoe fijn het zou zijn als we allemaal eens een keer geen mening zouden hebben. Of is dat op zich ook een mening?

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Vorige week was ik aanwezig bij de kick-off van de nieuwe campagne van 11.11.11. Ik moet eerlijk toegeven dat ik vooraf een beetje schrik kreeg van dat woord kick-off. Niet alleen omdat ik al even vreesde dat we zouden moeten voetballen of zo. Ook omdat het zo ‘groot’ leek, niet gewoon de start van de campagne, maar wel een ‘kick-off’. Ik vreesde dat ik zou moeten overgaan tot allerlei vormen van participatie, en het geven van meningen en zo. En op het moment van het gebeuren, een late zaterdagnamiddag, wou ik eigenlijk alleen maar in de zaal zitten, wat rondkijken in die mooie Roma, en boeiende dingen horen. En daarna rustig weer naar huis met de trein.

Bij het onthaal in de zaal stond ik te praten met een fijne mevrouw die me uitlegde hoe je als lokale afdeling de campagne rond voedselverspilling kunt voeren. Ze liet me iets zien dat ik dan als app zou kunnen gebruiken op mijn smartphone. In een flits voelde ik iets tussen verlegenheid en schuldgevoel, toen ik haar moest zeggen dat ik geen smartphone heb en dat ik ook niet twitter, omdat ik dat niet wil. Ze verklapte me, een beetje medeplichterig, dat zij ook geen smartphone heeft. Ik voelde me meteen een beetje beter. Het is wel raar natuurlijk dat je tegenwoordig zo vaak moet uitleggen wie je bent door te zeggen wat je niet doet of niet hebt. (En ik ben nog niet eens vijftig. Hoe moet dat dan voor de volgende hopelijk vele jaren van mijn leven?)

Vingergymnastiek

Smartphones zijn soms een bedreiging voor de algehele veiligheid. Als ik door de winkelstraat loop, of door de overdrukke centrale tunnel onder Brussel-Noord als ik ’s avonds naar huis ga, dan moet ik altijd oppassen dat ik niet bots tegen mooie meisjes of jongens die aan vingergymnastiek doen op hun touchscreen en zo quasi blind door de ruimte bewegen. Ze strooien ongetwijfeld permanent reacties in het wijde web rond.

Ik kan me bij mezelf niet voorstellen dat ik zoveel keer per dag een interessante mening heb die ook nog eens interessant genoeg is om in het universum te werpen.

Met Twitter is het al niet anders. Al zo vaak heb ik moeten uitleggen aan mensen waarom ik niet twitter. Ik kan me bij mezelf niet voorstellen dat ik zoveel keer per dag een interessante mening heb die ook nog eens interessant genoeg is om in het universum te werpen. En dan ook nog eens in het gewenste aantal tekens. Soms denk ik dat een bijzonder groot aandeel van de tweets die heen en weer razen iets zijn als: opschrijven wat je roept als je ’s avonds bij de televisie zit en dat dan publiceren. Als ik ’s avonds naar het journaal zit te kijken en de heren Bourgeois, Poetin of Cameron komen op het scherm, dan begin ik ook wel eens te roepen. Maar gelukkig is er niemand die dat hoort.

Gelukkig kan ik de dag nadien zelf niet meer lezen wat ik heb geroepen. En meer dan gelukkig is de rest van de wereld volstrekt niet op de hoogte gebracht van mijn verder volstrekt onbelangrijke mening op dat moment. Een ander deel van de tweets (klinkt al even belangrijk als kick-off) is een variant op: ik ben hier. De diepere zin daarvan begrijp ik niet altijd, mensen willen blijkbaar melden: ik ben hier. Soms heb ik zin om dat ook te doen, maar dan met zo’n gele post-it. Die ergens ophangen, en er op schrijven: ik ben hier.

Ik weet het niet

Maar goed, terwijl ik daar dus zat, in de Roma, dacht ik zo: wat zou het fijn zijn als we af en toe allemaal samen eens een keer geen mening hebben. Niet als een vorm van je afwenden van de wereld. Niet als een vorm van onverschilligheid. Niet als een vorm van je neerleggen bij de dingen. Allemaal integendeel. Maar gewoon, om even wat stilte te laten tussen de dingen en de reactie erop. Ook om even de twijfel te koesteren, het nog niet weten.

Ik zou het geweldig vinden om af en toe eens een politicus te zien of te horen die zegt: eerlijk gezegd weet ik het niet.

Ik zou het geweldig vinden om af en toe eens een politicus te zien of te horen die zegt: eerlijk gezegd weet ik het niet. Iemand die zegt: ik twijfel, ik heb nog wat tijd nodig, en ik kan niet garanderen dat ik het dan wel zal weten.

Ik zou het zo fijn vinden als er eens ergens geen commentaar op komt. Geen 101 mensen die meteen, binnen de eerste seconde, via alle sociale media beginnen te oordelen, met grote stelligheid. Niet omdat het niet zou mogen, maar uit een soort respect. Al kan ik niet goed uitleggen wat ik daarmee bedoel. De manier waarop sommige mensen zo snel reageren als er iets ergs gebeurt, het schokt me vaak. Zwijg nou toch even, denk ik dan. Laat nou toch even rustig doordringen wat er is gebeurd, toon een beetje nederigheid, en oordeel niet zo snel.

Met het ouder worden heb ik steeds meer behoefte aan nuance, aan vormen van traag denken, aan voorzichtig proberen te zien wat er aan de hand is, met oog voor alle facetten, en alle invalshoeken. Ik dacht het nog met dat Schotse referendum. Toen ik het resultaat ’s ochtends om half zeven hoorde op de radio, dacht ik: oef! Maar tegelijk dacht ik: hopelijk moet ik het niet helemaal uitleggen nu waarom ik zo denk. En ik had zo gehoopt dat iedereen zou zwijgen voor de rest van de dag. Maar nee, je zet je Facebook aan, en iedereen heeft over alles meningen, die heen en weer worden gesmeten alsof het niets is. Waarom moet dat nu? Het is natuurlijk logisch, etcetera, maar het zou zo’n deugd doen om één dag te wachten. (Net zoals je altijd best even wacht voor je een mail stuurt als je boos bent.) Gewoon een beetje stilte. Het is een complexe materie, laat dat even zo. Probeer je oordeel even op te houden, probeer je even in te leven in alle kanten, probeer even alles wat jij zou kunnen denken ondergeschikt te maken aan wat er is gebeurd.

Toen ik om half acht naar de markt ging, vroeg de kaasmevrouw me om mijn mening over de federale regeringsvorming. Ze doet dat bijna elke week. Het is niet erg eenvoudig om op dat uur van de dag een mening te hebben over de ware beweegredenen van Didier Reynders. (Ook niet op andere uren van de dag trouwens.) Ik ben dan nog in de pre-meningfase van de dag. Gelukkig was er de druivenmevrouw. Zij zei me dat ik zo’n gemakkelijke mens ben, omdat ik altijd zeg dat het goed is als ze me een druiventros laat zien.

Maar terwijl ik dit nu zit te schrijven ontstaat er een verhevigde interne dialoog. Zeggen dat je het fijn zou vinden als we af en toe eens geen mening hebben, dat is toch ook een mening, of niet? Zwijg jij zelf eigenlijk wel genoeg? Hopen dat mensen niet meteen een mening hebben, is dat niet omdat je stiekem vindt dat veel meningen van veel mensen te weinig onderbouwd zijn? Wil dat niet, met een omwegje, zeggen dat je jouw mening daarover beter vindt? Nee, zeg je, want als ik nog geen mening heb, zeg ik ook niets, en ga ik het zeker niet in de openbaarheid gooien.

En zo gaat het nog een tijdje door. De chaos wordt steeds groter, daar in mijn hoofd. (Misschien moet ik nu zeggen: ik ben daar.) Ik begin steeds meer te twijfelen. Gelukkig worden er vanuit mijn hoofd geen autonome tweets verstuurd. Gelukkig heeft mijn hoofd geen eigen profielpagina op Facebook. Gelukkig kan niemand al dat gedoe daar zitten liken. Gelukkig zal niemand het merken. Gelukkig zal het straks weer gewoon voorbij zijn. Gelukkig zal ik straks weer gewoon kunnen denken aan Bach, trage handen, chocolade, en die mooie mevrouw op de trein die ik niet heb aangesproken en ook waarschijnlijk nooit meer zal zien. En als iemand me nu zou vragen wat er in mijn hoofd gebeurt, dan zou ik zeggen: geen mening.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.