Het geluid van smeltend ijs

Column

Het geluid van smeltend ijs

Het geluid van smeltend ijs
Het geluid van smeltend ijs

Tine Hens trotseerde dit weekend weer en wind om deel te nemen aan een van de vele kleine protestacties die overal ter wereld werden gehouden in de marge van de klimaattop in Parijs. Want ‘Niets is eenvoudiger dan wegkijken, de schouders ophalen en een volgende mening op Twitter ventileren’

Een half uur kregen we, daar op het theaterplein in Antwerpen. De wind rukte als een geketende hond aan de kerstversiering die tussen de lantaarnpalen hing. De politie keek twee per twee van op een veilige afstand toe, hand op het machinegeweer dat over de borstkas was gegespt, klaar om in te grijpen wanneer de publieke veiligheid in het gedrang kwam.

‘Of we allemaal op de krijtlijn wilden gaan staan?’ De tijd was kort, dus het moest snel gaan. Samen vormden we het silhouet van een wandelende mens. ‘We staan op straat voor het klimaat’, riepen we. En ook: ‘Keep the oil in the soil.’ Het klonk een beetje als ‘Keep de ol in de sol’, wat als je goed luisterde nergens op sloeg, maar het zijn zelden de betere analyses die weergalmen op betogingen. De protestmars is het rijk van de oneliner en de slogan. Het gaat niet over de individuele, uitgebalanceerde mening, wel over het gewicht van het getal.

Precies daarom is het eenvoudig om er wat meewarig over te doen, om diep te snuiven en minachtend het hoofd te schudden over zo veel naïviteit op een kluit. Wat haalt het uit om op een natte zondagnamiddag tegen niemand in het bijzonder te roepen dat je daar staat voor het klimaat? Hand in hand, dan nog wel. Of met een kogelvrije vest van karton met de hashtag #wearemarching op geklad.

Het is altijd makkelijker cynisch te zijn dan je achterwerk uit de zetel te lichten, je voordeur uit te lopen en een minimum aan betrokkenheid te tonen.

‘Wel spijtig dat die klimaatmars niet kan doorgaan. Dat zou echt het verschil gemaakt hebben’, was de even voorspelbare als razend populaire reactie op Twitter toen bleek dat de anti-terreurmaatregelen gemakshalve werden uitgebreid naar de klimaatbetoging.

Het is altijd makkelijker cynisch te zijn dan je achterwerk uit de zetel te lichten, je voordeur uit te lopen en een minimum aan betrokkenheid te tonen.

Niets is eenvoudiger dan wegkijken, de schouders ophalen en een volgende mening op Twitter ventileren. Niemand heeft ooit beweerd dat betogen de oplossing is, maar verzet vormt een wezenlijk onderdeel van een democratie waarin burgers het recht hebben om mee een beleid te bepalen. Een recht dat veel verder reikt dan de plicht in het stemhokje. Het is het recht om het niet eens te zijn met een beleid en om die onenigheid in de publieke ruimte uit te spreken.

Als een land met evenveel inwoners als een gemiddelde grootstad het nodig vindt om vier klimaatministers te hebben en als die vier klimaatministers er al zes jaar lang niet in slagen tot een deftig akkoord te komen, dan is iedere vorm van cynisme of onverschilligheid een zwaktebod, dan is de tijd van afstandelijkheid al lang voorbij. Dit is niet zomaar een kwestie van een afgelast betoginkje van een huppelend groepje boomknuffelaars. Dit reikt veel dieper: het gaat over het uitoefenen en beveiligen van democratische grondrechten. Luidkeels als het kan. Muisstil als het moet. In levende lijve als het kan. Met enkel een paar schoenen als het moet.

Want ja, het was een indrukwekkend beeld. Waar honderdduizend uitbundige stemmen hadden moeten klinken, heerste nu de beladen stilte van twintigduizend paar schoenen. De Place de la République in Parijs stond vol met lichaamloze schoenen. Het was een symbolische protestbijeenkomst, een mars van de stilstand. Bij sommige schoenen lagen naambordjes van veelal beroemde eigenaars, andere schoenen waren anoniem en inwisselbaar.

Van vluchteling over klimaatactivist met huisarrest tot deelnemer aan de allereerste thuisbetoging van de geschiedenis: iedereen kon virtueel met zijn voeten in deze schoenen staan. De schoenen gaven een stem aan al wie we nooit horen. Omdat ze ver weg wonen, of omdat ze dode materie zijn en verdwijnen zonder dat er een kreet weergalmt.

Het is de gestolde tijd van de menselijke geschiedenis die daar verdwijnt.

Ieder jaar zijn ze met meer, deze brokstukken van de gletsjer, ieder jaar vullen ze de haven als een vloot van verloren ijs. Ze dobberen rond en gaan dan langzaam onder. Het water van de gletsjer wordt een met de zee. Het zijn plaatsen op aarde waar het gevolg van op papier minimale temperatuurschommelingen het meest zichtbaar zijn.

Het verschil van een graad is daar het verschil tussen vriezen en dooien, tussen ijs van honderdduizend tot tweehonderdduizend jaar oud en zeewater. Het is de gestolde tijd van de menselijke geschiedenis die daar verdwijnt.

De meest bijzonder protestmars moet nog in Parijs aankomen. Het is die van de twaalf blokken oerijs die in vier containers die normaal garnalen vervoeren op weg zijn van Kopenhagen om op de Place du Panthéon weg te smelten. Voor iedereen die het wil zien. In een cirkel zullen ze daar liggen, als een kampvuur van ijsschotsen, maar ook als een parlement van de genadeloze getuigen van klimaatverandering. Eerder deze zomer werden ze uit de fjord van de haven van Nuuk in Groenland gevist.

En toch hoopt de Deense kunstenaar Olafur Eliasson die de ijsbrokken in het hart van de stad laat plaatsen, dat we luisteren naar de gesmoorde kreten van dit ijs. Hij bedoelt dit letterlijk.Drie weken, langer zal het niet duren voor dit ijs in de riolen van Parijs zal wegspoelen. Als het regent is het al na amper drie dagen weg. Er zal geen gedenkteken staan, er zal geen spoor op het plein achterblijven. Het ijs zal verdwijnen alsof het er nooit geweest is.

‘Knetterend en borrelend, als een concert van luchtbellen, een soort microscopische popcorn’, zo omschrijft Eliasson het geluid van smeltend ijs. Hij wil dat we allemaal onze oren tegen de buiken van deze ijsreuzen drukken, dat we luisteren naar hun inwendige knorren, dat we onze ogen sluiten en voor even de pijn voelen van deze schoonheid die ons ontglipt en voorgoed verloren is.

Ook hier is het makkelijk met de armen voor de borst gekruist ‘En dan?’ te vragen. Moeten we als mens nu ook al solidair zijn met ijs? Is het al niet voldoende dat we jaarlijks fluostiften van 11.11.11 kopen?

Mij doet het pijn te weten dat er landschappen zijn die ik nooit aan mijn kleinkinderen zal kunnen tonen.

We zijn er maatschappelijk perfect in getraind om muren op te trekken rond onze gevoelens. Maar wat als we in een wereld die opnieuw de efficiëntie van prikkeldraad en afscheidingen ontdekt, die veiligheid boven democratie plaatst, besluiten om het scherm van de verontwaardigde rationaliteit even te laten zakken, om onze oren tegen dat klamme, kille, natte, gladde oppervlak van een ijsrots te duwen en te luisteren naar het verglijden van de tijd?

Ja, er is duizend keer erger leed dan het wegsmelten van een ijsrots, maar mij doet het pijn te weten dat sneeuwsteppes verdwijnen, dat er landschappen zijn die ik nooit aan mijn kleinkinderen zal kunnen tonen, dat gletsjers enkel nog op foto zullen bestaan.

Er zijn altijd redenen te bedenken om niets te doen. Of om sarcastisch te mompelen dat iedere plek die sneeuwvrij is, winst betekent voor de mens. Maar het vergt moed om je te laten raken door schoonheid. Het vergt ook moed om de straat op te gaan en duidelijk te maken waar je voor wil staan. Het smelten van het ijs in Parijs verwijst niet alleen naar de reële gevolgen van klimaatopwarming, maar ook naar het razendsnelle tempo waarmee democratische beginselen kunnen verdampen. Wat als tijdelijk maatregel wordt ingevoerd, blijk al snel hardnekkig permanent. Het vergt altijd meer inspanning om de klok terug te draaien dan om op tijd in te grijpen.

‘Change the system, not the climate’, riepen we nog in Antwerpen, toen zaten de dertig toegestane minuten erop. De politie knikte, de organisatoren bedankten iedereen die aanwezig was en achter ons werd het plein netjes schoongeveegd. ‘Wij beveiligen uw winkelplezier’, las ik op weg naar het station op de wapperende vlaggen van G4S. Naar het schijnt zijn het gouden tijden voor beveiligingsfirma’s.

Laat ons vooral niet zwijgen. Niet nu.