Het is oké als het even niet goed gaat

Ik heb talloze columns geschreven terwijl ik lichamelijk gezond was. Deze schrijf ik omringd door zakdoeken en pijnstillers omdat ik de griep heb. Wanneer ik dit aan mensen vertel, zijn ze trots op mij omdat ik werk terwijl ik zo ziek ben. Waarom kijken mensen dan zo verward, als ik hen vertel dat ik trots ben dat ik hier nog sta ondanks mijn psychische ziekte?

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Ik ben depressief. Ik ben suïcidaal.

Ik ben daar heel open over, altijd al geweest, maar soms voelt het nog aan als een grote bekentenis wanneer ik het voor de eerste keer aan iemand zeg. Zoals iemand die zou bekennen dat zij in de gevangenis heeft gezeten voor moord, zo ook kijk ik soms naar de persoon die recht tegenover mij zit, afwachtend, verwachtend dat die zou opstaan en zeggen dat het wel leuk was, maar dat mijn problemen te zwaar zijn voor haar/hem. Nu ik single ben, wordt die angst vermenigvuldigd wanneer de persoon die voor mij zit een potentiële partner zou kunnen zijn.

En toch, zeg ik het. Het gevoel van schaamte dat in mij roept dat ik moet zwijgen negerend, vermeld ik het informatief, zoals wanneer ik praat over wat ik die dag als ontbijt heb gegeten. ‘Ja, gisteren, kon ik mijn huis niet uit omdat ik weer zelfdodingsneigingen had.’ Keer op keer, komt dat gevoel naar boven. En keer op keer, verplicht ik mezelf om het te negeren. Omdat de aanvaarding van mijn ziekte, de aanvaarding van mijn psychische stoornissen, in een maatschappij die ons wil verplichten om gelukkig te lijken, deel uitmaakt van die strijd naar vrijheid en zelfaanvaarding waar ik zo veel over praat.

Hoe durft hij/zij zo afwijken van de normale sociale conventies door toe te geven dat het niet goed gaat?

Onze maatschappij is niet gemaakt om te erkennen dat er zoiets als “ongelukkige mensen” bestaan. ‘Hoe gaat het met je?’ is vaak een vraag die automatisch wordt gesteld, waar men soms zelfs geen antwoord op verwacht. Wanneer iemand eerlijk antwoordt dat het niet zo goed met hem/haar gaat, volgt er een ongemakkelijke stilte. Hoe durft hij/zij zo afwijken van de normale sociale conventies door toe te geven dat het niet goed gaat? Facebook, Instagram, alles is er zo voor gemaakt dat men alleen de gelukkige momenten van ons leven delen. Hoeveel vrienden hebben me niet benaderd om te praten over hun depressie, terwijl hun Instagram vol zat met gelukkige foto’s? Wanneer ik hen vraag waarom ze er niet eerlijk over praten met andere mensen, volgen altijd dezelfde redenen: schaamte, angst, de stigma’s.

Nu, ik wil die stigma’s omver gooien. In september won ik de StampMediabeurs voor een journalistiek project. Mijn – iets te ambitieuze – project gaat over psychische stoornissen bij zwarte jongeren. Ik koos dit onderwerp heel bewust, omdat jongeren met sub-Saharische roots opgroeien in een Westerse maatschappij die hen vertelt dat ze er altijd gelukkig moeten uitzien, maar vaak ook binnen een zwarte gemeenschap die erg neerkijkt op psychische stoornissen. Ik kan niet bijhouden hoe vaak er mij werd verteld dat ik niet depressief was, dat ik mij gewoon aanstelde, omdat depressie iets voor “witte mensen” is. Ik moest gelukkig en dankbaar zijn voor alles wat ik had, omdat anderen mijn geluk niet hadden, en vooral ophouden met klagen.

Wel, ik wil niet ophouden met “klagen”. Op 4 december organiseer ik samen met BLEnD, AYO Belgium en Kilalo een event waar ik dit project zal voorstellen, en vooral waar jongeren veilig over hun (on)verborgen kopzorgen kunnen praten. Ik ben ontzettend trots op deze dingen, omdat ik zo’n nood had aan het destigmatiseren van psychische stoornissen en het prijzen van psychische zorg toen ik als depressief meisje opgroeide, en ik nu deel kan uitmaken van een groep die net dat probeert te doen.

Maar het trotst ben ik op de mensen die ik ontmoette en het geluk had te mogen interviewen. Mensen die gruwelijke dingen hadden meegemaakt en toch nog recht stonden, die nog aan het vechten waren om een gelukkig(er) leven te leiden. Ik ontmoette inspirerende mensen, die een rolmodel wilden zijn voor andere jongeren met psychische stoornissen. Mijn hart en mijn ziel werden bewogen door de echtheid, door de kracht van de getuigenissen die ik mocht horen. Mensen die vaak hun verhaal niet durfden te delen door diezelfde stigma’s, diezelfde schaamte, maar het nu toch deden, om vrede te vinden, om anderen te helpen.

En als ik hun verhalen neerpende, en naar de sterke mensen keek die voor mij zaten – kon ik me alleen maar afvragen waarvoor ze zich juist moesten schamen?

Hulpeloosheid en eenzaamheid zijn de enige gevoelens die ik overhield aan therapie.

Maar die vraag was hypocriet, wetende hoe weinig geduld ik met mezelf heb, terwijl ik zelf weet dat mijn leven niet gemakkelijk is geweest. Ik heb jeugdtrauma’s die ik nu nog steeds niet kan verwerken. Ik maak regelmatig racisme én seksisme mee. In totaal heb ik meer dan vijf psychologen en psychiaters gezien, die mij niet konden helpen. Sommige van hen bleven stil terwijl ik mijn verhaal vertelde, en concludeerden achteraf dat ze ‘niet goed wisten wat ze [met mij] moesten aanvangen’ omdat ze ‘nog nooit iemand hebben gezien [zoals ik].’ Hulpeloosheid en eenzaamheid zijn de enige gevoelens die ik overhield aan therapie. En als ik mezelf openhartig beschrijf, dan zeg ik dat ik uitgeput ben door een leven dat ik niet wil leiden, en dat ik gebroken ben.

Soms, ween ik uren aan een stuk, tot mijn ogen pijn doen, mijn lichaam volledig uitgedroogd is, en ik eindelijk in slaap val. Mijn eerste instinct wanneer ik een hoog gebouw binnenstap, is mij afvragen of ik met zekerheid zou sterven indien ik zou springen. Ik heb wekelijks nachtmerries over mijn verleden. Ik voer letterlijk dagelijks een strijd tegen mijn eigen hersenen, tegen dat deel van mezelf dat mij vertelt dat ik niets waard ben, dat ik moet sterven, dat ik niet meer naar buiten moet gaan.

En tot nu toe win ik deze perpetuele strijd. Ik heb pijn, maar ik leef nog. Ik sta (bijna) iedere dag op. Ik werk, ik studeer, ik zie mijn vrienden en familie, ik schrijf. Op sommige dagen lukt het mij niet om mijn bed te verlaten, moet ik al mijn plannen afzeggen en is mijn enige overwinning het nemen van een warme douche. Maar die enkele dagen die ik neem om voor mijn ziel te zorgen, nemen mijn kracht en sterkte niet weg. Die strijd die ik voer, maakt van mij geen gebroken iemand. Ook ik moet dit nog leren.

In Vlaanderen zijn er 700.000 mensen die over een periode van een jaar met psychische stoornissen kampen. En tegen deze mensen wil ik gewoon zeggen dat het oké is. Dat het oké is als het even niet goed gaat. Dat pauzes nemen om voor zichzelf te zorgen goed is. Dat er altijd mensen zijn die het erger te verduren hebben dan jezelf – maar dat dat niet betekent dat je daarom zelf geen hulp kunt gaan zoeken. Jij hoeft er niet alleen voor te staan. Wij hoeven er niet alleen voor te staan. En wij hebben niets om ons over te schamen – wel een sterkte om trots op te zijn.

Sabrine Ingabire is schrijfster, activiste en studente. Je kan haar op Facebook volgen.

Wie vragen heeft over zelfdoding, kan terecht op het gratis nummer 1813 en www.zelfmoord1813.be.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2799   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur