Geen angst, maar alternatieven

2015 wordt nu al een donker jaar verklaard. Het ligt echter nog altijd in onze handen wat we ervan maken. Onze tijd en energie zijn hard nodig voor het formuleren van alternatieven op het huidige systeem dat vol scheuren zit. Een bescheiden aanzet.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Ik geef toe dat het een hele opdracht zal zijn om deze week achter ons te laten, met wat de media ons de afgelopen dagen hebben voorgeschoteld over de gebeurtenissen in Frankrijk. Na de gebeurtenissen in Parijs leken die media op een angstmachine die op volle toeren draait.

Wat mij dezer dagen opvalt, is hoe we verslaafd zijn geraakt aan live verslaggeving waarbij we graag veel actie zien. De realiteit die we willen zien, zolang we er zelf niet in betrokken zijn natuurlijk, moet lijken op snelle Hollywood actiefilms.

De verslaafden moet ik teleurstellen. Ook al zien we de toekomst somber in en 2015 al een donker jaar hebben verklaard, het ligt nog altijd in onze handen. Ook al horen we dagelijks dat er geen alternatieven zijn voor het neoliberale besparingsbeleid, ik ben ervan overtuigd dat die er wel zijn. In wat volgt een aanzet tot alternatieven.

Gemeenschappelijk project

Laat me op voorhand zeggen dat ik niet de pretentie heb, noch de capaciteit, om op mijn eentje alternatieven te formuleren. Alternatieven kunnen niet van een individu komen. Velen -individuen, organisaties, instituties, vakbonden, bewegingen enz-zullen moeten samenwerken. Om alternatieven te formuleren is er nood aan een gemeenschappelijk project. En dat gemeenschappelijk project begint, tot spijt van wie het benijdt, vorm te krijgen. Moeizaam, met vallen en opstaan, worden eerste stappen gezet, maar het is een begin.

Wie had vijf jaar geleden gedacht dat burgerbewe-gingen zoals Hart boven Hard zalen zouden vullen?

Wie had vijf jaar geleden gedacht dat de vakbonden in België steeds meer sympathie zouden winnen bij de publieke opinie en honderdduizenden mensen zouden mobiliseren? Of dat burgerbewegingen zoals Hart boven Hard zalen zouden vullen? Of dat studenten en ja, zelfs leerlingen, zouden staken en mee op straat komen manifesteren, in solidariteit met arbeiders nog wel? Ik alvast niet.

Om dit gemeenschappelijk project te versterken is er nood aan engagement op praktisch maar ook theoretisch niveau.

Ik geef enkele voorbeelden, waarbij ik me beperk tot Brussel, mijn stad, maar deze voorstellen kunnen in andere steden worden gebruikt. Daarvoor baseer ik mij op theoretisch onderzoek en op mijn ervaringen in de praktijk. Deze voorstellen komen uitgebreider aan bod in het laatste deel van mijn boek De neoliberale strafstaat.

Onderwijs: het fundament van een samenleving

Er wordt me wel eens gevraagd wat volgens mij het allerbelangrijkste thema is in de samenleving. Mijn antwoord staat klaar: onderwijs, want onderwijs is het fundament van een democratische samenleving.

De kerstvakantie is voorbij maar voor honderden kinderen in mijn stad maakt dat niet veel verschil, want noodgedwongen blijven ze het hele jaar thuis, bij opa, oma of een werkloze moeder, omdat er plaats tekort is in de Brusselse scholen. Onderwijs is nochtans een basisrecht dat gegarandeerd wordt door de grondwet.

Om te beginnen hebben we dus scholen nodig. Naar mijn mening de beste investering die Brussel vandaag kan doen. Waarom? Met bijkomende scholen garanderen we een grondrecht en bieden we een perspectief aan onze kinderen. Bovendien heeft Brussel 80.000 laaggeschoolde werklozen. Stel je eens voor dat die mensen worden ingezet om deze scholen te bouwen?

Ter inspiratie: bij vzw Atelier Groot Eiland maken Molenbeekse laaggeschoolden meubels van afvalhout: milieuvriendelijk en sociaal. Beter kan dus niet.

Miljoenen vierkante meters leegstand

Om bij bouwen te blijven. Brussel kampt al een aantal decennia met een huisvestingsprobleem. Er is een tekort aan sociale huisvesting. Telkens er een nieuwe minister komt, belooft hij een aantal duizenden nieuwe huizen. Echter: op het eind van zijn regeringstermijn moeten we vaststellen dat daar niets van terecht kwam. Integendeel, de bestaande sociale huisvesting wordt afgebroken omdat er geen renovaties worden gedaan. Wat als de Brusselse regering zou besluiten om daarin te investeren? Wat als we  laaggeschoolden inschakelden voor de bouw en renovatie van sociale woningen?

Er is een wetgeving die mogelijk maakt dat gemeenten leegstaande panden opeisen, maar in werkelijkheid gebeurt dit nooit.

Ik heb zelfs een beter voorstel. In Brussel zijn er minstens 30.000 leegstaande panden en twee miljoen vierkante meters kantoorruimte die leeg staan. Desondanks hebben beleidsmakers vorig jaar besloten om het licht op groen te zetten voor nog meer kantoorruimte.

Er is een wetgeving die mogelijk maakt dat gemeenten leegstaande panden opeisen, maar in werkelijkheid gebeurt dit nooit. Wat als gemeenten en het gewest Brussel hier werk van zouden maken en, ik zeg maar wat, mogelijk maken om per gemeente een bepaald percentage leegstaande panden op te eisen en te renoveren? Wat als ze hiervoor werkloze Brusselaars zouden inschakelen, via sociale economiebedrijven of in samenwerking met bouwbedrijven via publiek-private overeenkomsten?

Het is ook mogelijk om een deel van de panden beschikbaar te stellen voor tijdelijk gebruik. Ze kunnen ook gerenoveerd worden voor allerlei sociale en culturele doeleinden en om er de lokale economie mee te stimuleren. Zo’n ruimtes zijn dringend nodig in Brussel. De overheid kan die panden later onder de marktprijs verkopen. Zo slaat ze twee vliegen in één klap: er komt kapitaal vrij om andere panden te renoveren en via de prijszetting worden de prijzen op de woningmarkt gedrukt. Daarenboven kan een deel van de gezinnen die anders de stad zouden verlaten, in Brussel blijven.

L’Espoir

Ter inspiratie: Veertien Brusselse gezinnen met een laag inkomen gingen samen met Buurthuis Bonnevie, vzw Ciré en het Brussels Woningfonds op zoek naar mogelijkheden om betaalbare koopwoningen te bouwen. Bonnevie had de middelen niet om zelf sociale woningen te bouwen, maar vond in Ciré, een Brusselse organisatie die met vluchtelingen en migranten werkt, een partner die bereid was om samen na te denken. Het Brussels Woningfonds, dat gezinnen met een bescheiden inkomen aan een woning helpt, trad op als bouwheer en verkocht de woningen achteraf aan de gezinnen tegen de kostprijs. Het project kreeg de naam L’Espoir. Vandaag zijn de veertien gezinnen trotse eigenaars van hun eigen woning.

Het systeem zelf in vraag stellen

Om echte alternatieven te vormen voor de langere termijn zullen we meer moeten doen. We dienen het systeem, het kapitalisme om het bij naam te noemen, in vraag te stellen. Hoe?

Ten eerste: het economisch model van het kapitalisme waarin winst centraal staat, moet plaatsmaken voor een economisch model dat op de noden en de behoeften van de mensen focust. Concreter, een economie die ten dienste staat van de mens en niet ten dienste van de winst voor een kleine groep. Er is geen economie mogelijk zonder arbeid. En wat blijkt uit de cijfers? Velen onder ons vinden hun werk maar niks en zes op tien lijden onder stress op het werk. Tijd voor arbeidsherverdeling.

Ten tweede: een alternatief op het kapitalisme is sociaal. Dat betekent de sociale miserie in de wereld bestrijden door ongelijkheid weg te werken en armoede aan te pakken. ‘Dat lukt nooit, jong’, zie ik je met je hoofd schudden. Toch wel. De 84 rijkste mensen ter wereld bezitten de halve planeet of evenveel als 3,5 miljard mensen. Het kapitaal is er dus. Wat er moet komen, is herverdeling.

Een derde aspect is het ecologische. Willen we op deze planeet blijven wonen, dan zal ecologie ook centraal moeten staan in de zoektocht naar alternatieven.

Heel wat mensen geloven dat hun individualisme eigen is aan de mens en biologisch bepaald. Niets is minder waar.

Ten vierde: de radicale verandering moet democratisch zijn en steunen op de wil en participatie van de burgers. Parlementaire democratie zal niet volstaan en we moeten naar nieuwe vormen van basisdemocratie zoeken. Dit is essentieel want in een democratie ligt de macht bij het volk en niet bij een kleine elite, zoals het geval is in het kapitalisme.

Kapitalisme voedt het individualisme. We geloven dat alleen ons eigen belang primeert en dat er een strijd wordt gevoerd van allen tegen allen. Heel wat mensen geloven dat hun individualisme eigen is aan de mens en biologisch bepaald. Niets is minder waar. De mens is ook een sociaal wezen. Individualisme gelijkstellen aan een voortdurende competitie met elkaar waarbij we alleen op ons eigen belang focussen, is niet aangeboren. Het wordt ons aangeleerd en voor het kapitalisme is het essentieel dat we dat soort denken overnemen en erin geloven.

Wij mensen kunnen ook aan het algemeen belang denken. Dat is wat onderdrukt wordt door het kapitalisme. Daarom is het counteren van het kapitalisme onlosmakelijk verbonden met de zoektocht naar hoe we in de dagelijkse praktijk individuen kunnen uitdagen om opnieuw burgers te worden die in functie van het algemeen belang denken en ageren. Denken in functie van het algemeen belang betekent werken aan een andere soort samenleving op sociaal, economisch en politiek vlak.

Ik zie steeds meer mensen die deze uitdaging willen aangaan, elk op hun eigen manier, binnen hun eigen mogelijkheden. Hopelijk ook jij!

Bleri Lleshi is politiek filosoof en auteur van o.a De neoliberale strafstaat, EPO, 2014. Zijn blog vind je hier en je kan hem volgen op Facebook en Twitter.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Filosoof, politicoloog & auteur

    Bleri Lleshi is filosoof, politicoloog en documentairemaker en heeft verschillende boeken geschreven. zijn meest recente werk: ‘De neoliberale strafstaat’.