Over hoe een klimaatmars je tegelijk blij en droef kan maken. En over hoe een jonge en een oude vrouw met me mee stapten

Het klimaatmeisje

© Brecht Goris

 

We liepen daar met vele duizenden, die zondag in Brussel. Het zou de grootste klimaatmars ooit worden, zo zou blijken. Onderweg maakten we grappen, omdat het soms letterlijk voor geen meter vooruitging. Enkele dagen later zou verder blijken dat ons land tegen een hogere EU-ambitie op het vlak van energiebesparing en hernieuwbare energie stemde. Toen de Vlaamse minister-president daarover ondervraagd werd, stelde hij dat niet alleen de Vlaamse, maar ook de andere regeringen van ons land tegen waren.

Misschien dacht hij dat dat zou klinken als een soort geruststelling of zo, te zeggen dat niet alleen zijn regering een ambitieus klimaat- en energiebeleid afremt. In al mijn naïef geloof in de mensheid had ik misschien heel even verwacht dat er een moment van schaamte of deemoed zou komen. Heel even had ik tegen beter weten in gedacht dat er een soort verontschuldiging zou komen, vanuit een besef dat we iets anders verplicht zijn aan onze kinderen en kleinkinderen dan dit schuldig verzuim.

Verwarrende decemberzondag

Ik hoorde van mijn baas dat zijn dochters voor de eerste keer in hun leven, omdat ze het zelf heel erg wilden, naar een betoging waren gegaan. Twee dagen later begrepen ze helemaal niet waarom die ministers gewoon doorgingen met de zogenaamde politiek van het haalbare, het ‘realisme’ van de oogkleppen.

‘Heel wat mensen zeiden dat ze voor het eerst naar een betoging gingen. Ze waren een beetje zenuwachtig en tegelijk vastberaden’

Het was me al opgevallen in de trein naar Brussel. Er waren heel wat mensen die zeiden dat ze voor het eerst naar een betoging gingen. Ze waren een beetje zenuwachtig en tegelijk vastberaden. Het ontroerde me erg.

Met de andere oud-strijders hadden we het over die rakettenbetogingen van vroeger. Ik herinnerde me nog die ene keer toen we vier uur moesten wachten in Schaarbeek eer we konden vertrekken, en ik voelde me een beetje oud. Ik herinnerde me hoe ongelooflijk kwaad ik was toen, kwaad op de wereld, kwaad op de generatie van mijn ouders, omwille van die kloteraketten.

Ik had er helemaal niet voor gekozen om in die wereld geworpen te worden, die wereld die min of meer elk moment kon ontploffen. Ik wou graag in de wereld zijn, maar dan wel een wereld met een toekomst.

Tussen al die mensen lopen, op die druilerige maar eigenlijk erg warme decemberzondag in 2018, het was verwarrend. Ik voelde erg tegenstrijdige dingen. En op de foto’s die ik van mezelf zag nadien, zie je dat ook, denk ik. Aan de ene kant was er een grote trots en blijheid, om een deel te mogen zijn van die grote familie van mensen die samen zeiden dat de toekomst nog niet voorbij is.

Het ontroerde me heel erg om zoveel jonge mensen te zien die de longen uit hun lijf schreeuwden. Ze leken me ongelooflijk kwaad, kwaad op de wereld, misschien ook wel kwaad op de generatie van hun ouders. Ik dacht aan dat Zweedse schoolmeisje, dat in staking ging voor een beter klimaatbeleid, ondertussen gevolgd door duizenden andere scholieren, overal ter wereld.

Julia

Aan de andere kant maakte het me allemaal erg droef, daar te lopen. Ik begreep pas later hoe dat kwam, toen ik een stukje aan het schrijven was over Julia. Ik heb zelf geen kinderen, jammer genoeg. Dat is een groot verdriet. Meestal heb ik er vrede mee, soms niet. Maar ergens in mijn lichaam is Julia er altijd.

Ik heb altijd geweten dat ik mijn dochter de naam Julia wou geven (als haar mama dat natuurlijk ook een goed idee had gevonden). Het is de naam van mijn lieve grootmoeder (hoewel haar officiële naam anders was, denk ik, maar dat is een van de mysteries van de tijd).

Waarschijnlijk had ik onbewust Julia gezien, in die betoging. Een beetje zoals dat kleine meisje in het rood in die film die verder helemaal in zwart-wit was. Onbewust vroeg ik me af of ze wel naast me liep. Misschien zou ze kwaad geweest zijn op mij, of misschien wel een beetje trots.

‘Het kan me nog steeds radeloos opstandig maken als mensen, zonder schroom voor hun cynisme, zeggen dat het toch allemaal al te laat is’

Het is zo bitter, dat je je soms afvraagt hoe oud je zult zijn in 2050 en dat een stemmetje ergens in je hoofd je zegt dat je een hoop ellende waarschijnlijk niet meer mee zult moeten maken.

Het kan me nog steeds radeloos opstandig maken als mensen, zonder schroom voor hun cynisme, zeggen dat het toch allemaal al te laat is. Het ging allemaal door me heen, terwijl we door de Wetstraat liepen. Ik zag mensen die grote spandoeken hadden bevestigd aan de verlichtingspalen. Het was zo mooi, er ging zoveel kracht van uit, maar ik wou alleen maar wenen eigenlijk.

Mensen die me komen zeggen dat ik gelukkig moet zijn omdat ik geen kinderen heb, zeker omwille van de toestand van het klimaat, moeten oppassen dat ze van mij geen klap voor hun kop krijgen (bij wijze van spreken natuurlijk). Julia zal het inderdaad niet moeten meemaken, in het echt, dat is waar. Maar wanneer is dat moment gekomen, vraag ik me weleens af, waarop we het normaal zijn gaan vinden om zoiets te zeggen tegen iemand?

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Kosmische lijn of ecorealisme

Misschien schaamde ik me wel tegenover Julia. De oude en de jonge. De oude Julia zat vroeger, samen met haar man Fons, naar de televisie te kijken als er weer eens een grote betoging door Brussel trok. Ze vroeg me wanneer ze me nog eens zou zien op de televisie. Graag had ik ooit de kleine Julia in haar armen gelegd, als om te laten voelen dat de tijd gewoon doorging, dat alles op een of andere manier goed was. Ze is 97 geworden, en ze heeft de kleine Julia nooit in het echt gezien. Misschien liepen ze allebei wel met me mee, daar in Brussel.

‘Kiezen voor klimaatrechtvaardigheid, tussen Noord en Zuid, en tussen de generaties, is misschien wel de enige vorm van realisme’

Ik zag een jonge vrouw die ons met een megafoon aanmoedigde om haar slogans mee over te nemen. Misschien liep er wel een of andere kosmische lijn tussen die vrouw, het meisje uit Zweden en de jonge Julia. Misschien was zij wel het klimaatmeisje, vol kleur, op die grijze zondag. Misschien was ik al in zwart-wit.

Misschien is een stukje van mij nog altijd even kwaad als toen. De voorbije dagen konden we eens te meer merken dat sommige -zichzelf verantwoordelijk noemende– politici tegelijk willen voorkomen dat er een redelijke mondiale afspraak wordt gemaakt over migratie en ook niet willen dat er verregaande klimaatambities worden vastgelegd.

Voor dat laatste beroepen ze zich op een zogenaamd ‘ecorealisme.’ Het zou kunnen dat in de nabije toekomst klimaat en migratie steeds meer met elkaar te maken zullen hebben. Kiezen voor klimaatrechtvaardigheid, tussen Noord en Zuid, en tussen de generaties, is misschien wel de enige vorm van realisme die de kans maakt te blijven duren en die geen schaamlapje voor onverholen cynisme is.

Op de avond van de betoging zat ik voor het televisiescherm van dichtbij te kijken of ik het klimaatmeisje zou zien. Dan had ik haar kunnen aanwijzen aan Julia en Fons. Kijk, daar loopt ze! Het zou kunnen dat dit niet de laatste keer was dat we moeten betogen. Julia heeft me ondertussen al gevraagd of ik er de volgende keer ook weer bij zal zijn. Dat lijkt me wel een goed plan.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2799   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.