Alleen zijn is iets anders dan eenzaam zijn

Het talent van de eenzaamheid

© Brecht Goris

Jan Mertens

‘Hoe eenzaam zijn we in deze soms duistere wereld? Is er iemand die met ons mee loopt, met “no direction home”?’, vraagt columnist Jan Mertens zich af. ‘Het is alvast een beetje minder eenzaam met Bob Dylan die ergens naast me loopt’.

Er is iets met verjaardagen, denk ik. Terwijl ik dit schrijf, besef ik dat mijn grootvader Fons nu 121 zou zijn geworden. Enkele dagen verder is het de verjaardag van mijn vader Staf. Hij stierf in 2008 en zou ondertussen bijna even oud zijn als mijn grootvader geworden is. Het is raar, hoe je jezelf ergens in de tijd plaatst. Hoe lang zal ik nog in dit leven zijn? Zal het dichter zijn bij Staf, of dichter bij Julia, mijn grootmoeder die 97 werd? Ik zal het wel merken wanneer het moment daar is, veronderstel ik.

Het heeft iets van een soort reis die je maakt. Je bent onderweg, eigenlijk altijd op onbekend terrein. Ik ga er wel van uit dat ik ondertussen dichter bij de schemer ben dan nog bij de ochtend. Als ik kinderen had gehad, zou het een ander gevoel geweest zijn, te weten dat zij nog ergens in de voormiddag aan het lopen waren. En misschien zou het ook niet zoveel verschil maken.

Misschien zijn we allemaal een beetje ontheemd, allemaal een beetje op zoek naar een thuis.

Misschien zijn we allemaal een beetje ontheemd, allemaal een beetje op zoek naar een thuis. Zoals David Byrne zingt: “I’m just an animal looking for a home, Share the same space for a minute or two.” En misschien is dat wel heel normaal, dat onderweg zijn. Je beweegt tussen versies van jezelf. Je bent het verhaal dat je over jezelf vertelt.

Ik moest eraan denken vorige week, toen ik een interview las in de weekendbijlage van de krant. Een Nederlandse filosofe, Marjan Slob, heeft een boek geschreven over eenzaamheid. In het interview zegt ze onder meer dat eenzaamheid een talent is, wat wel een prikkelende gedachte is. Het is een uitdagende vraag om aan jezelf voor te leggen. Ben ik eenzaam?

Alleen zijn is iets anders dan eenzaam zijn. Ik kan me voorstellen dat veel uitgeputte ouders de voorbije maanden soms hevig verlangden naar alleen zijn. Misschien voelden ze zich soms wel eenzamer terwijl ze met glazige ogen keken naar de puinhoop die hun tegen de muren oplopende kinderen er dit keer weer van gemaakt hadden.

Je hart kan overlopen van liefde voor je kinderen, soms voel je je misschien pas helemaal samenvallen met jezelf als je af en toe alleen kunt zijn om na te denken, om je hoofd terug te voeden met de schoonheid van een gedicht of om gewoon te wachten op je lichaam dat zich een beetje neer kan leggen.

Ik leef alleen. De voorbije maanden was ik bijna steeds thuis. Ik heb het geluk dat ik een eigen plek heb waar het veilig is. Ik heb het geluk dat ik een boeiende baan en een inkomen heb. Ik heb het geluk dat ik een netwerk heb van heel erg mooie vrienden en vriendinnen. Het maakt dat het anders alleen zijn is dan wanneer die dingen er niet waren.

Maar was ik ook eenzamer? Soms wel, soms niet. Misschien gaat er aan het talent een uitnodiging vooraf om rustig te kijken naar je naakte zelf dat daar in die verschillende versies door het huis beweegt. En ondanks alle ellende ben ik die voorbije maanden daar wel dankbaar voor. Je ziet alle dingen tegelijk.

Hoe vervullend het kan zijn om op een lege en stille zondagmiddag in die stoel uit het oude huis te kunnen zitten met een boek dat zacht in je handen ligt. Hoe tegelijk een diepere laag van verdriet en eenzaamheid in je lichaam aangeraakt wordt. Hoe extreem gelukkig je kunt zijn als je weer een keer eventjes in de trein kunt zitten en het landschap voorbij ziet gaan. Hoe rusteloos het je maakt dat je tegelijk toch niet gewoon de trein kunt nemen naar Nederland om je dierbare zus te bezoeken om samen te praten en te zwijgen over de ingrijpende maanden van het wees worden. Je ziet het allemaal, en het is goed.

In die beknellende en zure gecreëerde groepsidentiteit die “de” Vlaming blijkbaar nastreeft, ben ik gedoemd om altijd eenzaam te zijn, omdat ik meervoudig ben.

Er zijn veel dimensies aan het gevoel van eenzaamheid dat me soms kan overvallen. Als ik weer eens een verklaring lees van iemand die zegt dat ik me ‘door angst laat leiden en niet door liefde’ omdat ik probeer zo goed mogelijk de sociale afspraken te respecteren in de huidige toestand, dan voel ik me eenzaam. Omdat mijn hele motivatie in mijn beleving net alleen maar door liefde en verbondenheid gedreven is. Ik ben niet bang, maar voel wel bezorgdheid omdat iemand die me dierbaar is al weken moet wachten op een dringende operatie die is uitgesteld omdat er niet genoeg capaciteit over is in het ziekenhuis.

Als ik weer eens een Vlaamse minister of een facebookadvertentie van haar partij op polariserende en cynische wijze zie fulmineren tegen “het” federale niveau of “de” Franstaligen, dan voel ik me eenzaam als Vlaming. Ik kan sowieso alleen al maar Vlaming zijn als ik ook veel andere dingen tegelijk mag zijn. In die beknellende en zure gecreëerde groepsidentiteit die zij blijkbaar nastreeft ben ik gedoemd om altijd eenzaam te zijn, omdat ik meervoudig ben.

De voorbije maanden miste ik het funshoppen niet. Drop mij in een grote supermarkt, en ik zal me heel erg eenzaam voelen. Maar ik kan wel moeilijk beschrijven hoezeer ik de schouwburg mis. Misschien niet in de eerste plaats om er met velen te zijn (en al helemaal niet voor de vanaf het podium aangewakkerde ‘publieksparticipatie’). Maar wel om te voelen hoe de levende muziek, de creatie die daar en dan in dat ene ondeelbare moment ontstaat, het verdriet diep in mijn lichaam aanraakt en troost.

Misschien is een deel van het talent van de eenzaamheid wel het leren kijken, naar jezelf en naar anderen.

Soms zie je hoe de eenzaamheid van de ene die van een ander kan aanraken. Hoe eenzaam moet het zijn als moeder aan de ene kant van de lijn als je de hele tijd bang bent dat er een bom op je huis zal vallen en dat je je kinderen niet kunt beschermen.

Hoe eenzaam moet het zijn als schrijver aan de andere kant van de lijn als je voelt dat je als een van de stemmen van wat ooit de vredesbeweging was blijft oproepen tot rechtvaardigheid en mededogen terwijl steeds meer van je landgenoten alleen nog in termen van agressie kunnen denken?

Hoe eenzaam moet het zijn om je vader te verliezen aan dat vreselijke virus, sneller dan iedereen verwachtte misschien, ergens op een IC-unit in een ziekenhuis, zonder dat je nog afscheid kon nemen? Hoe eenzaam moet het zijn soms om verpleegster te zijn op diezelfde afdeling, gekweld door je onvermogen om mensen in het leven te houden, niet gezien door mensen daarbuiten die alleen maar zo snel mogelijk weer in hun vliegtuig willen zitten?

Hoe eenzaam moet het zijn als man die als kind misbruikt werd, nu met een vrouw en kinderen die jou graag zien, maar door de littekens van vroeger niet in staat om die liefde te voelen in je lichaam? Hoe eenzaam moet het zijn voor die vrouw, dat ze ondanks alles telkens opnieuw stuit op die onoverbrugbare afstand die ze niet met tederheid kan wegnemen?

Misschien is een deel van het talent van de eenzaamheid wel het leren kijken, naar jezelf en naar anderen. Misschien kunnen we het een beetje leren, hoe we niet noodzakelijk de eenzaamheid moeten wegnemen of “fixen”, maar wel hoe we er gewoon naast kunnen gaan zitten. Ook als we allemaal een beetje ontheemd zijn, kunnen we nog altijd met elkaar op weg gaan, in onvermogen en verlangen.

In het interview verwijst de filosofe naar David Bowie, met name naar de rollen die hij altijd was. Hij was zoveel versies van zichzelf, fluïde en beweeglijk. Hij speelde niet zozeer een rol, hij was die rol, die creatie.

Dat deed me denken aan Bob Dylan, voor mij sinds mijn jonge jaren een trouwe en tegelijk ongrijpbare reisgezel. Het is een van de sleutels om iets te begrijpen van wat hij als kunstenaar is, hoe hij telkens opnieuw een nieuwe versie maakt van zichzelf, letterlijk en figuurlijk telkens zoekend naar een nieuwe stem. Ik heb heel veel concerten van hem gezien, en telkens was het een verwarrende ervaring, maar zo mooi. Te zien hoe hij iets zocht in het moment van de creatie, hoe het daar gebeurde, of niet.

Op maandag 24 mei wordt Bob Dylan 80 jaar. Ik weet niet of de kosmos er een plan mee had, maar diezelfde dag was ook de verjaardag van mijn vader. De muziek van Dylan weet iets over eenzaamheid, denk ik wel eens. In de nummers van zijn prille begin zit er al een soort heel oude melancholie. Als je naar Bob Dylan’s Dream luistert, hij zong het toen hij nog een jonge twintiger was, is het alsof je een vermoeide oude man hoort. Er is de ingehouden treurnis uit Boots of Spanish Leather, met die eenzame stem. Er is de breekbare fataliteit van een liefde in One Too Many Mornings. Van dat nummer maakte hij niet veel later een harde en bijna bijtende versie tijdens zijn tournees. Maar ze klonk niet minder eenzaam.

Het is een beetje minder eenzaam met Bob die ergens naast me loopt.

Dylan is ondertussen zoveel versies en zoveel stemmen verder, nog steeds onderweg, nog steeds niet op weg naar huis. In de schitterende deels fictieve documentaire die Martin Scorsese maakte over de beruchte Rolling Thunder Review zegt Dylan: ‘Life isn’t about finding yourself or finding anything, life is about creating yourself.’ Het zegt iets over de diepere waarde van kunst, en het zegt zo ook iets over eenzaamheid.

De oudere Dylan was de voorbije jaren nog steeds behoorlijk levend, al is hij nog altijd alleen onderweg. In veel van zijn teksten lijkt hij te bewegen in een duister avondland. ‘I’ve been trying to get as far away from myself as I can’, zegt hij in Things Have Changed. Hij doolt daar eenzaam rond. Het is bijna helemaal donker. ‘Behind every beautiful thing there’s been some kind of pain’, klinkt het in het droeve Not Dark Yet.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Het zal wel aan mij liggen, maar de breekbare en rafelige toon van zijn meest recente platen, met steeds die melancholie op de achtergrond, geeft me een diep gevoel van troost. I Contain Multitudes zegt hij op de plaat die vorig jaar uitkwam. Ik ben ze allemaal, al die versies van mezelf, en ik ben misschien wel alleen dat. En: ‘I’ll keep the path open — the path in my mind, I’ll see to it that there’s no love left behind’.

Misschien dool ik ook maar een beetje rond in een landschap waar de avond straks zal invallen. Het is een beetje minder eenzaam met Bob die ergens naast me loopt. Als ik zin heb, kan ik naar hem luisteren. Op andere dagen is het gewoon een veilig gevoel te weten dat hij daar ergens is.

Het is verwarrend dat er een dag zal komen dat Bob er niet meer zal zijn. Zelfs dan zal ik nog altijd kunnen denken aan zijn liedjes, terwijl ik door het landschap loop. Misschien is dat wel een mooi talent: ’s avonds door het landschap lopen, en niet weten of en wanneer je thuis zult komen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3150   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.