Kleine praatjes

© Brecht Goris

Bie Vancraeynest

Na 21 juli verzinkt Brussel in een zomerslaap. Inderhaast gekrabbelde ‘jaarlijks verlof’- bordjes worden snel in de vitrine gehangen en verder gaan op de meeste plekken de rolluiken even neer. Door een beurtrol blijft onze buurtwinkel die door verschillende gezinnen wordt bestierd, de hele zomer open.

Ik houd niet van de supermarkt en red me prima met het beperkte gamma van matige kwaliteit Chez Rachid. Ik kom er graag omdat iedereen uit de buurt hier winkelt, bij voorkeur in pyjama. Ik denk dat er momenten moeten zijn dat iedereen in de winkel op zijn sloffen staat. De zonen van Rachid hebben me al in alle staten gezien. Ze weten wanneer ik met vakantie ben, wanneer er iemand is blijven logeren, wanneer ik moe ben (‘t’as l’air fatiguée’). Als ik zelf niet de sappigste sinaasappels hebt gekozen, wordt een van de winkelkinderen aangemaand die voor me om te wisselen. Ze horen graag, beknopt, mijn visie op de actualiteit.

‘Zo gaan we niet beginnen’

Ik ben er ooit binnen gelopen met een koptelefoon op, verzonken in gedachten en in een podcast. Ik doe mijn boodschappen en schuif bij de kassa aan. Als het mijn buurt is, staakt de kassier zijn activiteiten. Hij gebaart dat ik mijn koptelefoon moet afzetten. ‘Zo gaan we niet beginnen’, zegt hij. Direct maar niet onvriendelijk, een zin die alles zegt over zijn beroepseer en basisrespect tussen mensen. Het is zijn manier om te zeggen dat de miniuitwisselingen tussen ons aan de kassa hem dierbaar zijn.

Ik moet terugdenken aan dit voorval wanneer ik de zomerse weekendbijdrage van de Volkskrant lees. Daarin staat een lange reportage over smalltalk en hoe ‘het praatje dreigt te verdwijnen’. Dat komt natuurlijk door de vermaledijde smartphonecultuur, doe-het-zelfkassa’s en andere schermen. Het artikel beschrijft hoe zelfs de laatste bastions van het lichte gekeuvel, de taxi en de kapper, ook voor de bijl gaan.

‘We muten een taxichauffeur, zodat we aan Siri kunnen vragen of er in de buurt nog goede restaurants zijn.’

Wie in Nederland een Uber neemt, kan, al voor de rit start, aangeven dat hij liever niet met de chauffeur wil kletsen. Een kappersketen introduceerde een stille stoel waar je naar een podcast kan luisteren in plaats van het over het weer te hebben. Er wordt verwezen naar het boek Reclaiming Conversation van Sherry Turkle dat net die paradoxale ontwikkeling beschrijft: ‘We behandelen robots steeds meer als mensen en mensen steeds meer als robots. We muten een taxichauffeur, zodat we aan Siri kunnen vragen of er in de buurt nog goede restaurants zijn.’

Dat inboeten op rechtstreeks sociaal contact heeft natuurlijk impact op ons empathisch vermogen. Kleine terloopse gesprekjes zijn dus simpelweg oefeningen in mens-zijn. Ze oliën onze samenleving, ‘Chez Rachid’ weten ze daar alles van.

Mijn vader had de gewoonte om vlot iedereen aan te spreken, of om in te pikken op gesprekken van een ander. Als kind vond ik dat verschrikkelijk (“Papaaaaaa!”).

Een mengeling van beroepsnieuwsgierigheid (hij was journalist) en het simpele verlangen als mens om connectie te maken met een andere mens. Zoals kinderen als een magneet naar andere kinderen worden gezogen en honden blaffen of elkaar besnuffelen als ze een soortgenoot spotten.

Ik had lang ook een collega die de koning is van de instant conversatie. Met hem op stap gaan, is geheid een avontuur én een masterclass praatjes maken. Hij slaagt erin om met werkelijk iedereen een gesprek aan te knopen en schept daar overduidelijk plezier in. Met z’n tweeën bijkletsen op een terras eindigt steevast in een groepsgesprek met onbekenden.

Praatjes, plaatjes en zelfgemaakte drankjes aan vrije bijdrage staan er op het menu.

Zelf zal ik nooit een echte kletsmajoor worden maar bovenstaande heren hebben me wel geleerd dat het ook over iets gaat als het over niets gaat. Ik heb mezelf dus een beetje gedrild in die specifieke sociale vaardigheden. Spontaan doe ik het niet, het blijft een knop die ik moet aanzetten.

Deze zomer baat ik met een hoop anderen een anti-zomerbar uit. De 'guinguette' ziet er uit als een gewone pop-up maar consumptie is er allesbehalve verplicht. Praatjes, plaatjes en zelfgemaakte drankjes aan vrije bijdrage staan er op het menu. Geen uitgewerkt programma met activiteiten maar een plek om buiten te zijn en de ander te ontmoeten. Voor mij de uitgelezen kans om me te oefenen in de koetjes, kalfjes en causerieën.

Ik kan er enorm van genieten de interactie tussen compleet vreemden gade te slaan. Een oudere vrouw op de metro die aan gefascineerde tieners uitlegt hoe haar breiwerk in elkaar steekt. Of die mijnheer met zijn Deense dog die zich op woensdagmiddag op een bus wurmt, vol schoolgaande kinderen die huiswaarts keren. De man heeft een jeans en een T-shirt aan in exact dezelfde kleur van de vacht van zijn hond, molgrijs. Ook de lederen armbandjes rond zijn pols hebben dezelfde kleur. Zowel hond als man zijn perfect geschoren en gekapt. De hond noch de man lijken thuis te horen op deze bus. Ik verwacht het duo eerder in een SUV, niet tussen de plebejers met een busabonnement.

Er is hoorbare opwinding in de bus bij de kinderen. De hond is een pak groter dan sommige van hen. Aanvankelijk is iedereen bang. De man begint onmiddellijk te doceren over het fenomeen hond in het algemeen en zijn eigen exemplaar in het bijzonder. Wie eerst van op een afstand nieuwsgierig toekijkt, komt stilaan dichter. De man laat de kinderen een voor een de hond aaien en strooit verder met weetjes.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Een kind steekt zijn vinger in de lucht en al snel heeft iedereen vragen over en voor de hond. Het is een magische tien minuten lang ‘het kleine ontmoeten’ in een bus die schokkend door het stadsverkeer dendert. Aan de halte Dr. Schweitzerplein moeten man en hond van de bus en ze worden uitgezwaaid als oude vrienden. Wanneer het schouwspel is beëindigd, neem ik mijn telefoon vast om op te zoeken wie Dr. Schweitzer ook alweer was. Ik herinner me vaag een getekende illustratie van hem in een handboek van de middelbare school.

Het eerste zoekresultaat is een citaat: ‘Sometimes our light goes out, but is blown again into instant flame by an encounter with another human being.’

En soms dus ook met een hond.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Projectmedewerker bij Demos vzw

    Bie Vancraeynest is coördinator van Vzw Toestand, een organisatie die leegstaande of vergeten gebouwen reactiveert tot tijdelijke en autonome socioculturele centra.