Racisme op Pukkelpop

Mag ik ook zorgeloos dansen op festivals, met een pintje in de hand?

Wat Sarah op Pukkelpop overkwam, was niet uniek. Het gebeurde niet voor de eerste keer en het zal jammer genoeg ook niet de laatste keer geweest zijn. Laten we vooral niet doen alsof dit een foutje was van onschuldige witte jongens die even te dronken waren en niet beter wisten. Ze weten wél beter, want dit gebeurt ook door nuchtere jongens en mannen.

Met dit soort racisme word je dagelijks geconfronteerd in Vlaanderen en het is een aanslag op de zielen – en in gevallen zoals deze, ook de lichamen – van zwarte mensen. De “grappige” racistische moppen die alleen grappig zijn voor onwetende witte mensen, het aanraken van ons haar alsof we een huisdier zijn – hoewel veel witte mensen eerder aan de eigenaar van een hond zullen vragen of ze hem aan mogen raken dan dat ze aan zwarte mensen zullen vragen of ze hun haar mogen aanraken –, de opmerkingen en vragen over ‘Afrika’ alsof het een land is waar we allemaal vandaan komen…

Wat Sarah overkwam is de reden waarom ik mij zelden veilig voel in overwegend witte ruimtes. Dat is een gevoel dat witte mensen niet kunnen begrijpen, en dat wellicht ook aanvallend voelt voor hen. ‘Hoezo, je voelt je niet veilig bij ons?’ Alsof ze ooit iets hebben gedaan opdat ik mij wél veilig zou voelen bij hen.

Niggas in Paris

Ik ging vorige maand naar een concert van Beyoncé en Jay-Z. Een koppel dat, met al hun tekortkomingen, toch heel duidelijk en uitgesproken is over de rechten van zwarte mensen. Je zou dan verwachten dat fans die honderden euro’s uitgeven om hen live te zien zich ook zouden bekommeren om de rechten van de zwarte gemeenschap. Natuurlijk is dat niet zo.

Een stadion vol met overwegend witte mensen begint meermaals ‘nigga’ te zingen.

Niggas in Paris begint te spelen. Ik draai me om naar mijn beste vriend, en zeg tegen hem ‘dit wordt niet leuk’. Hij bevestigt het, geeft me een snelle knuffel als steun, en we zetten ons erover heen. En een stadion vol met overwegend witte mensen begint daarna meermaals ‘nigga’ te zingen. Het stoort mij, maar ik zet me erover, want ik ken ze niet, en ik ben niet alleen, en mijn beste vriend begrijpt me. Dit ben ik gewoon, het is oké.

Een week later ga ik op schrijfkamp met Das Mag. Gedurende tien dagen ontmoet ik meer dan vijftig verschillende mensen. Geen een is zwart. Er zijn wel enkele niet-witte deelnemers – dat vond ik an sich ook verbazend, maar ik ben de enige zwarte persoon. Ik heb me een tijdje mentaal moeten voorbereiden voor ik naar een afgelegen stuk land met witte mensen vertrok, dit is uiteindelijk letterlijk het plot van ‘Get Out’. Maar bleek dat dat voor niets nodig was – ik kan me niet herinneren dat ik me ooit zo veilig heb gevoeld in een overwegend witte setting sinds ik ben beginnen schrijven over racisme.

Tot de laatste avond.

We zijn aan het dansen. En ja, – Niggas in Paris begint te spelen. (Witte mensen houden echt van Niggas in Paris.) Ik draai me om naar een vriend, en zeg tegen hem ‘dit liedje is echt zwaar’. Het is laat, ik heb wijn gedronken, ik heb weinig geslapen, ik ben droevig omdat we de volgende dag moeten vertrekken, mijn hormonen maken mij emotioneler, en ik word plots bang dat ik mij hier niet overheen zal kunnen zetten. Het liedje speelt, ik kijk naar de mensen rondom mij, die ondertussen geen onbekenden meer zijn, die mensen die mij zo veilig deden voelen, die mensen die ik bijna vrienden durf te noemen, en zij zijn nu diegenen die ‘nigga’ zingen. Ik kan me er niet over heen zetten, ik twijfel of ik iets zou zeggen, maar ik wil niet moeilijk doen, ik wil de sfeer niet verpesten, ik wil niet de ‘angry black woman’ zijn vanavond, de ‘extremist’ die ik soms genoemd word.

Ik zoek iemand tegen wie ik dit kan zeggen, aan wie ik raad kan vragen, die mij een knuffel kan geven, of misschien meer wijn kan inschenken, en ik besef – ik ben de enige zwarte persoon hier. Wat als ik naar iemand ga die helemaal niet begrijpt wat het probleem is? Ik wil niet moeilijk doen, ik heb die mensen graag, ik wil nog met hen samenwerken. Ik ga dus naar mijn kamer, en ik ween. Urenlang.

Pantser

Dit draaide niet om het woord. Mijn tranen waren van droefheid, maar ook – en vooral – van boosheid. Wanneer ik me, als zwarte vrouw, begeef in witte omgevingen, heb ik een volledige mentale uitrusting aan. Ik ben voorbereid op alle racistische dingen die kunnen gebeuren, en ik ben vooral voorbereid om het mij niet te laten raken. Ik was boos dat ik mijn uitrusting had uitgedaan voor deze omgeving, waar ik mij zo veilig voelde, en dat ik mijn pantser niet snel genoeg opnieuw kon aantrekken om te verdragen dat witte mensen racistische woorden zouden zingen. Silly me.

Ik was boos dat ik mijn uitrusting had uitgedaan voor deze omgeving, waar ik mij zo veilig voelde, en dat ik mijn pantser niet snel genoeg opnieuw kon aantrekken

Het racisme in Vlaanderen zit hem in de kleine én grote dingen, en is da.ge.lijks. Het zit hem in ‘neger’/’blanken’, in ‘hoe was het daar in Congo?’ tegen alle zwarte mensen, in ‘je bent mooi voor een zwart meisje’, in ‘wat spreek je toch al goed Nederlands’, in festivals waar je niet naartoe durft te gaan zonder een leger witte vrienden rondom je, in leerkrachten die een ander advies geven aan twee leerlingen van een verschillende kleur die dezelfde punten hebben, in de racistische opmerkingen die je op het werk verdraagt omdat je anders ontslagen wordt, in de koloniale curricula op school, in het niet moeilijk durven doen omdat witte mensen comfortabel maken zo ingebakken zit in ons dat we hun welzijn nog steeds prioriteit geven, in de zwarte man die zijn vriendinnen niet durft te verdedigen omdat hij anders wordt gelabeld als de ‘boze zwarte man’, in de mannen die ‘Handjes kappen, Congo is van ons’ roepen, in de omstanders die niets doen, ook als een beker drank over een meisje heen wordt gegooid, in het te grote aantal Vlamingen dat deze mannen verdedigt.

Dagelijkse aanslagen op onze zielen.

Wie zou zich hier veilig voelen?

Je bent in een witte ruimte, je wordt aangevallen door witte mensen terwijl andere witten mensen toekijken en niets doen. Je kunt het gaan aanklagen bij de witte organisatoren die wellicht niets zouden hebben gedaan, als je zwarte vriend die er niet durfde tussen te komen omdat hij anders door die witte daders aangeduid zou worden als de gewelddadige dader, het heel voorval niet had gefilmd. Je kunt een klacht indienen bij UNIA, een witte ‘onafhankelijke’ instelling voor ‘gelijke kansen’ die bijzonder weinig doet voor het bestrijden van racisme.  Of je kunt zwijgen – en vaak zwijgen we.

Wie zou zich hier in godsnaam veilig voelen?

Blijf weg

Stel je voor. Je gaat naar een concert van Kendrick Lamar, een man die zich al jaren luid uitspreekt tegen racisme, een man die maanden geleden een witte fan van zijn podium wegstuurde omdat ze ‘nigga’ bleef zingen, en je wordt letterlijk aangevallen – zowel psychisch als fysiek omwille van je huidskleur en je haar. Als je daar al niet veilig kunt zijn – waar dan wel?

Voor witte mensen hebben getalenteerde mensen geen kleur. Alles wat ze gretig kunnen consumeren en exploiteren overstijgt etniciteit.

Het is nochtans niet verrassend dat dit daar gebeurde. Voor witte mensen hebben getalenteerde mensen geen kleur. Alles wat ze gretig kunnen consumeren en exploiteren overstijgt etniciteit. Zo is het makkelijk om ‘Handjes kappen, Congo is van ons! Diamanten rapen, Congo is van ons! Congo is van ons, Congo is van ons!’ te zingen, en twee minuten later te dansen op de muziek van een zwarte activist.

Het zit echt diep – het racisme in Vlaanderen zit diep in het cultureel archief. Dit los je alleen op door je koloniaal verleden en heden te erkennen, door je volk te onderrichten over zijn geschiedenis, over privileges en onderdrukking, door gelijke rechten en kansen te ondersteunen en te promoten, door systemische veranderingen te maken waardoor institutioneel racisme concreet aangepakt wordt. Dingen die om een échte inspanning vragen, en niet om losse woorden van politici die er niet echt om geven. Dingen die nu ofwel niet, ofwel veel te traag gebeuren.

Dit maakt me allemaal moe. En boos. Dat dit is gebeurd, dat zwarte mensen alweer hun tijd moeten verdoen met het aankaarten van dit onrecht, dat wij alweer onze trauma’s moeten openbaren om over daily racism te praten, dat Sarah en haar vrienden dit voorval moeten gaan verwerken en opbergen in de doos vol andere – even erge, of zelfs ergere – racistische voorvallen. Dit terwijl witte mensen zorgeloos verder dansen op festivals met een pintje in hun hand. En de tijd en ruimte krijgen om zonder racisme gelukkig te zijn.

Zucht.

Ik wil afsluiten met iets dat ik al duizenden keren heb gezegd: blijf weg van zwarte artiesten als je niet achter de gelijke rechten en kansen van zwarte mensen staat. Blijf weg van Congo – het is niet van jullie, het was niet van jullie, en het zal nooit van jullie zijn. Blijf weg van Afrika in zijn geheel. En blijf ver weg van onze geesten, onze lichamen, onze haren. Wij verdienen het ook om gewoon te genieten van het leven. Wij verdienen het ook veilig gelukkig te zijn.

Sabrine Ingabire is schrijfster, activiste en studente. Je kan haar op Facebook volgen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur