Zullen we nooit ons lesje leren?

Met extreemrechts is geen compromis mogelijk, laat staan een verzoening

© Brecht Goris

Walter Zinzen

Kan de politiek het wantrouwen, de onvrede, de woede en het voortwoekerende racisme doen verdwijnen? Een compromis of verzoening met extreemrechts is alvast geen oplossing, meent columnist Walter Zinzen.

De klopjacht op Jurgen Conings kwam als een uitgelezen bliksemafleider voor de wanhoopskreten uit de media over het lot van de Vivaldi-regering. De tandem De Croo–Vandenbroucke was verbroken! Socialisten en liberalen stonden met getrokken messen tegenover elkaar!

Was een nieuw kibbelkabinet geboren? Of het nu ging over de loonnorm (op 1 mei weet u nog?), de salariswagen, de “versoepelingen”, of welk ander onderwerp dan ook: telkens buitelden analisten en commentatoren over elkaar heen om te wijzen op de onverzoenbare tegenstellingen tussen links en rechts. De groenen werden gemakshalve bij de roden ingedeeld en bij CD&V dachten ze dat ze als vanouds in het midden van het bed lagen en de brug vormden tussen de vijandelijke broeders.

Daar zijn toch heel wat bemerkingen bij te maken.

Wat een opluchting dat er eindelijk eens van mening werd verschild over inhoud!

Vooreerst: aan de discussies in de media nam geen enkele minister deel. Het waren de partijvoorzitters die vuurtjes opstookten en het bereiken van compromissen bemoeilijkten. Zowel de premier als alle andere regeringsleden hielden de besprekingen of zelfs de conflicten binnenskamers. Van een kibbelkabinet is op geen enkel moment sprake geweest. Pas als er een akkoord was werd de buitenwacht ingelicht. En zo hoort het ook.

Fundamenteler: wat een opluchting dat er eindelijk eens van mening werd verschild over inhoud! Eindelijk, eindelijk bleek dat socialisten en liberalen het niet over alles eens waren. Wat een verschil met het kabinet-Michel, waar alleen liberalen van allerlei pluimage in zaten, maar dat we ons levenslang zullen herinneren van de talloze kleinzielige vetes tussen individuen, die elkaar het licht in de ogen niet gunden.

Een oeroude Belgische traditie

Verder is opmerkelijk dat de oeroude traditie van het Belgisch compromis met verve werd voortgezet. We zijn met die Belgische compromissen wereldberoemd geworden maar een positief resultaat hebben ze lang niet allemaal gehad.

De akkoorden over de loonnorm en de salariswagens zijn er een mooi voorbeeld van.

De socialisten stemden in met een eenmalige cheque voor werknemers in goed boerende bedrijven maar meteen kondigden ze aan de verhoging van het minimumloon op tafel te leggen.

De liberalen zorgden er van hun kant voor dat hun kapitaalkrachtige achterban ongemoeid bleef. De Groenen pochten met de elektrificatie van de salariswagens maar moesten genoegen nemen met het behoud ervan. Beide akkoorden dragen dus de kiemen in zich van nieuwe conflicten en lossen geen enkel probleem ten gronde op.

Zo is het ook gegaan met de zes staatshervormingen. Telkens vroegen de regionalisten meer bevoegdheden, telkens botsten ze op de voorstanders van een sterk federaal niveau.

Resultaat: de bevoegdheden werden verdeeld, letterlijk. Een deel bleef federaal, een ander deel regionaal. Het verklaart de enorme wirwar en chaos, die het corona-beleid zo heeft getekend en ons acht ministers en één staatssecretaris voor Volksgezondheid heeft opgeleverd.

En toch, en toch: ooit maakte het Belgisch compromis het mogelijk om akkoorden te sluiten, die er voor gezorgd hebben dat het land bleef voortbestaan. Dat was zo na de koningskwestie en na de schoolstrijd. Politiek gezien leefden we toen in een ander land: er waren maar acht miljoen Belgen en die werden allemaal geregeerd door één enkele regering!

De onvrede is door corona in heel het land zichtbaar geworden en geldt voor alle beleidsniveaus, welke ook hun politieke kleur is.

Er waren drie grote partijen: katholieken, socialisten en liberalen. Die vormden na de tweede wereldoorlog aanvankelijk kabinetten van nationale unie, aangevuld door een communist of twee, met de socialist Van Acker als premier. Maar dat duurde niet lang. Een burgeroorlog dreigde tussen voor- en tegenstanders van Leopold III. Het compromis? Leopold trad af, zijn zoon Boudewijn volgde hem op. Iedereen tevreden: Leopold was weg, de monarchie bleef, het land eveneens.

Dra stonden opnieuw twee groepen Belgen tegenover elkaar: de katholieke zuil en de anti-klerikalen. Aanleiding was een onderwijswet van de socialistische minister Collard. Het compromis? Het schoolpact: gelijke rechten en plichten voor het vrije, katholieke net en het neutrale rijksonderwijs.

Andermaal was het land gered, andermaal herstelde een politiek akkoord vrede, rust en welvaart.

Opvallend: in beide kwesties traden socialisten en liberalen schouder aan schouder op. Hun afkeer van Leopold III en van de “klerikalen” was de mayonaise die ze bijeen hield, hoewel de ideologische verschillen toen beduidend groter waren dan vandaag.

De Vivaldi-coalitie van nu is een beetje te vergelijken met de eerste na-oorlogse regeringen: die van nationale unie. Extreemrechts lag in 1945 in de lappenmand, vandaag is het een politieke kracht die, althans in Vlaanderen, voortdurend veld wint. Een nieuw, veel omvattend nationaal pact tussen politieke partijen die in stervensnood verkeren, zal geen oplossing bieden voor de crisis waarin we ons vandaag bevinden.

Historisch laag vertrouwen

Het gaat niet meer om massaal door partijen en/of vakbonden gesteunde opstandigheid tegen een regering die te Vlaams, te katholiek, te links, te rechts of net niet Vlaams, katholiek, links of rechts genoeg is. De onvrede is door corona in heel het land zichtbaar geworden en geldt voor alle beleidsniveaus, welke ook hun politieke kleur is.

De verdeeldheid is al even groot. Er is niet één organisatie, niet één leider die alle ontevredenen verbindt en een vuist kan maken. In Vlaanderen piekt Vlaams Belang weliswaar, maar ook die partij slaagt er niet in de boosheid te kanaliseren. Integendeel, ze wekt ook zelf afkeer en woede op en niet alleen bij mensen die zichzelf links noemen. Dat wordt wel eens vergeten. In Wallonië kun je, mutatis mutandis, hetzelfde zeggen over de PvdA.

Onze regeringen, hoe talrijk ze ook zijn als gevolg van zes compromissen op zijn Belgisch, zijn machteloos.

Tom Van Grieken is even hypocriet als de “tsjeven” ten tijde van de Koningskwestie: in het openbaar verdedigden ze Leopold III, achter de schermen werkten ze aan zijn troonsafstand.

Eerst waren er de gele hesjes, nu zijn er de bewonderaars van Jurgen Conings, de antivaxers, de corona-ontkenners en, heel merkwaardig, de verdedigers van de vrije meningsuiting en de democratie. Merkwaardig omdat die verdedigers zich hoofdzakelijk in het rechtse tot extreemrechtse kamp bevinden en zich nog niet zo lang geleden inspanden om de vrije meningsuiting juist te beperken.

Ten tijde van de aanslagen hadden N-VA en Vlaams Belang reeds de haatpredikers op het oog, weliswaar niet die van extreemrechts, maar de jihadi’s. Nu de regering het mogelijk wil maken om ook haatpredikers te laten vervolgen als ze zich in de rangen van het Vlaams-nationalistisch fundamentalisme bevinden, worden ineens de grote woorden boven gehaald.

Dat een rechter de Vlaams Belang-slogan “Stop Islamisering” als haatprediking en bijgevolg strafbaar beschouwt, heet nu een aanval te zijn op onze dierbaarste democratische waarden. Ook de verheerlijking van een potentiële moordenaar moet kunnen in naam van de vrije meningsuiting. Dat Belang-voorzitter Van Grieken voortdurend roept dat geweld geen optie is, maar zich niet distantieert van de Coningsbewonderaars maakt hem even hypocriet als de “tsjeven” ten tijde van de Koningskwestie: in het openbaar verdedigden ze Leopold III, achter de schermen werkten ze aan zijn troonsafstand.

Ondertussen staat het vertrouwen in de politiek al jarenlang historisch laag, zoals onderzoekers op gezette tijden laten weten.

Dubbele opdracht

Toch staan onze politici voor een dubbele opdracht: ons land na de coronacrisis economisch en sociaal weer op te stoten in de vaart der volkeren en tegelijk verhinderen dat onze democratie ten onder gaat door toedoen van kwaadwillige lieden.

De eerste opdracht is, zeker als we ze vergelijken met wat de regeringen Van Acker voor de kiezen hadden, nog de makkelijkste. Zeker, het beleid moet economische groei en zorg voor het klimaat verzoenen, maar het land ligt niet in puin zoals in 1945. Op dit vlak moet Vivaldi in staat zijn tot een nieuw Belgisch pact.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Maar het zal de onvrede, de woede en het voortwoekerende racisme niet doen verdwijnen. ‘Ook iemand die radicaliseert blijft iemand van ons’, zei minister Somers. Guillaume Van der Stighelen ziet in De Morgen zelfs nog een nieuw leven voor het aloude Belgische compromis. Hij schrijft: ‘Het beste wat het land kan overkomen is dat hij (Jurgen Conings, WZ) straks, als iedereen zijn prikje heeft gehad, samen met Marc Van Ranst op een terras in Middelkerke een pint drinkt. Terwijl iets verder op de dijk Katastroof staat op te treden met volle bezetting. Onmogelijk zegt u? Dit is België.’

De heren Somers en Van der Stighelen vergissen zich. Met extreemrechts is geen compromis mogelijk, laat staan een verzoening. Repressie helpt niet, schelden evenmin. Voor argumenten en feiten zijn ze ongevoelig. Maar in hemelsnaam, sluit ze niet in de armen. Zullen we dan nooit ons lesje leren?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3148   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur