Niemand kiest ervoor waar hij geboren wordt. Niemand kiest zijn huidskleur.

Mijn land

© Brecht Goris

Samira Atillah

Beste MO* Lezers,

Doorgaans begin ik vlijtig aan mijn maandelijkse column. Maar de afgelopen maand zonk de moed mij wat in de schoenen. Ik lees graag de reacties onder mijn stukjes, al viel het me op, dat ik toch steeds regelmatiger geconfronteerd werd met nare opmerkingen onder mijn publicaties. Je moet weten, ik schrijf soms ook voor andere media, dus ik wil zeker niemand specifiek aanvallen. Aanvallen is zeker ook niet de bedoeling van deze column. Ik probeer gewoon te begrijpen, waarom er soms van die nare, soms zelfs gemene opmerkingen verschijnen, die vaak niets met de inhoud van mijn teksten te maken hebben. Aangezien het mij echt dwars zit, wil ik er dus graag iets over vertellen.

Al zolang ik leef, heb ik min of meer te maken gekregen met racistische opmerkingen. Over m’n naam, over mijn huidskleur. Een mantra, alsof er een soort handboek is: ‘Waar kom je vandaan? … Neen, neen, ik bedoel écht, uit welk land’. Hier gaan we weer, denk ik dan vaak. Als ik nieuwe mensen leer kennen, als ik op café zit, als ik zakelijke gesprekken heb, eigenlijk in veel contexten, komt die vraag geregeld terug. ‘Amai, jij spreekt goed Nederlands’, of ‘Spreekt u Nederlands?’, zijn dingen die ik echt enorm vaak hoor. Soms vraag ik me af, of dat nu echt zo belangrijk is, die info, voor die vragende mensen. Is het echt zo belangrijk?

Pas op, die opmerkingen, die ik hierboven als voorbeeld geef, classeer ik niet onder “racistische opmerkingen”, maar bizar vind ik de ze wel. Is het echt zo belangrijk? Meer dan de vraag of het echt belangrijk is, is het vooral het gevoel wat ik krijg bij die zinnetjes of vragen. Ze maken dat ik me uitgesloten voel, ook al was dat vast niet zo bedoeld.

Eender wat ik schrijf, er is altijd wel ergens die racistische opmerking, verscholen achter een emoticon, benadrukt door hoofdletters of uitroeptekens.

Sinds de opkomst van sociale media en mijn bijdragen aan o.a. MO* krijg ik nu trouwens wél bijna dagelijks racistische opmerkingen. Ze gaan niet over inhoud, neen, hoor. Ze gaan over mijn naam, over mijn huidskleur. ‘Ga terug naar je land.’ ‘Als het hier niet goed is, ga dan terug naar waar je vandaan komt.’ Onder artikels die ik schrijf over vluchtelingen, lees ik dat ik eens ‘goed verkracht moet worden!’ Over artikels die ik schreef over de sociale zekerheid, lees ik dat ik maar moet ‘teruggaan naar mijn land’, om te kijken ‘hoe ze dat daar doen’, want ‘mensen zoals ik nemen alles af.’ Dat dat niet klopt, wil ik niet eens uitleggen. Ik hoef geen tabellen en cijfertjes boven te halen, want dat stadium ben ik echt al voorbij. ‘Samira? Waarom krijgen die vreemdelingen hier eigenlijk een column?’. Eender wat ik schrijf, er is altijd, wel ergens die racistische opmerking, verscholen achter een emoticon, benadrukt door hoofdletters of uitroeptekens.

Dagelijks lees ik ook artikels, gewoon random artikels, die in onze media verschijnen. Wat ik vaststel en mij echt ook pijn doet, is dat men in de journalistiek vaak etiketjes plakt. Woorden als “kansengroepen”, “mensen met een migratie-achtergrond”, “mensen van allochtone afkomst” slaan ons dagelijks om de oren. Het ene moment ben je trouwens een “Belg” en het ander “een Marokkaan uit Borgerhout” (afhankelijk van het onderwerp)

Is het echt zo belangrijk, vraag ik mezelf dan weer af.

Wat moeten mensen eigenlijk doen om geaccepteerd te worden? Want nu voelen veel mensen zich derderangsburger in eigen land. Moeten wij, “mensen met een migratie-achtergrond” ( Hier is het etiketje!) eigenlijk de grond kussen, op onze knieën leven en zeggen: ‘Dank u dat we hier mogen leven, dank u dat we mogen ademen!’ Mogen wij niks schrijven, moeten wij stil zijn en zwijgen? Mogen Samira’s niks vertellen?

Ik vind het eigenlijk al gênant genoeg dat ik vaker en langer aan “random” controles onderworpen wordt, terwijl onze vrienden gewoon mogen doorlopen, bij concerten of gewoon op straat. Laatst ging ik naar een museum met vrienden en er was een hele rij wachtenden. Van heel die rij, echt waar, haalden ze enkel de mensen met een bruiner huidtintje uit de rij. De vrienden keken verbaasd op, toen ik uit die rij werd gehaald en als enige, van onze kliek, mijn handtas moest tonen. ‘Ik ben het al gewoon hoor’, lachte ik nerveus (Ik schaamde me dood), en ik wuifde nog naar hen, om te laten zien dat het wel “ok” zat. Maar nu ik eraan terug denk, is het echt niet ok. Het is altijd maar “toevallig” dat ik het ben, en niet de blonde vriendin, die uitgekozen wordt. En de volgende keer is het ook weer toevallig, en de keer daarna doe ik niet eens meer moeite om het uit te leggen.

Een keer ging ik spreken over mensen op de vlucht, nav een boek dat ik schreef, en ook die avond werd ik onderheven aan een heuse politiecontrole. Ik werd uitvoerig en demonstratief voor heel het publiek uit de zaal gelicht en moest mijn paspoort tonen en werd onderworpen aan een hele reeks vragen. Een beetje genant, is het minste wat je kan zeggen. ‘Gewoon routine’, zeggen ze dan.

Elke week een ander verhaal. Dat het in het openbare leven realiteit is, die uitsluiting, is verschrikkelijk voor mij en vele anderen. Maar nu uit zich dit ook al in ons privéleven, in een zeer intieme sfeer, online, achter de pc. Men moet er elke dag nog een schepje bovenop doen door extra in de verf te zetten dat er toch wel verschillende groepen zijn. Wij/zij, allochtonen/Belgen, mensen met een allochtone achtergrond en die zonder. Mensen met een kleur, mensen die bruin zijn en die dat niet zijn. (Etiketjes, etiketjes!)

Sommige politici zijn er de afgelopen jaren dan ook nog in geslaagd om racisme te normaliseren en zelf een racistisch tweetje of berichtje de wereld in te sturen, alsof dat allemaal normaal is. Maar die politici hoeven niets te vrezen, want zij hoeven die rotopmerkingen niet elke dag te horen. ‘Bruin geitje’, ‘Samira? Waarom krijgen vreemdelingen hier eigenlijk een forum?’

Een bloemlezing bespaar ik jullie.. Maar het is zeker niet netjes.

Ik denk dat de tijd om de beschadigende opmerkingen van klavierridders te negeren voorbij is.

Soms zeggen vrienden me dat ik het me niet moet aantrekken. Maar ik doe het toch. Want, ik denk dan niet aan mezelf, maar vooral en meestal aan zij die hier niet geboren zijn. Hoe zouden zij zich dan wel niet moeten voelen? En het is volgens mij ook eens tijd, om voor mezelf op te komen, en in deze wél aan mezelf te denken. Die opmerkingen, online en in de echte wereld, zijn heel erg beschadigend. Mensen voelen zich er slecht door! Zelfs reacties en opmerkingen, gestuurd door onbekenden, de klavierridders. Ik denk dat de tijd om dat te negeren verregaand voorbij is.

Los van het gevoel wat dit teweeg brengt, maak ik me ook zorgen over het gevolg. Visies slaan al snel over naar daden. Straks worden die visies zo normaal, dat niemand nog wakker ligt van de vreselijke gevolgen van dit vermeend onschuldig racisme. Als die visies voldoende draagkracht krijgen en niemand meer reageert, is straks het hek van de dam. Eerlijk? Ik maak me er grote zorgen over. Het bizarre is, dat mensen worden aangevallen op basis van hun naam of hun huidskleur maar niemand kiest ervoor waar hij geboren wordt. Niemand kiest zijn huidskleur.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Om nu alle opmerkingen en voorvallen in het hokje “racisme” te steken, dat wil ik natuurlijk ook niet doen. Ik kan begrijpen waarom de mevrouw achter de balie in het ziekenhuis vraagt of ik ‘Nederlands lees’, alvorens ze mij een document geeft dat ik moet lezen, ik probeer me in haar plaats te stellen en ik bedenk dan dat ze vast wel wat mensen ontmoet in een ziekenhuis die de taal niet zouden kunnen lezen. Ik ben echt super empathisch. Maar soms vraag ik me af, voor een reeks andere opmerkingen en zelfs haatberichten, of die mensen dat ook eens kunnen zijn? Empathisch. Ik heb echt enkele dagen nagedacht over deze column, en ik hem zelfs aangepast, aangezien ik eerder over het gegeven racisme wilde schrijven, maar toen bedacht ik, na enkele nieuwe inzichten, dat het vooral toch uitsluiting is, los van racisme. Of ze nu wel zo bedoeld zijn, of niet zo bedoeld, het gegeven op zich is pijnlijk genoeg.

Zolang sommige media cryptisch racisme blijft hanteren, zolang bepaalde politici meegaan met wij/zij en haat-denkbeelden, zal de massa een gouden ticket hebben om racisme en uitsluiting te normaliseren.

Misschien is het goed, om daar allemaal eens over na te denken, wij allemaal, individueel. En collectief kan er ook eens heel erg hard nagedacht worden, over bepaalde mechanismen, die uitsluiting in de hand werken.

Want zolang sommige media cryptisch racisme blijft hanteren — met hun lekkere kleefetiketjes, zolang bepaalde politici meegaan met wij/zij en haat-denkbeelden — en dat zelfs aanwakkeren, zal de massa een gouden ticket hebben om racisme en uitsluiting te normaliseren en zullen er mensen zich slecht maar echt rotslecht — blijven voelen in het land — waar ze nota bene geboren zijn.

Waar kom je vandaan?’ ‘Neen, neen, ik bedoel écht, uit welk land..’

Ik, Samira Atillah, ben geboren in Genk. Ik kom uit België. Laat de reacties maar komen !!!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Samira Atillah is pedagoog van opleiding, werkte in het Genkse jeugdwerk en vervolgens in de Kamer van Volksvertegenwoordigers als parlementair medewerker van Meryame Kitir.