Mogen je keuzes een weerspiegeling zijn van je hoop, niet je angsten

© Brecht Goris

‘Waar is het licht, de vreugde en hoop in deze te snelle, neoliberale realiteit?’, vraagt Anya Topolski zich af.

Het is het seizoen van het licht. Of toch niet? De meeste mensen met wie ik sprak op kerst-, chanoeka- of winterbijeenkomsten, uitten hun vermoeidheid. Zowel fysiek als emotioneel, en van het soort waar zelfs slaap niet tegen helpt. Een vermoeidheid die vaak tegen een burn-out aanschurkt, als gevolg van oneindige werkdruk, de eisen van het familieleven en de deprimerende realiteit van politieke polarisatie. Die laatste geeft velen het gevoel geïsoleerd en alleen te zijn, in de steek gelaten door de samenleving.

Waar zijn het licht, de vreugde en hoop in deze te snelle, neoliberale realiteit?

Nog alarmerender: we zien dit allemaal als het gevolg van individuele psychologische problemen. In plaats van te erkennen dat het een symptoom is van een veel groter structureel probleem, dat samenhangt met het verlies van gemeenschap, onze bron van hoop.

Ook ik worstel met het vinden van vreugde en – nog belangrijker – hoop, als ik vooruitkijk naar 2020. Ik vraag mezelf af hoe ik kan voorkomen dat ik de fouten van het afgelopen jaar herhaal. Geen ja zeggen waar ik nee zou moeten antwoorden? Me niet schuldig voelen dat ik niet meer doe? En, het allermoeilijkst voor mij: zicht houden op wat belangrijk is, en niet verzanden in wat urgent lijkt?

Hoe kunnen we (kan ik) zorgen voor onszelf en elkaar, zodat we samen de wereld kunnen herstellen (een menselijke plicht bekend als tikkun olam in het jodendom)? Hoe kan ik bovendien het geduld hebben om te accepteren dat anderen deze visie op wat belangrijk is, niet altijd met mij delen?

Hoop, ondanks de realiteit

Het academische leven staat te vaak gevaarlijk ver af van de realiteit. Vandaar de metafoor van de ivoren toren, met haar onbesproken koloniale sporen. Gelukkig is mijn onderzoeksthema, Europees racisme, erg kritisch voor de problematische tweedeling tussen sociale rechtvaardigheid en academische kennisproductie. Ik ben ontzettend dankbaar dat mijn werk me toestaat in ieder geval een deel van mijn wakkere uren te besteden aan projecten en onderwerpen die iets te maken hebben sociale rechtvaardigheid.

Hoop is wat we allemaal nodig hebben in dit seizoen van licht. Niet meer materialisme en consumentisme.

Als ik terugkijk op het afgelopen semester, was het hectischer dan verwacht. Maar om goede redenen. Academici over heel Europa, vaak geïnspireerd door activisten, lijken eindelijk bereid te zijn om het over racisme te hebben. (Hoewel de meeste Belgen, Nederlanders en Duitsers nog steeds weigeren het woord ‘ras’ te gebruiken, een ontwijking waar we het over moeten hebben.)

Hoewel de deadlines en de druk overweldigend zijn, is het werk zelf zowel betekenisvol als een bron van hoop. Een klein wonder dat ik graag meereken in het seizoen van het licht.

Een van de vele redenen dat ik graag tijd doorbreng met academici en activisten die zich bezighouden met sociale rechtvaardigheid, is dat ze hoop houden. Zonder de pijnlijke realiteit te ontkennen, en tegen alle verwachtingen in. Wanneer ik zoveel activisten zie staken voor het klimaat, velen van hen jong, vrouwelijk en/of oorspronkelijke bewoners (inheems), dan voel ik hoop. Als ik de nieuwe organisatie S.P.E.A.K. haar eerste verjaardag zie vieren, een antiracistisch, feministisch collectief geïnspireerd op de geweldige Belgische organisatie BOEH, dan voel ik hoop.

Waar vind je hoop?

Hoop is wat we allemaal nodig hebben in dit seizoen van licht. Niet meer materialisme en consumentisme. Hoe mooi de nieuwe outfit ook is of hoe snel de nieuwe auto ook rijdt, hoop is niet te koop. Hoe hard we het ook proberen: we kunnen niet ontsnappen aan de stress, droefheid en eenzaamheid van de neoliberale realiteit door toe te geven aan de materialistische modus operandi. Dus waar is hoop te vinden?

De geschiedenis van de Shoah bewijst dat angst een vruchtbare voedingsbodem is voor haat, racisme en genocide.

Hoop hebben vereist moed. Hoop is niet gegrond in ontkenning, naïviteit of optimisme. Zoals rabbijn Jonathan Sacks zo prachtig zegt: ‘Optimisme is het geloof dat dingen beter worden. Hoop is het geloof dat we dingen beter kunnen maken. Optimisme is een passieve deugd, hoop een actieve. Het vereist geen moed om een optimist te zijn, maar het vereist wel moed om hoop te hebben.’

Als ik naar de wereld om me heen kijk, en met name de wereld die mijn kinderen langzaamaan ontdekken, vraag ik me soms af of ik me niet naïef vastklamp aan hoop. Ik vraag het me af wanneer ik met mijn kinderen spreek over hoe huisbazen weigeren huizen te verhuren aan nieuwe Belgen in Leuven. Wanneer ik me realiseer hoe veel vluchtelingen, en vaak kinderen van dezelfde leeftijd als de mijne, overlijden in hun poging Fort Europa te betreden. Waar ze triest genoeg niet eens een humaan welkom zouden krijgen. Is dit alles geen bewijs dat angst het wint van hoop?

Evenzo lijken de recente “debatten” over de toekomst van de Kazerne Dossin te wijzen op de overwinning van angst over hoop. De geschiedenis van de Shoah (de massale moord op Joden in WOII, red.) bewijst dat angst een ongelooflijk vruchtbare voedingsbodem is voor haat, racisme en genocide. De les die we hieruit moeten trekken – geworteld in hoop – is die van solidariteit en rechtvaardigheid, voor iedereen.

Ik besloot vorige week hierover in gesprek te gaan bij De Afspraak, omdat ik deze hoop wilde uiten. Dat mijn visie niet door alle leden van de Joodse gemeenschap wordt gedeeld, zou geen verrassing moeten zijn. De variëteit in standpunten is zo’n gegeven bij Joden dat we een gezegde hebben: twee Joden, drie synagogen (of drie meningen). Diversiteit is enkel verrassend voor mensen die alle Joden (of welke andere groep in de samenleving dan ook) homogeniseren, een homogenisering die typisch is voor racisme.

Feminisme en seksisme anno 2019

Een ander debat dat me doet afvragen of het naïef is om hoop te hebben, is dat over feminisme en seksisme. We staan anno 2019 nog ver af van echte gelijkheid in de praktijk (wat verder gaat dan theoretische, formele of legale gelijkheid). Maar ik moet toegeven dat ik het gevoel had dat er vooruitgang was. Is dit naïef, met het oog op de hernieuwde macht en populariteit van het patriarchaat?

Ik zie dit in het universitaire klaslokaal, waar de fundamenteel misogyne ideeën van Jordan Peterson worden genormaliseerd. Een normalisatie die niet los kan worden gezien van recente gebeurtenissen in Vlaanderen, zoals de seksistische lezing van Jeff Hoeyberghs in Gent, op uitnodiging van het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond.

Deze ideeën zijn zowel een bron van pijn voor velen als een hellend vlak dat de weg vrijmaakt voor een verlies van rechten. De gebeurtenissen nu in Polen, bedreigend voor vrouwen en de LHBTQ+-gemeenschap, vormen bewijs van het reële gevaar van zo’n giftige Katholieke masculiniteit.

Dus wederom word ik geconfronteerd met de pijnlijke vraag: is hoop naïef, of is het onze belangrijkste bron in de strijd voor een betere wereld?

Tegen alle verwachtingen in

Wellicht ligt het antwoord in Mandela’s beroemde gebed ‘Mogen je keuzes een weerspiegelen zijn van je hoop, niet je angsten’.

Het gebed gaat:

That the driving force behind what you do, say and think would be influenced by hope and optimism rather than fear and negativity.
And that in doing so, we can start to create a world that we want, instead of running away from things that we don’t want.
We can move towards something larger and more magnificent, instead of making everything smaller and easier to control.
We can wake up with a smile on our face, instead of a sense of dread in our gut.
We can impact the next generation, helping them to understand that there is something to live for, not escape from.
So today, and every day, may your choices reflect your hopes, not your fears.

Zelfs geconfronteerd met een van de meeste zichtbare en gewelddadige vormen van racisme, zelfs na 27 jaar gevangenschap, gaf Mandela niet toe aan angst. Mandela vond hoop vechtend voor inclusieve gemeenschappen, voor rechtvaardigheid, voor gelijkheid. Hij vond hoop in het nederig accepteren van onze beperkingen en breekbaarheid, om onze kwetsbaarheden te delen en ons gebrek aan controle te accepteren.

Ik kies ervoor om met hoop naar 2020 te kijken. Om niet toe te geven aan angst.

Hoop is te vinden in samenzijn, in de ‘wij’ die een bedreiging vormt voor het neoliberalisme. Hoop wordt gesterkt wanneer we de vreemde toelachen in plaats van het zwijgen opleggen. Hoop is wanneer we de pijn van de realiteit confronteren, in solidariteit met anderen.

Dus tegen alle verwachtingen in kies ik ervoor om met hoop naar 2020 te kijken. Om niet toe te geven aan angst. Omdat hoop, zelfs in de donkerste tijden, de macht heeft om weer te laten zien dat de mens samen vreugde en licht de wereld in kan brengen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2563   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • politiek filosofe

    Dr. Anya Topolski, geboren en getogen in Canada, is associate professor in de Politieke Filosofie en Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.