Het is niet omdat jij geen racisme ziet, dat het niet bestaat

Anya Topolski doet een oproep voor meer gemeenschappelijke en gedeelde ruimtes om fundamentele kwesties als racisme te kunnen bespreken. Het gebrek daaraan is de reden waarom we het gevecht tegen de normalisering van racisme en discriminatie dreigen te verliezen.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Vorige week lanceerde Gentse schepen Elke Decruynaere (Groen) op Facebook een antiracismecampagne met een kort filmpje: kinderen herhalen de racistische uitspraken waaraan ze blootgesteld worden. Dit filmpje en de bredere UNIA-campagne #geefme1minuut zijn ter gelegenheid van de internationale Dag ter Bestrijding van Racisme en Discriminatie van de Verenigde Naties (21 maart).

De VN kozen de datum 21 maart omdat de politie in Zuid-Afrika op die dag in 1960 69 vreedzame anti-Apartheid demonstranten doodschoot. De gebeurtenissen van 1960 en de achterliggende geschiedenis mogen we - zeker nu - niet vergeten.

Politie- en staatsgeweld zijn institutionele vormen van racisme, toen en nu. Niet alleen in Zuid-Afrika, maar ook in Israël, de Verenigde Staten (#blacklivesmatter) en hier in België, met name in Vlaanderen. Denk bijvoorbeeld aan het N-VA-voorstel om kinderen met een buitenlandse ouder niet automatisch Belg te maken, de nieuwkomersverklaring, de fascistische wet van Francken,…

Het antiracismefilmpje opende een broodnodige discussie, niet alleen over hoe we racisme moeten bestrijden, maar ook over hoe we racisme bij kinderen moeten aanpakken.

In deze column wil ik beide gerelateerde vragen bespreken. Ik heb de afgelopen dagen het geluk gehad om deel te nemen aan discussies over beide kwesties. De eerste, over hoe we racisme kunnen bestrijden, werd besproken in een Facebookdiscussie naar aanleiding van een van mijn posts. De tweede, over kinderen en racisme, met een groep moeders tijdens het eten.

Het gebrek aan ruimten waar fundamentele discussies gevoerd kunnen worden, is deels de reden waarom we de strijd tegen racistische discriminatie aan het verliezen zijn.

Wat me opviel was hoe schaars potentiële publieke ruimten zijn waar we fundamentele gemeenschappelijke en politieke kwesties zoals racisme kunnen bespreken. We zijn veroordeeld, zonder deze tekort te doen, tot “ladies nights” en Facebook. Het gebrek aan ruimten om deze discussies te voeren, is deels de reden waarom we de strijd tegen racistische discriminatie aan het verliezen zijn.

Zonder veilige, gedeelde, publieke ruimten komen we niet in contact met mensen van buiten onze directe en vaak homogene omgeving, zodat we zelden een kans krijgen om naar elkaar te luisteren en van elkaar te leren. Zulke horizontale publieke ruimten zijn cruciaal voor het vormen van inclusieve politieke gemeenschappen.

Op dit moment zijn we alleen bezig commentaar te leveren op de verticale discussie tussen de elite en politici. Dat is geen politiek, maar juist een bewijs van hoe gedepolitiseerd onze maatschappij is. Racisme is het resultaat van deze depolitisering, wat me brengt bij de vraag hoe we het kunnen bestrijden.

#geefme-1minuut

De motivatie en strategie achter de antiracismecampagne #geefme1minuut is erop gericht om een positieve boodschap over te brengen, namelijk ‘om de kracht van diversiteit extra in de verf te zetten’. Gelukkig ben ik door mijn Canadese opvoeding geïndoctrineerd met het idee dat ‘multiculturalisme een prachtige mozaïek maakt’. Deze positieve en inclusieve boodschap moet het kader zijn van alle antidiscriminatiecampagnes. Het is het antwoord op mijn column van vorige maand: verschillen zijn niets om te vrezen. Het probleem is dat deze boodschap niet door kan dringen tot mensen die geen ervaring hebben met diversiteit.

Helaas zorgt de xenofobe politieke retoriek van deze tijd ervoor dat het normaal geworden is om het onbekende niet alleen te vrezen, maar ook te verafschuwen. Ik geloof niet in het argument dat dit het menselijke instinct is: we zijn veel meer dan onze biologie, of kunnen dat tenminste zijn. Verschillen dagen ons uit om ons open te stellen, om nieuwe dingen te leren en nieuwe mogelijkheden te ontdekken, of het nu intellectueel, sociaal of enkel gastronomisch is. Diversiteit en verschillen zijn verrijkend en empowering.

De antiracismecampagne houdt ons, door een filmpje met kinderen, wat het meer persoonlijk en problematisch maakt, een spiegel voor die laat zien hoe we klinken in de ogen en oren van kinderen die het slachtoffer zijn van discriminatie.

Het is tragisch dat de waarheid zo confronterend is en er toch veel mensen zijn die het ontkennen, via verschillende strategieën zoals de absurde chutzpah van het Vlaams Belang en de N-VA, die Groen ervan beschuldigen via het filmpje racistische boodschappen te verspreiden.

White privilege

De Facebookdiscussie onder mijn post over dit filmpje draaide om de vraag of deze partijen misschien een politiek punt hadden: we kunnen racisme misschien niet bestrijden door onze samenleving in “wij” en “zij” te verdelen. In dit geval tussen de daders van racisme en de slachtoffers. Sta even stil en vraag uzelf af: wat was mijn reactie op deze video? Voelde ik me bedroefd? Geconfronteerd? Verontwaardigd? Bang? Onverstoord of zelfs onverschillig?

White privilege is geen persoonlijke aanval op blanke mensen, maar een vorm van structureel onrecht dat geïnstitutionaliseerd is in onze samenlevingen.

Vraag u nu af waarom. Uw emotionele reactie, waar het filmpje juist op doelt, onthult een heleboel. Verontwaardiging en woede over zulk racistisch onrecht is een reactie die duidt op white privilege.

White privilege is geen persoonlijke aanval op blanke mensen, maar een vorm van structureel onrecht dat geïnstitutionaliseerd is in onze samenlevingen, maar waar we als blanke seculiere of christelijke Europeanen blind voor zijn omdat we er geen slachtoffer van zijn, maar er juist vaak zonder het te weten profijt van hebben.

We voelen verontwaardiging bij het filmpje, omdat we in ons dagelijks leven niet met dergelijk racisme worden geconfronteerd.

Laten we het naar aanleiding van dit filmpje over white privilege hebben. Als u zich bekritiseerd voelde, of aangevallen, vraag uzelf dan waarom. Het filmpje zei niet dat blanke mensen racistisch zijn. Er was alleen geen blank kind onder de slachtoffers. Het was wellicht interessant geweest om een blank kind met een keppeltje op te nemen, om in te spelen op historisch schuldgevoel.

Maakte het onderscheid tussen “zij” en “ons” aan het einde van het filmpje u er bewust van aan welke kant van het onderscheid u stond, en voelde u schaamte? Wanneer we ontkennen dat dit onderscheid bestaat, ontkennen we de realiteit van hen die niet het geluk hebben white privileged te zijn.

Het racisme in het filmpje is wellicht extremer dan white privilege, maar we moeten ons realiseren dat het politieke spectrum het afgelopen decennium enorm naar rechts is verschoven, wat juist door de stilte van de geprivilegieerden mogelijk werd.

Racisme is gerelateerd aan privilege en macht, en die is niet altijd blank.

Tegelijkertijd is het belangrijk om te erkennen dat niet al het racisme vanuit blanke mensen komt. Ik herinner me dat ik als kind beledigd werd omdat ik Pools was. Jaren later hoorde ik van Poolse vrienden van de familie exact dezelfde vernederende uitingen over een meer recente golf immigranten in Canada. Racisme is gerelateerd aan privilege en macht, en die is niet altijd blank.

Toch is het belangrijk om ons te realiseren dat, wanneer we zeggen dat racisme in de Vlaamse context ook door niet-blanken wordt geuit, we het reële machtsverschil ontkennen tussen mensen die hier horen en mensen die het gevoel krijgen dat ze hier nooit volledig zullen horen hoe zeer ze ook ontkennen wie ze zijn om te assimileren.

Meer gemengde en gedeelde ruimtes

Om racisme te bestrijden, moeten we dit onderscheid erkennen, erover praten, het problematiseren. We moeten onszelf bewust maken van onze privileges, hoe pijnlijk dat ook is, en naar de ervaring van de anderen luisteren. Hiervoor zijn boeken niet genoeg; we hebben meer gemengde en gedeelde ruimtes nodig. En niet van de oriëntalistische soort waarin blanke Europeanen een Perzische buikdansshow bekijken.

We moeten naar anderen leren luisteren en ruimte voor hen maken, wat soms betekent dat we onszelf op de tweede plek moeten zetten. Maar is dat niet juist wat het betekent om christen te zijn? En we moeten het voor anderen opnemen, zelfs als het in ons nadeel is.

Wij-zij scheidingen moeten in de publieke ruimte aan het licht worden gebracht. Er moet over worden gediscussieerd en gereflecteerd.

Als we deze realiteit ontkennen, stimuleren we het racisme, dat altijd afhankelijk is van de stilte van de geprivilegieerden. Het is niet langer aanvaardbaar om ons hoofd in het zand te steken. We kunnen niet langer doen alsof er geen “wij” en “zij” bestaat. De verschillende, vaak intersectionele wij-zij scheidingen in de samenleving moeten in de publieke ruimte aan het licht worden gebracht. Er moet over worden gediscussieerd en gereflecteerd.

Als we dit niet doen, worden white privilege en impliciete bias onzichtbaar. Ook ik als joodse moeder kan niet ontkennen dat mijn joodse kinderen white privilege hebben, een confronterende en moeilijke realiteit om onder ogen te komen, aangezien het altijd makkelijker is om met je het slachtoffer te identificeren.

Racisme bij kinderen

Dit leidt tot mijn tweede vraag: hoe zouden we racisme bij kinderen moeten aanpakken? De vraag zelf bevestigt opnieuw een wij-zij onderscheid tussen kinderen. Mijn kinderen moeten leren hoe ze anderen verdedigen en racisme aanvechten, maar ze hebben ook de mogelijkheid om stil te blijven.

Sommige andere kinderen, zoals die in het antiracismecampagnefilmpje, hebben deze mogelijkheid, dit privilege, niet. Zij zijn zichtbare minderheden. Hoewel ik mijn twijfels heb bij het gebruik van kinderen in zulke campagnes, is het een realiteit dat deze kinderen zulke racistische beledigingen hebben gehoord. Ze kunnen niet beschermd worden tegen de realiteit van het racisme, in tegenstelling tot mijn kinderen, tenzij iemand weet dat ze joods zijn.

Participeren in deze campagne door te problematiseren, discussiëren en een gedeelde ruimte te creëren waarin we kunnen nadenken over racisme is het beste wat we voor hen kunnen doen, voor ons allemaal. We moeten keer op keer benadrukken dat er niets mis met hen is en dat het probleem ligt bij degene die racisme uitdraagt, en bij de samenleving zelf.

We kunnen en mogen niet tegen onze kinderen liegen, of het nu minderheden zijn of niet, over de onrechtvaardigheden die geïnstitutionaliseerd zijn in onze politieke gemeenschap.

Hiermee moeten we onze kinderen niet verantwoordelijk maken voor de strijd tegen racisme, dat is onze verantwoordelijkheid als volwassenen. Maar een deel van deze verantwoordelijkheid bestaat erin ons te realiseren dat de mogelijkheid om onze kinderen te beschermen tegen racisme alleen voor de geprivilegieerden bestaat.

We moeten een manier vinden om de normalisering van racisme, die op een weerzinwekkend tempo toeneemt, tegen te gaan.

We stellen de discussie over racisme zo lang mogelijk uit, omdat we ze ongemakkelijk vinden, zoals we ook de discussie over de bloemetjes en de bijtjes uitstellen. Maar tegen de tijd dat we er klaar voor zijn, hebben kinderen hun privilege of, erger, hun uitsluiting al geïnternaliseerd.

Als we iets van de Canadese strategie kunnen leren is het wel dat we antiracismecampagnes juist op kinderen moeten richten. We moeten vroeg beginnen met hen te leren over het belang van diversiteit. We moeten hen leren om trots te zijn op hun verschillen in plaats van ze te verbergen en te assimileren, en vooral ook om het op te nemen voor anderen.

Racisme is een vorm van pesten. Waarom maken we het geen onderdeel van antipestencampagnes, zoals Move tegen pesten? Alleen degenen met white privilege kunnen leven met de illusie dat kinderen beschermd kunnen worden tegen racisme. We moeten een manier vinden om de normalisering van racisme, die op een weerzinwekkend tempo toeneemt, tegen te gaan. En dat moeten we proberen samen te doen, met zowel degenen met privilege als degenen zonder privilege. Maar de grootste verantwoordelijkheid ligt bij de geprivilegieerden. Dat is een les die we allemaal kunnen leren van Spiderman, de favoriete superheld van mijn kinderen, die ons eraan herinnert: ‘Met grote macht of privilege, komt grote verantwoordelijkheid’.

Voor wie geen Marvel fan is – Thucydides had een vergelijkbaar idee: ‘Zij die werkelijk lof verdienen zijn de mensen die, hoewel ze menselijk genoeg zijn om macht te genieten, toch meer acht slaan op rechtvaardigheid dan hun situatie van hen vraagt’.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • politiek filosofe

    Dr. Anya Topolski, geboren en getogen in Canada, is associate professor in de Politieke Filosofie en Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.