Diversiteit is er, of je het nu omarmt of niet

Over Forza Ninove en mijn recht op bestaan

© Brecht Goris

Sabrine Ingabire

Enkele decennia geleden heeft mijn oma in Leuven gestudeerd, en nu woont ze op vijftien minuten stappen van bij mij. En toevallig wonen wij allebei in een buurgemeente van de eerste zwarte burgemeester in België. Ooit. (Kunnen we overigens even stilstaan bij het feit dat België 589 gemeenten telt, en dat er één zwarte burgemeester is, én dat hij de eerste is? Hoe absurd is dit.) Ik vind dit mooi.

Ik viel zondagavond 14 oktober vredig in slaap nadat ik de resultaten van de verkiezingen in Koekelberg bekeek, en werd maandagochtend een beetje angstig wakker, aangezien ik heel toevallig (en ongelukkig) voor de eerste keer in maanden in Ninove moest zijn. Op de bus naar daar, voelde het een beetje aan als een trip down memory lane.

Ik neem jullie even mee.

Hoe anders had ik gekeken naar mijn leerkrachten, naar de mensen die ik moest bedienen op het werk, naar de ouders van mijn vrienden?

De afstand tussen mij en de stad waar ik mijn adolescentie heb doorgebracht, werd steeds kleiner, en de hele tijd was ik mijn oude zelf dankbaar dat ik zo standvastig weigerde de politiek te volgen toen ik daar nog woonde. De vorige lokale verkiezingen waren in 2012, en ik zat net in het zesde middelbaar.

Hoe pijnlijk was het geweest indien ik nog één jaar in Ninove had moeten doorbrengen, beseffend dat er toen al 26,5% van de mensen op Forza Ninove stemde? Gelukkig, wist ik dat niet. Hoe anders had ik gekeken naar mijn leerkrachten, naar de mensen die ik moest bedienen op het werk, naar de ouders van mijn vrienden?

Wanneer je opgroeit in een witte omgeving als een van de ongeveer tien zwarte mensen op je niet-zo-kleine school, hoor je vaak racistische opmerkingen die je meestal vrij snel wegwuift – het is een overlevingsmechanisme, je ondergaat de mishandelingen en wacht de tijd af tot je kunt weggaan. En tot die tijd er is, heeft het weinig of geen nut om erop in te gaan. Je relativeert alles, misschien lach je er zelfs mee, misschien maak je zelf racistische moppen. Misschien ben je bewust van hoe fout bepaalde handelingen zijn, maar laat je jezelf dat niet beseffen, omdat het dan meer pijn zou doen. Omdat iedere dag dan een strijd wordt, en je er niet meer “zorgeloos” kunt bij horen. Double consciousness, en zo.

Nu, de verkiezingen van 2014 waren een pak pijnlijker. Je woont nu in Brussel, dus plots overvalt het je hoeveel je eigenlijk verdroeg van iedereen om daar te kunnen overleven. Je vrienden gaan voor de eerste keer stemmen, dus begin je de politiek van dichterbij te volgen. N-VA en Vlaams Belang zijn de grootste partijen in wat ik toen nog mijn stad noemde. Ik was droevig, en bang, en voelde me niet meer veilig.

De eerste keer dat ik terug naar mijn tante ging, keek ik rond en dacht: ‘1 op de 2 mensen is racistisch, 1 op de 2 wil mij hier niet’. Oude leerkrachten, ouders van vrienden, mensen die ik moest bedienen op het werk als ik in Ninove naar mijn studentenjob ging. En nieuwe mensen op die lijst: mijn vrienden, mijn oude klasgenoten, de mensen die mee mijn leven hadden opgebouwd en met wie ik dacht voor eeuwig bevriend te zijn. (Ja, ik was jong en naïef.) En het feit dat je het eigenlijk wist, maar jezelf niet toeliet het te weten. Het feit dat je eigenlijk wel kunt afleiden wie van je vrienden op welke partijen heeft gestemd, ook al ben je te bang om er écht over na te denken, of het écht te vragen. Je relativeert. Double consciousness, en zo.

Dus even terug naar maandag 15 oktober 2018 in de straten van Ninove. Ik verwachtte dat ik me droevig, bang, en onveilig zou voelen – maar dat kwam niet. Ik passeerde een terras met oude witte mensen die naar me staarden. En ik keek terug. En ik stapte verder. En ik weet niet wat ze dachten – vroegen ze zich gewoon onschuldig af waarom ik niet op school was? Vonden ze mijn vlechten mooi? Wilden ze ‘neger’ naar me schreeuwen, en ‘ga terug naar je land!’? Ik weet het niet.

Maar het deed er eigenlijk niet toe, want wat ze ook dachten – ik was daar. Diezelfde straten als hen aan het bewandelen. En als ik het had gewild, had ik mee aan hetzelfde terras kunnen zitten, en hetzelfde bier kunnen bestellen. En het mooie besef: ik ben hier, of je dat nu wil of niet, of je het me nu gunt of niet.

Het doet me denken aan het stuk van De Morgen, waar twee leden van Forza over zwarte mensen die ze zo gretig ‘negers’ noemen, zeggen: ‘“Rechts”, wijst Pierre. “Negers die hier zijn komen wonen. Links, negers. En daar: ook negers.” / Marleen: “Laat het mij zo zeggen: er zijn er nu genoeg, er moeten er geen meer bij.”’

Racisten verkopen en verhuren hun woningen uiteindelijk ook aan zwarte mensen wanneer ze geen witte mensen vinden. Dat is gewoon een feit.

Hoe beangstigend deze woorden en de bijhorende ideologie ook zijn: hoe gaan ze zwarte mensen tegenhouden om naar Ninove te verhuizen als ze dat écht willen? (Of zwarte mensen in Ninove überhaupt zouden moeten willen leven, is natuurlijk een hele andere vraag.) Racisten verkopen en verhuren hun woningen uiteindelijk ook aan zwarte mensen wanneer ze geen witte mensen vinden. Dat is gewoon een feit.

Mensen zoals Pierre en Marleen zijn dan gewoon droevig – droevig, en belachelijk, zoals de oudere mensen die weigerden technologie te aanvaarden, omdat het ‘toch nooit zou duren’, ook toen de eerste smartphones al lang bestonden. Vast geankerd in een utopie waar ze nooit meer zwarte buren zullen hebben, terwijl de zwarte buren er gewoon zijn, en nergens heen gaan. En waarschijnlijk Belg zijn. En – in theorie – dezelfde rechten hebben.

Want dit is wat het is: diversiteit is er, of je het nu omarmt of niet. Vlaanderen is divers. Ninove is divers. Antwerpen is divers. Stemmen op N-VA, stemmen op Vlaams Belang, is een nutteloze tegendraadse reactie op iets dat gevestigd is. Vlaanderen, België, Europa zullen niet minder divers worden omdat extreemrechts opkomt.

Mijn oma is hier, ik ben hier, mijn neefjes en nichtjes zijn hier. Verschillende generaties van mooie mensen met diverse roots. We hebben het heft in eigen handen genomen, en we geraken nu echt overal (zij het langzamer dan ik zou willen). Ja, echt, overal. En daar kan niets aan gedaan worden. Ik ga namelijk mijn nationaliteit, rechten en ambities niet opgeven omdat een stel wispelturige witte mensen dat eist.

En nu ik afstand heb genomen van Ninove, net zoals ik af en toe afstand neem van Vlaanderen, is het zo veel aangenamer om te beseffen dat hun haat hen vanbinnen veel meer kwetst dan mijn innerlijke vrede. Dat alleen het feit dat ik besta hen vanbinnen opvreet. En dat is ergens wel krachtig. (En, nogmaals, droevig en beangstigend. Maar ook krachtig.)

Dit doet natuurlijk niet af aan het feit dat er moet gesproken worden over structurele oplossingen. Omdat deze partijen gevaarlijk zijn. Omdat ik wel degelijk bang ben voor mijn broertje die daar opgroeit. En de broers en zussen van mijn overgebleven vrienden uit Ninove. Omdat ik wéét welke psychische gevolgen het heeft om op te groeien in die wereld, en ik nog steeds daarvan aan het helen ben. Dus we zullen stukken schrijven, en actie voeren, organisaties opstarten, mensen aansprakelijk stellen, en dit kwaad bestrijden – maar dat is even voor een andere dag.

Want vandaag, in deze column, gun ik hen mijn boosheid niet.

Sabrine Ingabire is schrijfster, activiste en studente. Je kan haar op Facebook volgen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift