Solidariteit is niet de straf voor de beste leerling

Wat we hier als “meer” beschouwen, zorgt elders voor “minder”

© Brecht Goris

Jan Mertens

Vlaanderen is ontegensprekelijk een welvarende regio. Jan Mertens is dan ook verbaasd dat de Vlaamse overheid solidariteit als een straf lijkt te beschouwen. De redenering is blijkbaar dat wie sterk is dat alleen aan zichzelf en het eigen harde werken te danken heeft, en dat wie “zwak” is dat alleen aan zichzelf te wijten heeft.

Alles van waarde is weerloos. Dat zei de dichter. Misschien is het een goed idee om het woord waarde wat voorzichtiger te gebruiken, zodat het ook weerloos kan blijven. Enige nederigheid in ons denken over welvaart kan al heel erg helpen.

Bij het opruimen van de woning van mijn moeder vond ik een foto terug. Ik zie mijn grootouders Fons en Julia, en hun twee kinderen – kleine jongetjes nog – Staf (mijn vader) en Jef. De foto is gemaakt op het koertje achter het huis, net voor het werkhuis. Mijn grootvader was schrijnwerker. Nu zou men dat misschien een atelier noemen, toen was het een werkhuis. Dagen heb ik daar doorgebracht met mijn grootvader tussen de grote machines en de houtkrullen.

In het appartement waar ik nu woon, staat een kast die hij heeft gemaakt. Toen ik klein was, stond die kast in de voorkamer bij mijn grootouders. Fons maakte dingen voor de eeuwigheid, zo sterk is alles in elkaar gezet. Julia wou absoluut dat ik die kast zou krijgen. Elke dag streel ik even over de kast. Weten dat ik zo een beetje dicht bij hem en haar ben, voelen dat er iets is dat blijft en dat sterk en mooi is, het geeft me een gevoel van rust. Het is alsof ik iets minder verdwaald ben in de tijd en in de wereld.

Ik vertel het verhaal over die kast elke keer opnieuw. Ook omdat het iets zegt over waarde. Die kast is voor anderen waarschijnlijk niet zoveel waard. Terwijl ze als een soort ankerpunt is van de kwaliteit van mijn leven. De waarde ervan is erg groot voor mij. Iemand anders zal misschien alleen denken aan hoeveel je ervoor zou kunnen krijgen.

Misschien kan ik alleen maar via die kast in mijn hoofd luisteren naar discussies over het begrip waarde. Het is tegenwoordig erg in om te spreken over waardecreatie. Het lijkt zo’n vanzelfsprekende gedachte. In een economie maak je dingen, en zo maak je waarde die er daarvoor nog niet was. Als je veel dingen maakt, ben je goed bezig. Als je de dingen zo maakt dat ze ervoor zorgen dat mensen nog meer dingen zullen willen, ben je zogenaamd heel erg goed bezig.

Er is echter maar plaats voor één zo’n kast in mijn woning. In die redenering zou ik dus goed bezig zijn als ik die kast om de zoveel tijd vervang door een nieuwe. Als ik opnieuw een oude zou nemen, zou er in dezelfde redenering niets van waarde worden toegevoegd, alleen verplaatst. Terwijl er voor mij vooral een waardeverlies zou zijn als de kast weg zou gaan.

Dat kind een beetje extra helpen, is in het belang van de hele klas. Waarom moeten we dat zien als een straf voor het kind dat toch al voorop liep?

Zo was ik onlangs in de war door de discussie over de verdeling van de Europese middelen in het kader van het herstel- en veerkachtbeleid. In een min of meer normale situatie zou je dan samen gaan bekijken welke projecten voor het hele land het meest zinvol zouden zijn en zou je jezelf zo organiseren dat je elkaar versterkt. Niet iedereen denkt er zo over. De Vlaamse regering vond dat zij – vanzelfsprekend – zonder meer het grootste deel van het bedrag moest krijgen.

Eigenlijk, zo klonk het bijna in de zoals steeds zeurderige en tekortgedane ondertoon, was het al een soort blijk van vriendelijkheid dat men aan de andere gewesten en aan het federale niveau ook nog iets wou geven. Een van de argumenten was dat Vlaanderen het meest bijdraagt aan de welvaart, aan de waardecreatie, en dus ook recht had op het grootste deel van het geld. Het klinkt voor sommigen heel logisch, maar het is in veel opzichten een heel merkwaardige redenering.

In eerdere discussies over de Europese Green Deal werd een gelijkaardige logica gebruikt door de Vlaamse regering. ‘Waarom zou de beste leerling van de klas moeten gestraft worden?’ Zo wordt het dan voorgesteld. Het lijkt mij best wel logisch dat een leerkracht een beetje extra aandacht geeft aan wie niet zo goed meekan.

Misschien is dat kind op de laatste bank wakker geworden in een huis waar er geen computer is en waar de (alleenstaande) moeder niet naar de dokter durft gaan, bang dat die het gezwel in haar borst zal ontdekken. Dat kind een beetje extra helpen is in het belang van de hele klas. Waarom moeten we dat zien als een straf voor het kind dat toch al voorop liep? De redenering is blijkbaar dat wie sterk is dat alleen aan zichzelf en het eigen harde werken te danken heeft, en dat wie “zwak” is dat alleen aan zichzelf te wijten heeft.

Die anderen zouden beter moeten begrijpen hoe moeilijk het is om zo’n rijke regio te zijn.

In het kader van de Green Deal was de Commissie tot de conclusie gekomen dat strengere klimaatdoelstellingen nodig zijn, omwille van de gezondheid maar ook omdat een op hol slaand klimaat ook immense economische schade aanricht. Versneld de economie omvormen is niet eenvoudig. Daarom stelde de Commissie voor om een solidariteitsmechanisme in te stellen om te komen tot een rechtvaardige transitie. Wie wat meer achterop liep, zou extra steun kunnen krijgen. Daar was de Vlaamse regering tegen, met verwijzing naar die goede leerling van de klas.

Men wilde geen hogere klimaatdoelstelling (dat moesten anderen maar doen). Men wilde niet solidair zijn met een land als Polen. (Waarom kan Polen niet wat wij al lang zelf gedaan hebben met onze mijnen? Daarbij vergeten we even dat België al veel langer lid is van de Europese constructie, dat er immens veel publiek geld naar Limburg is gegaan en dat we die solidariteit vanzelfsprekend vonden.)

Maar men vond wel dat anderen solidair zouden moeten zijn met ons. Die anderen zouden beter moeten begrijpen hoe moeilijk het is om zo’n rijke regio te zijn met zo’n hoogwaardige energieverslindende innovatieve industrie en zouden ons net geld moeten geven (omdat we dus de beste leerling van de klas zijn). Help de rijken, met andere woorden. De anderen zijn luieriken die profiteren van de waarde die wij creëren.

Wat is welvaart? Wat hebben we nodig voor een goed leven? Toen in de kerstvakantie dichte drommen richting Hoge Venen trokken, wat was toen van waarde? Waren het enkel de dikke SUV’s die zo imperialistisch geparkeerd stonden dat het een gevaar werd? Of was het het mooie landschap waar we eindelijk nog eens iets anders konden doen dan binnen zitten en tijdens de zoomsessie in onze neus peuteren?

Waarde creëren doe je nooit in het luchtledige. Of je nu een product maakt of een dienst levert, er is altijd een materiële impact. Als mijn kast nog lang blijft staan, kan ergens een boom ook langer blijven staan en zo verkoeling geven in oververhitte zomers. (Een meerwaarde.) Als ik om de twee jaar een nieuwe kast zou kopen, zou ik het creëren van waarde stimuleren, maar zouden er meer bomen verdwijnen. (Een minwaarde.)

Alles wat we doen, doen we binnen die planetaire grenzen. En misschien is enige nederigheid wel aangewezen. We zijn een van de rijkste landen van de wereld, maar we hebben ook een van de zwaarste voetafdrukken. Wat we hier als “meer” beschouwen, zorgt elders voor “minder”.

De voorbije dagen werd het nieuwe Human Development Report 2020 voorgesteld. Men gebruikte tot nu toe voor die rapporten een index die al ruimer was dan het klassieke BBP. Je kunt immers ook bv. gezondheid of onderwijs als welvaart beschouwen. In deze editie heeft men echter ook de dimensie impact op de planetaire draagkracht als een correctie ingebouwd. En je ziet hoe dan meteen een land als België heel wat plaatsen zakt.

In het ook al recente Europe Sustainable Development Report 2020 zie je per land de “spillovers”, de kost die men elders veroorzaakt in de vorm van vervuiling of uitputting. En dan zie je dat ons land daarop erg hoog scoort. Je zou kunnen zeggen dat Vlaanderen in een nogal eenzijdige redenering het meeste waarde toevoegt. Maar je kunt dus tegelijk zeggen dat dat alleen maar kan door tegelijk erg veel waarde te vernietigen. Je zou kunnen zeggen dat de rijkste regio ook meteen de meeste middelen heeft om een verdere transitie te organiseren. Het zou logisch zijn.

We kunnen onszelf sussen en zeggen dat “ze” ginder maar wat harder moeten werken, en dat ze vooral “daar” moeten blijven en ons niet lastigvallen in onze welvaart.

Maar hier zeggen we dat het “te moeilijk” is om die strenge klimaatnormen op te leggen aan onze economie. Daarmee zeg je dan ook dat die in wezen alleen maar economisch kan zijn door niet economisch te zijn, door de waardevernietiging systematisch uit de boekhouding te houden. Als ik mijn afvalwater gewoon in de rivier kan dumpen, is dat inderdaad gemakkelijker en kan ik ook meer winst maken. Het zuiveren van de rivier, dat moeten anderen dan maar betalen. En als die anderen er ziek van worden, is het hun eigen schuld, ongetwijfeld, of is het de prijs die we (lees: anderen) moeten betalen voor onze welvaart.

In datzelfde Human Development Report wordt uitgelegd hoe bij ongewijzigd beleid het aantal dagen van extreme hitte met meer dan 100 per jaar zal stijgen in de armste landen en met veel minder in de rijkste landen. Dat is de prijs voor een eenzijdige zogenaamde waardecreatie: de ongelijkheid neemt nog verder toe.

We kunnen onszelf sussen en zeggen dat “ze” ginder maar wat harder moeten werken, en dat ze vooral “daar” moeten blijven en ons niet lastigvallen in onze welvaart die volgens ons helemaal onze eigen verdienste is (maar er alleen maar kon komen door onze ecologische gulzigheid en de daardoor veroorzaakte ongelijkheid). Of we kunnen ervoor zorgen dat wij het woord waarde in al zijn dimensies proberen te vatten, dat wij onze voetafdruk drastisch verminderen en dat we kiezen voor een nederige welvaart.

Als we willen dat “ze” ginder blijven, hebben we er alle belang bij dat ze daar een uitzicht krijgen op een duurzame en rechtvaardige welvaart. Die keuze zal ook voor ons hier veel beter volhoudbaar zijn, zal ook hier zorgen voor minder ongelijkheid. We zitten namelijk in hetzelfde klasje.

Solidariteit is niet de straf voor de beste leerling, het is het waardevolle uitzicht op het goede leven binnen planetaire grenzen, voor iedereen. We kunnen kiezen welke weg we nemen, we zijn niet willoos, zeker niet als we erkennen dat alles van waarde weerloos is.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3146   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.