Nieuw Menselijke Ontwikkeling-rapport VN: meer ontwikkeling, minder materiële voetafdruk

Achim Steiner: ‘Het probleem is dat we onze diepe afhankelijkheid van de natuur niet meer beseffen’

© CIFOR (CC BY-NC-ND 2.0)

'Het bewustzijn over de waarde die natuur heeft voor onze ontwikkeling en economie, groeit.' Foto Ecuadoraanse Kichwa gaan hout hakken in de jungle (2013). De Kichwa begonnen sindsdien met een aantal projecten om ontbossing te stoppen en te vervangen door toeristische activiteiten.

‘Dit is het antropoceen’, zegt VN-topman Achim Steiner: het tijdperk waarin de mens de planeet vormgeeft. Hij beklemtoont dat die omkering van de rollen onze verantwoordelijkheid vergroot. ‘Ontwikkeling moet samen met de aarde gebeuren. Anders vernietigen we de vrijheid en het welzijn van armen en van komende generaties.’

Achim Steiner is Administrateur van het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP). Dat klinkt ambtelijk, maar het betekent dat hij aan het hoofd staat van een internationale organisatie die bijna 5000 projecten en programma’s uitvoert. In 152 landen, met een jaarbudget van meer dan 600 miljoen dollar.

Sinds 1990 publiceert het UNDP ook bijna jaarlijks het Human Development Report. Oorspronkelijk was het bedoeld om af te raken van de dominantie van het bruto nationaal product als bijna enige meetinstrument om nationale ontwikkeling te meten. Maar het ontwikkelde zich tot een echte denktank, waarin voortdurend en vernieuwend onderzoek gedaan wordt naar drempels en hefbomen voor menselijke ontwikkeling.

'We moeten verder kijken en verder gaan. Niet door een lijstje af te vinken, maar door een systeem te veranderen.'

Eind december verscheen het Human Development Report 2020. Voor de dertigste verjaardag van het rapport wordt het eigen meetinstrument, de Human Development Index, aangepast aan de actuele uitdaging voor ontwikkeling. De Index combineert inkomen met onder andere onderwijs, gezondheidszorg en gendergelijkheid.

De actuele uitdaging heet duurzaamheid. Of in de woorden van het UNDP: ‘Voor het eerst in 300.000 jaar zijn het de mensen die de planeet vormgeven, in plaats van andersom. Dit is het antropoceen, het tijdperk van de mens. Het Human Development Report dat eind 2020 verscheen, ontleedt op welke manieren mensen zich in dit tijdperk kunnen oriënteren, op welke manier ze de relatie tussen mens en natuur kunnen vormgeven en hoe de wegen naar menselijke vooruitgang er voortaan kunnen uitzien.’

Beter na corona?

Een rapport dat eind 2020 verschijnt wordt onvermijdelijk gekleurd door de coronacrisis. Na jaren van vooruitgang op het vlak van menselijke ontwikkeling dreigt nu een diepe terugval, stelt het rapport vast.

‘Tegen 2030 zouden er op de wereld wel een miljard armen kunnen zijn, waarvan een kwart als gevolg van de coronapandemie. Vorig jaar konden vier op vijf kinderen niet naar school en in armere landen betekende dat ook dat ze gewoon geen les kregen, aangezien de middelen voor afstandsonderwijs gewoon niet aanwezig waren', zegt UNDP-baas Achim Steiner.

Achim Steiner

© Flickr / United Nations Development Programme (CC BY-NC-ND 2.0)

 

  • °1961
  • baas van het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP) sinds juni 2017
  • stond voordien tien jaar aan het hoofd stond van UNEP, het Milieuprogramma van de Verenigde Naties

'Dat zijn harde vaststellingen, maar het zijn ook uitdagingen. We kunnen ook beslissen om mensen uit de armoede te houden door hen een basisinkomen te geven. Drie miljard mensen gedurende een half jaar een basiskomen geven, dat kost evenveel als één derde van wat arme landen in 2020 uitgaven aan het aflossen van hun buitenlandse schulden. Of we kunnen de digitale kloof eindelijk écht eens dichten.’

Het rapport verwijst uiteraard naar de coronacrisis en naar het verlangen om terug te keren naar het leven zoals het was. Maar, zo schrijven de auteurs, dat zal niet gebeuren. ‘Of je het graag hebt of niet, er is een nieuw normaal op komst.’ Wat moeten we ons daar bij voorstellen?

Achim Steiner: Dat ligt nog niet vast. Elk land, elke gemeenschap en elk individu is nog volop bezig om zicht te krijgen op wat dat nieuwe normaal voor ons, voor hem of voor haar zal inhouden.

Tegelijk is het ook niet zo nieuw als het nu soms lijkt. Al bij het begin van deze eeuw werd helemaal duidelijk dat de mensheid als geheel een probleem gecreëerd had op het vlak van duurzaamheid, van klimaatverandering over luchtvervuiling tot het verlies van onze ecologische infrastructuur. Tegelijk én daarmee verbonden groeiden de zorgen over ongelijkheid, rechtvaardigheid en de eerlijke verdeling van kansen en mogelijkheden.

En dat alles doet zich voor in een wereld die, vanuit economisch perspectief, rijker is dan ooit tevoren. Zelfs in volle pandemie floreren de beurzen nog, ook al zijn er honderden miljoenen mensen die zonder werk vielen en meer dan een miljard kinderen wier onderwijskansen minstens op pauze gezet werden.

Er was dus al een toenemend aanvoelen dat de economie en het menselijk welzijn geen gelijke tred hielden, en dat de manier waarop we ontwikkeling of vooruitgang meten ook scheef zat. De breuk zal dan ook niet automatisch van COVID-19 komen, alleen toont de pandemie duidelijker dan voorheen voor welke enorme uitdagingen we staan.

Dat vind je ook terug in het idee Building Back Better: de overtuiging dat de huidige gezondheidscrisis ook een kans is op een betere toekomst. Als we het moment aangrijpen om van koers te veranderen.

Let wel: de wereld zal uit de pandemie tevoorschijn komen met heel wat blauwe plekken, met een pak meer mensen in armoede en met enorm veel mensen die we onderweg verloren hebben als gevolg van de ziekte. Net daarom verwachten mensen politiek en maatschappelijk leiderschap dat hen op weg zet naar een betere toekomst, waarin duurzaamheid gerealiseerd en ongelijkheid bestreden wordt. Die twee uitdagingen samen bieden ons het kompas om het nieuwe normaal te zoeken en te bereiken.

De eerste vraag die mensen zich vandaag stellen, is natuurlijk: hoe zal onze economie eruitzien als we deze pandemie achter de rug hebben? Het antwoord op die vraag moet uitgaan van de noodzaak om tegelijk de transitie te maken naar een schoner energiesysteem, een groenere economie met minder ongelijkheid en meer sociale bescherming.

Daarbinnen zal elke maatschappij haar eigen prioriteiten bepalen en evenwichten zoeken, maar die prioriteiten en evenwichten zullen anders zijn dan wat er voor de pandemie bestond.

Normen en waarden

De wereldwijde crisis vandaag is een kluwen van meerdere, onderling verweven crisissen. Klimaat, ongelijkheid, werkloosheid, gezondheid, biodiversiteit… Waar beginnen we om deze spiraal te doorbreken?

Achim Steiner: Het leven laat zich niet opdelen in aparte silo’s. Je deelt de week ook niet op in een maandag waarin je je zorgen maakt over je ziekteverzekering, dinsdag is voorbehouden voor schoolproblemen van de kinderen, woensdag voor je toekomstige pensioen. Het is niet dat we eerst het ene en daarna pas het andere probleem kunnen oplossen.

In feite moeten we op een onderliggend niveau voorrang geven aan het belang van sociale normen. Want uiteindelijk draait ontwikkeling om de keuzes die we samen maken. Mensen beseffen vandaag niet alleen dat we op de verkeerde weg zitten, ze zijn er zich ook van bewust dat andere keuzes mogelijk zijn.

Daarbij willen we uiteraard zeker zijn dat iedereen een waardig inkomen heeft, dat kinderen naar school kunnen en dat ouderen toegang hebben tot gezondheidszorg die hun leven redt. Maar we moeten verder kijken en verder gaan. Niet door een lijstje af te vinken, maar door een systeem te veranderen.

'De enorme sommen die nu vrijgemaakt worden om de economie te stabiliseren, moeten echt geïnvesteerd worden in toekomstgerichte doelstellingen.'

Natuurlijk moeten er in het dagelijkse beleid prioriteiten gekozen worden. Op één staat wellicht dat iedereen zo snel mogelijk een vaccin moet kunnen krijgen, met de nadruk op iedereen.

Daarnaast: wordt er genoeg nagedacht over de vraag waarvoor relancemiddelen ingezet worden? Staat schone energie daarbij voldoende hoog op de prioriteitenlijst? Is er werk gemaakt van een gewaarborgd inkomen voor de meest kwetsbaren?

Want de enorme sommen die nu vrijgemaakt worden om de economie op korte termijn te stabiliseren, die moeten echt geïnvesteerd worden in toekomstgerichte doelstellingen. Anders missen we een historische kans. Maar dat houdt ook in dat er heel dringend een debat gevoerd moet worden over hoe we ons de wereld, de samenleving en de economie van de toekomst voorstellen. In veel huiskamers, parlementen én bestuursraden wordt die discussie al gevoerd.

Eén opvallende verandering is dat gezinnen, politici én bedrijven naar de staat kijken om het voortouw te nemen. Niemand lijkt nog te geloven dat “de markt” het beste instrument is om menselijke keuzes te organiseren.

Achim Steiner: Het lijkt een slinger die over en weer gaat. In de naoorlogse jaren moest de overheid de samenleving en de economie richting geven. Vanaf de late jaren 1970 werd het adagium dan dat de overheid niet de oplossing maar het probleem was; dat was de ideologie van Thatcher en Reagan, die vervolgens de hele wereld overspoelde.

'De keuzes die een staat maakt moeten de uitdrukking zijn van wat mensen willen.'

Vandaag erkennen zelfs de grootste bedrijven dat de staat, de overheid, de enige instelling is die groot genoeg is om op de pandemie te kunnen reageren op de vereiste schaal.

Het gaat dus niet om een tegenstelling tussen staat en markt, want de staat moet ons allemaal vertegenwoordigen en ons in staat stellen om samen te werken: burgers, bedrijven, middenveld. We mogen alleen niet de vergissing maken de staat te vereenzelvigen met de regering. De keuzes die een staat maakt moeten de uitdrukking zijn van wat mensen willen.

Dat kunnen bedrijven niet, daarvoor zijn ze niet opgericht en daarvoor hebben ze niet de structuur. Daarom organiseren we verkiezingen, daarom hebben we parlementen.

We zien nu al meer dan dertig jaar dat “de markt” niet in staat is om de economie zo bij te sturen dat een klimaatcrisis vermeden zou worden. Dus moet de staat tussenkomen. Dat hoeft niet te betekenen dat de overheid alles gaat overnemen, wel dat de overheid de markt opnieuw en beter moet reguleren en sturen.

© Joris Casaer (cropped)

'Het gaat niet om een tegenstelling tussen staat en markt, want de staat moet ons allemaal vertegenwoordigen en ons in staat stellen om samen te werken: burgers, bedrijven, middenveld.'

Vergelijk het met de tijd dat de economie voor een deel draaide op slavenarbeid. Ook toen was het argument dat goedkope arbeid economisch noodzakelijk was. Tot de samenleving besliste dat de economie zich dan maar moest herorganiseren zodat ze zonder slaven kon verder draaien. Vanaf dat moment kon het verhandelen van mensen niet langer. Samenlevingen kunnen, met andere woorden, de economie radicaal veranderen. Als hun onderliggende waarden veranderen.

Voor de klimaatverandering hebben we ook zo’n breukmoment nodig. En dat ondermijnt de markt niet, integendeel: de markt zal er effectiever door worden. Het gaat er niet om het bedrijfsleven te marginaliseren, wel om ervoor te zorgen dat het de locomotief kan worden van een duurzame toekomst.

Waar de overheid die regels en stimulansen goed op orde krijgt, zie je vandaag al dat vijftig tot zestig procent van de energie hernieuwbaar is. Dat is niet het resultaat van verlichte bedrijven, maar van maatschappelijke keuzes die opgelegd werden.

De vrijheid om keuzes te maken

Het is geen toeval dat Achim Steiner zo hamert op het thema 'keuze' en telkens terugkomt op de keuzemogelijkheid en de vrijheid van mensen om zelf te bepalen wat ze onder 'het goede leven' verstaan en daarnaar te streven. Het is de definitie zelve van wat het UNDP en meer bepaald het Human Development Report verstaan onder menselijke ontwikkeling.

Steiner verwijst daarvoor onder andere naar het werk van Nobelprijswinnaar voor Economie Amartya Sen, die het thema uitdiepte in zijn boek Development as Freedom. Sen werkte trouwens nauw samen met Mahbub ul-Haq, de grondlegger van het Human Development Report.

'Ik geloof in de volwassen en soevereine consument. Maar om de consument te laten kiezen, moet hij of zij wel eerst geïnformeerd zijn.'

Ontwikkeling is dus geen vastgelegd pad, en ook de actuele crisissen zijn het resultaat van menselijke keuzes. Maar misschien, opper ik, werd te lang de nadruk gelegd op de keuzes die we als consument maken, terwijl we nu aangesproken worden op keuzes die we als burger willen maken?

Achim Steiner: Er is niets tegen consumenten die keuzes maken, op voorwaarde dat ze alle nodige informatie hebben. Niemand gaat naar de supermarkt om de wereld slechter, vuiler en gewelddadiger te maken, toch? Wie wil per se het slechtst mogelijke product kopen, dat met kinderarbeid vervaardigd werd of waarvoor oerwouden of dorpen verwoest werden?

Toch doen we dat, omdat we toelaten dat producten hun oorsprong en productiewijze verbergen en alleen beoordeeld worden op de eindprijs voor de consument. Daardoor wordt die consument eigenlijk een heleboel keuzes ontnomen.

Er wordt steeds meer gepleit voor choice editing, 'keuzebewerking' zeg maar. Daarbij maken niet individuele consumenten, maar de distributie- of productiesector de afweging of ze nog wel producten verkopen die schadelijk zijn voor mens, dier of natuur. Spoort dat met uw pleidooi voor de keuzes en de vrijheid van de burger?

Achim Steiner: Ik geloof in de volwassen, soevereine en geïnformeerde consument. Maar om de consument te laten kiezen, moet hij of zij dus wel eerst geïnformeerd zijn. Ik heb liever dat de producenten gedwongen worden alle informatie op de verpakking te zetten dan dat ik afhankelijk zou zijn van de manager van de supermarkt om de juiste aankopen te doen.

Maar informatie volstaat niet. De markt moet er vervolgens ook voor zorgen dat ik een echte keuze kan maken. Vandaag is het nog veel te vaak zo dat wie kiest voor natuur- of mensvriendelijke producten gestraft wordt met een prijs die vijftig procent hoger ligt dan het schadelijke product.

Informatie is een basisbehoefte

Achim Steiner: Ontwikkeling is nooit iets dat je in de schoot geworpen krijgt. Het is altijd het resultaat van wat mensen doen, van de mogelijkheden die ze creëren en realiseren, van de capaciteit die ze hebben om keuzes te maken en dromen te beleven. Dat betekent dat mensen zélf moeten kunnen kiezen, en niet overgeleverd zijn aan keuzes die staat of bedrijven voor hen maken.

In de jaren 1960 verwoestte vervuiling in Europa niet alleen de natuur, maar ook duizenden mensenlevens. Ook vandaag doodt luchtvervuiling binnenshuis én buiten elk jaar tot zeven miljoen mensen. Dat is het resultaat van keuzes die we in de markt maken. Uw en mijn leven wordt, met andere woorden, extreem beïnvloed door een economische keuze: vervuiling toestaan of niet.

'We moeten als samenlevingen duidelijk formuleren op welke waarden en normen onze economie gefundeerd moet worden.'

En de markt laat dat toe, omdat ze de ware kost van die keuze er niet bij inrekent. Het is namelijk goedkoper om goederen op een vervuilende manier te produceren, waardoor de meer bewuste ondernemers uit de markt geconcurreerd worden. Het gevolg is wel dat de belastingbetalers miljarden moeten uitgeven om de smurrie op te kuisen en de gezondheidszorg te betalen.

Daarom geven we de staat ook de macht om in onze naam en in ons belang op te treden. Dat kan zijn omdat we een morele keuze willen opleggen, maar het kan ook gewoon zijn om economische wanpraktijken of tekortkomingen bij te stellen. Want markten worden door allerlei zaken verstoord, onder andere door ongelijke belastingregels.

We moeten als samenlevingen duidelijk formuleren op welke waarden en normen onze economie gefundeerd moet worden. De vraag is dus: hoe kunnen overheden uitdrukking geven aan de sociale normen die de 21ste eeuw moeten vormgeven?

Is het in dat verband niet wenselijk dat ook het Human Development Report uitdrukkelijker zou oproepen om een einde te maken aan de consumptiegedreven economie, die het planetaire systeem bedreigt en ongelijkheid in de hand werkt?

Achim Steiner: Het is niet onze rol om bepaalde voorstellen te bepleiten of om voor te schrijven wat moet, mag of niet langer kan. Het Human Development Report wordt trouwens geschreven door een team dat wel ondergebracht is bij UNDP, maar dat onafhankelijk werkt.

De uitgangsvraag is: wat zijn de kernuitdagingen van onze tijd als het over ontwikkeling gaat? Waarover hebben we meer en betere gegevens en analyses nodig? Daarmee bieden we de instrumenten aan die mensen of overheden nodig hebben om betere keuzes te maken, maar die moeten ze wel zelf maken.

Daarom introduceren we dit jaar een “planetaire correctie” op onze eigen Human Development Index. Zo maakt dat meetinstrument nog beter zichtbaar dat menselijke ontwikkeling onlosmakelijk verbonden is met de impact daarvan op milieu, klimaat en biodiversiteit. Het helpt landen ook om hun eigen situatie en beleid beter te begrijpen. Het helpt mensen om te zien of het beleid van hun overheid en de keuzes die in hun samenleving gemaakt worden de grote uitdagingen van de tijd aanpakken, of net de problemen verergeren.

De onderzoeksinspanningen die in dit rapport zitten, dragen net vrucht omdat we ze aanbieden en niet vertalen in voorschriften.

Maatschappelijke keuzes worden ook gemaakt op basis van politiek debat. Daarin is ongelijkheid een groot probleem, zo stelde het rapport van vorig jaar. Want de concentratie van rijkdom produceert ook een concentratie van macht en invloed.

Achim Steiner: Dat is essentieel, natuurlijk. Ontwikkeling werd oorspronkelijk gezien als een inhaalproces, waarbij arme landen het pad van de rijke landen moesten volgen. We beseffen dat de uitdagingen vandaag heel anders zijn, onder andere door toenemende ongelijkheden.

'Ongelijkheid is niet enkel een overblijfsel uit het verleden, ze is ook het product van de jongste innovaties en ontwikkelingen.'

Kijk naar de jaren voor de coronapandemie uitbrak: in het ene na het andere land vonden er grote straatprotesten plaats, en overal lag de focus op gelijkheid, rechtvaardigheid en een eerlijke verhoudingen in de samenleving. Ongelijkheid bedreigt niet alleen de mensen aan de onderkant maar de hele economie, omdat ze polariseert, extremisme aanvuurt en eventueel gewelddadige protesten uitlokt.

Het is ook goed om er nog eens aan te herinneren dat het Human Development-rapport van 2019 twee nieuwe oorzaken van ongelijkheid vaststelde. Enerzijds de klimaatcrisis, de nieuwe ongelijkmaker zowel in oorzaken en gevolgen, als in de mogelijkheden om aan te passen en te beschermen. Anderzijds de digitale economie, die bestaande ongelijkheden uitvergroot. Denk maar aan de mogelijkheid of onmogelijkheid om aan thuiswerk te doen, afstandsonderwijs te organiseren, enzovoort.

Ongelijkheid is dus niet enkel een overblijfsel uit het verleden dat we moeten wegwerken. Ze is ook het product van de jongste innovaties en ontwikkelingen.

Ontwikkeling als samenwerkingsverband met de natuur

Het nieuwste rapport legt veel nadruk op 'oplossingen gebaseerd op de natuur'. Is dat iets anders dan wat de milieubeweging al een halve eeuw bepleit?

Achim Steiner: De milieubeweging vindt haar oorsprong in het besef dat de natuur beschermd moet worden. Dat werd al in de 19de eeuw vormgegeven met natuurparken, en lang daarvoor met sacrale plekken. Ecologie hing vaak samen met spiritualiteit en vond plaats in bossen, rivieren en landschappen die bedreigd werden door plantages of fabrieken en hun vervuiling.

'Het probleem is dat we onze diepe afhankelijkheid van de natuur niet meer beseffen. Water komt uit een kraantje, elektriciteit uit een stopcontact.'

Stilaan ontstond het besef dat die vervuiling geen lokaal probleem was, maar grensoverschrijdend en zelfs mondiaal, planetair. Zure regen en het gat in de ozonlaag maakten ons ervan bewust dat ook mensen die midden in de ongerepte natuur leven bedreigd worden door de vervuiling van de mondiale economie. Vandaag zijn we zo ver dat we beseffen dat mens en natuur niet apart bestaan en dat we bovendien een nieuw tijdperk binnengetreden zijn, het antropoceen.

Menselijke activiteit is intussen zo enorm dat ze de fundamentele, levensondersteunende infrastructuur van planeet en atmosfeer beïnvloedt. Die vaststelling betekent ook de weerlegging van het lang aangehangen geloof dat technologische innovatie en menselijke intelligentie ons onafhankelijk zouden maken van de natuur.

De realiteit is immers dat de nooit gezien welvaart op wereldschaal ons op de rand gebracht heeft van een mogelijke catastrofe. We zijn maar twintig jaar verwijderd van het moment waarop we een wereld met meer dan anderhalve of twee graden opwarming tot een onomkeerbare realiteit maken. Tegelijk zien we dat er een uitstervingscrisis bezig is, de eerste uitsterving van natuurlijke soorten die louter door menselijke activiteit veroorzaakt wordt.

De boodschap van het Human Development Report is dan ook zonder meer duidelijk: we kunnen geen economie ontwikkelen die losstaat van de natuur terwijl ze rijkdom, grondstoffen en winst onttrekt aan die natuur.

© CIFOR (CC BY-NC-ND 2.0)

'De Indiase milieueconoom Pavan Sukhdev stelde ooit: we zullen pas beseffen hoeveel gratis diensten de natuur levert zodra bijen in staat zijn om ons de factuur te sturen voor hun werk.' (foto: imkers in Burkina Faso)

De milieuverwoesting die de economie veroorzaakt, is vandaag systemisch. Ze raakt ook de atmosfeer en de biosfeer. De doelstellingen van menselijke ontwikkeling – welzijn, gezondheid, waardig inkomen, leven in een veilige en minder kwetsbare samenleving – zijn dus onlosmakelijk verbonden met onze capaciteit om de natuur te behouden en te voeden.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, krijg je ons magazine en kan je gratis aan onze events deelnemen. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Het probleem is dat we die diepe afhankelijkheid van de natuur niet meer beseffen. Water komt uit een kraantje, elektriciteit uit een stopcontact. We staan er niet bij stil dat we het licht aansteken met energie die begon in openluchtmijnen in een verafgelegen binnenland, dat er een enorme vervoersinfrastructuur voor opgezet werd, dat energie in grote centrales verstookt wordt om ons in staat te stellen die lichten 24 uur per dag te laten branden.

Verandering begint dus met bewustzijn, met de keuzes die consumenten maken, en leidt naar maatschappelijke keuzes waarin we als samenlevingen beslissen om andere energiesystemen uit te bouwen voor deze eeuw. En die transitie is al zo ver gevorderd dat hernieuwbare energie intussen evenveel of vaak minder kost dan de fossiele energie uit het verleden.

Daardoor zullen we straks in staat zijn om negen tot tien miljard mensen van elektriciteit te voorzien en de industrie en de mobiliteit te organiseren zonder het milieu daarbij te vernietigen. Er zijn, met andere woorden, al voorbeelden van de 21ste-eeuwse economie die samenwerkt met de natuur, in plaats van haar te beschouwen als een mijn die leeg achtergelaten kan worden wanneer ze niet meer oplevert.

Dat klinkt bijna alsof u zegt: als we massaal overschakelen op hernieuwbare energie, dan is er geen probleem meer met een economie die voortdurende groei nastreeft?

Achim Steiner: Ik geef enkel een voorbeeld van een transitie die mogelijk is én uiterst urgent. De overstap naar een niet-fossiel energiesysteem moet binnen onze generatie gebeuren, want anders laten we de volgende generatie zelfs niet meer de kans om keuzes te maken.

Maar je kan hetzelfde zeggen over het grondgebruik van de landbouw. We moeten anders omgaan met de biologische hulpbronnen die ons van voedsel voorzien en die de nationale welvaart onderbouwen. We geven nog te weinig aandacht aan de letterlijke waarde die vruchtbare grond, gezond voedsel, zuivere lucht en schoon water hebben voor onze economie en ontwikkeling.

Toch groeit het bewustzijn. Kijk naar het wereldwijde debat over insecten en bijen, als onontbeerlijke schakels in een natuurlijk proces van vruchtbaarheid. De Indiase milieueconoom Pavan Sukhdev stelde ooit dat we pas zullen beseffen hoeveel gratis dienstverlening de natuur levert zodra bijen in staat zijn om ons hun factuur te sturen voor het werk dat ze verrichten.

Het beloofde land

© Human Development Report

Hoe kunnen we menselijke ontwikkeling in evenwicht brengen met de mogelijkheden en de grenzen van het planetaire milieu? Daarvoor moet de wereld op zoek naar meer menselijke ontwikkeling met minder materiële voetafdruk, stelt het Human Development Report.

Steiner verwijst daarvoor ook naar een grafiek in het rapport: ‘Er zijn landen die een minimale afdruk op de planeet achterlaten, en er zijn landen met een welvarende bevolking. Maar geen enkele natie ter wereld zit in beide kampen.'

'We hebben dus een “leeg kader”. Dit onbetreden terrein toont aan dat geen enkele natie zich gedraagt op een manier waarbij vrijheid en kansen voor iedereen groeien zonder bij te dragen tot het onbewoonbaar maken van onze planeet. Dit lege kader is the next frontier: de menselijke ontwikkeling waar we in de 21ste eeuw naar moeten streven.’

***

Op 27 januari vond de Belgische presentatie van het HDR2020 plaats. Minister van Ontwikkelingssamenwerking Meryame Kitir, UNDP Administrator Achim Steiner, Human Development Office-directeur Pedro Conceição en KULeuven prof Environmental Politics Katja Biedenkopf gaven hun reactie op het rapport. Gie Goris was moderator. U kan de voorstelling hier herbekijken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3094   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur