Zo wordt oorlogstrauma's helen kinderspel

Een sprookje van 1001 bommen

© Charis Bastin

Amina Belôrf

Een woonkamer in de Noord-Syrische provincie Idlib. Vader en dochter kijken guitig in de camera. Ze lijken op iets te wachten.

‘Als deze valt, gaan we lachen’, zegt de vader. In de verte klinkt een oorverdovende ontploffing. Het geluid kruipt trillend de woonkamer binnen. Vader en dochter gieren het uit.

‘Moet je daar om lachen?’, vraagt vader semi-onwetend.
‘Ja, het is grappig!’, roept het meisje uit.

Het enige wat hier telt, is hoe een vader dit overleeft. En hoe een meisje blijft hangen in haar aanstekelijke lach. Met haar handje steunt ze op de schouder van haar vader. Ze is ervan overtuigd dat hij het ook grappig vindt. En dat vindt hij. Maar enkel voor haar. Enkel voor haar.

De lach als wapen

De mengeling van angst en liefde in de blik van de vader in het filmpje staat voor de rest van de dag op mijn netvlies gebrand.

Toen de vader later opgebeld werd door De Standaard, vertelde hij hoe hij zijn dochter probeerde gerust te stellen wanneer er vuurwerk werd afgeschoten. ‘Ze was angstig door de knallen, maar ik leerde haar dat het uit vermaak gebeurde. Zo zijn we erop gekomen om te lachen met elke afgeschoten vuurpijl.’

Nu gebruikt hij dezelfde truc wanneer de bommen vallen. Hij wil zijn dochter doen geloven dat het nog steeds om vuurwerk en soms ook om vliegtuigen gaat. ‘Ik probeer het grappig te maken. Lachen haalt de negativiteit en angst weg. Soms wordt het zelfs een spel.’

Wat deed u dit weekend? Ik leerde mijn nichtje fietsen in de tuin. Dat vonden wij spannend.

La vita è bella

De scène in Idlib doet denken aan Roberto Benigni’s prent La vita è bella. Die film schetst het portret van een joodse vader en zoon in de Tweede Wereldoorlog. Ze worden gedeporteerd naar een werkkamp wegens hun joodse afkomst.

Om zijn zoon te beschermen tegen de gruwel waarmee ze dagelijks geconfronteerd worden, maakt de vader in de film hem wijs dat in het kamp een wedstrijd aan de gang is. Bewakers zijn gemeen omdat ze graag zelf willen winnen, en geklaag over eten wordt niet in dank afgenomen. De prijs: een heuse tank.

Wat kan je doen wanneer je als ouder moet toekijken hoe angst je kind gijzelt?

Gevraagd naar de inspiratie voor de titel van dit ontroerende portret, vertelt Benigni over het dagboek van Trotski, de Russische revolutionair, vermoord door Stalins geheime dienst. ‘Het leven is mooi’, schreef Trotski voor hij om het leven werd gebracht. ‘Een clichématige uitspraak misschien, maar in zulke omstandigheden prachtig’, zegt Benigni daar over.

Zou niet elke vader dit doen? Elke vader zou dit doen. Maar het is hartverscheurend dat het moet plaatsvinden. Het vallen van de bommen. En het lachen om de bommen. Dat het geweld doordringt in nog zoveel meer woonkamers.

Wat kan je doen wanneer je als ouder in een oorlogssituatie met lede ogen moet toekijken hoe angst jou en je kind gijzelt? Hoe de tijd tergend traag vooruit gaat. Nog een jaar. En nog een jaar. En dat negen jaren lang.

Machteloos toekijken. Of zoals Abdullah: de lach bovenhalen. Van de realiteit een spel maken. In de hel het hart verwarmen.

Beschadigde generatie

Uit cijfers van de Verenigde Naties blijkt vandaag dat er driehonderd burgers om het leven kwamen sinds de recente bombardementen in het noordwesten van Syrië. Honderdduizenden lieten het leven sinds het begin van de oorlog in 2011. Miljoenen zijn op de vlucht. Ook het gezin van Abdullah en de driejarige Salwa. Door de luchtaanvallen kan ze niet naar school.

Het gezin verloor zijn huis, ontvluchtte de stad en kwam terecht in de flat van een vriend in Sarmada, vlak bij de Turkse grens. Ze zitten er als ratten in de val. Geen enkele mogelijkheid om de oorlogsgruwel te ontvluchten.

Zoveel gezinnen, zoveel kinderen in conflictgebieden, zoveel psychisch lijden. Uit het rapport Onzichtbare wonden van Save the Children (2017) blijkt dat kinderen uit Syrische oorlogsgebieden lijden aan ‘toxische stress’. Deze achtervolgt hen levenslang en heeft invloed op hun mentale en fysieke gezondheid.

Als er niet snel psychosociale bijstand wordt verleend, dreigt een hele generatie beschadigd te blijven.

Geïmporteerd verleden

Deze mensen wonen ook hier. Ze zijn onze buren, hun kinderen en kleinkinderen. De medeklasgenoten van onze schoolgaande jeugd. De collega op het werk. De man of vrouw naast ons in de bus. De chauffeur van de bus. De persoon voor ons in de rij aan de kassa in de winkel.

Trauma’s blijven op andere plaatsen ook verder bestaan. Wie verhuist, neemt bagage mee, importeert verleden naar het heden en leeft heden in het verleden. Geweld breekt alles dat zich overeind probeert te houden. Bommen krijg je nooit meer uit je lijf.

Abdullah, de vader uit het filmpje, probeert op zijn manier dit geïmporteerde verleden bij voorbaat te beperken: ‘Ik besliste om van deze nachtmerrie een spel te maken om te verhinderen dat Salwa getraumatiseerd raakt. Ik wil niet dat ze ziek wordt door angst.’

Geen kinderspel

Er zullen nog heel wat vaders met een rijke fantasie nodig zijn om de trauma’s van zovele kinderen te helen. Het zal er niet makkelijker op worden als deze mensen op de vlucht in Vlaanderen ook niet meer op kindergeld hoeven te rekenen.

Al vindt Abdullah daar beslist iets op:

‘We krijgen nog geen geld, lieve Salwa, we moeten eerst langs Start.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Maatschappelijk assistente

    Amina Belôrf (1990) is maatschappelijk assistente en columniste. Ze schrijft poëzie en proza en debuteert in maart 2020 met haar dichtbundel Zonder het licht te breken.