De maand van Tine Hens

Te laat bestaat niet als het over het klimaat gaat

© Brecht Goris

Tine Hens

Tine Hens hoorde het wel vaker deze zomer: ‘Wat als het te laat is?’ De verleiding is groot om bij al het beangstigende nieuws over het klimaat het hoofd te laten hangen en te prevelen ‘We’re doomed. Het is te laat.’ Als het gaat over klimaat bestaat te laat niet. Te traag, ja, te weinig, zeker, te aarzelend, absoluut. Maar te laat? Nee.

De maand van… is een nieuwe reeks MO*columns waarin een gastschrijver vier weken lang wekelijks een bijdrage levert over een maatschappelijk thema.

‘Weet je welke gedachte me soms niet loslaat?’

De diepe rimpels in zijn voorhoofd droegen de sporen van zijn bezorgdheid en de kringen onder zijn ogen verraadden slapeloze nachten. Met tien mensen zaten we in de tuin om te praten over mijn recente boek, Het is allemaal de schuld van de Chinezen. De man sprak me aan nog voor ik de tijd had om mee aan te schuiven.

‘Dat het allemaal voor niets is geweest’, ging hij verder. ‘De betogingen, de acties de we gevoerd hebben.’ Hij schraapte zijn keel, haalde diep adem, schudde zijn hoofd en leunde achterover. Zijn hele lichaam straalde verslagenheid uit. ‘Ik weet dat je het erover hebt in je boek, maar ik denk zo vaak, ik heb een goed leven gehad, maar welke wereld laat ik mijn kleinkinderen na? Wat…’, opnieuw haalde hij diep adem, alsof hij zichzelf moest oppompen om de gedachte die als een tornado door zijn hoofd raasde uit te spreken.

‘Wat als het te laat is?’

Ik heb het vaak gehoord deze zomer. De angst dat we het te ver lieten komen, dat de klimaatcrisis ontspoord is en nog amper op de rails te krijgen is, dat het leven op de planeet te snel verdwijnt om er nog iets aan te doen. Ook op sociale media zag ik de verzuchting regelmatig passeren. Eerder dan de uitstoot van broeikasgassen zo snel mogelijk tot nul te reduceren, moeten we ons aanpassen aan deze ongekende wereld die natter, droger, onzekerder, gevaarlijker en heter zal zijn.

Zeker na de publicatie van het eerste deel van het nieuwste IPCC-rapport, AR6, begin augustus, gingen tal van sterke schouders omlaag. Nog nauwkeurigere datasets bevestigden wat al langer berekend en voorspeld was. De zeespiegel stijgt, het ijs van gletsjers, op de polen en op Groenland smelt, in de oceanen razen mariene hittegolven met massale vissterfte tot gevolg en zogenaamd uitzonderlijk hevige weerfenomenen zullen steeds vaker opduiken. Er zit nu evenveel CO2 in de atmosfeer als 2 miljoen jaar geleden. De homo sapiens heeft nooit op een vergelijkbare planeet geleefd.

Er is geen magisch cijfer

De verleiding is groot om bij al dat nieuws het hoofd te laten hangen en te prevelen ‘We’re doomed. Het is te laat.’ Als het gaat over klimaat bestaat te laat niet. Te traag, ja, te weinig, zeker, te aarzelend, absoluut. Maar te laat? Nee.

Dat het te laat zou zijn, is waarschijnlijk het meest perfide en sinistere nepargument dat uit de koker is gekomen van de marketingafdelingen van fossiele bedrijven.

Er zijn geen magische cijfers of deadlines. De Canadese klimaatwetenschapster Katherine Hayhoe verwoordt het zo: ‘Twee graden, anderhalve graad, 350 ppm, nettonul zijn allemaal menselijke constructies, gebaseerd op wetenschappelijke bevindingen, maar het zijn geen absolute grenswaarden. De wereld vergaat niet als we ze overschrijden. Hij verandert wel drastisch. Met iedere fractie van een graad meer, worden grotere delen van de aarde minder bewoonbaar, verdwijnt er leven en sterven er mensen.’

Hoe sneller we doen wat nodig is, hoe kleiner het verlies. En omgekeerd. Hoe langer we met de voeten slepen, hoe groter de schade. We hebben er alles bij te winnen de uitstoot van broeikasgassen naar nul te brengen. Hoe snel, staat te lezen in de conclusies van het IPCC-rapport over 1,5 graad: een wereldwijde halvering tegen 2030 en een nuluitstoot tegen 2050. Voor westerse landen betekent dit in principe een nog striktere timing. Een daling van 70 procent tegen 2030 en nul tegen 2040.

Dat het te laat zou zijn, is waarschijnlijk het meest perfide en sinistere nepargument dat uit de koker is gekomen van de marketingafdelingen van fossiele bedrijven. Nadat ze eind jaren ’70 al alles wisten wat ze moesten weten over het effect van hun bedrijfsactiviteit op het klimaat en het leven op deze planeet, kozen ze vooral voor het eigen overleven en investeerden ze niet zo zeer in oplossingen als wel in twijfel zaaien en leugens verspreiden.

Demoraliseren

Het vijfde, laatste en meest recente stadium van klimaatontkenning, zo noemt Hayhoe de uitspraak dat het te laat is of zou zijn. Volgens haar is hij minstens zo kwalijk en schadelijk als die vier andere stadia. Die gaan van de regelrechte ontkenning van de klimaatcrisis – één — over de ontkenning dat de mens verantwoordelijk is – twee – naar ophemeling van de positieve effecten van de klimaatcrisis – drie – tot de verzuchting dat het te duur is – vier – met, tot slot, het jammeren dat het te laat is.

Het venijn van deze laatste schuilt hem in de totale demoralisering. Beweren dat het te laat is, maakt iedere actie zinloos, schuift de rekening af op de schouders van de meest kwetsbaren en al wie nog niet geboren is, terwijl het de wetenschap opzijschuift dat iedere halve graad telt.

De opwarming beperken tot globaal 1,5 graad is beter dan hem te laten ontsporen tot 2 graden. Maar zelfs als 2 graden ons ontglipt, is 2,1 beter dan 3. Waar het op neerkomt is dat hoe hoger de temperatuurstijging, hoe groter de sociale disruptie en ecologische instorting. Alleen al dat besef is een aanmoediging om te blijven ijveren voor wat nodig is.

Solastalgia

De enige keuze die we niet hebben is niets doen.

Dit betekent niet dat een mens geen pijn mag voelen om de werelden en diersoorten die nu al verdwijnen. Bossen die nog steeds plaats moeten maken voor koeien, auto’s of gebouwen. Vogels die niet zo lang geleden algemeen waren en nu amper te horen of te zien zijn. Koraalriffen die we ook bij 1,5 graad zullen verliezen. Gletsjers die van feeërieke, blauwe ijsgrotten verschrompelen tot een slijmspoor van steengruis.

Er is een woord voor dit soort verdriet. Solastalgia. Het is een verzamelnaam voor het diepe verlangen naar een landschap dat uitgewist is.

Maar rouwen om wat we verliezen of al verloren zijn, betekent niet dat het niet langer de moeite loont om meer verlies te voorkomen. Het is het grote verschil tussen solastalgia en beweren dat klimaatchaos onvermijdelijk is, dat iedere actie te weinig en te laat is en dat het beter is je terug te trekken en je aan te passen. Wat betekent dat trouwens voor mensen die zich niet kunnen terugtrekken en aanpassen, die nu al de hardste klappen van de klimaatcrisis te verduren krijgen?

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Klimaatverdriet is iets anders dan klimaatfatalisme. Rouwen is belangrijk, onze angsten benoemen is nodig, het is goed om te weten wat we dreigen te verliezen. Maar het is minstens zo belangrijk te weten dat we nog niet verloren zijn.

We hebben nog niet alle fossiele brandstoffen ontgonnen en opgestookt. We kunnen beslissen die in de grond te laten. We hebben zelfs nog niet het laaghangend fruit geplukt. Er is zo veel mogelijk.

We hebben altijd de keuze. De enige keuze die we niet hebben is niets doen. Er is geen moment waarop we kunnen zeggen: ‘Dit is het. Ik geef het op.’ Zo ver is het gekomen. Je kan dat een benauwende gedachte vinden. Maar het omgekeerde is waar. We leven in een tijd waarin iedere actie voor het klimaat, voor natuurherstel, voor zorg voor het leven om ons heen, de moeite waard is.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur