Teren op een gevoel van gemis

Morgen vieren ze in de Verenigde Staten hun grootste feestdag: Thanksgiving. De achtergrond van het gebeuren zou zijn dat men dankbaar was voor de goede oogst van het afgelopen jaar. Een dag waarop je expliciet dankbaar bent voor en stilstaat bij wat je hebt: het is een fenomeen dat van mij gerust naar hier mag overwaaien.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Hetzelfde kan ik niet zeggen over de dag na Thanksgiving: Black Friday. Het is een andere soort hoogdag: die van shoppers en commerciële belangen. Black Friday is traditioneel de grootste shoppingdag van het jaar in de VS. Misschien zag u al youtube video’s waarin een niets ontziende menigte die dag een winkel binnenstormt op het openingsuur, of waar een paar vrouwen op pantoffels vechten om de laatste afgeprijsde broodrooster.

Pijnlijke taferelen, niet alleen voor de mensen in kwestie, maar ook voor wij mensen als soort, denk ik dan. Maar terwijl ik dat oordeel vel, denk ik wat verder, en merk ik dat ik misschien een beetje te snel ben. Misschien vertrek ik te veel vanuit mijn eigen situatie.

Ik heb twee privileges die hier relevant zijn: ik heb voldoende geld om voor mezelf te kopen wat ik wil (ik spreek niet over auto’s of huizen maar over gangbare consumptiegoederen), én ik ben me op de een of andere manier bewust geworden van de mogelijke nefaste effecten van een grote consumptiedrang en van bodemprijzen op het milieu, arbeidsomstandigheden in lage loonlanden, enzovoort.

We zullen wel ongeveer allemaal reclame en koopjesgevoelig zijn - er zijn heel veel psychologische studies die aantonen hoe we er een hekel aan hebben iets te verliezen of te missen - maar lage prijzen worden natuurlijk interessanter naarmate je minder geld hebt. We hoeven zelfs niet te denken aan tijdelijke superacties. Er zijn meer en meer gewone winkels die het hele jaar dingen voor enorm weinig geld aanbieden. En het gaat niet enkel over goederen. Korte vluchten zijn een klassiek voorbeeld van een dienst die schandalig goedkoop is geworden.

Maar wat als heel China massaal aan de biefstuk gaat - terwijl je zeven kilogram graan nodig hebt om een kilogram rundvlees te produceren?

Dat is natuurlijk goed en aangenaam voor mensen met minder geld. Het is ergens mooi, en op zijn minst rechtvaardig dat ook zij dingen kunnen kopen die de meer gegoede bevolking kan kopen en die vroeger buiten hun bereik lagen. Dit geldt niet alleen voor een deel van de westerse bevolking, maar ook op een nog veel grotere, internationale schaal. In landen als India en China stijgt de gemiddelde levensstandaard en worden meer en meer producten beschikbaar tegen steeds lagere prijzen. Maar wat als heel China massaal aan de biefstuk gaat - terwijl je zeven kilogram graan nodig hebt om een kilogram rundvlees te produceren? Wat als heel India zich op de duur een Tata GenX auto kan permitteren - aan drie duizend dolllar de goedkoopste wagen ter wereld?

Het probleem is dat niets zo onduurzaam is als goedkoop. Misschien heeft ook u al spullen gekocht bij IKEA omdat ze zo goedkoop zijn. U had ze misschien niet nodig, u was niet zeker of ze pasten bij uw interieur, of de oude waren eigenlijk nog niet echt versleten, maar voor die paar euro’s kon u ze toch niet laten liggen?

Onderzoek zou aantonen dat 75% van de aankopen in discountkledingzaken als Primark ter plekke gebeurt binnen de drie seconden. Zorgwekkend, lijkt me dat. Natuurlijk kunnen vele producten een pak duurzamer worden geproduceerd dan nu gebeurt, maar geproduceerd moeten ze worden. Een absurd resultaat is dat meer en meer mensen ondertussen extra opslagruimte moeten huren voor de rommel die ze thuis niet meer kwijt kunnen.

Goedkoop klinkt rechtvaardig, maar is vijand nummer één van onze planeet.

Goedkoop klinkt rechtvaardig, maar is vijand nummer één van onze planeet. Iemand die een oplossing heeft voor dit dilemma, mag zich melden. Een verschuiving van de belastingen van arbeid naar consumptie en milieu is een mogelijkheid. Maar ergens blijf ik denken dat de eigenlijke oplossing dichter bij onszelf moet liggen. Misschien in een andere invulling van wat “genoeg” is.

Blinde consumptiedrang en koopjeszoekerij hebben wellicht ten dele psychologische en maatschappelijke oorzaken. We hebben niet genoeg zingeving in ons leven en proberen de leegte te bevolken op allerlei manieren. We hebben geen Grote Verhalen meer om in te geloven. Er is minder sociale cohesie. En ga zo maar door.

Dat zijn dingen waar we kunnen aan werken. Via educatie, via bezinning, via het opvangen van onze noden en behoeften op andere manier. Door het bouwen aan vriendschaps- en familiebanden, zinvolle arbeid, enzovoort. Maar een probleem is dat terwijl we het van die kant aanpakken, en onszelf minder afhankelijk willen maken van consumptie en kortstondige bevrediging, we daar een hele economie op gebouwd hebben, die ons net wél wil doen consumeren. Als u een kleine zelfstandige bent leest u dit artikel wellicht anders dan andere mensen.

Deze spreidstand wordt mooi gesymboliseerd in die twee dagen waarmee ik begonnen ben: Thanksgiving en Black Friday. De ene dag worden we verondersteld dankbaar te zijn voor wat we hebben. De dag erna stort de wereld zich in de grootste koopdag van het jaar. De ene dag moet ons doen voelen dat we tevreden mogen zijn en genoeg hebben. De daarop volgende dag wil de economie ons doen inzien dat we meer-meer-meer nodig hebben. Het zijn die economische belangen die al te vaak het laatste woord krijgen. Ik vrees dat het erg moeilijk is om aan die waarden van dankbaarheid en voldoening te werken zolang we een systeem hebben dat enkel kan bloeien wanneer het ons gevoel van gemis in stand kan houden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur