Terrorismedebat verdient correcte duiding

We schrijven de week na de afschuwelijke aanslagen in Parijs op Charlie Hebdo en op een Joodse supermarkt. Elke dag sijpelen nieuwe details binnen over de broers Kouachi, Coulibali en hun entourage. Wanneer het nieuws opduikt dat Coulibaly zijn wapens – en mogelijk die van de broers - in België zou hebben gekocht, krijgen we heel wat persvragen binnen. Dat is gebruikelijk na zo’n incident en het is ook goed dat media op zoek gaan naar duiding en achtergrond bij mensen die de materie kennen.

Het is niet alleen de rol van het Vredesinstituut om het publieke en politieke debat te informeren, het is ook intrinsiek belangrijk om op basis van correcte informatie te spreken en maatregelen uit te denken. Maar in de nasleep van een crisis is dergelijke duiding voor sommige media blijkbaar onvoldoende bevredigend of niet gewenst.

#Parisattacks

Mensen die met perswerking bezig zijn, zullen het proces wel herkennen.  Wanneer een vraag onze richting uitkomt, gaan wij  als team samen zitten. We vertrekken vanuit de stand van zaken, stellen vanuit onze expertise duidelijke bottom lines op en verdelen de taken. Zo ook over de kwestie van de ‘wapens van de #Parisattacks’:

  1. over de zaak zelf kunnen we niets zeggen, dat is politiewerk;
  2. ja, in Brussel kun je vrij goedkoop een oorlogswapen kopen, maar je moet de juiste connecties hebben in het criminele milieu;
  3. Brussel is geen uniek geval, ook in andere Europese steden bestaat een illegale wapenmarkt. Het gaat namelijk om een Europees probleem (in de Schengenzone gebeuren immers geen systematische grenscontroles);
  4. de zwarte markt bestaat niet enkel uit smokkel uit Oost-Europa, maar er is ook diefstal, zwartwassen, bricolage, etc.

We verfijnden die bottom lines en stroomlijnden nog een hoop achtergrond en cijfers.

Brussel als draaischijf?

Merk op dat ons verhaal vrij genuanceerd was. Het zou veel makkelijker (en aantrekkelijker) zijn om te roepen dat Brussel een unieke draaischijf voor illegale oorlogswapens is waar machinegeweren van het type kalashnikov maar voor het rapen liggen. Dat u en ik van de trein kunnen stappen in Brussel-Zuid en dat met een welgemikte knipoog in de nachtwinkel een raketlanceerder op de toonbank komt.  En dat terroristen ‘natuurlijk’ naar Brussel afzakken om hun gerief te kopen.

De zaak is echter genuanceerder en zo communiceerden wij er ook over. Het cijfer van tot 2 miljoen vuurwapens in ons land circuleert bijvoorbeeld vaak, maar is nergens op gebaseerd. We weten wél dat de politie de voorbije jaren gemiddeld 5.700 vaststellingen van illegaal vuurwapenbezit deed en 150 tot 200 vaststellingen van illegale wapenhandel, en dat die cijfers vrij stabiel blijven. Let wel: dit gaat om vaststellingen van gevallen, niet om aantallen vuurwapens. Onderzoekers bij ons volgen het thema al jaren en hebben een stevig zicht op hoe een en ander werkt..

De waarheid geweld aan doen

Ik ben de laatste om de media telkens over de hekel te halen en met alle zonden van Israël te beladen. Journalisten moeten op korte tijd veel doen en de carrousel moet blijven draaien. In dit geval waren de meeste media – uit binnen- en buitenland - die ons contacteerden overigens relatief correct. De nuance werd gebracht en de context min of meer juist geschetst. Maar toch was er een frappante uitschieter die veel zegt over de berichtgeving die wij dagelijks consumeren. We namen enkele quotes op met een journalist die nog speciaal snel tot in onze kantoren was gekomen om het middagjournaal op TV te halen. Ik bracht zonder grote problemen ons verhaal over de illegale vuurwapenmarkt in ons land.

Het betreffende TV-nieuws bracht prominent het bericht over de mogelijke piste dat Coulibaly wapens kocht in ons land. Noch ons gesprek, noch de gegeven achtergrond kwamen echter aan bod. De nieuwslezeres wist enkel te melden: “Wat zeker is, is dat een deel van de wapens uit ons land komt en experts zeggen dat ons land een échte draaischijf is in die illegale wapenhandel”. Weg nuance ,weg context. Min of meer ‘de waarheid geweld aandoen’ eigenlijk, want bij de opnames bleek dat de journalist weinig tot niemand vond die over dit thema kon of wilde spreken. Was ik dan een van die experts?  Nee toch?

Intellectuele inspanning

Ik geef toe dat wij zelf proberen om via persberichten de aandacht te vestigen op ons onderzoek. En we kunnen ongetwijfeld nog heel wat bijleren over hoe ons verhaal beknopt, eenvoudig en aantrekkelijk te brengen. Maar zo net na mijn jaarlijks hoofdonderhoud doet een dergelijk gebrek aan journalistieke ernst toch pijn. Op zich is dit ene geval nu natuurlijk niet wereldschokkend. Maar als we dag na dag over gevoelige onderwerpen op een dergelijke manier berichten, debatteren en nadenken, is dat problematisch.

In het bredere debat over veiligheid, terrorisme en gewelddadig radicalisme is de nuance onontbeerlijk, zeker als we over beleidsmaatregelen nadenken. Dat is niet soft, dat is verstandig. En het vraagt inderdaad een intellectuele inspanning, ook al blijft de carrousel draaien.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Directeur Vlaams Vredesinstituut

    Tomas Baum leidt het Vredesinstituut, een onafhankelijke onderzoeks- en adviesinstelling die het Vlaams Parlement ondersteunt.