Test voor een toekomstgericht beleid

Elke dag leest Tine Hens samen met haar zoon van negen de krant. Het kost hen steeds minder tijd omdat Tine de dingen steeds moeilijker uitgelegd krijgt. Het zou de ideale test voor een toekomstgericht beleid. Verdedig wat u zegt en doet voor een zaal vol kinderen. Eerlijk, zonder te verhullen. En ontdek hoe hard u er daarna nog zelf achter staat.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Het begon bij een foto van een man die de heuvel afdaalt met een kind in zijn armen. ‘Moe van de reis’, fluisterde ik tegen het achterhoofd van het kind op mijn schoot. ‘En ’s ochtends was het eten op.’

Maar ik wist dat hij het ene detail gezien had dat alle onschuld uit deze foto sloeg. De rode vlekken op de witte doeken rond de knieën van de jongen. Dit kind was niet moe, het hing in de armen van zijn vader omdat het niet meer kon stappen. Zijn benen hingen nog wel aan zijn lijf maar werkten niet meer. Mijn zoon wees er niet naar, hij vroeg er niet naar, hij draaide het blad om, gleed van mijn schoot en verschanste zich achter zijn toren van Lego.

‘Niet schieten, niet schieten’, had de vader nog geroepen, maar de grenswacht had het geweer al geschouderd en de trekker overgehaald.

Hoe leg je uit dat de grenspolitie van een land dat wij veilig noemen groepjes vluchtelingen onder vuur neemt? Niet met rubberen kogels, niet met losse flodders, niet met de kunststof projectielen van de Antwerpse politie, maar met echte kogels. ‘Niet schieten, niet schieten’, had de vader nog geroepen, maar de grenswacht had het geweer al geschouderd en de trekker overgehaald. Om hem heen stortten acht van zijn medereizigers neer. Dood. Wat ze ontvlucht waren in hun dorp, had hen ingehaald op wat het voorlopige eindpunt van hun tocht had moeten zijn.

De vader mocht nog van geluk spreken. Het kind aan zijn hand had hem gered. Ook hier waren regels van kracht. Kinderen doodde men niet, men takelde ze hoogstens een beetje toe. De kapotgeschoten knieschijven die ze hem nalieten, golden als een sterk afradend signaal. Hij mocht het hen niet kwalijk nemen. Hij was nu een symbool geworden. Turkije moest wat met de spierballen rollen om de deal met Europa erdoor te duwen. De zestien neergeschoten vluchtelingen waren de collateral damage van de internationale politiek.

Wekelijks opent de grenspolitie aan de Turkse grens het vuur op mensen die hun bezittingen op de rug bonden en de onmenselijkheid in eigen stad en straat ontvluchtten. Er zijn beelden van. Maar het is niet significant. Het is al lang niet meer significant. Turkije is een veilig land. Dat is de droom die we voor werkelijkheid moeten nemen willen we onze Europese waarden beschermen tegen een te grote toevloed van voornamelijk jonge mannen uit vreemde landen.

Hotspots is de technische term die de wrede werkelijkheid achter deze mensenzoo verhult. Wie erin geraakt, geraakt er niet zo maar uit.

Hoe leg je uit dat vluchtelingenkinderen in Griekenland hun dunne polsen door traliehek wurmen voor een stuk brood en dat we dit opvangcentra noemen? Hotspots is de technische term die de wrede werkelijkheid achter deze mensenzoo verhult. Wie erin geraakt, geraakt er niet zo maar uit. Van de 160.000 mensen die – zoals dat zo mooi heet – ‘verdeeld moesten worden over het continent’ – zijn er welgeteld 937 doorgereisd.

Griekenland is een menselijke trechter geworden. Vluchtelingen spoelen eraan, worden geregistreerd of verdwijnen gewoon. Het zijn beelden die nare herinneringen oproepen, herinneringen waarvan we plechtig en herhaaldelijk beloofd hebben dat we ze nooit, nooit meer zouden toelaten. Niet in dit Europa. Met z’n hymne over vrede en broederschap. Maar vergeten is een beter glijmiddel voor geluk dan herinneren. Vergeten is de menselijke eigenschap waar politici steeds vaker op rekenen. Dat we het wel zullen vergeten. Wat ze allemaal zeiden en lieten bestuderen, maar nooit deden.

Hoe leg je uit dat een minister beweert dat we allemaal boven onze stand leven, dat we drie miljard nodig hebben om onze welvaart te behouden en dat we die drie miljard met z’n allen bij elkaar moeten schrapen, schouder aan schouders, solidair, terwijl een andere minister zonder verpinken 9,2 miljard opeist om gevechtsvliegtuigen met nucleaire capaciteit aan te kopen? Niet om die capaciteit daadwerkelijk te gebruiken, zo gek mag het nu ook weer niet worden, maar wel als afschrikmiddel voor de zot die wel dreigt om op de rode knop te drukken.

Wie vrede wil, moet zich bewapenen. Het is een illusie die al jaren de oorlog in stand houdt.

Wie vrede wil, moet zich bewapenen. Het is een illusie die al jaren de oorlog in stand houdt. Eén F35 kost evenveel als 12 rusthuizen, 156 parken, 1 ziekenhuis, 47 scholen of 12.145 speeltuinen ‘Wat is boven je stand leven?’, had mijn zoon nog maar net gevraagd. ‘Dingen kopen die je nooit gebruikt’, had ik geantwoord.

Hoe leg je uit dat een staatssecretaris komt vertellen dat het ergste van de asielcrisis achter de rug is terwijl de UNHCR niet veel later melding maakt van wat waarschijnlijk ‘een van de ergste tragedies met vluchtelingen en migranten in de twaalf maanden’ is? De staatssecretaris heeft een statistiek om zijn punt te bewijzen, de lijn loopt duidelijk omlaag, wat vooral betekent dat mensen op de vlucht niet meer tot hier geraken. Omdat de hekken die opgetrokken werden te moeilijk te overbruggen zijn of omdat hun gammele bootjes kapseizen. Iets waar we ons de voorbije maanden maar beter op kunnen voorbereiden, want nu de dagen langer worden, ligt de route tussen Libië en Italië weer open.

Van de naar schatting vijfhonderd mensen die op 20 april verdronken, zijn voorlopig geen beelden en dus halen ze de krant niet. Wat we niet zwart op wit kunnen bewijzen, schrijven we niet. Of moet je werkelijk alles geloven wat een verwilderde Somaliër met een reddingsvest om het magere lijf in paniek tegen een camera roept? Dat hij zijn vrouw op zee heeft verloren. Natuurlijk is dat erg en pijnlijk en dramatisch. Het lijkt zelfs geloofwaardig, maar moeten we niet vooral waakzaam blijven? Iedereen kan ten slotte zeggen dat hij van alles gezien heeft of de zaken groter maken dan ze zijn. Straks zien we nog overal dansende moslims of jodelende Joden. Nieuws brengen, is niet hetzelfde als Twitter integraal afdrukken, toch?

Soms zijn er dingen die ik wel uitgelegd krijg, met gemak zelfs. Zo is er de man die zijn tuin openstelt voor vluchtelingen. Iedere ochtend ontvangt hij hen met een kop koffie en deelt hij spades, harken en schoffels uit. Ze herleven even door hun vingers in de mulle aarde te duwen, door zaden in de kuiltjes te mikken. Of er is de negentigjarige vrouw in Griekenland die iedere dag broodjes en soep uitdeelt aan al die vreemdelingen die door de straten van haar dorp dolen.

Ze heeft de oorlog nog meegemaakt en als die haar een ding heeft geleerd dan wel dat je iemand in nood helpt.

Ze heeft de oorlog nog meegemaakt en als die haar een ding heeft geleerd dan wel dat je iemand in nood helpt. ‘Je weet nooit wanneer je zelf hulp nodig hebt’, vertelde ze de journalist die haar vroeg of het niet erg naïef was wat ze daar deed. En hoe realistisch het was om zo maar soep uit te delen aan vluchtelingen? Of ze niet vreesde dat haar soep met brood nog meer mensen zou aantrekken? Onderschatte ze niet het aanzuigeffect van haar soeppot? ‘Als de hele wereld naar hier reist voor mijn soep, dan denk ik dat dat een compliment is.’ Natuurlijk wist ze dat het naïef klonk, maar soms heeft het geen zin het tegendeel te bewijzen.

Het is makkelijk om hier cynisch over te doen, om erop te wijzen dat al die druppels op hete platen toch niets uithalen, dat de realiteit een pak complexer is dan wat tuinierende vluchtelingen, dat er een groter plan nodig is en dat politiek geen kinderzaak is. Toch raad ik politici ten stelligste aan het eens te proberen. Leg je beleid uit aan een kind van negen, vertel hem wat u doet en waarom dat volgens u zo moet. Je kan beweren dat dat niet altijd mogelijk is, maar misschien zegt dat wel meer over uw beleid dan over het bevattingsvermogen van een kind.

Ik denk dat het een toetssteen is voor een toekomstgericht beleid. Je kan jezelf op de borst kloppen en verschansen achter beweringen dat er geen alternatieven zijn, dat men soms harde keuzes moet maken, dat je al eens een bom moet droppen om de vrede te versnellen, maar probeer al deze redeneringen en argumenten eens aan een kind uit te leggen. Je zal snel merken hoe stevig je vernuftig geconstrueerde communicatie overeind blijft.

Ja, misschien moeten we dat maar eens invoeren als beleidstoets voor een toekomstgericht beleid. Verdedig wat u zegt en doet voor een zaal vol kinderen. Eerlijk, zonder te verhullen. Leg het uit. En ontdek hoe hard u er daarna nog zelf achter staat. Of erin gelooft.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift