Bie Vancraeynests raadgevingen aan jongeren

Tienmaal goede raad voor de verse activist

© Brecht Goris

Bie Vancraeynest

Als ik op het einde van de dag ga zitten, gaat dat tegenwoordig gepaard met een zacht gekreun. Iemand vertelde mij ooit dat dat het ultieme teken is dat je niet meer jong bent. Je vindt geen kind dat zich zuchtend neervlijt.

Er zijn nog meer tekenen die een nieuwe demografische categorie afbakenen. Als de jongerenorganisatie waar je vijftien jaar actief was je nog eens van onder het stof haalt om een klankbord te zijn voor “de jongeren”. Globelink nodigt voor zijn eindejaarsconferentie een reeks jongeren uit die aan het einde zitten van hun middelbare schoolcarrière en die zich het voorbije jaar onledig hebben gemaakt met het voeren van actie. Thema’s als gender, klimaat en migratie waren de aanleiding om soms luidkeels op straat te komen. Zoals het hoort, komen zij eerst aan het woord en mag ik nadien mijn zegje doen. Het enthousiasme is groot. Voorlopig houden zij nog geen kater over aan de Klimaatmars waarin zij vrolijk hebben opgestapt en die nougabollen heeft opgeleverd.

Het enthousiasme is groot. Voorlopig houden zij nog geen kater over aan de Klimaatmars waarin zij vrolijk hebben opgestapt en die nougabollen heeft opgeleverd.

In mijn persoonlijke archief zoek en vind ik een foto van mezelf in actiemodus. in 2001 werd die genomen door de hoofdredacteur van dit medium. Ik herinner me dat ik er was op die manifestatie, maar weet niet meer zo goed wat er zich toen in mijn hoofd afspeelde. Alleen dat ik graag wilde horen bij de mensen die zich niet zomaar neerleggen bij de gang van zaken.

Ter voorbereiding van het Globelink-evenement denk ik na over wat ik wil meegeven aan een nieuwe generatie die geen idee heeft van wat een World Social Forum ooit is geweest. Die het in Keulen horen donderen bij termen als Andersglobalisme en Indignados. Die niet weten dat er ooit tenten hebben gestaan op Wall Street.

De “jonge mensen”, die hebben wel iets met lijstjes dus ik tracht mijn raadgevingen tot een tiental slagzinnen te beperken. Haalden de top tien net niet, maar wil ik evenmin toch meegeven: ‘wees genereus, ook met je eigen portemonnee’, ‘wat je doet voor mij zonder mij is tegen mij’, ‘slaap genoeg’ en ‘investeer in een goeie regenjas’.

Maar toch vooral onderstaande boodschappen:

  1. De wereld ligt wel degelijk aan jullie voeten.
    Laat je niets wijsmaken. De wereld is maakbaar en kan heruitgevonden worden. Wir schaffen das wel degelijk.
  2. Het tijdperk van al die mannen die nu de plak zwaaien, dat van die licht kalende mannen van middelbare leeftijd in uitwisselbare maatpakken, dat is eigenlijk al voorbij. Ze spartelen nog, rond een debattafel op zondagmorgen in De Zevende Dag. Of in die krant die jij al lang niet meer leest, maar de toekomst is wel degelijk queer, kleurrijk en knisperig.
  3. Goed omringd is ’t leven best draaglijk.
    Kies je compagnons de route goed en ga op zoek naar zij die ook gelukkig worden van de strijd. Het is belangrijk om te leren goeie coalities te sluiten en de juiste medestanders te vinden.
  4. Er is meer dan één manier om de dingen aan te pakken.
    Er valt van iedereen iets te leren. Er zijn meerdere manieren om je uit te drukken, voor jezelf op te komen, om dingen te veranderen. Ik heb geleerd dat voorbij het oordeel, de echte ontmoeting ligt. Ik begrijp dat veel mensen afknappen op liefdadigheid maar ik snap wel dat het iets is waar mensen op terugvallen. Soms hebben mensen een vorm van caritas nodig om aan iets te beginnen. Ze hebben nood aan een concrete, zichtbare actie, met een tastbaar resultaat.
    De voorbije zondag was ik in Duinkerke met de vzw Humain. Vaak ga ik mee om maaltijden uit te delen. Nu trok ik als researcher de “jungle” in. Ik weet dat de research nodig is voor lobbywerk en dat dat deel uitmaakt van een langetermijnstrategie. En toch vind ik het moeilijk om met lege handen een gesprek aan te gaan. ‘Wat heb ik aan jou’ hoor ik de mensen denken. Sommige mensen denken het luidop.
    Mensen willen geven, maar ook zien waar hun gift belandt. Er zijn grassroots-initiatieven die een andere organisatie-logica hanteren dan de klassieke middenveld-organisaties. Die laatste lijken soms te denken dat actievoeren niet aan iedereen besteed is, maar vaak is het vooral de strategie die verschilt.
  5. De interessante dingen, daar moet je soms je tijd voor nemen.
  6. Gevoel voor humor is belangrijk maar vermijd ludieke acties, tenzij het heel erg goeie zijn. Ik zou ter illustratie een bloemlezing kunnen geven van ludieke acties waar mijn tenen van krullen. Het is allicht een kwestie van persoonlijke smaak.
  7. Teveel bezitten, bezwaart.
    Er schuilt geen troost in het conformisme, dat lijkt alleen maar zo. Misschien is dit de moeilijkste. Samen dingen doen met mensen, daar kruipt tijd in. In je gras afrijden op zondag ook. Wie een klein huis koopt, heeft het snel opgeruimd en kan zich met andere dingen bezighouden.
  8. Mensen die veel dingen hebben en die willen houden zullen je uitdagen: ‘Jamaar, je bent tegen iets, maar wat stel je dan voor als oplossing? Je kan maar beter een standaardantwoord hebben voor dergelijke dooddoeners. Ik grasduin voor die debatfiches wel eens vaker in het lijstje ‘An Occupy Writers Update: 13 Observations by Lemony Snicket & More’. Een heerlijke lijst van observaties over protest waarvan er eentje heel erg van toepassing is: “It is not always the job of people shouting outside impressive buildings to solve problems. It is often the job of the people inside, who have paper, pens, desks, and an impressive view.”
    Je hoeft niet per se een alternatief te hebben om ergens tegen te strijden. Je mag het ook gewoon ergens niet mee eens zijn.
  9. Koester mislukking en een kort geheugen.
    Niet alles lukt onmiddellijk. Niet alles lukt onmiddellijk. Onlangs nog stond de politie en een boze eigenaar aan de deur van een vers kraakpand waar mensen op de vlucht dachten de winter te kunnen doorbrengen. Weken voorbereiding in tien minuten van tafel geveegd. Dat betekent allicht opnieuw beginnen. Het is niet erg als het mislukt. Soms zijn de geesten niet rijp, of zit de logistiek tegen. Voor het welslagen van sommige acties, heb je gewoon een portie geluk nodig.
  10. Tot slot. Veeg je voeten aan goeie raad van oudere generaties. Het is niet dat zij het zoveel beter hebben gedaan. Er zijn oude strijders die fris blijven en niet vervallen in klassieke formules. Maar er zijn ook oude zeurkousen waar je je vooral net niet teveel moet van aantrekken.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Projectmedewerker bij Demos vzw

    Bie Vancraeynest was de coordinator van kunstenfestival  Enter Brussel 2018 en gaat vanaf 1 september aan de slag bij Vzw Toestand, een organisatie die leegstaande of vergeten gebouwen reactiv