Verandering is wél mogelijk

Columnist Bleri Lleshi protesteert tegen gelatenheid en het ongeloof in verandering. ‘We kunnen iets, veel zelfs, veranderen. We moeten alleen onze stem laten horen, in beweging komen, de huidige status quo in vraag stellen, en alternatieven mogelijk maken.’

  • © Brecht Goris ‘Ongeloof in mogelijke verandering zit heel diep. Bij momenten lijkt alsof we hiermee worden geboren. Zelfs tijdens onze jonge en rebelse jaren geloven we niet dat er iets kan veranderen.’ © Brecht Goris

Tijdens een gesprek met een meisje dat ik begeleid als jongerencoach, hebben we het over onrecht. Een thema dat leeft bij tieners. Ik vraag haar welke vormen van onrecht haar raken.

‘Dat mijn moeder hard werkt en we toch nog steeds weinig geld hebben.’ Ze vermijdt bewust het woord armoede. Dat zij en haar gezin in armoede zitten, krijgt ze niet over haar lippen. Daarvoor is ze te trots. Maar ook het feit dat Brusselse jongeren en moslims altijd negatief voorgesteld worden, vindt ze onrechtvaardig. Middenin haar uitleg, vraagt ze me uit het niets: ‘Wat verontwaardigt jou?’

62 superrijken

Ik moest even nadenken want er is zoveel in de wereld dat mij verontwaardigt. Er schoot van alles door mijn hoofd: van alleenstaande moeders in armoede tot mensen zonder papieren op straat, maar uiteindelijk koos ik voor de 62 mensen die momenteel evenveel bezitten als de helft van de wereldbevolking. Het feit dat we dit tolereren alsof er niets aan de hand is, maakt mijn verontwaardiging alleen maar groter.

‘Hoe doen zij dat?’ vroeg ze oprecht over de 62 superrijken. ‘En wat is daar mis mee? Die mensen werken misschien hard’, voegde ze er nog aan toe.

Het feit dat we tolereren dat 62 mensen evenveel bezitten als de helft van de wereldbevolking, maakt mijn verontwaardiging alleen maar groter.

In mijn hoofd begon ik haar leerkrachten verwijten te maken dat ze hun leerlingen veel te weinig bewust en kritisch maken over dit soort zaken. Maar misschien had een van die leerkrachten dat wél gedaan, maar had ze niet opgelet tijdens de lessen? Intussen wachtte ze op mijn antwoord.

‘Hoe ze zo rijk worden? Door mensen uit te buiten’, wordt mijn antwoord en ik begin te vertellen over de honderden miljoenen mensen die twaalf uur per dag werken en minder dan twee dollar per dag verdienen.

Ik zei dat 170 miljoen kinderen geen andere keuze hebben dan hard werken. Doordat ze werken kunnen ze geen onderwijs genieten en daardoor zullen ze waarschijnlijk de rest van hun leven in dezelfde armoede leven als hun ouders.

Ik trachtte uit te leggen hoe multinationals te werk gaan. Ik sprak over de kledingindustrie en gsm’s. Ze onderbrak me door te zeggen dat ze al beelden had gezien van hoe kinderen kleren maken in Azië en ze vond dat heel erg. Behalve kinderen en arbeiders buiten deze multinationals en rijke elites ook hele staten uit, vertelde ik haar.

‘We kunnen niets veranderen’

‘Waarom laten de politici dat toe?’, vroeg ze lichtjes verontwaardigd. ‘Omdat ze niet anders kunnen of omdat ze het beleid voeren dat de rijke elite hen voorschrijft.’ Ik gaf het voorbeeld van Apple dat megawinsten maakt waarop het aan tientallen miljarden belastingen zou moeten betalen. Maar Apple vindt samen met andere multinationals uitwegen om weinig, soms zelfs geen, belastingen te betalen. Het geld van de belastingen hebben de staten hard nodig om te investeren in scholen of armoedebestrijding.

Intussen kwamen twee van haar vriendinnen erbij zitten. ‘Meneer dat kan hen niet schelen’, zei een van de meisjes over de politici en superrijken. ‘Oui, t’as bien dit’, reageren de twee anderen en die geven haar een high five. ‘Dat klopt, maar wat doe je daar tegen?’, vraag ik.

Zelfs mensen die kritisch en goed geïnformeerd zijn, zijn moedeloos geworden.

‘We kunnen niets doen. Zij hebben de macht. Die gaan toch niet luisteren naar ons. We kunnen niets veranderen.’ Zo gaat het maar door. Ze beginnen door elkaar te spreken. Je zou kunnen denken dat het “maar” jongeren zijn. Eens ze volwassen worden, zullen ze beter weten. Ik wou dat het waar was.

Ik geef wekelijks minstens twee à drie lezingen. Diezelfde zinnen heb ik al zo vaak moeten horen. ‘Ja, heel interessant wat je vertelt en belangrijk om te weten, maar we gaan toch niets kunnen veranderen’, is een van die dooddoeners. Zelfs mensen die kritisch en goed geïnformeerd zijn, hebben soms hun hoop verloren en zijn moedeloos geworden.

Ongeloof in mogelijke verandering zit heel diep. Bij momenten lijkt alsof we hiermee worden geboren. Zelfs tijdens onze jonge en rebelse jaren geloven we niet dat er iets kan veranderen.

Er heerst veel moedeloosheid in onze samenleving en een van de voornaamste redenen hiervoor is het falen van de politiek. Er zijn steeds minder mensen die interesse tonen in politiek. Jongeren en velen onder ons begrijpen er bitter weinig van. Dit heeft te maken met het feit dat de politiek nog weinig mensen doet geloven dat verandering echt mogelijk is. Politici begeesteren niet. Erger zelfs, ze staan in de eerste rij om meer angst te pompen in de samenleving.

Ze roepen dat we in oorlog en noodtoestanden zitten. In Brussel zijn we niveau drie al heel snel doodgewoon gaan vinden en zonder de handelaars en bedrijven zouden we op terreurniveau vier zitten en iedereen zou dat aanvaarden. Rechten en vrijheden worden ons dagelijks ontnomen in naam van onze veiligheid. Het maakt niet uit waar de politici mee afkomen, we keuren het goed.

IJsland

Gelukkig is het niet overal zo. IJsland werd in 2008 hard getroffen door de financiële crisis. De IJslanders voerden druk uit op de politiek zodat de verantwoordelijken voor die crisis voor de rechter kwamen. Bij het lek in het kader van de Panama Papers, dat aantoont hoe rijke mensen hun rijkdom oppotten in exotische oorden om geen belastingen te betalen, passeerde ook de naam van de premier van IJsland.

Nogmaals lieten de IJslanders het goede voorbeeld zien. Massaal kwamen ze op straat tot hij ontslag nam. Een betoger vatte het samen: ‘Ik geloof dat als mensen samenkomen ze in staat zijn tot grote politieke verandering.’

Laat dit de boodschap zijn die we meegeven aan jongeren en zoveel mogelijk burgers. Velen onder hen geven al het voorbeeld. Zoals het groepje scholieren dat ontbijt klaarmaakt voor asielzoekers die aanschuiven aan de poorten van Dienst Vreemdelingenzaken. Of jonge artiesten die met andere jongeren uit de wijk een nieuw cultureel centrum lanceren.

Of jongerencentrum Toestand dat ten strijde trekt tegen leegstand en manieren zoekt om jongeren en buurtbewoners in sociaal-artistieke projecten te laten participeren. Of studenten van Averroes in Schaarbeek die leerlingen met migratieachtergrond bijlessen geven en nieuwe methodes trachten te ontwikkelen zodat deze leerlingen zelfstandig leren.

De lijst is lang. Deze mensen delen de overtuiging dat verandering wel mogelijk is en laten het zelfs in de praktijk zien.

We kunnen iets, veel zelfs, veranderen. We moeten alleen onze stem laten horen, in beweging komen, de huidige status quo in vraag stellen, alternatieven samen mogelijk maken. Van lokaal tot internationaal.

Bleri Lleshi is politiek filosoof en auteur van o.a ‘De neoliberale strafstaat’, EPO, 2014. Onlangs verscheen zijn nieuw boek ‘Liefde in tijden van angst’. Zijn blog vind je hier en je kan hem volgen op Facebook en Twitter.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Filosoof, politicoloog & auteur

    Bleri Lleshi is filosoof, politicoloog en documentairemaker en heeft verschillende boeken geschreven, waaronder De neoliberale strafstaat (2014), Liefde in tijden van angst (