Over de naweeën van een pijnlijke stembusronde

Verdeel en heers

© Brecht Goris

Bieke Purnelle

Ik onderga de naweeën van een pijnlijke stembusronde, die min of meer het verwachte resultaat opleverde, maar dan erger. Voor wie afstand kan nemen zijn de nagesprekken misschien vrij vermakelijk in hun voorspelbaarheid. Want wie had dat nu niet zien aankomen, zeg? (antwoord: iedereen behalve die naïeve poco’s in hun ivoren torens en die wereldvreemde politici). Zo gaat het meestal: plots heeft iedereen het zien aankomen, heeft iedereen het voorspeld, is iedereen een begenadigd socioloog en politicoloog.

Ook steevast van de partij na winst voor extreemrechts: ‘de kiezer heeft altijd gelijk’ en ‘we moeten beter naar die mensen luisteren’, en nog iets vaags over een signaal.

Deze keer kwam daar de schuldvraag bij. Wiens schuld het was, werd onderwerp van uitvoerig debat.

Mijn eigen stem moest niet gehoord, begrepen, geduid, geïnterpreteerd worden. Niemand leek zich af te vragen waarom ik voor deze of gene had gestemd, en of ik al dan niet wist wat ik deed. Terecht: ik was geheel bij zinnen toen ik bolletjes rood kleurde. Ik had programma’s doorgenomen, kranten gelezen en nu en dan zelfs zuchtend een tenenkrommend debat aanhoord. Maar dat deed er niet toe. Alle aandacht ging naar de beweegredenen van de 18 %.

Luisteren moesten we alleen naar de luidste roepers, een vrij recente en zorgwekkende tendens. Het signaal van mensen die onnozelheden en flagrante leugens geloven en herhalen was belangrijker dan alle andere denkbare signalen.

We moesten niet luisteren naar wie de daver op het lijf kreeg van slogans als ‘onze mensen eerst’ (en wij dus laatst) of de haatdragende meme’s van een fils à papa die vrouwen aan de haard wenst, homoseksualiteit abnormaal en verkrachting normaal vindt en iedereen die een spatje niet-arisch bloed in z’n aderen heeft ver weg van hier wenst, en daar desnoods geweld voor inzet. We moesten evenmin luisteren naar de mensen die al eens een klimaatrapport lezen en daar ‘s nachts zwetend van wakker worden.

Luisteren moesten we alleen naar de luidste roepers, een vrij recente en zorgwekkende tendens. Het signaal van mensen die onnozelheden en flagrante leugens geloven en herhalen was belangrijker dan alle andere denkbare signalen. Zowat iedereen, van uiterst links tot in het centrum, had gedwaald, veronachtzaamd, niet gezien, niet gehoord dat 18% van hun medemensen boos waren omdat politieke partijen hen hadden wijsgemaakt dat al ons belastinggeld naar de migranten gaat. Die krijgen namelijk meteen een huis (en een resem andere voordelen waar ze nooit een poot voor hoefden uit te steken). Terwijl zij zich “kromwerken”, dedju.

Dat de mensen die ze zo graag verwensen zich dagelijks kromwerken in onze ziekenhuizen, koerierbedrijven en poetsdiensten, voor een hongerloon bovendien … niemand die de moeite nam om het hen te vertellen. Ergernis over jongeren met blikjes op straat of zwarte, en zelfs donkerzwarte mensen op de markt primeerde, in gemeenten waar de politie al blij is als er eens iemand met z’n zatte kop de gracht in rijdt of er een huiselijk geschil te beslechten valt, kwestie van niet in te dommelen van verveling.

Hoe kon het gebeuren dat mensen in vredige oorden als Hulshout of Bavikhove hun stem te gaven aan een stelletje witgewassen fascisten?

Het boetekleed was een all sizes-modelletje: het paste zowel de politici met hun nietszeggende en onbevlogen praatjes als de groene bakfietser op Veja’s in de hippe koffiebar. Ik noteerde wie er allemaal boter op het hoofd had, kwestie van de priemende vinger bijtijds in de juiste richting te wijzen.

De elite moest uiteraard in de hoek. Wie daar nu precies bijhoorde, bij die elite, werd evenwel niet duidelijk. Moesten we boos zijn op de politieke elite, even rijk aan visie en branie als de platgereden duif aan het eind van onze straat? Dienden we onze toorn te richten tot de financiële elite, ook wel eens grootkapitaal of wat genoegzamer “graaiers” genoemd, die het doolhof aan fiscale achterpoortjes beter kennen dan wij onze broekzak? Of waren het toch die groene bobo’s geweest, die naïeve klimaatfundi’s met hun passiefwoningen vol zonnepanelen, op hun belachelijke bakfietsen, die latte’s slurpen van organische koffiebonen uit een of ander Colombiaanse coöperatieve?

Alsof ik nog niet vertwijfeld genoeg was, werden ook nog de stedelijke cosmopolieten, de culturo’s en de intellectuelen terloops vermeld, van die reiszieke ongedurigaards die de hele wereld hebben gezien en denken dat het leven een groot multiculti feest is waar iedereen samen couscous eet Kumbaya zingt, of die samentroepen in theaterzalen waar belachelijke voorstellingen worden opgevoerd waar geen normaal mens wat van snapt, of die thuis al eens over een stapeltjes diploma’s struikelen tijdens hun zeldzame wandeling van de schrijftafel naar de koelkast.

Alsof wij niet allemaal in onze bubbel vol gelijkgestemden leven, omdat het daar nu eenmaal comfortabeler is dan in de jungle van de concurrentiemaatschappij.

Al deze lieden hadden zich blijkbaar verschanst in zelfgenoegzame bubbels en torentjes van ivoor, waar niemand binnenmocht en die zijzelf nooit ofte nimmer verlieten; teneinde zich niet per abuis te mengen met het zwakzinnige klootjesvolk onder onooglijke kerktorens die ons met deze ongewenste uitslag hadden opgezadeld.

Toen moesten de verbitterde CD&V’ers nog komen vertellen dat het de schuld van het ACV en de CM was. Marc Leemans in hoogst eigen persoon was medeverantwoordelijk voor de ruk naar ultra-rechts. Wie had dat gedacht?

Op dag 4 had ik er genoeg van en besloot ik te stoppen met lezen. De week van de karikatuur had lang genoeg geduurd. De onzin dwarrelde als fijn stof en graspollen in mijn geïrriteerde neusgaten. Alsof wij niet allemaal in onze bubbel vol gelijkgestemden leven, omdat het daar nu eenmaal comfortabeler is dan in de jungle van de concurrentiemaatschappij. Alsof de “hardwerkende” en nostalgische Vlaming onder de landelijke kerktoren niet evenzeer in een bubbel leeft als de Brusselse cosmopoliet. Alsof wij onze bubbel niet allemaal met regelmaat verlaten voor de bus, de familiale feestdis, de voetbalkantine of het personeelsfeest, waar het wemelt van andersdenkenden van divers allooi. Alsof die ontmoetingen ons van gedacht doen veranderen.

Hier zitten we dan, met z’n allen, collectief boos en schuldig te wezen, terwijl de echte en ongenaakbare elite, geweldig gebaat bij een verdeeld volk, hinnikend in z’n vuistje lacht.

De misnoegde hardwerkende Vlaming is vooral malcontent wanneer het mensen van kleur zijn die ergens wel bij varen.

Nog geen week na de verkiezingen bleek men alweer ettelijke miljoenen te vinden om uittredende politici te bedanken voor bewezen diensten. In Bavikhove of Hulshout trok het volk evenwel niet woedend en met brandende toortsen door de straten. Dat de Marokkaanse buurman van de schoonouders van de dochter met een BMW rondrijdt, blijkt voor velen lastiger te verteren dan de uitzinnige opstapvergoedingen, fiscale achterpoortjes en astronomische bedrijfsbonussen waar een verwaarloosbaar percentage van de bevolking mee weg komt.

De misnoegde hardwerkende Vlaming is vooral malcontent wanneer het mensen van kleur zijn die ergens wel bij varen. Dus stemt hij Ahmed met de uitkering weg, maar mag Fernand Huts kilometers zonnepanelen leggen met ons belastinggeld. Dus wil hij geen vluchtelingen opvangen, maar vindt hij het geen probleem dat er miljoenen aan publieke middelen worden gebruikt om ons te bestoken met verkiezingspropaganda.

Luisteren naar de besognes van mensen is op zich een prima idee, tenminste als het om alle besognes van alle mensen gaat. Niet alleen die van de Vlaming in de witte Westhoek die een schreeuwende foertstem uitbracht, maar ook die van de kinderen van migranten die na decennia burgerschap nog steeds niet als volwaardige burgers worden gezien. Niet alleen die van de burger die verknocht is aan z’n diesel en z’n houtkachel, maar ook die van de burger die bezorgd is om de luchtkwaliteit. Veel bezorgdheden lijken diametraal tegenover elkaar te staan, maar zijn niet per se onverzoenbaar, en in ieder geval minder onverzoenbaar dan verdelende politici en media doen uitschijnen.

De zorgen en noden van schijnbaar verschillende bevolkingsgroepen verzoenen, daar ligt een ferme uitdaging. Die vraagt om politici en partijen die de gemeenschap in al haar complexiteit en diversiteit centraal stellen, als een onwrikbaar feit, waarin iedereen evenwaardig is. Politici die een langetermijnvisie ontwikkelen en presenteren waar mensen echt beter van worden. Politici die ergens voor durven staan; die ideeën, hoe onpopulair ook, durven uitleggen, verdedigen en onderbouwen, in plaats van debatfiches af te dreunen en elkaar te tackelen, in plaats van mee te heulen met waanideeën.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Het vraagt om media die feiten, cijfers en visies onderzoeken en macht bevragen in plaats van de rode loper uit te rollen voor haat en exclusie; die goedkope clicks en likes opzijzetten om echte journalistiek te bedrijven.

Het vraagt van iedereen genoeg moed om nu en dan de hakken stevig in het zand te zetten. Tot hier en niet verder. Burgers zijn geen verwende peuters die je een ijslolly geeft in de hoop dat ze stoppen met jengelen. Wie eisen stelt die anderen benadelen, moet niet gewoon z’n zin krijgen, maar duidelijk horen waarom die eis onwenselijk en onredelijk is.

Naar beneden schoppen is een makkie; naar opzij schoppen is ook geen kunst. Durft er eigenlijk nog iemand gericht en gespierd naar boven schoppen, daar waar beslissingen vallen, keuzes worden gemaakt, strategieën worden bedacht en het kortetermijngewin primeert? Stel je voor dat we al onze woede en frustratie zouden richten tot de ware schuldigen van ons ongenoegen in plaats van tot elkaar. Stel je voor wat er dan allemaal mogelijk zou zijn.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift