De maand van Latifah Abdou

Waarom inclusie niet meteen over rechtvaardige inclusie gaat

© Konstantinakos Tsanakas

Latifah Abdou: 'Om echt plek te kunnen maken voor perspectieven uit de marge, om een echt inclusief beleid te voeren, moeten de dominante verhalen en structuren nu eenmaal worden gedeconstrueerd.'

Diversiteit en inclusie worden te vaak verkeerd geïnterpreteerd, zegt MO*columniste Latifah Abdou. ‘Een goed beleid is geen kwestie van allen samen rond een kampvuur te gaan zitten. Het is een kwestie van dat wat als de norm wordt beschouwd kritisch in vraag te kunnen stellen, zodat er plek wordt gemaakt voor perspectieven uit de marge van de samenleving.’

Ik ben mede-oprichter en één van de projectcoördinators van WeDecolonizeVUB, een studentenproject van het Universitair Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking (UCOS). Het project richt zich op dekolonialiteit (niet dekolonialisme, zie kader). Sinds ik hiermee begon in september 2020 leerde ik heel wat bij over diversiteit en inclusie. Daarmee bedoel ik: hoe fout die begrippen te vaak worden geïnterpreteerd.

Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen ‘kolonialisme’ en ‘dekolonialiteit’. Kolonialisme verwijst naar de historisch afgebakende periode van bezetting en kolonisering van landen in het globale zuiden door westerse landen.

Dekolonialiteit is een koepelbegrip dat verwijst naar machtsstructuren van ‘controle en overheersing’. Die kunnen ook voortduren nadat een koloniale periode is afgelopen.

WeDecolonizeVUB is een gemeenschap van geracialiseerde* studenten met het doel om kennis, visies, interesses en noden van geracialiseerde studenten een plaats te geven binnen én buiten de universiteit. Er worden onder meer evenementen georganiseerd en er is een dekoloniale bibliotheek.

Het bestuur bestaat uit geracialiseerde jongeren. Zij bepalen welke evenementen worden georganiseerd, welke socialmediacontent verschijnt en wat zich in de bibliotheek bevindt. Zij hebben eigenaarschap over dit project. Het doel is niet louter om mensen te informeren. Het doel is iets te creëren ‘voor ons en door ons’, zonder het doel om aan de mainstreamverwachtingen te voldoen.

Het doel is iets te creëren ‘voor ons en door ons’, zonder het doel om aan de mainstreamverwachtingen te voldoen.

Om dat te kunnen zijn veilige ruimtes belangrijk. Dat zijn ruimtes waar iemand kennis, verhalen en perspectieven kan vinden, delen en erkennen die niet vertegenwoordigd zijn in de brede samenleving.

Het is een plek die plaats maakt voor die verhalen en conversaties die niet of ondervertegenwoordigd zijn en waarvan de eigenheid bovendien wordt gevrijwaard. Het is een plek waar iemand zich niet moet aanpassen aan de context van de mainstream maatschappij, die nog steeds een vooral witte ruimte is.

De universiteit als instelling is een goed voorbeeld van zo’n witte ruimte. Doorgaans worden universiteiten beschouwd als kennishub voor westers geproduceerde kennis door mannen uit de elite. Dat is het dominante verhaal over het bestaan van de universiteit.

Wat amper geweten is, is dat de oudste universiteit zich in Fez in Marokko bevindt en opgericht werd door een vrouw. Toch wegen de mannelijke, westerse en elitaire basisstructuren vandaag het sterkst door. Zoiets vertaalde zich in een beperkter aandeel vrouwelijke of geracialiseerde professoren. En dan heb ik het nog niet over vrouwelijke professoren mét migratieachtergrond.

Het gevolg hiervan is dat andere perspectieven en visies geen plaats krijgen. Wie toch een andere visie uit, botst vaak op weerstand en conflict. Wie toch een andere visie uit, wordt al snel gedwongen zich aan te passen aan de bestaande structuren, wil die persoon overleven binnen de academische instelling. Alleen wil dat zeggen: zich aanpassen aan witte, mannelijke en elitaire structuren.

Vandaag wordt er nochtans veel gedaan en opgeroepen om meer vrouwen, geracialiseerde en queer personen, en personen met een beperking aan te trekken. Maar wordt er wel genoeg gedaan om de bestaande werking, gekende gewoontes en dominante structuren daar aan aan te passen?

Rechtvaardige inclusie bevindt zich in de marge

De inzichten van bell hooks (zie kader) vormen voor WeDecolonizeVUB een belangrijke leidraad. Zij was een bekende Amerikaanse auteur en activiste en schreef over wat rechtvaardige inclusie zou moeten inhouden.

De naam bell hooks is een pseudoniem van Gloria Jean Watkins. Ze koos de naam om haar vrouwelijke voorouders te eren, en leende de naam van haar grootmoeder. De hoofdletters liet ze bewust achterwege, enerzijds om zich van haar grootmoeder te onderscheiden, anderzijds als vorm van protest voor het ego dat aan een auteursnaam vast hangt.

In haar boek Feminist Theory: From Margin to Center uit 1984 opent hooks met een kritische benadering van Feminine Mystique, hét feministisch standaardwerk van Betty Friednan dat de tweede feministische golf in gang zette. Hooks ondermijnt daarin niet het belang van Friednans werk, maar wijst op de eendimensionale benadering van de onderdrukking van de vrouw.

Want Friednan baseerde zich uitsluitend op de realiteit van de witte vrouw uit de middenklasse begin jaren ‘60. Die vrouw was ontevreden over haar rol als huisvrouw, echtgenote en moeder en verlangde naar een eigen carrière.

Alleen kijken naar de realiteiten in de marge is de reflex die de basis vormt voor rechtvaardige inclusie.

Volgens hooks was dat een specifieke categorisering van vrouwen. Wat met vrouwen die geen huisvrouwen, echtgenotes of moeders zijn? En wie gaat er dan voor het huishouden en de kinderen zorgen als ook zij gaan werken?

De activiste pleitte daarom te kijken naar vrouwen die niet binnen de mainstream categorie van de witte middenklasse vrouw pasten: zij die in de marges geduwd worden door hun ras, klasse of seksuele identiteit. Alleen kijken naar de realiteiten in de marge, zo klinkt het, is de reflex die de basis vormt voor rechtvaardige inclusie.

Wat met Thomas Sankara, Fatima Mernissi en Patricia Hill Collins?

Dat onderscheid tussen mainstream en de marges is cruciaal om te begrijpen wat rechtvaardige inclusie is. Het gaat om de erkenning dat er een verschil is tussen de realiteit van een dominante groep en de realiteiten van groepen die zich in de marge van de samenleving bevinden. Rechtvaardige inclusie trekt dat onevenwicht recht.

Een concreet voorbeeld uit eigen ervaring is hoe tijdens mijn opleiding politieke wetenschappen grote politieke leiders of academici uitvoerig aan bod kwamen. Denk maar aan Adam Smith, Charles De Gaulle of Winston Churchill.

Maar wat met de antikapitalistische visies van Thomas Sankara (president van Burkina Faso in de jaren ‘80), Fatima Mernissi (die de relatie tussen gender, macht en islam bestudeerde) en Patricia Hill Collins (die het heeft over ras, klasse en gender)?

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Het probleem van diversiteit is niet de verscheidenheid aan verhalen. Dat er een rijkdom aan verhalen bestaat is normaal. Maar dat doorheen de geschiedenis slechts enkele verhalen verheven werden en dominant werden is wél problematisch. Want alleen die verhalen gelden bijgevolg als waarheid en maken andere verhalen minderwaardig.

Rechtvaardige inclusie betekent ook in vraag stellen hoe dat tot stand is gekomen. Alleen gebeurt dat niet, laat staan dat het wordt verworpen.

Louter toevoegen is niet genoeg

Kritische zelfreflectie is nochtans nodig om te begrijpen waarom sommige groepen hun weg niet vinden naar een instelling, werkplek of zelfs binnen persoonlijke interacties. De manier waarop instellingen en structuren vandaag zijn opgebouwd, maken het haast onmogelijk voor groepen uit de marge om een rechtvaardige plek te vinden tussen de patriarchale, witte en heteronormatieve standaard.

Denk maar aan wie andere opvattingen heeft over genderrollen binnen het gezin, de structurele uitsluiting van mensen van kleur op de arbeidsmarkt of het verbod voor mannen die seks hebben met mannen om bloed te doneren.

Naast die kritische zelfreflectie is het ook een kwestie van de eigenheid van perspectieven uit de marge te erkennen zoals ze zijn en ze te vrijwaren. Want wie tracht om binnen een bestaande structuur een nieuw perspectief toe te voegen wordt daarin eerder tegengewerkt. Het is niet makkelijk om binnen zo’n structuur stand te houden.

Een beleid dat nieuwe perspectieven louter toevoegt is een beleid dat gedoemd is om te falen.

Een concreet voorbeeld hiervan: de ervaringsdeskundigheid van iemand uit de marge en persoonlijke en culturele connectie tot het onderzoeksdomein van die persoon worden makkelijk gebruikt om die persoon in twijfel te trekken of in diskrediet te brengen. Denk maar aan een onderzoekster met moslimachtergrond die onderzoek zou voeren naar discriminatie van moslima’s. Haar werk zal snel bestempeld worden als subjectief. Dat geldt niet voor een witte mannelijke onderzoeker die onderzoek zou doen naar het stemgedrag van jonge witte mannen.

Wat diversiteit en inclusie betreft is het niet genoeg om nieuwe perspectieven louter toe te voegen aan de bestaande structuren. Eender welk beleid dat zich hiertoe beperkt is gedoemd om te falen. Een goed diversiteitsbeleid is geen kwestie van samen gezellig rond een kampvuur zitten. Het is een kwestie van een bestaand onevenwicht te herstellen.

Deconstructie

Maar een beleid dat dat tracht te doen wordt te vaak voorgesteld als een zero-sum-game: het alleen al in vraag stellen van dominante structuren zou betekenen dat de mainstream verhalen worden uitgewist. Maar dat is het niet altijd.

Je kan bijvoorbeeld over de Europese geschiedenis spreken, mét aandacht voor het koloniale verleden, zonder dat je niet meer over Europa mag spreken. Het gaat er net om stil te staan hoe het eengemaakte Europa dat we vandaag kennen tot stand kwam.

Dat verhaal kan beginnen na WOII maar daarmee wordt quasi de hele koloniale geschiedenis niet vermeld. De welvaart en rijkdom van het hele continent is nochtans te danken aan het koloniale imperium van verschillende Europese landen.

Begin je het Europese eengemaakte verhaal in 1492, bij de ontdekking van Amerika, dan vertel je een heel ander verhaal. Daarin worden ook de verhalen over Europeanen als veroveraars en kolonisators erkend.

Om echt plek te kunnen maken voor perspectieven uit de marge, om een echt inclusief beleid te voeren, moeten de dominante verhalen en structuren nu eenmaal worden gedeconstrueerd.

Door geracialiseerde studenten een plek te geven in het bestuur en eigenaarschap te geven van het project, trachten wij dat te doen bij WeDecolonizeVUB. Het levert evenementen op zoals Black Joy, waarin bewust niét wordt stilgestaan bij ervaringen over racisme, lijden en onderdrukking – en witheid dus niet wordt gecentraliseerd — maar wel dat wat zwarte gemeenschappen vreugde en kracht geeft, centraal staat.

* We spreken over racialisatie wanneer een groep mensen bepaalde (minderwaardige) kenmerken wordt toegedicht. Biologisch gezien bestaan er binnen de soort Homo sapiens geen rassen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3277   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Co-coördinator WeDecolonizeVUB

    Latifah Abdou co-coördineert WeDecolonizeVUB, een studentenproject van het Universitair Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking (UCOS) dat ze ook mee oprichtte in 2020.