Waarom TTIP zoveel aandacht krijgt (en verdient)

Tot een paar jaar terug kreeg je een column over een vrijhandelsdossier nergens gesleten (behalve misschien aan MO*). De luttele keren dat je over handelsbeleid sprak, was op obscure conferenties voor een paar collega’s (vaak dezelfde vijf). Ferdi De Ville brengt daar vanaf vandaag verandering in met zijn columns.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Vorig weekend mocht ik twee avonden op rij spreken over TTIP, het transatlantisch handels- en investeringsakkoord dat de Europese Unie en de Verenigde Staten al een goede twee jaar aan het onderhandelen zijn. In de Vooruit in Gent was de theaterzaal goed gevuld, in De Balie in Amsterdam waren alle tickets uitverkocht. Had je me nog maar drie jaar terug verteld dat ik in deze cultuurhuizen voor volle zalen zou mogen spreken over handelsbeleid, ik had je eens goed uitgelachen. 

Vloekende voorstanders

Ik ben niet de enige die verrast is door de aandacht die het Europees handelsbeleid vandaag krijgt. In privégesprekken hoor je sommige medewerkers van de Europese Commissie vloeken dat ze misschien beter nooit aan TTIP begonnen waren, omdat ze hun werk nu niet meer in de comfortabele luwte kunnen doen. Toen TTIP in het voorjaar van 2013 werd aangekondigd had niemand erop gerekend dat een petitie ertegen meer dan drie miljoen handtekeningen zou krijgen. Of dat meer dan honderdduizend mensen ertegen op straat zouden komen in Berlijn, en nog vele tienduizenden in andere steden tijdens de rest van deze internationale actieweek.  

Van symbolen naar diepgaande analyses

Maar waarom krijgt TTIP zoveel aandacht? De voorstanders van TTIP stellen dat tegenstanders onder goedgelovige burgers angst hebben gezaaid met verhaaltjes als zou het akkoord tot de invasie van chloorkippen en hormonenrunderen leiden, en dat het einde van onze democratie zou zijn aangebroken wanneer investeerders het recht krijgen overheden aan te klagen voor aparte internationale investeringsrechtbanken. Terwijl er eigenlijk niets nieuws onder de zon te zien valt, stellen zij, move on. 

Het is zeker zo dat het kritische middenveld gebruik heeft gemaakt van een aantal symbolen (de chloorkip voorop) om mensen te sensibiliseren over TTIP. Dat is hen goed gelukt. Maar ondertussen zijn er in het middenveld al veel diepgaandere studies over de risico’s van het akkoord gemaakt, op basis van slimme analyses van de voorstellen die de Europese Commissie onder druk van het protest publiek heeft gemaakt. Die scherpzinnige analyses komen ook alsmaar vaker aan bod in publicaties en tijdens voorlichtingssessies en debatten van het kritische middenveld. 

Mensen voelen dat er iets niet klopt

En ook dat vindt breed gehoor. Omdat mensen voelen dat er iets niet klopt met deze onderhandelingen en hoe de voorstanders erover communiceren. TTIP wordt als een topprioriteit bestempeld door bijvoorbeeld de Europese Commissie, maar welke burger heeft al ooit een nacht slecht geslapen omdat zijn leven zou beklemd worden door een gebrek aan handelsmogelijkheden met de Verenigde Staten?

Hij of zij vraagt zich af of het echt zo noodzakelijk is nog meer onderdelen, goederen, voedsel en investeringen over de Oceaan heen te sturen, dat we er bereid voor zijn aan onze regelgeving te morrelen. En vindt het verdacht dat het akkoord wordt voorgesteld als in het voordeel van consumenten, werknemers en kleine en middelgrote ondernemingen, maar de enige luidruchtige voorstanders multinationals en hun organisaties zijn, die over de Oceean heen zij aan zij voor dit akkoord pleiten. 

Niet langer handel boven alles

De onderliggende onvrede onder het TTIP protest kan dan ook worden samengevat als: mensen willen niet dat handel, investeringen en de belangen van grote bedrijven nog meer voorrang krijgen op de belangen en wensen van de samenleving. Dat is eigenlijk wat ook vroeger al gebeurde in andere handelsakkoorden. TTIP is er een extremere versie van.

Maar terwijl mensen voorheen niet wakker lagen van akkoorden met ontwikkelingslanden of kleinere geïndustrialiseerde staten als Zuid-Korea omdat ze (terecht) dachten dat de EU in deze haar wil wel kon opleggen, beschouwen ze een akkoord met de supermacht en superliberale Verenigde Staten duidelijk wel als een gevaar. 

TTIP dan toch ‘game-changer’

De onderhandelaars in de Europese Commissie die zich beklagen dat ze aan TTIP begonnen zijn omdat het een bom onder het Europees handelsbeleid dreigt te leggen, hebben gelijk. Het protest tegen TTIP wordt alleen maar sterker en lijkt niet (zoals opflakkeringen van andersglobalistisch protest in het verleden) snel te zullen uitdoven. 

De uitdaging voor het middenveld is om de energie die het verzet tegen TTIP vrijmaakt om te zetten in een agenda en beweging voor een ander Europees handelsbeleid. Een handelsbeleid dat niet als onderliggende logica heeft dat regelgeving en besluitvormingsprocessen moeten worden aangepast om zoveel mogelijk handel en investeringen mogelijk te maken. Maar wel een handelsbeleid dat ten dienste staat van echte maatschappelijke uitdagingen en preferenties, zoals de strijd tegen klimaatverandering en ongelijkheid. 

Als de succesvolle beweging tegen dit transatlantisch akkoord erin slaagt om de absurde logica onder deze onderhandelingen en het Europese handelsbeleid in het algemeen aan te tonen, dan wordt TTIP inderdaad een game-changer, een favoriete term uit het discours van de voorstanders. Alleen niet op de manier die zij voor ogen hadden. 

Deze column is gebaseerd op een boek over TTIP dat Ferdi De Ville schreef samen met Gabriel Siles-Brügge. TTIP: The Truth about the Transatlantic Trade and Investment Partnership Het boek is uitgegeven door Wiley en verkrijgbaar via hun website 

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Ferdi De Ville is docent Europese Studies aan de Universiteit Gent. Hij is gespecialiseerd in vraagstukken omtrent Europees handelsbeleid, Sociaal Europa en de euro.