Waarom we graag samen springen en zingen op duivelse of andere verzen

Doorheen de bril van de bioloog krijgt menig typisch menselijk fenomeen toch weer een beestig tintje. Gedragsecoloog Hans Van Dyck ziet u al luidkeels op en neer veren op de zomerfestivals en ontwaart veel meer dan een hand vol biologie in al dat georkestreerd groepsvertoon. Hierin schuilt boeiende materie voor diverse kunstopleidingen.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Misschien was het de zwoele warmte in mijn universiteitskantoor die mijn memorie onverwacht terug katapulteerde naar een zomer van alweer een tijd geleden. Ik was een snaak van 15 jaar en de jaartelling na de geboorte van ene timmermanszoon stond op 1985. In het Wembley stadion scandeerde een meer dan enthousiaste meute met veel gevoel voor synchronie: ‘We will rock you’. Het was de tijd van het groots opgezet Live Aid concert tegen de schrijnende hongersnood in Ethiopië. Initiatiefnemer Bob Geldof bracht veel schoon en minder toonbaar volk bijéén. We zagen de legendarische taferelen live op de televisie. Een van de meest memorabele passages was deze van Freddy Mercury en zijn rockende kornuiten van Queen.

Waar zijn die handjes?

Mercury toonde zich met veel bravoure een opperceremoniemeester. Een muzikale volksmenner buiten categorie die met een pinkbeweging een heel stadion bespeelde. Uit het niets ontspruit dan een indrukwekkend georkestreerd handgeklap en luidkeelse samenzang. Al die individuen met hun eigen verhaal en persoonlijkheid verworden plotsklaps tot anonieme, volgzame radertjes in een enthousiast dreunend geheel. Een bende synchroon tsjirpende sprinkhanen. En de ‘radertjes’ krijgen er nog een goed gevoel van ook.

Duivelse verzen en beestige tonen

Hier dient zich een bruggetje aan richting actualiteit. De bescheiden mediarel rond het Nederlands hiphopliedje “Kind van de duivel” van Jebroer deed enkele mensen mopperen over kwalijke coupletten voor jeugdige trommelvliezen. Een grotere kliek zag er vooral veel humor in. De muziekgeschiedenis had immers al vaker sympathie voor menig devil getoond.

Hoe ritme van kindsbeen af kan inwerken op ons onderling afgestemd groepsgedrag, biedt heerlijk voer voor evolutionaire psychologen en biologen.

De performer van dienst dankt ondertussen hemel en hel – en alles ertussen – voor de publiciteit. De gekte van de dag is immers selectief en bollebozen lukken er niet in om te voorspellen wie in de prijzen van de vluchtige aandacht zal vallen. En ondertussen veren dochter- of zoonlief samen met de andere bengels in koor op en neer op de duivelse verzen. Hoe ritme van kindsbeen af kan inwerken op ons onderling afgestemd groepsgedrag, biedt heerlijk voer voor evolutionaire psychologen en biologen.

Het schijnbaar magisch effect van het duivelsliedje zit dus niet zozeer in de snel uitgesproken frasen, maar veel meer in de beat. Samen teksten afdreunen of zingen doet ook wel wat met een mens. Onze soort heeft al op jonge leeftijd een uitgesproken gevoel voor ritme.

Toegegeven, dat gevoel vertaalt zich niet noodzakelijkerwijs tot puike dansprestaties en de culturele context kan faciliteren of net remmen. Iedere trouwpartij kent wel zijn houterige Frans die later op de dansvloer verschijnt en kennelijk andere ritmes ervaart dan de rest van het peloton. Maar zelfs rabiate dansweigeraars tokkelen bij ritmisch geluid tenminste met hun vingers mee.

Ritme vertaalt zich in beweging en voor een groep in gesynchroniseerde bewegingen. Wist u dat er onderzoek gebeurt naar “ritme-doofheid”? Sommige mensen slagen er niet in om een bepaald ritme te linken aan gesynchroniseerde bewegingen. Er blijkt hier een fascinerende analogie met de resultaten van biologisch onderzoek naar vogelzang.

Rhythm is a dancer: de vogeltjesdans

Ook zang heeft alles met ritmische beweging te maken en daar komt leergedrag bij kijken. Vogels moeten op jonge leeftijd de juiste ritmestructuren ervaren, anders lukken ze er later nooit in om hun melodieuze fluitpartijen tot een goed einde te brengen. We zien culturele overdracht, dialecten en de vogelzang van sommige soorten is structureel uitermate complex. Vogelzang blijkt een mooi studiemodel voor de leer- en andere processen van de ontwikkeling van taal. Een nachtegaal leert honderden verschillende liedjes en brengt ze ten berde in een erg complexe opeenvolging.

Vogelzang blijkt een mooi studiemodel voor de leer- en andere processen van de ontwikkeling van taal.

Sommige vogels wagen zich aan complexe duetten. Dan moet de hele ritmestructuur tussen de zangpartners gesynchroniseerd worden. Bij bepaalde winterkoningen geloven professionele muziekkenners hun oren niet. Het vogelduet klinkt als één stem. Een meer dan perfecte samenzang, luidt het verdict. Dat vergt een gepaste bouw en functioneren van de zenuwbanen in het zangcentrum van hun brein.

Ritme en afgestemde lijfelijke bewegingen komen niet algemeen voor bij dieren. Ook niet zomaar bij apen of onze trouwste viervoeter de hond. Wie een aap wil trainen om mee te tikken met een metronoom merkt grote verschillen met het gemak waarmee de gemiddelde mens zijn gedrag kan afstemmen op een bepaald ritme.

Maar we komen terug uit bij vogels. Er is fascinerend werk gedaan bij kaketoes en andere papegaaien. Deze meester-imitatoren blijken weldegelijk gevoel voor menselijk ritme of muziek te hebben. Ze leren het snel om moves in overeenstemming met het ritme uit te voeren, ook als dat snel verandert. Imitatievermogen zou een centrale rol kunnen spelen bij ons vermogen om snel samen georkestreerde bewegingen uit te voeren.

Sociaal glijmiddel

Dat biologen er vaak seksuele selectie en partnerkeuze bijhalen is niet nieuw. Maar dans en samenzang blijken ook functioneel te zijn voor sociale binding, los van seks en voortplanting. Diverse vormen van sociale cohesie zijn belangrijk voor sociale organismen. Wanneer we in groep samen bewegen zoals bij dans komen er in ons brein endorfines vrij. Beloningsstoffen uit de categorie van pret en orgasme. Recente experimenten uit de stal van antropoloog-evolutiebioloog en auteur Robin Dunbar suggereren dat zulk groepsgedrag bijvoorbeeld de pijngrens kan verhogen. Er zit veel fascinerende biologie in de bonte wereld van muziek, zang en dans.

Dansen, spelen en zingen voor bachelors en masters

De snelgroeiende inzichten en nieuwe vragen over deze sociale, lichamelijke expressievormen bieden mogelijk ook relevante materie voor diverse takken in het kunstonderwijs. Met de hervormingen van het hoger onderwijs zijn kunstopleidingen nu vaker op ‘wetenschappelijke leest’ geschoeid.

Een natuurwetenschappelijk discours lijkt op het eerste zicht moeizaam te rijmen met artistiek enthousiasme voor dans-, zang- of theaterkunst. Toch denk ik dat er ook voor dit publiek muziek zit in biologie en evolutionaire psychologie. Dus, weg met de klassieke hokjes. Of om met een Mercuriaanse meezinger te eindigen: “I want to break free”.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Professor Natuurbehoud en Gedragsecologie (UCL)

    Hans Van Dyck is professor gedragsecologie en natuurbehoud aan de UCL (Louvain-la-Neuve). Hij tracht het gedrag van dieren in een wereld op mensenmaat te begrijpen.