Politiek kan echt leuk zijn!

Waarom zou protesteren geen feestje mogen zijn?

© Brecht Goris

Anya Topolski

De afgelopen tijd heb ik de wekelijkse Youth for Climate-protesten met veel belangstelling gevolgd, soms online, soms in mijn eigen streek en soms ook aan de keukentafel met mijn kinderen. Wat deze protesten onder meer zo inspirerend maakt, is dat ze verbonden zijn met de inspanningen van jeugdactivisten in Zweden, Zwitserland, Australië, Nederland, enzovoort. Het enorme aantal mensen dat op de been is gebracht en de toewijding die ze laten zien, zijn indrukwekkend. De mate waarin zij zichzelf organiseren en hun kennis, zowel van de klimaatcrisis als het politieke spel eromheen, zijn dat evenzeer. Veel van deze demonstranten hebben ondervonden dat politieke actie niet alleen “empowering” en leerzaam kan zijn, maar hen ook plezier kan geven. Deze les is an sich al het vieren waard.

Ik ben ervan overtuigd dat ik niet de enige ben die onder de indruk is van de manier waarop de jeugd dit onderwerp steeds weer weet aan te snijden en hoe geïnformeerd ze is. Als burger en moeder heb ik het een en ander van hen geleerd over klimaatwetenschap, politiek en de praktische aanpassingen die we in onze huizen kunnen doorvoeren (en waarom dit maar een deel van de oplossing is), maar ook van het genoegen waarmee ze protesteren. Dat laatste punt wil ik hier bespreken. Waarom nemen de media – en de maatschappij in het algemeen – aan dat protesteren niet leuk kan of zelfs mag zijn? Waarom zou je geen plezier mogen hebben in politiek? Waarom kan een demonstratie geen feest zijn?

Waarom formuleren de interviewers hun vragen altijd in de vorm van een tegenstelling tussen politiek en plezier?

Ik wil daarmee niet beweren dat alle demonstraties feestelijk moeten zijn, of dat politiek en protesteren niet enorm veel werk en een groot verantwoordelijkheidsgevoel met zich kunnen mee brengen. Maar de jongeren die de straat op zijn gegaan, hebben duidelijk laten zien dat ze voor geen van beide terugdeinzen. Wat ik me afvraag, is waarom de media, veel politici en helaas ook veel ouders, niet kunnen inzien dat politiek ook leuk kan zijn. Waarom formuleren de interviewers hun vragen altijd in de vorm van een tegenstelling tussen politiek en plezier: heb je niet veel te veel lol om te demonstreren? Hoe is spijbelen politiek? Kan het klimaat je echt iets schelen?

Politiek kan niet alleen een activiteit zijn waarvan je kan genieten, de politieke realiteit van veel Europese staten heeft ervoor gezorgd dat demonstraties zowel creatief als feestelijk moeten zijn om als “succesvol” te worden bestempeld. De klimaatmanifesaties zijn “succesvol” omdat ze tot zo veel gesprekken hebben geleid en ons in onze huizen, scholen, in de media en in de samenleving in het algemeen, zo veel bewuster hebben gemaakt.

Tegenstanders kunnen natuurlijk altijd vragen wat voor verschil het zal maken. Wat ze niet inzien, is dat het verschil al gemaakt is! Het heeft een grote groep mensen geïnspireerd om zich ook eens met politiek bezig te houden, het heeft mensen aangespoord om deel te nemen aan publieke en collectieve actie, het heeft het “normaal” van school, het openbaar vervoer en politiek – weten te doorbreken. Waarom kunnen de media, politici en ouders dit niet naar waarde schatten?

De realiteit is dat publieke, collectieve acties van burgerlijke ongehoorzaamheid helaas vrij zeldzaam zijn.

De realiteit is dat publieke, collectieve acties van burgerlijke ongehoorzaamheid helaas vrij zeldzaam zijn. Hier zijn naar mijn mening verschillende redenen voor. Eén ervan is dat onze neoliberale maatschappij hoe langer hoe individualistischer is geworden. Dit maakt het moeilijker om collectieve acties te coördineren: mensen moeten als collectief denken om als collectief te kunnen handelen. Mensen moeten het gevoel hebben ertoe te doen, voor anderen of voor een bepaalde goede zaak, net zoals het van belang is dat ze inzien hoe die goede zaak aan hen relateert. Politieke actie vereist zowel de wil om te handelen als betrokkenheid bij de wereld om je heen.

Eén van de punten die de zestienjarige Zweedse klimaat-activiste Greta Thunberg vaak aanhaalt in haar speeches, is de relatie tussen klimaatverandering en rechtvaardigheid. Ze stelt dat dit punt vaak over het hoofd wordt gezien. Wij – de bevoorrechtte inwoners van België – zullen niet de eersten zijn die de getroffen worden door gevolgen van klimaatverandering, maar desalniettemin zouden we ernaar moeten streven om als één van de eersten de noodzakelijke veranderingen door te voeren. Niet omdat het ons als eerste zal beïnvloeden, maar omdat we een deel van de oorzaak zijn.

Dit soort van bewustwording ontstaat op het moment dat we deelnemen aan collectieve acties en is essentieel voor politiek. De opkomst van het individualisme betekent ook dat demonstraties die niet “leuk” zijn, ongetwijfeld een lagere opkomst kennen dan de demonstraties die wél met deze houding overeenstemmen – een houding die allesbehalve tegengesteld is aan politiek.

Een andere reden, die ik opvallend duidelijk om me heen zie, is dat het in Nederland langzaam maar zeker omstreden wordt om te demonstreren. Als we kijken naar de anti-Zwarte Piet protesten van de afgelopen jaren en de reacties daarop, dan zien we dat het niet langer veilig, of mogelijk is om spontaan te demonstreren. Terwijl het een democratisch recht is om met een groep op een publieke plaats samen te komen om je mening te verkondigen, zien we dat dit in de praktijk niet kan zonder eerst een aanvraag te doen. Als je al toestemming krijgt, gaan daar vaak verschillende weken overheen en als je zonder vergunning de straat op gaat, riskeer je een boete.

Het komt me voor dat deze ontwikkeling deel uitmaakt van een trend die het afgelopen decennium is ontstaan. Mogelijk is het een reactie op het feit dat groepen die hun fundamentele recht opeisen om te protesteren (een recht dat in een democratische, rechtvaardige samenleving moeilijk gemist kan worden), met steeds meer obstakels te maken krijgen. En is er een betere manier om van dit recht gebruik te maken dan door een aangename, feestelijke sfeer onder demonstranten te creëren?

Eén van de voorbeelden waarin dit op een geweldige manier gebeurde, was toen G20-demonstranten de tot de tanden bewapende (en zogenaamd niet-gewelddadige) politie-“bescherming” een lap dance aanboden. Of, meer recent, rondom het protest tegen de bezuinigingen op het universiteitsbudget – ook dit heeft zich over verschillende landen verspreid – waarbij men alleen het rode vierkantje opspeldde, en verder niets.

Wat het nog moeilijker maakt, is dat elke suggestie van “geweld” direct resulteert in hoge boetes en arrestaties. Mede om deze reden betoog ik dat juiste diegenen onder ons die bevoorrecht zijn de frontlinie zoden moeten vormen; zij kunnen zich deze boetes en risico’s veroorloven. We zouden de meest kwetsbare leden van onze samenleving niet moeten vragen om deze risico’s te nemen. Althans, niet vóór we een volledig inclusieve en rechtvaardige samenleving hebben. Tegenstanders van protesten hebben zo hun eigen tactieken om demonstranten te provoceren (waaronder het deelnemen aan de demonstraties om vervolgens zelf tot geweld over te gaan). Wat het nog ingewikkelder maakt, is dat de definitie van geweld vaak zelf wordt vastgelegd door tegenstanders van de demonstaties.

Een derde reden waarom ik geloof dat veel protesten vandaag een feest zijn geworden, is dat de media geneigd zijn om alleen verslag te doen van fotogeniek protest. Aan acties zoals die van studenten en universitair personeel op 14 december in Den Haag wordt nauwelijks aandacht besteed.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Jongeren zijn zich veel meer bewust van de noodzaak om met de media in contact te komen, en van de kracht van sociale media, dan mijn eigen generatie. Aangezien een demonstratie steeds moeilijker te organiseren is, individuen steeds moeilijker te mobiliseren zijn en administratieve kosten oplopen, is het niet verrassend dat het aantal mensen dat protesteert niet altijd zo groot is als men zou hopen (zoals vorige week het geval was in Brussel voor Anuna de Wever).

De vraag is dus — heeft u al plannen voor de komende donderdagen?

Een andere manier om de voorpagina te halen (ongeacht het aantal demonstranten) is door creativiteit. Van creatieve slogans, kostuums en leuzen tot creatieve acties – dit is wat mij nog het meest inspireert en hoop geeft. Misschien wel het meest esthetische voorbeeld hiervan (al gaat het hier om acties waaraan soms minder dan tien moedige activisten deelnemen) zijn de acties die geïnspireerd zijn door Margaret Atwoods The Handmaid’s Tale. Dit boek, verplichte kost in mijn feministische kringen in Canada, vertelt het verhaal van een dystopische samenleving die sterk doet denken aan Trumps regime (en vele andere over de hele wereld). Inmiddels is er een zeer succesvolle HBO-serie van gemaakt. Dit heeft geleid tot tientallen protesten waarin de habijt uit The Handmaid’s Tale wordt gedragen. Het resultaat zijn indrukwekkende beelden waartegen geen enkele fotograaf or krant weerstand kan bieden.

Het lijkt dus niet alleen alsof Belgische jongeren veel wereld- en wetenschapswijzer zijn dan hun ouders, maar ze weten ook echt iets wat veel van ons niet weten: dat politiek zich niet beperkt tot politici en politieke partijen. Het bestaat ook in (en ik zou zelfs zeggen dat het het beste tot uiting komt in) horizontale politiek. Dit soort politiek speelt zich af in het openbaar, in collectieve acties, en in onze huidige neoliberale maatschappij is er vaak burgerlijke ongehoorzaamheid voor nodig.

Wat belangrijker is, dit soort politiek kan echt leuk zijn! Ik hoop deze week met mijn kinderen naar Brussel te gaan (en ja, ik geef toe dat ik wil dat ze Greta Thunberg zullen horen). De echte vraag is dus of de demonstaties en de politiek vandaag de dag niet op hun best zijn als ze leuk zijn, en het voor alle aanwezigen een feest is om mee te doen. De vraag is dus — heeft u al plannen voor de komende donderdagen?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • politiek filosofe

    Dr. Anya Topolski, geboren en getogen in Canada, is associate professor in de Politieke Filosofie en Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.