Wat de staat Israël ons zou moeten leren over Europa’s heden en verleden

MO*columniste Anya Topolski is verbaasd dat de huidige generatie amper iets weet over Europa’s beschamende verleden. De oprichting van de staat Israël in 1948 was een pleister op Europa’s antisemitisme en verantwoordelijkheid. Het zorgde ervoor dat Europa zijn verleden nooit onder ogen hoefde te zien en nooit hoefde te leren om zichzelf te veranderen. Dat is vandaag pijnlijk duidelijk.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Anya Topolski

MO*columnisten
Assistant Professor
3 maart 2017

Om te beginnen moet ik toegeven dat ik mezelf in mijn eerste column vorige maand een doel had gesteld… om niet over Israël te beginnen. Het wordt zo vaak aangenomen dat alle joden Israëlisch zijn of tenminste pro-Israël, dat het soms beter is om Israël maar niet te noemen.

Maar deze aanname is vaak onterecht. Als in de diaspora geboren jood identificeer ik me juist sterk met de principes van het diasporische jodendom. Principes zoals geloof in het samenleven tussen verschillende groepen mensen, en de afwijzing van het idee van een homogene Israëlische natiestaat waarnaar joden moeten “terugkeren”.

Welke link heb ik met de staat Israël? Het eenvoudige antwoord is: geen enkele. Het complexe antwoord is dat ik daar familie heb (hoewel ik ook familie had in meer dan tien andere landen), en als ik op Sabbat in de synagoge bid, naar Israël verwijs– maar niet naar de huidige staat Israël (met de uitzondering van één gebed dat ik weiger uit te spreken). Pro-Israël kun je me niet noemen.

Het is te makkelijk om de zoveelste column te schrijven waarin links zichzelf op de borst klopt voor zijn blinde steun aan Palestina en onkritische aanval op Israël.

Vorige maand heb ik mijn doel bereikt. Deze maand heb ik een ander doel. Ik wil wat tijd nemen om de link te leggen tussen Europa en Israël. Ik hoop dat dit ons, wanneer we als “Europeanen” over Israël en Palestina spreken, bewuster maakt van onze rol en verantwoordelijkheid voor wat daar gebeurt – zowel in het verleden als in het heden.

Het is te makkelijk om de zoveelste column te schrijven waarin links zichzelf op de borst klopt voor zijn blinde steun aan Palestina en onkritische aanval op Israël. We hebben wel genoeg met een beschuldigende vinger naar Israël gewezen, zonder ons te realiseren dat wij deze leviathan hebben gecreëerd. Laten we beginnen onze eigen monsters onder ogen te zien.

Aangezien ik niet in Vlaanderen op school heb gezeten, kan ik de oorzaak niet goed inschatten, maar ik schrok ervan hoe weinig de huidige generatie weet over Europa’s beschamende verleden. Ik geef vaak lezingen over jodendom op Vlaamse middelbare scholen, waarin we het altijd over de Shoah hebben. Het valt me op dat de verantwoordelijkheid van Belgen hierin, net als hun koloniale verleden, onbekend terrein of zelfs taboe is. En niet alleen bij de jeugd.

Wanneer ik deze onderwerpen bij volwassenen aansnijd, is hun reactie bijna altijd defensief – zelden steken ze de hand in eigen boezem. Hoe vaak hoorde ik wel niet (zelfs van zelfverklaarde progressieve denkers) de zin: ‘Maar Congo was het bezit van de Koning – wij namen geen deel en profiteerden er niet van’. Serieus?

De schuld wordt maar al te makkelijk afgeschoven op de Duitsers, of de Nazi’s, of Hitler. Zij waren de misdadigers en al de rest was slechts slachtoffer.

Wanneer het over de Shoah gaat, wordt de indruk gewekt dat er geen collaboratie plaatsvond. Het wordt maar al te makkelijk afgeschoven op de Duitsers, of de Nazi’s, of Hitler. Zij waren de misdadigers en al de rest was slechts slachtoffer.

Wordt geschiedenis dan niet eerlijk onderwezen in Vlaanderen? Natuurlijk, er was verzet, maar er was ook veel te veel medewerking – zowel passief als actief. Nazi-Duitsland had het niet alleen kunnen doen. Dat maakt het des te verontrustender dat er vandaag de dag nog politieke partijen met een Naziverleden (waarvan ze weigeren afstand te nemen) in de regering zitten.

Of het dus ligt aan het Vlaamse onderwijs, of omdat mensen gewoonweg niet met hun eigen verleden geconfronteerd willen worden – er is duidelijk een vorm van geheugenverlies over verantwoordelijkheid waaraan veel Belgen en andere Europeanen lijden.

Dit geheugenverlies bestaat ook als het gaat om de oprichting van de staat Israël. Die geschiedenis zou ik graag hier vertellen. Laten we beginnen met Theodor Herzl, de 19e-eeuwse oprichter van politiek zionisme – één specifieke vorm van zionisme, die nu de ideologie van de staat Israël is.

Europeanen, zo dacht Herzl, waren fundamenteel antisemitisch, het was onderdeel van hun cultuur. Daarom was de enige hoop voor joden om een eigen plek te hebben.

Wat vaak voor het gemak vergeten wordt, is dat Herzl’s politiek zionisme veronderstelde dat het onmogelijk was om antisemitisme in Europa te voorkomen. Europeanen, zo dacht Herzl, waren fundamenteel antisemitisch, het was onderdeel van hun cultuur. Daarom was de enige hoop voor joden om een plek te hebben, of het nu Madagaskar of Palestina was, waar ze niet “de ander” zouden zijn.

Dit was dezelfde oplossing die Europa in 1648 koos met het Verdrag van Westfalen, waar het principe cuius regio, eius religio (wiens gebied, diens gebed) werd geïnstitutionaliseerd. Het idee was om conflict te vermijden door mensen met verschillende opvattingen van elkaar te scheiden.

Destijds was het problematische verschil religieus – katholiek versus protestant – en de oplossing werd gevonden in het creëren van religieus homogene natiestaten. Frankrijk was voor de katholieken, Nederland voor de protestanten. Overigens leidde deze oplossing tot de eerste vluchtelingen, namelijk de Franse protestante Hugenoten, die naar Nederland vluchtten.

Geen vertrouwen in Europeanen

Herzl had geen vertrouwen in tolerantie, inclusie en dialoog – geen vertrouwen in Europeanen. Een vergelijkbare positie lag aan de basis van de Balfour-verklaring uit 1917. Deze verklaring beloofde een joods thuisland in Palestina, zolang er ‘niets zal worden ondernomen dat de burgerlijke en godsdienstige rechten van niet-joodse gemeenschappen in Palestina zou kunnen aantasten, of de rechten en de politieke status die joden genieten in enig ander land’.

Joden waren een vreemd en ongewenst “ras” in Europa – ze zouden hier nooit thuis kunnen zijn. Dat zou snel genoeg blijken. Wat Herzl en Rothschild (aan wie Balfour zijn brief schreef) niet voor elkaar kregen, werd pas mogelijk in 1947 – in de nasleep van de Shoah. Er was de moord op zes miljoen joden en talloze zigeuners, homoseksuelen, communisten gehandicapten en anderen voor nodig.

Met de oprichting van Israël had Europa de mogelijkheid een eind te maken aan het antisemitisme door zijn slachtoffers te verwijderen, in plaats van een echte oplossing te zoeken voor haar eigen misdaden.

De staat Israël was de perfecte diplomatieke oplossing: terwijl joodse mensen plots de mogelijkheid kregen om te migreren en daarmee aan toekomstige herhalingen van gruwelijkheden uit het verleden konden ontsnappen (niet alleen de Tweede Wereldoorlog), had Europa (en zeker niet alleen Duitsland) de mogelijkheid een eind te maken aan het antisemitisme door zijn slachtoffers te verwijderen, in plaats van een echte oplossing te zoeken voor zijn eigen misdaden.

Honderdduizenden joden migreerden naar Israël, de Verenigde Staten en andere landen. Er waren minder dan een half miljoen joden over in het Europa na de Shoah, waarvan ongeveer de helft in het Verenigd Koninkrijk. Europa’s oplossing voor antisemitisme was in lijn met Herzl en Balfour.

De oprichting van de staat Israël was een pleister op Europa’s antisemitisme, schuld en verantwoordelijkheid. Het zorgde ervoor dat Europa zijn verleden nooit echt onder ogen hoefde te komen en nooit hoefde te leren om zichzelf te veranderen. Dit wordt pijnlijk duidelijk wanneer we vandaag nog steeds spreken over de “integratie” en “assimilatie” van een andere religieuze “ander”.

De Israëlische premier Netanyahu speelde hierop in, toen hij in de nadagen van de aanslagen in januari 2015 tegen alle joden in Europa zei dat ze hier nooit veilig zouden zijn. Misschien had Bibi wel gelijk – hoewel hij onterecht denkt dat het in Israël veiliger is.

Het lijkt het er inderdaad op dat Europa nog steeds niet veilig is voor zijn “anderen”.

Met het oog op de komende verkiezingen in verschillende Europese natiestaten en de toenemende populariteit van radicaal rechts, het racisme dat Brexit ontketende en de vluchtelingen “crisis”, lijkt het er inderdaad op dat Europa nog steeds niet veilig is voor zijn “anderen”.

Konstanty Gebert, een joodse Pool betrokken bij de oprichting van Solidarnosc, en immer een bron van briljante oneliners, zei: ‘Israël is de natte droom van rechts in Polen’. En niet alleen in Polen. Dit is de realiteit die terugkeert naar Europa. Dit is wat Brexit en Trump willen. Dit is waar zoveel politici, en niet alleen Jambon en Francken (hoewel zij in het bijzonder weerzinwekkend zijn) over fantaseren – een sterke en uniforme natie, oftewel een racistische staat.

Wat ik hier zeg is niet nieuw. Maar het valt onder het algemene geheugenverlies over ons pijnlijke verleden dat we besloten te vergeten. Dit is wat James Baldwin in 1979 in The Nation schreef:

De staat Israël werd niet opgericht voor de redding van de joden; hij werd opgericht voor de redding van de westerse belangen.

Dat is duidelijk aan het worden (ik moet zeggen dat het voor mij altijd al duidelijk was). De Palestijnen betalen al meer dan dertig jaar voor het Britse koloniale beleid van “verdeel en heers” en voor Europa’s schuldige christelijke geweten.

De geschiedenis hoeft zichzelf niet noodzakelijk te herhalen, maar ze heeft ons belangrijke lessen te leren. We moeten alleen willen luisteren, ook als het pijn doet.

LEES OOK

© Bilal Lamarti
De Palestijnse circusschool en Circus Zonder Handen in Molenbeek deden moeilijke evenwichtsoefeningen boven de afgrond aan vooroordelen die over hun jonge deelnemers bestaan.
© ‘Amer ‘Aruri
In het Israël van Benjamin Netanyahu’s rechts-religieuze coalitie lijkt een vredevolle uitkomst voor de Palestijnse kwestie verder af dan ooit.
© Brecht Goris
Vandaag de dag zijn er ongeveer zes miljoen Palestijnse vluchtelingen verspreid over de hele wereld, zegt Anya Topolski in haar column.
Aref Daraghmeh, B’Tselem (CC BY 4.0)
Dat er grenzen zijn aan geweld is een terechte vaststelling van hoofdredacteur Karel Verhoeven van De Standaard.

Meest recent van Anya Topolski

© Brecht Goris
Is fysiek geweld per definitie verkeerd?
In haar maandelijkse column probeert Anya Topolski aan de hand van drie politieke gebeurtenissen te zien hoe het onderscheid tussen fysiek en non-fysiek geweld telkens politieke onrechtvaardigheden
© Brecht Goris
Het privilege van kennis. Mijmeringen uit Dakar.
MO*columniste Anya Topolski reisde afgelopen maand naar Senegal en bezocht er onder andere “La maison des Esclaves”, een trieste herinnering aan de slavernij.
© Brecht Goris
Onze apathie is hun overwinning: samen onverschilligheid bestrijden
Tijdens het zoeken naar inspiratie voor een column, voelde Anya Topolski een zekere apathie opkomen.
© Brecht Goris
Genoeg is genoeg: verwerp de Wet op Terugkeer en omarm de rechten van Palestijnse vluchtelingen
Vandaag de dag zijn er ongeveer zes miljoen Palestijnse vluchtelingen verspreid over de hele wereld, zegt Anya Topolski in haar column.