Wat is de waarde van het ooggetuigenverslag?

Wat is de meerwaarde van dingen met je eigen ogen te zien? Iets aan den lijve te ondervinden? vraag Bie Vancraeynest zich af. Ze was bij het voetbalfeestje aan de Beurs, maar zag de vernielingen via social media. Ze bezocht een “vluchtelingenkamp” in het noorden van Frankrijk, en zag dat je van een kamp niet kan spreken. Wat je ziet, is politiek, stelt ze vast.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Marokko dat zich voor het eerst in twintig jaar plaatst voor het WK, dat wordt een feestje dacht ik! Ik was er, op het Beursplein, toen iedereen er toestroomde om de overwinning van Les Lions de l’Atlas te vieren. Ik zag er veel blije mensen, kinderen met vaders die glommen, supporters die heel uitgebreid de toeristen te woord stonden die er niets van begrepen. Mensen namen selfies, iemand dronk uit vrije wil een flesje Heineken. Van waar ik stond (voor de Exki voor inboorlingen) verliep alles in een sfeer die in het Frans zo mooi “bon enfant” wordt genoemd.

En toen zette die hele massa zich ineens in beweging, iedereen liep in mijn richting, mensen stroomden de restaurants op het plein binnen, doken weg achter het stalletje met de warme kastanjes. In enkele minuten tijd werd het plein schoongespoten met een waterkanon.

Ik begreep er niets van en samen met mij vele anderen die boos en teleurgesteld afdropen, sommigen letterlijk. ‘Iedereen mag blijkbaar vieren, behalve de Marokkanen’. En ‘al ben ik van de derde generatie, met deze kop zal ik er nooit bij horen’. Net voor de voetbalsupporters werden weggeveegd scandeerden ze ‘on est chez nous’, net zoals de hooligans/neonazi’s die na de aanslagen van 22 maart op een zondag ongestoord de trappen mochten innemen. Toen was er geen waterkanon.

Ik schreef vlak na dat moment een statusupdate, om 21u36, in tempore non suspecto: Een feestende groep mensen wegspuiten. Faut le faire. Zo had ik het gezien, met mijn eigen ogen: een volksfeest dat werd weggevaagd door chargerende politie in battle dress.

Maar er waren nog andere mensen, op het Beursplein toen iedereen er toestroomde met de Marokkaanse vlag over de schouders gedrapeerd. Aan de andere kant van het plein zagen zij iets anders: een aantal heethoofden die vrij onmiddellijk met dingen naar de politie begonnen te gooien, weggestopt tussen de onstuimige feestvierders. Dat maakt vele ooggetuigen die iets anders zien. Zelfs al ben je er bij, dan zie je nog maar een fractie.

Gestreamde plunderingen

’s Anderendaags, nog voor het krieken van de dag, kijk ik naar een hallucinant filmpje op de Facebookpagina van Spotted Rue Neuve. Een ooggetuigenverslag zo je wil, zevenendertig tergende minuten van destructie. Het waterkanon is op dat moment zo ver verwijderd dat de man die filmt er niet kan op inzoomen met zijn telefooncamera. Door de duur van het filmpje dat de maker afwisselend gechoqueerd en humoristisch van live commentaar voorziet, krijg je het gevoel er bij te zijn. ‘Quand même pas pour un capri sun les gars’.

Ik word er op Twitter van beschuldigd een wegkijkertje te zijn, alweer een nieuw synoniem voor linkse watjes.

Het is een Facebook live verslag, dus het werd live uitgezonden en onmiddellijk geannoteerd door zijn vele volgers. Mijn beeld van wat er die nacht is gebeurd, is de optelsom van wat ik zelf zag en door de camera van deze jonge man. Dat beeld is dus bij iedereen net iets anders. Mijn Facebookstatus die om 21u36 beschreef wat ik had gezien en beleefd, wordt ‘s anderendaags geïnterpreteerd als een verklaring, meer nog, een excuus voor plunderingen.

Ik word er op Twitter van beschuldigd een wegkijkertje te zijn, alweer een nieuw synoniem voor linkse watjes. Het is de eerste keer dat ik dit verwijt krijg. Ik ben van nature nieuwsgierig aangelegd, je zou mij zelfs onverminderd een sensatiezoeker kunnen noemen. Waar een groep mensen samen gaat staan, wil ik er bij zijn om te zien wat er gebeurt.

Met mijn eigen ogen

Wat is het nut, of beter, de meerwaarde van dingen met je eigen ogen te zien? Iets aan den lijve te ondervinden? De dag na de rellen ga ik voor het eerst mee met vzw HuMain naar Duinkerke. Al ruim twee jaar trekken vrijwilligers van deze vzw naar het noorden van Frankrijk om eten en goederen te brengen naar de vluchtelingenkampen in de regio. Nadat de Jungle in Calais werd weggevaagd duiken er hier en daar nieuwe kleinere kampen op. HuMain zoekt de noden op en tracht ze te lenigen, elke twee weken, met een groep vrijwilligers.

Niet iedereen kan mee naar Frankrijk, bij onze vrijwilligers zitten vluchtelingen die midden in de asielprocedure zitten en dus de grens niet over kunnen.

Ik had mij bij zo’n missies een en ander voorgesteld. Zeker over de Jungle is destijds genoeg inkt gevloeid; ik zag foto’s en docu’s. Ik heb lang geaarzeld om mee te gaan naar het Noorden van Frankrijk. Ik kan toch solidair zijn, zonder de ellende met eigen ogen te zien? En er zijn zoveel mensen in Brussel die ook met acute noden zitten, is daar niet eerder mijn plaats? Maar ik vertrek met een Brusselse groep vanuit gemeenschapscentrum Everna in Evere.

We zijn een meertalige, intergenerationele delegatie. We hebben samen met anderen het voorbije weekend gekookt voor een vierhonderdtal mensen. Niet iedereen kan mee naar Frankrijk, bij onze vrijwilligers zitten vluchtelingen die midden in de asielprocedure zitten en dus de grens niet over kunnen.

Op de parking in Mannekensvere krijgen we een aantal laatste instructies mee: dit is geen plek voor selfies, maak geen beloftes die je niet kan waarmaken, word niet boos als mensen niet netjes aanschuiven in de rij,… Wanneer we het kamp naderen, voel ik al dat het toch net iets anders is, nu ik er zelf naartoe rijd. Ook zij die elke twee weken gaan kijken en helpen, weten niet wat en wie ze er die dag zullen aantreffen.

Wat we er aantreffen, heeft niets te maken met wat ik mij er van had voorgesteld. Er is om te beginnen helemaal geen kamp. Er zijn geen tenten, geen constructies. Dat is de politiek van Frankrijk: geen kampen meer. Tenten, slaapzakken, brandhout: alles wat een permanente structuur doet vermoeden, komt er niet in. Eten en kledij geraken wel door de controle van de gendarmes.

Wat ze hebben, dat hebben ze vast, in een beduimeld plastiekzakje of een rugzak, gescoord bij een vorige doortocht van weldadige weldoeners.

Op een parking wordt in geen tijd een geïmproviseerde keuken opgetrokken. Eerst lijken er maar enkele mannen te zijn, maar dat worden er al snel een paar honderd. Die komen uit het bos en de struiken gewandeld. Koerden uit Irak. Allemaal mannen tussen de twintig en de vijftig. Maar geen homogene groep. Vermoeide ogen in verweerde gezichten, die nauwelijks naar je kijken. Maar evenzeer twinkelende ogen. Grapjes. Enthousiasme voor het vertaalboekje dat wordt uitgedeeld. Iemand die komt uitleggen dat een samosa eigenlijk anders wordt gemaakt.

Ik kan het niet geloven en blijf steeds opnieuw aan mensen vragen: maar waar is het kamp? Dat is er dus niet. Wat ze hebben, dat hebben ze vast, in een beduimeld plastiekzakje of een rugzak, gescoord bij een vorige doortocht van weldadige weldoeners.

Ik kijk mijn ogen uit. De generator waar tientallen smartphones aan geplugd zitten. De jongen die zich tussen alle hulpgoederen een stijlvolle hiphopoutfit bij elkaar heeft gesprokkeld. De man die maar niet op de naam Justin Bieber kan komen en mij een liedje laat horen. Baby, baby, baby, ouh… Hij wordt de Messi van zijn dorp genoemd en ambieert een voetbalcarrière in de UK.

Het zijn niet de barre omstandigheden en doffe blikken die het meeste indruk op mij maken. Maar net de veerkracht, de humor, de voornaamheid en de moeite die genomen wordt om het nog maar eens aan zo’n zelfverklaarde hulpverlener uit te leggen, hoe het hier nu precies zit.

Politieke keuzes en maatschappelijke denkbeelden houden een klimaat in stand waarin mensen in bossen leven.

Op de terugweg houden we weer halt op diezelfde parking in Mannekensvere. Om te debriefen. Om aan elkaar te zeggen wat we hebben gezien. Ook al waren we er samen, we vertellen aan elkaar wat we net hebben beleefd. Als we wat hebben uitgewisseld, laat vraagt Patrick Legein van HuMain of we willen verder vertellen wat we hebben gezien. Aan de kerstdis, maar ook aan politici en journalisten. Of we een megafoon willen zijn voor de mensen die we deze dag hebben ontmoet.

Pas nu ik er zelf geweest ben, heb ik het begrepen, wat ik eigenlijk wel wist. Deze missies gaan niet om eten of tandenborstels of mannenschoenen. Die werken van barmhartigheid zijn mooi, maar belangrijker is de politieke versie van dit verhaal. Politieke keuzes en maatschappelijke denkbeelden houden een klimaat in stand waarin mensen in bossen leven. Op een paar honderd meter van een Auchan en een Burger King. Eens je het hebt gezien, kan je niet meer wegkijken. Ga er vooral eens naartoe. Wie er is geweest, die moet wel getuigen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Projectmedewerker bij Demos vzw

    Bie Vancraeynest was de coordinator van kunstenfestival  Enter Brussel 2018 en gaat vanaf 1 september aan de slag bij Vzw Toestand, een organisatie die leegstaande of vergeten gebouwen reactiv