Wit of blank? Taal is een mijnenveld

© Brecht Goris

 

‘Bij negers is dat anders’. Het komt achteloos van de tong gerold van de tiener die aan de keukentafel zit. Sinds kort heeft hij een vriendinnetje met Afrikaanse roots dat hij erg leuk vindt. Wij bespreken hoe de eerste passage bij zijn ouders is geweest. Wij stellen pesterige gênante vragen want dat is erg prettig om te doen bij tieners.

‘Dat woord gebruiken we niet meer.’ De volwassenen aan tafel wijzen hem erop, zonder verder oordeel, dat het woord “neger” in onbruik is geraakt. Dat dat voor een deel van mensen met roots in Afrika een pijnlijk woord is dat verwijst naar een erg pijnlijk hoofdstuk uit onze geschiedenis. ‘Ok’, zegt hij. Hij argumenteert niet dat hij dat niet denigrerend heeft bedoeld, hij haalt er geen etymologisch woordenboek bij. Hij neemt de info aan zoals een zoveelste hoofdstuk uit de handleiding van het volwassen leven. Zoals je leert hoe je deodorant gebruikt, of hoe je je moet scheren. Zo gaat dat als je opgroeit, de leercurve is hobbelig maar steil. Met een beetje geluk word je door de volwassenen in je buurt bijgestuurd.

Tieners houden er doorgaans niet zo van om bijgestuurd te worden. Volwassenen houden er al helemaal niet van om bijgestuurd te worden. Renske De Greef noemde ze in haar getekende column in het NRC de ‘Mag je dat verdomme nou ook al niet meer zeggen?!’-brigade. Die brigade manifesteert zich weer eens nu de Nederlandse publieke omroep laat weten voortaan “wit” in plaats van “blank” te gebruiken, omdat “blank” in tegenstelling tot “zwart” een positieve connotatie heeft.

Eerder ging in Nederland en ook bij ons bij sommige media het woord allochtoon op de schop. Al lijkt dat woord als hardnekkige uitslag steeds weer op te duiken. In de berichtgeving over een steekpartij in de Kortrijkse stationsbuurt werd het nog eens kwistig rondgestrooid.

Taal laat zich niet temmen

Fout taalgebruik ontstaat vaak uit onwetendheid. Ik vergader vaak met Franstalige collega’s en partners. Die fronsen wel eens bij de woorden die ik in de mond neem. Zo zag ik een Franstalige collega bevriezen omdat ik ‘chintok’ had gezegd, toen ik sprak over een familie die zich net in het jeugdhuis had ingeschreven. ‘Zeg dat nooit meer! Dat is echt heel racistisch’. Ik had het woord ergens geabsorbeerd en dacht dat het gewoon neutrale slang was voor “Chinees”. Niet dus. Ik heb het daarna nooit meer in de mond genomen.

Vormgeven aan een nieuwe wereld, dat doe je met taal, die steeds in verandering is.

Vormgeven aan een nieuwe wereld, dat doe je met taal, die steeds in verandering is. We noemen mensen niet meer neurastheniek, of hysterisch. We zeggen niet meer dat we iemand in het “zottenkot” hebben gestoken. We zeggen niet meer dat iemand homofiel is. Of al helemaal niet dat hij homofiele neigingen heeft. Die verschuivingen gaan soms vanzelf. Soms is er een duwtje nodig.

Bakkerij Vangrootloon beantwoordde de klacht tegen het gebruik van het woord “Negerkop” voor een gebakje met een wedstrijd naar een nieuwe naam. ‘Volgens de bakkerijketen zijn de tijden veranderd.’ Soms is het zo eenvoudig.

Edouard Philippe haalt als premier van Frankrijk zelden de internationale pers. Zijn oproep om de nieuwe vrouwvriendelijke spellingstrend in zijn land te boycotten, haalde wel wereldwijde kolommen. De Académie Française huiverde van in het begin van de inclusieve spelling. Geschreven woorden die kunnen gelden voor de twee geslachten krijgen tegelijk tegelijk een vrouwelijke en een mannelijke uitgang, met daartussenin puntjes, dat geeft dan “educateur.rice.s”. Ook al spreekt de premier zich er negatief over uit, de opmars van de nieuwe spelling is niet te stoppen, steeds vaker duikt ze op. Taal laat zich niet temmen.

Woorden die koorddansen

Ik begeef mij graag in het talenmijnenveld van de genderissues. Onze kijk op de geslachten verandert, en taal moet mee. Dat is toch nog even zoeken. Bij genderfluïde mensen wordt soms in het Engels “they” en “their” als voornaamwoord gebruikt, in plaats van “he/she” en “his/hers”. In een artikel over een koppel van twee genderfluïde mensen levert dat erg verwarrende verhaallijnen op. Je weet op den duur niet meer goed over wie het nu eigenlijk gaat. Ik vind de zoektocht naar ethisch verzorgd taalgebruik fascinerend. Mag ik het woord “diaspora” gebruiken als ik het heb over mensen uit de Maghreb? Wat is het Europese equivalent van “Afro-American” en mag ik die term eigenlijk nog gebruiken?

Die weerstand gaat soms niet per se over de woorden, maar over een snel veranderende globaliserende wereld. Een wereld waarin “ze” niet te veel moeten overdrijven.

Wanneer woorden en hun betekenis verschuiven, en er al dan niet besloten wordt iets niet meer te zeggen, stuit dat op weerstand. Die weerstand gaat soms niet per se over de woorden, maar over een snel veranderende globaliserende wereld. Een wereld waarin “ze” niet te veel moeten overdrijven.

Taal laat zich inderdaad niet temmen. Ik begrijp dat mensen discussies over “negerzoenen” overtrokken vinden, dat ze bang zijn dat door dat soort discussies, een debat dat zij belangrijker vinden, wordt ondergesneeuwd. Historische argumenten worden aangehaald, die vaak verklaren waarom we lang een bepaalde woordenschat hebben gehanteerd. De waarde van die historische context is er, maar is tegelijkertijd relatief. De etymologie van het woord “gutmensch” is veelzijdig, maar het is wat het vandaag betekent wat telt: een containerbegrip waarmee iedereen die niet rechts is wordt weggezet.

Ik lees vaak oproepen, ter linker- en ter rechterzijde van het meningenspectrum waarin staat dat mensen maar een dikkere huid moeten kweken. Terwijl we ook op zouden kunnen oproepen om elkaar een beetje meer te ontzien. Door woorden die voor een deel van de bevolking als kwetsend of denigrerend worden beschouwd per se te willen in stand houden, wat bereiken we daar eigenlijk mee? Als er honderd woorden verdwijnen uit onze actieve woordenschat, wat hebben we dan eigenlijk verloren? Is dat zo’n dure prijs om te betalen?

In zijn “13 Observations Made by Lemony Snicket while Watching Occupy Wall Street from a Discreet Distance” schreef Lemony Snicket: ‘Someone feeling wronged is like someone feeling thirsty. Don’t tell them they aren’t. Sit with them and have a drink.’ (‘iemand die voelt dat hem onrecht is aangedaan, is zoals iemand die dorst heeft. Zeg hem niet dat hij geen dorst heeft. Zet je erbij, en drink iets met hem’)

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur