Stereotypen doorbreken

Bevrijd de klas ook op Moederdag van uitsluitende normen

© Brecht Goris

 

In 2008, enkele maanden voor ik mijn doctoraat zou verdedigen (met een grote zwangere buik), publiceerde ik een artikel over Arendt’s visie op onderwijs en de relatie met het politieke. Nu, tien jaar later, met kinderen in de kleuter- en lagere school, kom ik terug bij hetzelfde onderwerp. Van theorie naar praktijk in een decennium.

Hoewel onderwijs thuis zou moeten beginnen door kinderen het goede voorbeeld te geven, met hen te lezen en te discussiëren (en, moet ik bekennen, een klein beetje diversiteits-indoctrinatie door omkoping), is onderwijs een gedeelde verantwoordelijkheid van ouders, leerkrachten en de samenleving als geheel. Deze gedeelde verantwoordelijkheid is zoals alle politieke zaken vaak een bron van spanning en conflict. Recentelijk had ik, niet voor de eerste keer, met zo’n conflict te maken. Het is nu mei en niet november, dus wat zou er aan de hand kunnen zijn?

Vreemd genoeg gaat het over Moederdag, of in ieder geval de manier waarop het op veel scholen wordt ‘gevierd’. Ik waardeer zeker dat de vaak verborgen taken van een moeder, een meer dan full-time job, in de publieke sfeer onder de aandacht worden gebracht. Toch denk ik dat het belangrijk is om te beseffen dat deze feestdag gepaard gaat met complexiteit en met problemen. Om het simpel te houden, wil ik er twee nader bekijken.

De maatschappij vertelt ons dat je pas echt een vrouw bent als je moeder bent. Is dit de boodschap die we nog steeds willen overbrengen?

De eerste complicerende factor is dat Moederdag, zoals veel andere feestdagen, voor sommigen erg pijnlijk kan zijn. Er zijn zoveel mensen die, om verschillende redenen, geen kinderen hebben. Toen ik voor het eerst zwanger was besefte ik me hoeveel vrouwen het gevoel hebben dat ze tekortschieten, omdat ze geen kinderen kunnen of willen krijgen. Hoe beïnvloedt deze dag hen? De maatschappij vertelt ons dat je pas echt een vrouw bent als je moeder bent. Is dit de boodschap die we nog steeds willen overbrengen?

En welk effect heeft Moederdag op al die mensen die hun moeder verloren hebben? Moederdag is een pijnlijke herinnering aan hun verlies.

Of alle mensen die een kind verloren hebben, door abortus, een miskraam, ziekte, geweld of zelfmoord? Moederdag herinnert hen aan een verlies dat nooit gevuld kan worden – zelfs als men andere kinderen heeft.

En alle mensen wiens moeder er niet voor hen was, of hen zelfs mishandelde (of moeders die niet ingrepen terwijl ze wisten dat hun kinderen werden misbruikt)?

En diegenen die gedwongen werden moeder te worden?

Denk bijvoorbeeld ook aan families zonder moeders, bijvoorbeeld met twee vaders. Ik was blij verrast dat er scholen zijn in België die hier al rekening mee houden en de diversiteit aan gezinnen omarmen door Familiedag te vieren (in plaats van Moederdag en een paar weken later Vaderdag).

Ik realiseer me dat gezinnen zonder moeder niet de norm zijn, maar ik vraag me af of juist die norm er niet voor zorgt dat we er weinig over horen. Het is belangrijk om moederschap in al haar complexiteit te zien, en om dat te doen moeten we de dominante normen over moederschap uitdagen.

Seksisme

De tweede complicerende factor is dat Moederdag, zoals het nu gevierd wordt, vaak gepaard gaat met stereotyperingen die (hetero)seksisme in de hand werken. Denk bijvoorbeeld aan de soorten cadeaus die voor Moederdag in de schappen liggen, of op school door kinderen worden gemaakt. In boeken, op televisie en in de media wordt er een bepaald beeld van moederschap geschetst, dat bol staat van impliciete normen die we zo op onze kinderen overbrengen.

In boeken, op televisie en in de media wordt er een bepaald beeld van moederschap geschetst, dat bol staat van impliciete normen die we zo op onze kinderen overbrengen.

Dit viel me afgelopen weekend op, toen mijn dochter en een vriendinnetje aan het spelen waren met houten pinguïns. Er brak een ruzie uit en ik ging luisteren om te horen wat de bron van het conflict was: ze konden het niet eens worden wie de mama pinguïn was. Mijn eerste reactie was: super, ze willen allebei de mama zijn! Maar toen realiseerde ik me hoeveel problemen er waren met dit conflict tussen twee driejarigen. Waarom kwamen ze niet op het idee dat ze allebei de moederpinguïn konden zijn? Ik vroeg hiernaar en ze antwoordden vol overtuiging: “omdat er een mama en een papa pinguïn moet zijn om een gezin te hebben”.

Nadat ik voorbeelden had genoemd die deze assumptie ontkrachten (die ze met enige tegenzin accepteerden), vroeg ik waarom ze dan geen papa’s wilden zijn? Opnieuw klonk het in koor: “omdat we meisjes zijn, moeten we mama’s zijn”. Nog een assumptie die ik moest corrigeren – niet gemakkelijk in taal die voor driejarigen begrijpelijk is. De hele tijd spookte er door mijn hoofd: ik hoop dat de ouders van het vriendinnetje niet boos zijn dat ik dit problematiseer – ik zou niet willen dat mijn kind sociaal wordt uitgesloten vanwege mijn opvattingen.

Nadat ik het ‘pinguïnconflict’ had opgelost, dacht ik na over het feit dat geen van beide kinderen verder kon denken dan de dominante heteroseksuele sociale normen en dat geen van beiden tevreden was geweest met mijn concrete tegenvoorbeelden. Ik moet met enige schaamte bekennen dat ik me meer bewust ben van dit probleem nu ik een dochter heb die zich (denk ik) identificeert als cis-vrouw, met andere worden: mijn dochter voelt zich uitgesproken een meisje.

Hoewel ik altijd bewust ben geweest van de gevaren van gender stereotyperingen in het algemeen, is het extra pijnlijk wanneer mijn driejarige dochter helemaal van slag is als iemand haar intelligent noemt, en in plaats daarvan erkend wil worden als mooie roze prinses. Het maakt me ervan bewust dat ik veel meer moet oppassen met de boodschap die ik uitdraag en die ze krijgt op school en van de samenleving als geheel.

Kinderen beschermen

Wat Moederdag zo politiek maakt is dat het vaak bepaalde genderstereotypes uitdraagt die we kinderen impliciet meegeven. Welke normen leggen we hen op – meestal zonder het zo te bedoelen – en hoe schaadt dit onze kinderen en de toekomstige samenleving?

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Wie nog twijfelt of gender wel sociaal geconstrueerd is, zou eigenlijk eens moeten kijken naar autistische kinderen, die normen minder makkelijk oppikken. Zij hebben een openheid naar gender en seksualiteit waar we allemaal iets van kunnen leren.

Hoe vormen we, via de school (en natuurlijk ook via de media) de volgende generatie? Om deze vraag te bekijken, zowel in theorie als in praktijk, ging ik opnieuw bij Hannah Arendt te rade. Voor Arendt is onderwijs, voorafgaand aan de universiteit (waarvoor niet iedereen het privilege of de behoefte heeft), deel van de privésfeer. Volgens Arendt zouden deze scholen een veilige omgeving moeten bieden om kinderen te beschermen en verzorgen, om hen de kans te geven zichzelf en de wereld zonder angst te ontdekken. Voor Arendt zou de kindertijd een tijd van verwondering, dromen en hoop moeten zijn:

“Voor zover het kind nog niet bekend is met de wereld, moet hij [sic] er geleidelijk aan geïntroduceerd worden; voor zover hij [sic] nieuw is, moeten gezorgd worden dat dit nieuwe ding tot bloei komt in relatie tot de wereld zoals ze is” (1961, 189)

De laatste jaren realiseer ik me steeds meer hoezeer Arendt’s filosofie van onderwijs, zoals veel van haar werk, is geschreven vanuit een perspectief van privilege. De realiteit is dat haar ideaal voor veel kinderen, zelfs van drie jaar oud, niet haalbaar is. Op deze leeftijd zijn kinderen die geen deel uitmaken van de dominante norm, of het nu gaat om ras, klasse of gender, al blootgesteld aan de realiteit van onrechtvaardigheid en uitsluiting in de samenleving.

Seksisme en racisme, of in ieder geval de stereotypen die hieraan bijdragen, beginnen op zeer jonge leeftijd en worden op elk moment van elke dag opnieuw benadrukt.

Hoewel Arendt zich bewust is van deze politieke realiteit, dacht ze ten onrechte – zoals velen – dat we kunnen wachten tot kinderen volwassen zijn om hen met deze vragen te confronteren. Wat ik me nu realiseer, deels door waar ik geboren en waar ik nu woon, is dat 18 jaar te laat is. Seksisme en racisme, of in ieder geval de stereotypen die hieraan bijdragen, beginnen op zeer jonge leeftijd en worden op elk moment van elke dag opnieuw benadrukt. 18 jaar wachten is te lang.

Als kinderen te jong zijn om te begrijpen dat hen impliciet wordt geleerd de status quo te behouden, is het onze verantwoordelijkheid als ouders en als volwassenen ervoor te zorgen dat dit niet gebeurt. Als we willen leven in een wereld waar iedereen de kans heeft zich te ontwikkelen zonder gehinderd te worden door vooroordelen over wat meisjes – en zwarte mensen en moslims – wel en niet kunnen, moeten we ons hiertegen uitspreken. Wat kunnen we dan precies doen? Het antwoord is te lang voor deze korte column, maar ik kan, bij wijze van conclusie, wellicht een paar tips geven.

Bevrijd de klas

Het klaslokaal zou een veilige plek moeten zijn voor iedereen, een plaats om te experimenteren, te creëren, te verbeelden. We kunnen het klaslokaal juist gebruiken om kinderen kennis te laten maken met alternatieven en hun verbeelding te prikkelen, zodat ze als volwassenen minder gebonden zullen zijn aan dominante normen.

Een schoolomgeving die de uitsluitende normen uit de maatschappij reproduceert is veilig noch bevrijdend. Juist de school zou de plek moeten zijn waar kinderen afstand kunnen nemen van de normen die de maatschappij al aan hen oplegt. We zouden, zoveel als het kan, een ruimte moeten creëren die vrij is van de heteronormatieve normen en genderstereotypes die bijdragen aan seksisme.

We moeten van het klaslokaal juist dat maken wat de samenleving niet wil dat het is: een plaats waar kritische geesten de wereld kunnen ontdekken.

We kunnen kinderen boeken laten lezen waarin niet staat dat meisjes moeders moeten worden, of prinsessen, of geobsedeerd met hun uiterlijk. Laten we zorgen dat onze bibliotheken ook verhalen hebben die het gender van de hoofdpersonen niet definiëren en waarin van jongens niet verwacht wordt altijd sterk te zijn en hun emoties niet te tonen. Hoewel er geen garantie is dat dit werkt, zijn er vele voorbeelden waar het wel effect heeft.

We kunnen Moederdag vieren op een inclusieve manier, zoals nu al op sommige scholen gebeurt. We kunnen bibliotheken en klaslokalen opnieuw inrichten, zodat ze minder stereotyperend zijn. Waarom zetten we de poppenhoek, met niet alleen maar witte vrouwelijke poppen, niet naast de autohoek? We kunnen proberen de verhouding tussen vrouwelijke en mannelijke leerkrachten op alle niveaus meer in balans te brengen, zodat er in het lager onderwijs niet voornamelijk vrouwen voor de klas staan, en in het hoger onderwijs niet voornamelijk mannen.

We moeten van het klaslokaal juist dat maken wat de samenleving niet wil dat het is: een plaats waar kritische geesten de wereld kunnen ontdekken.

Nu ik tien jaar moeder en politiek actief ben, ben ik me bewust van Arendt’s inzichten, maar ook haar tekortkomingen. Arendt had gelijk toen ze zei dat we kinderen nooit met de politieke strijd mogen opzadelen waarvoor we als volwassenen verantwoordelijk zijn. En als ik kijk naar Vlaanderen, België en Europa vandaag, dan is er nog veel politieke strijd te strijden. Maar, en hier wijk ik af van Arendt, dat betekent niet dat onderwijs niet politiek kan zijn in de zin dat het kinderen een ruimte biedt om de politieke normen uit te dagen die hen anders, in de toekomst, zullen beknellen.

De schoonheid van de kindertijd is dat kinderen de beperkende normen van de samenleving, waar zoveel volwassenen aan lijden, nog niet hebben geïnternaliseerd. Laten we daar gebruik van maken.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • politiek filosofe

    Dr. Anya Topolski, geboren en getogen in Canada, is associate professor in de Politieke Filosofie en Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.