"Al amanah": wij zijn verantwoordelijk voor elkaar

De stad is niemands eigendom, net zomin als de rivieren, de maan en de sterren, de bomen in het bos

CC Joey Zanotti (CC BY 2.0)

Een muurschildering van artiesten Christina Angelina & Fanakapam in Los Angeles, Verenigde Staten.

Auteur Rachida Lamrabet roept op om verantwoordelijk en zorgzaam om te gaan met elkaar, met de taal waarmee we over elkaar spreken, en met de toekomst van de stad. Want daarin zullen de volgende generaties wonen, wanneer wij alles uit handen hebben gegeven. Dat alles, schrijft ze, zit in het begrip “al amanah”.

Ik wil jullie graag iets vertellen over al amanah.

Al amanah is een filosofisch concept uit de islamitische cultuur dat moeilijk te vertalen valt, maar dat ik kan omschrijven als de morele verantwoordelijkheid, de plicht die mensen hebben, dag in dag uit, tegenover elkaar en tegenover alles wat ze in hun handen hebben.

Al amanah is een inspanningsverbintenis om omzichtig en menselijk met elkaar om te gaan. Zeker wanneer mensen niet de kracht noch de macht hebben om voor zichzelf te zorgen. Het is een concept dat je in alle culturen terugvindt en dat moet ons niet verwonderen, want dit concept maakt volgens mij de ziel uit van wie wij zijn als mens. Wij willen voor elkaar zorgen, in wezen. Wij willen elkaar geen kwaad berokkenen, in wezen. Wij zijn verantwoordelijk, in wezen.

Wij willen de anderen behandelen zoals wij zelf behandeld willen worden. Maar vaak gaat het ergens onderweg mis.

***

Misschien kan ik dit concept aanschouwelijker maken door u een verhaal te vertellen.

Het is een verhaal dat de Afro-Amerikaanse schrijfster, Toni Morrison, aanreikte toen ze in 1993 de Nobelprijs voor Literatuur in ontvangst nam. Toni Morrison beschouw ik als mijn literaire moeder en als zij een verhaal vertelt dan ben ik heel erg aandachtig.

Het verhaal gaat als volgt.

Er was eens een oude vrouw die blind was. De vrouw had in haar stad en de wijde omgeving de reputatie een wijze vrouw te zijn. De inwoners van de stad kwamen vaak bij haar te rade over de meest uiteenlopende kwesties.

Voor mij is een stad in handen van haar inwoners een stad in beheer, een tijdelijk toevertrouwd geschenk.

Op een dag kreeg zij het bezoek van een groep mannen en vrouwen die met haar een grap wilden uithalen. Het waren nuchtere, hardwerkende mannen en vrouwen die voor eens en voor altijd deze vrouw wilden ontmaskeren omdat zij ervan overtuigd waren dat de vrouw een bedriegster was die onterecht veel aanzien kreeg van de mensen in de stad. Haar wijsheid was voor deze mannen en vrouwen van geen enkele betekenis. Want hoe kon een blinde vrouw weten hoe de wereld draaide? Dat konden enkel zij, de hardwerkende mannen en vrouwen die gezegend waren met een scherp zicht. Zij waren het die wisten wat goed en wat slecht was voor hun stad, en de inwoners van de stad moesten voortaan maar bij hen te rade komen.

Toen ze voor haar stonden, stelden ze haar een vraag.

‘Wij hebben een vogel in onze handen, wij willen dat u ons vertelt of die vogel in onze handen dood of levend is.’

De wijze vrouw zweeg lang.

De mannen en vrouwen werden ongeduldig.

‘Zeg ons of de vogel die wij in onze handen hebben dood of levend is.’

Natuurlijk kon de vrouw niet zien of de vogel in hun handen leefde of dood was.

‘Ik weet het niet’, zei ze. ‘Ik weet niet of de vogel die jullie vasthouden dood of levend is. Maar wat ik wel weet is dat hij in jullie handen ligt.’

Het was mogelijk dat de mannen en vrouwen de vogel levenloos hadden gevonden. Maar het was ook mogelijk dat ze de vogel levend gevangen hadden en hem nadien gedood hadden. En als ze de vogel niet gedood hadden, konden de mannen en vrouwen alsnog beslissen hem te doden.

Wat de situatie ook was, de vogel was in hun handen en hij viel onder hun verantwoordelijkheid.

***

De hulpeloze vogel in dit verhaal kan een metafoor voor zoveel zaken zijn. Want wij hebben heel veel zaken in onze handen, waar wij naar eigen goeddunken over kunnen beschikken. We hebben de macht om goed te doen en we hebben de macht om kwaad te doen. En ook dan helpt het om datgene wat je in je handen hebt te beschouwen als een amanah, als een kostbaar, fragiel geschenk dat je met veel omzichtigheid moet behandelen en dat je op een gegeven moment moet je loslaten of doorgeven.

***

De taal die wij met elkaar spreken is een amanah.

Je kan de taal versmachten en gebruiken om haat en angst te zaaien. Je kan met taal een vijand maken van de anderen. Je kan ervoor kiezen de taal die sommigen spreken, niet te willen begrijpen waardoor je niet hoort wat ze willen zeggen.

‘Haatdragende taal doet meer dan geweld vertegenwoordigen, ze is geweld. Haatdragende taal doet meer dan de grenzen van onze kennis aantonen, ze beperkt onze kennis’, zegt Morrison.

We kunnen er ook voor kiezen met omzichtigheid en waarheid die taal te gebruiken. We kunnen onze woorden zo kiezen dat we elkaar niet als de onbetrouwbare andere zien, dat we elkaar als mens erkennen om een dialoog, een echt gesprek mogelijk te maken. Om elkaar hoop, licht en troost te geven.

Onze taal als een amanah

Onze taal helpt ons om verhalen over elkaar te vertellen. Ze helpt ons om onze wereld te verbeelden, de wereld van nu, de wereld die er niet meer is maar ook de wereld die in de toekomst ligt.

***

Wij verbeelden ons onze stad met de taal die wij hanteren en we geven dat door aan de volgende generaties en daar ligt ook onze verantwoordelijkheid. In onze verbeelding over morgen is er veel duisternis; is de ene mens een wolf voor de andere.

In de verbeelding en de taal waarin we spreken over elkaar, over ons land, over onze stad is er weinig hoop en zuurstof. Zo is in sommige verbeeldingen de plek die wij delen een plek die in het bezit is van slechts een aantal uitverkorenen.

Men gebruikt de taal uit het eigendomsrecht. De retoriek van de bezitter, van de eigenaar. ‘De stad is niet van iedereen’, hoor je dan. De stad behoort toe aan een bepaalde groep.

Een groep die zichzelf omschrijft als van hier, hardwerkend en dus welgesteld. Niet blind en dus sterk en gezond en geen enkel geloof aanhangend dan dat van de nietsontziende vooruitgang.

Die uitverkoren groep bepaalt de spelregels, beslist wie burger is van de stad en wie niet. Wie getolereerd wordt en wie niet. Wie waar wel mag komen en waar niet in de stad. Die groep bepaalt de norm, en elk gemanifesteerd verschil, elke afwijking wordt als inciviek gedrag opgevat of zelfs als een daad van agressie. Als een aanval op de identiteit van de uitverkorenen.

***

De handen van mensen die angstig en bezitterig zijn, veranderen in klauwen.

Je kan geen eigendomsclaim hebben op een stad. Net zomin kan je een eigendomsclaim hebben op rivieren, de maan en de sterren, de bomen in het bos.

Voor mij is een stad in handen van haar inwoners een stad in beheer, een tijdelijk toevertrouwd geschenk. Wanneer we de stad in onze handen hebben als beheerders, als inwoners, als gebruikers, als diegene die beleid maken, zal het idee van amanah ervoor zorgen dat we verder kijken dan de korte termijn. Dat we kijken naar het moment dat wij de stad uit onze handen zullen moeten geven in de handen van de volgende generaties.

Het getuigt van deugdelijk beheer wanneer we in onze verbeelding van de stad van morgen de hoop vooropstellen, de solidariteit en de overtuiging dat we er een gedeeld belang bij hebben om samen de klimaatverandering tegen te gaan en de sociale ongelijkheid, het racisme en de discriminatie de wereld uit helpen. Dat kan je je verbeelden met de taal.

Onze stad als een amanah.

***

De vogel in de handen van de vrouw kan ook staan voor fragiele mensen die omwille van omstandigheden afhankelijk zijn van anderen, die noodgedwongen in de handen vallen van anderen waarbij die anderen zeggenschap krijgen over het welbehagen van de mensen die in hun handen terechtkomen. Iedereen van ons komt ooit in zijn of haar leven terecht in die twee posities. Die van de mannen en vrouwen die het lot van anderen in hun handen hebben, maar ook in die van de vogel. Een positie waar de meesten van ons liever niet in belanden, maar het is onvermijdelijk.

In welke positie je ook terechtkomt, het is een situatie die bij uitstek onze menselijkheid en onze empathie test.

Wij zijn verantwoordelijk voor elkaar.

***

Mensen als een amanah behandelen wil zeggen dat we hun menswaardigheid erkennen, ondanks hun kwetsbaarheid.

Mensen als een amanah behandelen wil zeggen dat we hun menswaardigheid erkennen, ondanks hun kwetsbaarheid. Dat we hen bejegenen zoals wij bejegend willen worden. Dat we op zoek gaan naar wat wij gemeen hebben en aanvaarden dat onze verschillen geen hindernissen zijn, omdat wij onze menselijkheid delen. Iemand die de filosofie van amanah toepast, vertrekt van een positief verhaal over ons en weigert elke opdeling tussen wij en zij.

Wij zijn voor elkaar een amanah.

We hebben de plicht onze blik te richten op de fragiele vogel in onze handen en erop toe te zien dat onze vingers beschermend genoeg zijn en tegelijkertijd voldoende geopend zijn zodat er licht en lucht genoeg is, en liefde, veel liefde.

Auteur Rachida Lamrabet schreef deze bijdrage voor de bundel Onvoltooid Verleden Tijd, die historisch herdenken koppelt aan actuele waakzaamheid.

Onvoltooid Verleden Tijd

‘Ten aanzien van het denken moet men zowel kritiek hebben als vertrouwen. Ontbreekt het vertrouwen, dan ontbreekt de moed om het eigen denken te uiten. Ontbreekt de kritiek dan ontbreekt de moed om zich met zijn eigen vooroordelen te confronteren.’ Met dat citaat van de twintigste-eeuwse Nederlandse filosoof Bernard Delfgauw opent de bundel Onvoltooid Verleden Tijd.

Het is een programmatisch citaat, waarmee samensteller Ivo Janssens lijkt te signaleren dat zijn boek afstand wil houden van twee afgronden van het denken: het cynisme of de opperste verwarring over waarheid, kennis en inzicht die te vinden zijn in zowel de populistische complottheorieën als in de rafelranden van het postmodernistische discours; maar ook het comfortabele, maar valse gelijk dat socialemediabubbels, safe spaces of andere hedendaagse echokamers ons bieden. Hier wordt gedacht, in het vertrouwen dat dat inzicht oplevert; en dat vertrouwen laat auteurs én lezers toe om zichzelf, elkaar en iedereen te confronteren met ongemakkelijke, maar noodzakelijke waarheden.

Onvoltooid Verleden Tijd vertrekt bij de gruwel van het nazi-concentratiekamp Buchenwald, met onder andere negen portretten van wereldberoemde slachtoffers. Daarnaast, of daartegenover, staat een reeks bijdragen ‘van actuele denkers, academisch of pragmatisch actief, die reflecteren over de druk die er ook vandaag ligt op veelzijdigheid en democratie’. De verbinding tussen die twee delen binnen één uitgave is nodig, schrijft Ivo Janssens in het Voorwoord, want ‘zowel de traumatische gevolgen van het nationaalsocialisme als de universele rechten en het internationaal recht dreigen vandaag ondergesneeuwd te raken.’

‘De samenstelling van deze stukken is qua constructie opgevat als een polyfonie. Het gaat niet om één welbepaalde mening of visie. Het is integendeel een manier om de onderscheiden stemmen in één geheel gelijkwaardig te combineren’, voegt Janssens toe. Het boek gaat op zoek naar een beter begrijpen van het verleden om een moreel ijkpunt te vinden in de verwarrende tijden die we vandaag meemaken.

Onvoltooid Verleden Tijd, antidotum tegen historisch geheugenverlies werd samengesteld door Ivo Janssens en is uitgegeven door uitgeverij Sterck & De Vreese. 272 blzn. ISBN 978 90 5615 656 5

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2940   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift