Over poëtisch verzet tegen onderdrukking in het Midden-Oosten

De dichter als ziener in de Arabische wereld

© Fatinha Ramos

 

Poëzie is niet weg te slaan uit de Arabische wereld. Betogers scanderen verzen tijdens protesten, zangers brengen poëzie naar de huiskamers, jongeren experimenteren met poëtische taal op sociale media. Gedichten maken deel uit van het erfgoed van het Midden-Oosten en Noord-Afrika en zijn verankerd in de traditie.

Eeuwenlang werd poëzie mondeling overgeleverd. Ook vandaag kennen mensen in de Arabische wereld hun klassiekers en kunnen ze moeiteloos een eeuwenoud gedicht voordragen of een modern gedicht zingen, geïnspireerd door populaire muzikanten.

Daarnaast is poëzie vaak subversief en laken dichters autoriteit: ze doorprikken de holle woorden van machthebbers. Dichters zien wat aan het oog onttrokken is, ze leggen een gevoeligheid bloot en beschrijven de werkelijkheid op een andere manier. De stem van de dichter is uiterst subjectief en tegelijkertijd vertolkt hij de stem van miljoenen.

De stem van de dichter is uiterst subjectief en tegelijkertijd vertolkt hij de stem van miljoenen.

Veel hedendaagse dichters wakkeren het verzet tegen de politieke of sociale orde aan: ze roepen nieuwe werelden op en geven stemlozen een stem. Met geëngageerde poëzie kunnen dichters in de Arabische wereld zich flink in de nesten werken.

Zoals Ashraf Fayadh, een dichter van Palestijnse origine die in Saoedi-Arabië werd geboren maar staatloos is. De Saoedische autoriteiten beschuldigden hem in 2015, na de publicatie van zijn dichtbundel Inwendige voorschriften, van afvalligheid. Een delict waar in zijn land de doodstraf voor kan gelden. Hij werd tot 8 jaar celstraf en 800 zweepslagen veroordeeld. Fayadh schrijft over politieke kwesties en zijn ervaringen als Palestijnse vluchteling. (Gedicht Ashraf Fayadh vertaald door Helge Daniëls, professor Arabistiek aan KU Leuven

De kracht van het woord

Ook de Israëlische staat is sinds zijn oprichting beducht voor de subversieve kracht van poëzie. De Palestijnse dichter Mahmoud Darwish moest dit zijn leven lang ondervinden. Als zesjarige ontvluchtte hij in 1948 noodgedwongen zijn geboortedorp. Toen zijn familie een jaar later terugkeerde werd hij ongewild een inwoner van Israël.

Darwish ontdekte op jonge leeftijd de kracht van het woord. De overheid beschouwde hem als een verzetsdichter en plaatste hem in 1964 een eerste keer onder huisarrest toen zijn gedicht Identiteitskaart een protestlied werd, dat tijdens betogingen werd gezongen.

In de laatste verzen stelt de dichter niemand te haten, al waarschuwt hij de onderdrukker voor zijn woede en zijn honger. ‘Als ik honger heb, is het vlees van mijn onderdrukker mijn eten.’ Darwish hield zelf niet van het gedicht omdat het subtiliteit ontbeerde. Ondanks de vurige smeekbedes van zijn publiek weigerde hij het voor te dragen na zijn ballingschap in Libanon in de jaren zeventig.

Een recenter slachtoffer van Israëls gevoeligheid voor Palestijns creatief verzet is Dareen Tatour, een Palestijns-Israëlische dichteres en activiste.

In oktober 2015 plaatste ze een filmpje op Facebook waarin ze haar gedicht Verzet je mijn volk/Verzet je tegen hen voordroeg. De overheid beschouwde de tekst, gebrekkig vertaald door een politieagent, als opruiend. Een paar dagen later arresteerde de politie haar.

Op basis van het gedicht en twee andere socialemediaposts werd Tatour beschuldigd van ‘opruiing via sociale media’. Ze bracht drie maanden in verschillende gevangenissen door en leefde 2,5 jaar onder huisarrest. In juli 2018 veroordeelde de districtsrechtbank van Nazareth Tatour tot een gevangenisstraf van vijf maanden.

Tijdens het proces analyseerden en vertaalden een professor Hebreeuwse literatuur en een expert Arabisch vertalen het gedicht. Die vertaling verschilde aanzienlijk van de tekst van de politieagent, die een aantal verzen zó vertaalde dat ze gewelddadiger zouden lijken. Ook vertaalde hij het woord shuhada (martelaren) niet, maar verhebreeuwste hij het tot shuhadim, een term die Israëli’s associëren met terreur en zelfmoordaanslagen. In het Arabisch is het een term die zowel voor slachtoffers als daders van geweld wordt gebruikt. Tatour verwijst duidelijk naar slachtoffers, eerder dan op te roepen tot geweld.

In woorden leven

Kan je met woorden het onrecht van de geschiedenis aan de kaak stellen en er een getuigenis over afleggen? Poëzie geeft ook een stem aan zij die rondwaren in de marge van de geschiedenis.

Poëzie geeft ook een stem aan zij die rondwaren in de marge van de geschiedenis.

Zo noemde Mahmoud Darwish zichzelf een Trojaanse dichter: hij belichtte de geschiedenis vanuit het perspectief van de verliezer. Darwish weigerde echter achter een vlag te lopen. Hij wilde de aanwezigheid van Palestijnen in de geschiedenis rehabiliteren, maar ook die van andere volkeren waarmee hij zich verbonden voelde, zoals de Native Americans. ‘Alles in mij was aanwezig om de boodschap van de Indiaan te ontvangen. Zelfs voordat ik zijn cultuur kende, besefte ik dat hij beter over mij sprak dan ik zelf had gedaan’, liet hij in 1997 optekenen in de interviewbundel La Palestine comme métaphore.

Ballingschap en ontheemding zijn thema’s die dichters wereldwijd beschrijven. Poëzie maakt deel uit van het erfgoed van de moderne staatlozen, meent literatuurwetenschapster Lyndsey Stonebridge. Voor veel vluchtelingen is ‘in woorden leven niet zomaar een metafoor’, citeert ze Palestijns dichter Tamim al-Barghouti. Poëtische taal is een noodzaak om weerstand te bieden tegen het geweld van de geschiedenis of het heden, om uitwissing tegen te gaan en het recht op een eigen narratief op te eisen.

Veel hedendaagse dichters belichten thema’s zoals identiteit en racisme en weigeren tot slachtoffers te worden gereduceerd. Ze willen zelf bepalen hoe ze gezien worden. Getuige hiervan het gedicht We Teach Life Sir van de Palestijns-Canadese Rafeef Ziadah, waarin ze de westerse mediaberichtgeving laakt over de oorlog tegen Gaza in 2009.

Ontsnappen aan het opgelegde stilzwijgen

De kracht van poëzie in de Arabische wereld schuilt in haar verbindende werking. Het individu in het Midden-Oosten en Noord-Afrika is een speelbal van politieke en religieuze krachten. Mensen zijn zich sterk bewust van hun nietigheid in het licht van deze krachten. Mensen klein houden, hen laten geloven dat ze niet opgewassen zijn tegen de heersende orde: dat gevoel buiten machthebbers maar al te graag uit.

Poëzie is een manier om die kwetsbaarheid te overstijgen, om zich in te schrijven in een groter geheel, het collectief. Het is een manier om taboes open te breken en te ontsnappen aan het opgelegde stilzwijgen.

Poëzie is een manier om taboes open te breken en te ontsnappen aan het opgelegde stilzwijgen.

Poëzie speelde steeds een rol in het beschrijven van de politieke ontwikkelingen in de Arabische wereld: de Israëlisch-Palestijnse kwestie, de burgeroorlog in Libanon, maar ook het verstikkende autoritarisme in staten als Syrië en Egypte. Voor de Arabische revoluties in 2011 losbarstten, was het allesbehalve evident om uiting te geven aan ontgoochelingen.

Sommige schrijvers deden dat toch, in bedekte termen of soms vrij openlijk zoals de Syrische dichter Mohammed al-Maghout of de Egyptische dichter Ahmed Fouad Negm. Samen met de luitspeler en zanger Sjeikh Imam vormde Fouad Negm een geducht duo dat de internationale en Egyptische politieke machten niet spaarde.

Hierdoor belandde Fouad Negm een aantal keer jarenlang in de gevangenis onder het bewind van de presidenten Nasser en Sadat in de jaren zestig en tachtig. Met zijn anti-autoritaire poëzie verwierf hij aanzien bij de massa’s en voedde hij mee de strijd voor sociale rechtvaardigheid.

Vanuit de gevangenis schreef Negm in 1972 dit gedicht als steunbetuiging aan studenten die protesteerden tegen president Sadat.

Een nieuw soort poëzie

Tijdens de Arabische protesten die in 2011 losbarstten, grepen betogers terug naar de poëzie van Fouad Negm en andere dichters. Zo scandeerden betogers in verschillende landen een gedicht van een Tunesische dichter uit de jaren dertig, Abou el-Kacem Chebbi.

Met de revoluties zag ook een nieuw soort poëzie het licht: poëzie die dichter bij de straat staat en er zelfs ontstaat. Voor veel burgers is deze vorm van poëzie een brug tussen heden en verleden, tussen individu en collectief.

Zo verwierf de zanger Ibrahim Qashoush bekendheid in Syrië omwille van zijn opzwepende liederen, waarin hij traditionele melodieën bewerkte en er anti-autoritaire teksten aan toevoegde: Yalla, Irhal Ya Bashar, ‘Komaan, stap op, Bashar.’

In juli 2011 werd zijn lichaam gevonden: zijn stembanden waren doorgesneden. Het lied wordt tot op vandaag gezongen.

De Syrische dichter Ahmad Katlesh, onlangs in Antwerpen op uitnodiging van PEN Vlaanderen, beaamt dat de Arabische protesten veel teweegbrachten op het vlak van poëzie. ‘Zelf begon ik na 2011 meer te experimenteren met poëzie, omdat verhalen naar mijn aanvoelen meer over andere personen gaan’, vertelt hij me. ‘In poëzie kan ik meer van mezelf leggen en vond ik een manier om uiting te geven aan alle veranderingen in mijn leven.’

Zijn woorden herinneren aan de Poolse dichter Czeslaw Milosz met zijn Ars Poetica:

Poëzie mag voor Ahmad Katlesh over revoluties gaan, maar de persoonlijke ervaring moet voorop staan. ‘De Syrische revolutie veranderde zo veel. Ze onttrok ons aan die kleine plek waar we allemaal hetzelfde zijn, waar we beperkt zijn, ook in onze innerlijke beleving. Plots waren we vrij om ons uit te drukken, en begonnen dichters in verschillende stijlen te schrijven, wars van bepaalde metrums (zoals de bahr, zie onder), meer alsof ze een verhaal vertellen.’

Onvermijdelijk zoomen veel hedendaagse dichters in op de onvervulde dromen van de revoluties en het vluchtelingschap. Die thema’s dringen zich als het ware op, schrijft de Syrische dichteres Rasha Omran in De stilte uitdagen.

De Canadees-Libanese dichteres Zeina Hashem Beck geeft op een originele manier, vaak in tweetalig Arabisch-Engelse teksten, uiting aan haar ongeloof over de desintegratie van de wereld die ze kende.

(*Bahr is de term voor een metrum in de Arabische poëzie, maar het woord betekent ook ‘zee’)

Poëzie in de publieke ruimte

De Palestijnse dichteres Asmaa Azaizeh plaatst een kanttekening bij het belang van poëzie. ‘Gedichten worden niet meer geconsumeerd door de meerderheid van de mensen zoals het geval was in de jaren zestig en zeventig, toen dichters nationale helden waren. Dat tijdperk is voorbij en dat is niet noodzakelijk slecht’, vindt ze. ‘Het voornaamste is dat poëzie deel uitmaakt van het leven van mensen, dat er ruimte voor blijft in het publieke domein.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Marcia Lynx Qualey, de uitgeefster van het online magazine ArabLit, beaamt dat er in het literaire establishment iets minder ruimte is voor poëzie. ‘Nu is er veel aandacht voor romans, in de kranten, via literaire festivals en prijzen. Toch blijft er in de Arabische wereld altijd plaats voor poëzie, niet alleen bij de elite maar ook via sociale media.’

Azaizeh kon gedichten van Nizar Qabbani voordragen voor ze kon lezen.

Azaizeh maakt de bedenking dat in tijden van Twitter en Facebook poëzie best niet te complex is. Zelf komt ze uit een gezin waar poëzie dagelijkse kost was. Ze kon de gedichten van Nizar Qabbani voordragen vóór ze kon lezen. Eenvoudige taal is niet aan haar besteed.

In haar bundel Geloof me niet als ik vertel over de oorlog moet de lezer meestappen in haar logica die een loopje neemt met zwart-witvisies over goed en kwaad.

Waarschijnlijk vindt de poëzie van Azaizeh niet zomaar haar weg naar een grote groep lezers. En toch is ze zichtbaar in de publieke ruimte, door haar doorgedreven inspanningen om poëzie aan de man te brengen. In haar eigen galerij in Haifa, via sociale media, op festivals.

Andere hedendaagse dichters in de diaspora zoals Ghayath al-Madhoun (Syrië), Dunya Michail (Irak) en Fatena al-Ghorra (Palestina) zijn vertellers die internationaal een publiek weten te veroveren door hun scherpe inzichten en charisma. ‘De onbetamelijkheid van de vluchtelingenstijl, zouden we kunnen stellen, is het schrijven vanuit de voorhoede, het zich opnieuw inschrijven in het publieke en politieke domein vanuit de positie van de staatloze’, schrijft literatuurwetenschapster Lyndsey Stonebridge.

Poëzie kan op zich geen dingen doen gebeuren maar kan wel mensen wapenen om de rauwheid van de echte wereld te bevatten.

Poëzie kan op zich geen dingen doen gebeuren maar kan wel andere, mogelijke werelden oproepen, en mensen wapenen om de rauwheid van de echte wereld te bevatten. Het is een taalvorm die dermate is ingeburgerd in de Arabische wereld dat hij vaak onverhoeds opduikt. De massa’s zullen zich blijven beroepen op poëtische taal om hun ongenoegen of hun hoop op vrijheid te uiten.

‘Geef me mijn vrijheid en maak mijn ketenen los.’ De legendarische Egyptische zangeres Oum Kalthoum zong dit vers van dichter Ibrahim Nagi in Al-Atlal (De Ruïnes), en het ligt op de lippen van veel betogers. Zo blijven dichters, ongewild, het verzet aanvoeren tijdens straatprotesten.

Tot slot: poëzie floreert in tijden van verdrukking. Omwille van zijn beeldspraak is het bij uitstek het genre dat censuur weet te ontlopen. Metaforen zijn ideaal om omfloerst verzet uit te drukken en te ontsnappen aan het oog van het regime.

Dit artikel werd geschreven voor het lentenummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Medewerker Midden-Oosten bij Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen

    Brigitte Herremans is onderzoekster mensenrechten aan de Universiteit Gent. Ze werkte 16 jaar lang als experte Midden-Oosten bij Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen.