Andrée Blouin, de vrouw van wie de Belgen bang waren

Recensie

Andrée Blouin, de vrouw van wie de Belgen bang waren

cover van het boek ‘Afrika, mijn land’, van Andrée Blouin
cover van het boek ‘Afrika, mijn land’, van Andrée Blouin

Wie de impact van de kolonisatie beter wil begrijpen, moet die zien door de ogen van de Afrikaanse activiste en politica Andrée Blouin. Als kind moest ze boeten voor ‘de zonden van haar ouders’, en ze zag haar zoontje sterven omdat het niet wit genoeg was.

‘Sommige woorden en formuleringen weerspiegelen de tijd waarin het boek ontstond’, staat te lezen op de flap van Afrika, mijn land, de pas naar het Nederlands vertaalde autobiografie van Andrée Blouin (1921-1986). Maar laat die waarschuwing je niet afschrikken. Net omdat het een tijdsdocument is, moet dit boek op je leeslijst belanden.

Veertig jaar na haar dood bieden de memoires van Andrée Blouin ons een unieke inkijk in de pan-Afrikaanse strijd van de jaren ’50 en ‘60. Het leven en de strijd van deze vrouw bleef tot nu toe onderbelicht. Haar memoires werden voor het eerst uitgebracht in 1983, maar zijn nu pas in het Nederlands te lezen. Rijkelijk laat, of misschien net op tijd.

Kindergevangenis

Andrée Blouin wordt geboren in wat dan nog de Franse kolonie Oubangui-Chari is (vandaag de Centraal-Afrikaanse Republiek). Haar Franse vader had haar bij de geboorte niet erkend, maar heeft wel de macht om de driejarige Andrée naar een weeshuis voor kinderen van gemengde afkomst te brengen, tegen de wil van haar zwarte moeder in.

Haar jeugd brengt ze door in wat ze beschrijft als een ‘kindergevangenis’ in Brazzaville (toen Frans-Congo), geleid door de zusters van de orde van Sint-Jozef van Cluny. Ze ondergaat er dagelijkse vernederingen en ontberingen, ‘als straf voor de zonde van haar ouders’. Het laat diepe wonden na bij Blouin. En het zal veel tijd vergen om zich te bevrijden van het beeld van minderwaardigheid dat haar hardhandig wordt ingeprent.

Gestorven omdat hij niet wit was

In 1944 sterft haar tweejarige zoon op tragische wijze. ‘Het politiseerde me, zoals niets anders ooit had gekund’, schrijft Blouin daarover. Het verlies, dat vermeden kon worden, zorgt voor een keerpunt in haar leven.

De peuter is ernstig verzwakt door malaria wanneer Blouin te horen krijgt dat hij geen recht heeft op levensreddende kinine, een medicijn dat enkel Europese patiënten toekomt. Blouin trekt nog naar de burgemeester-administrateur van Bangui, smekend om een uitzondering voor een kind met een Franse vader en grootvader. ‘Kinine is alleen voor witten. Jij bent zwart. Dat maakt uw zoon ook zwart’, krijgt ze te horen.

Een maand later verliest de kleine jongen de strijd tegen malaria. De witte buurjongen en speelkameraad van haar zoon krijgt in diezelfde week wél de nodige behandeling en overleeft de strijd tegen dezelfde ziekte.

Haar man heeft weinig begrip voor de pijn om de racistische dood van haar kind. Het huwelijk houdt niet stand. Blouin hertrouwt en belandt zo in Guinee.

De zwarte passionara

Blouin woont in Guinee wanneer Sekou Touré er in 1958 campagne voert tegen het Franse voorstel om na de onafhankelijkheid deel te blijven uitmaken van de Franse Gemeenschap. Ze gooit haar leven om en stapt in de pan-Afrikaanse beweging van Touré. Al snel zal ze een belangrijke rol spelen in de onafhankelijkheidsstrijd in Guinee, Congo-Brazzaville, de Centraal-Afrikaanse Republiek én ook Belgisch Congo.

Zo trekt ze aan de vooravond van de Congolese onafhankelijkheid door het land met Pierre Mulele en zijn Parti Solidaire Africaine. Ze mobiliseert vooral de Congolese vrouwen, wat leidt tot de grootste vrouwenbeweging van het land.

Het levert Blouin in de Europese pers de bijnaam ‘de zwarte pasionaria’ op, naar de activiste die in de Spaanse burgeroorlog haar politieke strijd aan die van vrouwenrechten verbond. Maar de Belgische geheime dienst omschrijft Blouin als een gevaarlijke courtisane die snel het land uit moet. Later sturen ze die mening bij en is ze ’des te gevaarlijker omdat ze geld en seks veracht. Ze is oprecht en onvermoeibaar. Een fanatica.’

Niet enkel Congolese leiders zoals Patrice Lumumba en Antoine Gizenga moeten worden geëlimineerd, kon Blouin lezen in een gelekt veiligheidsrapport aan de vooravond van de onafhankelijkheid. Ook zijzelf moet vertrekken of hetzelfde lot ondergaan. Meermaals ontsnapt Blouin aan een aanslag op haar leven.

Na de onafhankelijkheid wordt Blouin chef protocol van ’s lands eerste regering, onder leiding van Lumumba. Maar die regering wordt meteen door België ondermijnd. Lumumba wordt opgepakt en Blouin het land uitgezet.

Haar man en kinderen blijven als gijzelaars achter, om haar stilzwijgen te garanderen. Met Belgische medeplichtigheid wordt Lumumba, amper zes maanden na de onafhankelijkheid, vermoord.

Gered van een tweede dood

‘Vergeten worden is de tweede dood’, schrijft Blouins dochter in de epiloog van het boek. Tijdens haar strijd voor vrije, soevereine Afrikaanse naties wordt haar moeder door pers en politiek opgejaagd. Maar op haar begrafenis in 1986 is nog slechts een kleine groep activisten van de oude garde aanwezig. De pers wijdt, op een klein overlijdensbericht na, geen aandacht aan haar dood.

Haar dochter herinnert zich de ijver waarmee Blouin haar memoires neerpende. Pas in 1983 werd de autobiografie in het Engels gepubliceerd, mee onderschreven door haar eindredactrice, Jean MacKellar. Wanneer Andrée Blouin drie jaar later, op 65-jarige leeftijd, overlijdt aan kanker, komen de volledige rechten bij MacKellar terecht.

Tientallen jaren kost het haar dochter om de rechten terug te krijgen, maar met succes. Vorig jaar kon de autobiografie opnieuw in het Engels worden uitgebracht, en uitgeverij EPO vertaalde die ook naar het Nederlands. Andrée Blouin heeft een hoge prijs betaald voor haar engagement. Door te vechten voor de rechten van deze autobiografie zet haar dochter de strijd van haar moeder voort.

cover van het boek Afrika, mijn land

Afrika, mijn land. Autobiografie van een zwarte pasionaria, Andrée Blouin. Uitgegeven door EPO, 2025. 340 blz. Uit het Engels vertaald door Hanna Vandercammen. ISBN 978 94 626 7556 8

Deze recensie werd geschreven voor MO*159, het lentenummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.

cover van MO*159, getiteld: USAID en met ondertitel ‘De Amerikaanse middelvinger naar de meest kwetsbaren’
USAID

De Amerikaanse middelvinger naar de meest kwetsbaren