Twee boeken belichten verleden en toekomst van Cuba
Cuba door de ogen van de believers
)
© Andy Leung HK / Needpix (CC0)
)
© Andy Leung HK / Needpix (CC0)
Twee boeken belichten verleden en toekomst van een eiland met een unieke geschiedenis: Cuba. Het ene overschouwt de troebele relatie met de VS, het andere onderzoekt de honderdjarige opdracht om het land te wapenen tegen de klimaatverandering.
Geen onderwerp zo ondankbaar voor een Latijns-Amerikacorrespondent als Cuba: de poppen heb je geheid aan het dansen. Het eiland strompelt alweer richting zeventigste verjaardag van zijn revolutie maar blijft hevige emoties oproepen, vooral bij buitenstaanders.
Er zijn de Fidel-adepten. Niet zelden bejaard, dan toch een pluizige baard in navolging van hun rebelse evenknieën. Gehuld in Che-T-shirts loeren ze in Oud Havana met dichtgeknepen billen naar de vrouwen. En komt een Cubaan iets vragen, dan wordt die kordaat en woordeloos weggewuifd. Wanneer ze bij thuiskomst kritiek op het regime waarnemen, volgt een tirade. De blokkade, weet je wel.
Aan de andere kant maakt de arrogantie plaats voor onwetendheid. Ze zijn er weleens geweest, met hun hemelsblauwe polo over de schouders gedrapeerd – ‘Die cruise had toch een halte in Havana?’ Het woord openluchtgevangenis valt vaak. Was Fidel geen homohater? En het probleem met communisme is dat op een bepaald punt andermans geld op raakt.
Kijk, zo makkelijk is dat: alle kleurschakering onder de mat vegen.
Het komt terug in elke discussie over Cuba. De David versus Goliath-allures van ’s lands geschiedenis zijn daar niet vreemd aan. Het eiland, voordien niet veel meer dan de deurmat van de machtige Verenigde Staten, trapte in volle Koude Oorlog het “imperium” recht in de ballen. Fotogenieke jongemannen namen het roer over, Ernesto vervelde tot Che. De rest is parate kennis.
En toch. Over Cuba vallen best wat eerlijke verhalen te vertellen. Er is waarschijnlijk geen volk op aarde dat méér doet met minder middelen. Fiksen is er een levenskunst: geen woorden zo Cubaans als conseguir (bereiken, te pakken krijgen) en arreglar (oplossen, regelen, repareren).
Geen Latijns-Amerikaanse stad die veiliger aanvoelt dan Havana – en dat zonder megagevangenis of regeringsdeal met bendeleiders. De afwezigheid van reclame zorgt voor een ongekende mentale rust. Mysterieus genoeg lijken de mensen er bovenmatig getalenteerd. Het gratis onderwijssysteem lijkt vruchten af te werpen: in Cuba zal je niet te horen krijgen dat België de hoofdstad van de VS is – in alle variatie vaste prik op de rest van het continent.
En ja, solidariteit betekent er nog iets. ‘Ze moeten wel,’ zullen critici aanvoeren, ‘alleen red je het simpelweg niet.’ Enzovoort. Als er één perpetuum mobile bestaat, dan wel het debat over Cuba, met beide kampen verzand in een haast masturbatoire stellingenoorlog.
In deze context situeren zich ook 100 jaar om de zee te stoppen (Julie Steendam & Isabelle Vanbrabant) en Dat fucking eiland (Noam Chomsky & Vijay Prashad). Beide boeken scharen zich uitdrukkelijk aan de kant van de believers.
Prashad en Chomsky overschouwen de troebele relatie tussen de VS en Cuba. Het paradigma is dat de Amerikaanse fascinatie voor het eiland die van de maffiabaas is. Cuba moet kopje onder. Niet omdat het zo’n bedreiging vormt, maar omdat het een gevaarlijk precedent is: een arm land dat met succes kiest voor een alternatief model buiten het kapitalisme om. En… daarin slaagt. Of dat is toch de boodschap die de rest van het boek wil uitdragen.
Met schrijvers als Chomsky, taalkundige én politiek activist, en Prashad, Indiaas-Amerikaans historicus, journalist en zelfverklaard marxist, weet je waar je aan begint: verwacht geen genuanceerde schets van een unieke relatie tussen twee buren. Cuba is in dit boek passief slachtoffer, de Verenigde Staten zijn de boze boeman. Daar valt best wel wat voor te zeggen. Maar de neiging tot polemiek en activisme verhindert een open blik op Cubaanse actoren.
Collectief honderdjarenplan
Dan steek je meer op van de pennenvrucht van Steendam en Vanbrabant. Net omdat die op één thema focust, de strijd tegen klimaatverandering, heb je als lezer het gevoel dat het boek de klassieke stellingenoorlog vermijdt. In 100 jaar om de zee te stoppen onderzoeken de auteurs de zogenaamde Tarea Vida (‘Levenstaak’), de honderdjarige opdracht die de Cubaanse overheid zich stelde om het land te wapenen tegen de klimaatverandering.
Geef toe: bekeken vanuit een land waar politici niet veel verder denken dan hun volgende verkiezingsuitslag is een collectief honderdjarenplan niet minder dan ontzagwekkend. Cynici zullen het alweer graag vergelijken met de vijfjarenplannen van een niet nader genoemde Sovjetleider. Maar de realiteit is natuurlijk dat een thema als de klimaatverandering gebaat is bij een verre horizon. Dat lijken de Cubanen alvast goed begrepen te hebben. Het is de verdienste van Steendam en Vanbrabant om dat lezenswaardig onder de aandacht te brengen.
Desondanks is ook dit boek in hetzelfde bedje ziek als dat van Prashad en Chomsky. Ook in deze gesugarcoate versie van Cuba is geen plaats voor neergeslagen massaprotesten, politieke gevangenen of economische harakiri. Als mensen al willen vertrekken, is dat de schuld van de blokkade. Maar tenminste zijn de Cubanen in dit boek geen houten klazen in hun eigen theater. Toch schiet ook 100 jaar om de zee te stoppen zijn eigen doel voorbij. Het presenteert zich als een hoopvolle schets van een moedige poging om de klimaatverandering het hoofd te bieden. Maar door de ideologische stellingname van de auteurs blijf je als lezer toch vooral met vragen achter.
In de eerste plaats: is Tarea Vida een oprechte poging van de Cubaanse regering, uitgerust met overeenkomstige middelen? Of is het toch vooral een manier om zich in het post-Sovjettijdperk te blijven handhaven als rebel op het internationale toneel? Beide antwoorden zijn relevant. Maar als lezer wil je niet het gevoel krijgen dat de auteurs zulke vragen uit de weg gaan.

Honderd jaar om de zee te stoppen, Julie Steendam en Isabelle Vanbrabant. Uitgegeven door EPO, 2022. 214 blz. ISBN 978 94 626 7397 7
Dat fucking eiland, Noam Chomsky en Vijay Prashad. Uitgegeven door EPO, 2025. 140 blz. ISBN 978 94 626 7534 6
Deze recensie werd geschreven voor MO*158, het winternummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.







