Het verhaal van Charles (2002 – vandaag): Mineraalwinning in Congo voor onze elektronische apparaten

Deze getuigenis* verscheen in het boek “Made by children. Kinderarbeid vroeger en nu” dat uitgegeven werd naar aanleiding van de gelijknamige tentoonstelling die nog tot 7 januari 2018 te zien is in het Museum voor Industrie, Arbeid en Textiel in Gent.

  • Deze foto verscheen in het boek "Made by children. Kinderarbeid vroeger en nu" van Wendy Vanhoorde en Hilde Langeraert. Deze foto verscheen in het boek "Made by children. Kinderarbeid vroeger en nu" van Wendy Vanhoorde en Hilde Langeraert.

Smartphones, tablets, laptops en batterijen in elektrische wagens zijn samengesteld uit mineralen. Enkele daarvan bevinden zich in grote aantallen in de Democratische Republiek Congo. Mijnwerkers ontginnen de mineralen met de hand. Ze gebruiken slechts een aantal basisinstrumenten. Deze zogenaamde creuseurs dragen weinig of geen bescherming. Veiligheids- en gezondheidsnormen staan niet hoog op de agenda. Kinderen vanaf zeven jaar staan mannen bij in de zoektocht naar het gegeerde ‘goud’. 

Charles is een kind dat zijn verhaal wil vertellen aan de onderzoekers van Amnesty International en African Resources Watch (Afrewatch). Hij is 13 jaar op het moment dat de onderzoekers rondreizen (2015) in Congo om de herkomst van mineralen in kaart te brengen. Charles is afkomstig uit Kolwezi, een stad in het zuiden van Congo. In en rond Kolwezi zijn er heel wat mijnsites. Charles werkt samen met zijn vader François in en rond verlaten industriële mijnen. Veelal doet hij dit in de namiddag, maar het gebeurt dat hij er volledige dagen werkt. In het weekend en in schoolvakanties is hij tien tot twaalf uren op mijnsites aan het werk. 

Op hellingen en in valleien zoekt hij naar stenen die mineralen bevatten. Naast goud en koper zijn coltan en kobalt noodzakelijk voor het goed functioneren van elektronische apparaten. Coltan heeft commerciële, industriële en militaire toepassingen. Condensatoren van elektronica bevatten coltan. Kobalt komt als bijproduct van koper en nikkel uit mijnen. Het is vaak in batterijen te vinden maar ook in de medische sector of om glas een blauwe kleur te geven. Charles sorteert, wast en zeeft de gesteenten in beken en meren rondom de mijnsites. Bruikbare mineralen gaan in zakken naar tussenhandelaars. Het sjouwen met gevulde zakken is zwaar werk.

Het geld dat Charles verdient, zo’n 1000 à 2000 Congolese Franc of 0,75 à 1,50 euro per maand, dient om zijn schoolgeld te betalen. Ouders betalen ongeveer 7,50 à 22,50 euro per maand aan lonen voor leerkrachten, uniformen en schoolmateriaal. Voor veel ouders is dit een groot bedrag, waardoor het extra inkomen van hun kinderen welkom is.

In 2002 probeert de Congolese overheid nieuw leven te blazen in de mijnsector en buitenlandse investeerders aan te trekken. Veel mijnsites komen in handen van Westerse en Chinese bedrijven. Voor de artisanale mijnwerkers is er geen plaats meer. Ze proberen vaak illegaal binnen te dringen op mijnsites die in handen zijn van internationale bedrijven. Tussen het ontginnen, sorteren en verzamelen van mineralen en het uiteindelijke elektronische eindproduct, zijn er heel wat stappen en tussenpersonen. De gehele keten is weinig transparant. Er zijn vele spelers, elk met eigen belangen, op de markt. Het onderzoek naar de herkomst van mineralen, de omstandigheden waarin de arbeiders werken en het inzetten van kinderen is complex en moeilijk.

Het boek “Made by children. Kinderarbeid vroeger en nu” van Hilde Langeraert en Wendy Vanhoorde is uitgegeven door Stichting Kunstboek en is voor € 24,95 te koop in de museumshop van het MIAT en in de boekhandel. De tentoonstelling “Made by children. Kinderarbeid vroeger en nu” is nog tot 7 januari 2018 te bezichtigen in het MIAT in Gent. Meer info: miat.gent.beIn 2010 trekt de Deense documentairemaker Frank Poulsen naar Oost-Congo om er met eigen ogen vast te stellen op welke manier kinderen mineralen ontginnen. Hij stelt vast dat onderzoekers, journalisten en filmmakers zo veel mogelijk worden geweerd. Deze industrie verdraagt weinig externe blikken. De confrontatie met de rauwe werkelijkheid die Poulsen ziet, brengt hij naar de hoofdzetel van Nokia. Hoopvol verwacht hij oplossingen. Aanvankelijk krijgt hij geen gehoor. Daarna volgt dat ze naar oplossingen zullen zoeken. Teleurgesteld trekt Poulsen de deur achter zich dicht en brengt de documentaire Blood in the Mobile uit over zijn ervaringen.

In hun onderzoeksrapport This is what we die for uit 2016 klagen Amnesty International en Afrewatch de slechte werkomstandigheden en kinderarbeid in de kobaltindustrie in Congo aan. Ze volgen de weg die mineralen afleggen van mijn tot elektronisch apparaat. Ze confronteren een aantal multinationals met de gevonden resultaten. Een aantal ontkennen, een aantal geven toe en antwoorden dat ze naar oplossingen zoeken. Beide organisaties vragen van de Congolese overheid en van de elektronicaproducenten een grotere transparantie en betere arbeidsovereenkomsten.

De vraag naar eerlijke elektronica dringt zich meer en meer op. In 2010 start een groep Nederlandse ondernemers het bedrijf Fairphone op. Ze onderzoeken de weg die diverse grondstoffen afleggen voor de productie van een telefoon. Ze engageren zich voor duurzaamheid, recyclage, conflictvrije materialen en goede werkomstandigheden voor alle arbeiders.

Charles hoopt op een andere toekomst. Zijn vader François is overtuigd van een goede opleiding en doet al het mogelijke om zijn zoon die toekomst te geven.

* waargebeurd verhaal, fictieve naam op vraag van de getuige

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3059   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift