Tine Hens: ‘De klimaatdiscussie gaat in essentie over afscheid nemen van een onhoudbare levensstijl’

Interview

Archief van mogelijk verlies

Tine Hens: ‘De klimaatdiscussie gaat in essentie over afscheid nemen van een onhoudbare levensstijl’

collage van drie foto's van Tine Hens
collage van drie foto's van Tine Hens

Journaliste en auteur Tine Hens is een oude bekende bij de trouwe MO*lezer. Ze schrijft al jarenlang over het klimaat, geeft er lezingen over en bracht ook de boeken Het is allemaal de schuld van de Chinezen en Het klein verzet uit. Nu schreef ze een nieuw boek, Archief van mogelijk verlies. De titel belooft een ontdekking van iets dat we nog niet kwijt zijn. 

We spreken af in het Meerdaalwoud in Oud-Heverlee. Waar beter dan in een stukje bos om van gedachten te wisselen over hoe de natuur onder druk staat, maar nog niet alles verloren is.

Goed ingeduffeld lopen we half december op de aangelegde wandelpaden. Het is niet te nat maar wel te warm voor het jaar. Een doodgewone herfstdag met veel bruine bladeren op de grond en ook nog aan de bomen – alleen is het bijna winter. 

We steken onmiddellijk van wal, want dit boek is anders dan andere boeken. De literaire non-fictie past bij haar boodschap. We hebben het over het belang van gevoelens en de nood aan zorgvuldige natuurbeschrijvingen als teken van verbondenheid met de planeet.

Is het haar meest speciale boek? ‘Het is een boek waarvan ik al heel lang wist dat ik het wilde schrijven’, zegt ze. Het klinkt misschien onnozel, maar ik denk dat ik er al vanaf mijn tien jaar mee bezig ben.’

En dat is ook het startpunt dat Tine Hens neemt om haar natuurbeeld als kind op te diepen. Welke vogels waren op haar tiende alomtegenwoordig, welke veldbloemen, hoe zat het toen met de seizoenen?

‘Als we ons de rijkdom van de natuur voorstellen, vertrekken we van het beeld uit onze kindertijd. Dat is de zogenaamde baseline, het ijkpunt. Als de natuur verarmt of verschraalt, verandert die baseline voor mij maar voor de volgende generatie kinderen vormt die verschraalde natuur de nieuwe baseline. Die beseffen amper wat verloren ging.’

Het vertrekpunt van het natuurbeeld is verschoven. In de ecologie heet dat fenomeen de ‘shifting baseline’. Het beschrijft hoe moeilijk we ons kunnen voorstellen wat er ooit was en wat verloren ging. Net dat verlies wil Hens tegengaan met haar boek. Want ‘als je beseft wat we al verloren zijn, ben je veel meer gemotiveerd om er iets aan te doen.’

Opdat we zouden onthouden hoe de natuur op een bepaald moment in de tijd eruitziet, moet je archiveren, vindt Hens, die van opleiding historica is. Beter registreren wat er nu is om het daarna te ontsluiten en lezers in beweging te krijgen.

‘We zijn de gletsjers en de sneeuw, de olm en al die andere dingen aan het verliezen. Willen we dat? Of vinden we het toch erg en gaan we er dan iets aan doen?’

Hens heeft oog voor de veranderingen in ons leefmilieu. Ze merkt op dat natuurelementen zwaar gehavend uit de ‘‘vooruitgang’’ komen. Vuurvliegjes, olmen of gletsjers zijn niet volledig verdwenen maar kampen met pesticiden, ziektes, gevolgen van menselijk ingrijpen.

‘Ik herinnerde me de nacht, de leeuwerik, de kievit en nog zoveel meer uit mijn lagere schooltijd. De vroedmeesterpad leerde ik kennen bij de JNM (jeugdbeweging met interesse in natuur en milieu, red.). Zo magisch! Boven ons huis, nochtans midden in de stad, kon ik toen nog de Melkweg zien. En ja, ik mis die Melkweg echt, het was een overweldigende ervaring.’

‘De korenbloem vond ik altijd zo’n mooie bloem. Dat blauw! Toen ik haar onderzocht voor dit boek, ontdekte ik dat de akkerflora de meest bedreigde planten zijn, simpelweg omdat we alles kapot spuiten.’

Toch is het boek geen aanklacht maar een getuigenis van de schrijfster zelf; hoe ze haar natuurbeeld en -herinneringen veranderd zag. ‘Ik wou zeggen: “Kijk, we zijn de gletsjers en de sneeuw, de olm en al die andere dingen aan het verliezen. Willen we dat? Of vinden we het toch erg en gaan we er dan iets aan doen? En van iets te doen, word je hoopvol.’

Hens klinkt gedecideerd en haar gebaren beklemtonen die overtuiging. Het wordt een expressieve wandeling.

Afscheid nemen

Met haar boek hoopt Hens mensen te bereiken die zich steeds meer afsluiten van de polariserende klimaatdiscussie. Ze wil informeren met onderbouwde argumenten, zonder in cijfers en analyses te vervallen maar door mensen te treffen in het hart.

Tijdens eerdere lezingen merkte ze steeds vaker hoe gevoelig haar publiek reageerde op jeugdherinneringen. ‘Wat ik interessant vond, was dat mensen hun stekels opzetten zodra het onderwerp te dichtbij kwam, voorbij de wetenschappelijke algemeenheden. Ons landbouwmodel, en vooral de westerse vleesconsumptie, is verantwoordelijk voor een kwart van de uitstoot van broeikasgassen. Een essentieel deel van de oplossing is minder vlees eten, zodat er minder veevoer moet worden geteeld en minder land wordt ingenomen. Ook de manier waarop we ons verplaatsen, hoe we reizen en denken dat we overal zomaar naartoe kunnen, alsof we er altijd welkom zijn, legt een enorme druk op onze leefomgeving.’

Als je zulke dingen ter sprake brengt, voel je het verzet bij mensen, vertelt Hens. ‘We moeten de vraag durven te stellen waarom we in het defensief gaan, waarom we bang zijn en waar de weerstand zit. Dat vind ik veel interessantere gesprekken dan het klimaat en de biodiversiteit – de termen alleen al! – als technische vraagstukken te benaderen. Wanneer de leeuwerik ter sprake komt, komt er zo’n zachtheid over mensen: “Ik heb hem ook nog gehoord”.’

‘En dan denk ik: ah ja, hier zit wel een ingang om een ander gesprek te voeren. Ik denk dat we een beetje een vergissing gemaakt hebben om het alleen over stikstof en CO2 te hebben. Mensen kunnen zich daar bijzonder weinig bij voorstellen.’

‘De klimaatdiscussie gaat in essentie over afscheid nemen. Wij, in het Westen, moeten afscheid nemen van een onhoudbare levensstijl. Punt. Het is dan logisch dat we daar opstand, rouw, verdriet en angst bij voelen. Maar in de gesprekken die we daarover hebben, duwen we deze gevoelens allemaal weg.’

3 naast elkaar staande houtgravures van een paling, een gletsjer en een spreeuw

Houtsnedes. Van links naar rechts: paling, gletsjer, spreeuw

Woorden van liefde voor de levende wereld

Tine Hens zoekt de emotie op, het gevoel. Niet alleen door haar kinderjaren op te rakelen, maar ook door haar beklijvende natuurbeschrijvingen. Stijl en toon wisselen van verfijnd, speels, raak, beladen, zacht, ernstig, surreëel tot ronduit geestig. Nooit vervalt ze in cynisme, waardoor het boek een verfrissend perspectief blijft bieden.

‘Ik heb tijd nodig gehad om de juiste toon en woorden te vinden. Het is interessant hoe moeilijk we het vinden om over onze liefde voor de levende wereld te praten. In heel wat culturen, waar de natuur nog vanzelfsprekend deel uitmaakt van het dagelijks leven, is dat een evidentie. Maar wij zijn zo vervreemd geraakt van onze natuurlijke leefomgeving dat we niet veel verder komen dan: “Amai, wat een schoon bos”. Of: een boom is “een boom”. We slagen er bijvoorbeeld niet in om iets te zeggen als: “Dit is een fijnspar, het is een beetje raar dat die hier staat.”’

‘Eigenlijk zijn we vervreemd geraakt van onze eigen planeet, van al het leven dat haar bevolkt. En dat blijft niet zonder gevolgen. We zijn echt afhankelijk van dat leven, of we dat nu willen of niet.’

Vandaar de urgentie van het archiveren, het onthouden. En de juiste woorden te vinden. Elk onderwerp krijgt een eigen taal, een eigen register. ‘In die verschillende stijlen van schrijven voel ik ook juist een grote vrijheid. Ik wilde een hoofdstuk in spoken word, daar kwam dat over de korenbloem uit voort. Maar voor het hoofdstuk over de leeuwerik ging ik met een expert op stap. Hij bestudeert als wetenschapper zeer gepassioneerd deze vogel.’

‘Ik wilde ook die menselijke stemmen in het boek opnemen. Uiteindelijk is dat ook een deel van de schoonheid: ondanks de pijn die elke biowetenschapper heeft, laten ze zich niet verlammen. Het drijft hen om toch verder te doen, om het verschil te maken.’ 

De zorgende soort

Met stevige tred zetten we onze wandeling voort en meanderen verder door het woud van Meerdaal. Eindelijk horen we de auto’s niet meer, vogelgefluit en een loslopende hond nemen de achtergrondmuziek over. We praten een flink eind weg.

De gesprekken zijn nu eens filosofisch, dan weer feitelijk. Soms begint Hens een pleidooi of een uiteenzetting. Over het nefaste landbouwbeleid, het aflatensysteem van de koolstofbeprijzing, de noodzaak om het archief van de natuurlijke wereld beter te registreren en dan ook te ontsluiten. Maar evengoed over hoe je dit soort ideeën als freelancer financiert, en hoe je soms onverwachts op de goodwill en generositeit van gelijkgestemden kan rekenen, zonder dat je daar misbruik van maakt.

Archief van mogelijk verlies is lang geen onewomanshow. Het mondde uit in een collectief project dat behalve een boek ook een expo en een soundtrack bevat. Met componist Ellen Jacobs registreerde Tine Hens de geluiden die horen bij het boek, van krakende sneeuw tot een spreeuwenzwerm die opvliegt. Het resulteerde in een intimistische track die uiteindelijk twee keer zo lang werd als aanvankelijk afgesproken.

Ook voor de bijbehorende tentoonstelling kreeg ze hulp uit onverwachte hoek. ‘De expo is een soort heldentuin waar dieren, planten en bomen die we aan het verliezen zijn, een eerbetoon krijgen. De sokkels zelf zijn klimaatslachtoffers: een stam van een zomereik die door droogte is gestorven, een andere die bezweek aan verzilting. Er is een stam van een onbekende boom die we niet meer hebben kunnen determineren uit de overstromingen van de Vesder.’

Mijn man maakte er sokkels van. Daarop staat telkens een element dat verwijst naar enkele hoofdstukken. Het opgezette palingskelet is uniek. Dat staat in geen enkel museum. Wim Wouters, de visspecialist van het Natuurhistorisch museum in Brussel, wou dat gewoon maken, voor dit project. Dat was echt heel tof. En dan is er een sokkel voor de olm, de kievit, de vuurvliegjes, noem maar op. Ten slotte is er één sokkel waar de compositie te horen is.’

Ook dat verhaal vertelt Hens graag. Ze weigert resoluut mee te gaan in het negatieve beeld van de mens als ‘egoïstische, verschrikkelijk hebzuchtige soort die alleen dingen kapot wil maken. Het begint bij wat we vertellen over wie we zijn als soort. Binnen de biologie zijn we een zorgende soort, de enige die zo lang voor onze kinderen zorgt, die langdurige relaties opbouwt met zijn nageslacht.

Spijtig genoeg zitten we in een economisch systeem dat net het tegenovergestelde in ons naar boven haalt. We zijn een groepsdier dat een groep nodig heeft, en daar komen conflicten uit voort. Dat zit natuurlijk ook in ons. We zijn niet eenduidig, dat maakt ons ontzettend interessant.’ 

Wanneer ik haar vraag of dit boek een opstapje is naar een roman, vertelt Hens dat er wel een nieuw onderwerp door haar hoofd speelt, maar dat ze nog niet nadenkt over welke vorm het zou moeten krijgen. ‘Ik probeer me zo weinig mogelijk te laten vangen in hokjes of etiketten.’

Eerst en vooral geniet Tine Hens nu van de nieuwe voorstellen die dankzij de publicatie op haar pad komen. Zoals het project Lost, Found and Caring for what is (about to disappear), samen met de Boekentoren in Gent. Lost was een rouwtocht in november, van de Krook naar de Boekentoren. Voor Found, een tentoonstelling, dook Hens in de rijke erfgoedcollectie van de Boekentoren. Daar stuitte ze op een verrassende 17de-eeuwse natuuronderzoekster, Maria Sibylla Merian (1647-1717), die als eerste de verbondenheid tussen bloemen en hun bestuivers beschreef en daar prachtige tekeningen bij maakte.

Merian staat centraal, maar Hens nodigde ook een aantal hedendaagse kunstenaars uit. De expo loopt nog tot 27 februari. ‘Een aantal van de planten die Merian beschreef, hebben we geplant in een dome op de binnenkoer van de Boekentoren. Het derde deel, Caring for what is (about to disappear), is een ligconcert dat plaatsvindt op 21 juni in de Boekentoren. Hopelijk staat dan de binnentuin in bloei.’ 

Met die fijne gedachte wandelen we het Meerdaalwoud uit. Of het nu een bos, een veld, een park of een binnentuin is, met de opmerkzame blik van Tine Hens wordt elk stukje natuur ineens zoveel boeiender. 

cover van het boek 'Archief van mogelijk verlies' van Tine Hens

Archief Van mogelijk Verlies door Tine Hens is uitgegeven door epo. 296 blzn. ISBN 978 94 626 7544 5 (Soundtrack van mogelijk vergeten geluiden: Ellen Jacobs)

Agenda

12 maart: boekvoorstelling Bibliotheek Permeke, Antwerpen, 20.00 uur.
28 mei: boekvoorstelling Felix Art & Eco Museum, Kuikenstraat 6, Drogenbos, 20.00 uur.
21 juni: ligconcert op het Belvédère van de Boekentoren om 16.30 uur en 20.00 uur.

De expo is momenteel te zien in de Boekentoren in Gent en verhuist nog naar de bibliotheek Permeke in Antwerpen, de bibliotheek van Genk en naar FAAR in Oostende.